Haal nu wat vuur

Ezechiël 10:1-8

1 Daarna zag ik dit: boven de koepel boven de cherubs was iets te zien dat leek op een troon van saffier. 2 De HEER zei tegen de in linnen geklede man: ‘Ga het raderwerk waarop de cherubs rusten binnen en vul er je handen met gloeiende kolen; die moet je uitstrooien over de stad.’ Ik zag hoe de man naar binnen ging. 3 De cherubs stonden op dat moment aan de zuidkant van de tempel, en een wolk vulde de binnenhof. 4 Toen de stralende verschijning van de HEER zich verplaatste van de cherubs naar de tempelingang, vulde die wolk de tempel, en de hele hof was vol van de gloed van de verschijning van de HEER. 5 Tot in de buitenhof was het geluid te horen van de vleugels van de cherubs; het was een geluid als wanneer God, de Ontzagwekkende, spreekt. 6 Toen beval Hij de man met de linnen kleren: ‘Haal nu wat vuur weg uit het raderwerk onder de cherubs.’ De man ging verder naar binnen en ging naast een wiel staan. 7 Een van de cherubs strekte zijn hand uit naar het vuur dat zich tussen hen in bevond en legde daar wat van in de handen van de in linnen geklede man, die ermee naar buiten ging. 8 Onder de vleugels van de cherubs was iets zichtbaar dat de vorm had van een mensenhand. (NBV21)

Hebben de afgoden nu gewonnen? Is het ze gelukt niet alleen het volk van de God van Israël af te pakken maar ook die God uit zijn Tempel te verdrijven? Op het eerste gezicht lijkt het er op. Als de leer van Mozes niet meer wordt gevolgd, als er alleen nog afgoden worden vereerd, tot in de Tempel van Jeruzalem toe, dan is er geen plaats meer voor de God van Israël, dan zijn Tempel, stad en land goddeloos geworden. Maar wees voorzichtig. We lezen steeds een klein stukje uit de Bijbel en dat verhaal over het visioen van Ezechiël over de Tempel en de mensen in Jeruzalem begon bij hem thuis in Babel.

Daar zaten de oudsten van Israël die hem kwamen vragen hoe het nu verder moest met hun godsdienst. Zij kennen de Tempel, met de voorhof, het heilige en het allerheiligste. In dat allerheiligste stond de Ark van het Verbond. Daarop stonden de cherubs, de onzichtbare machten en krachten uit de wereld, die zich bogen over de Ark en daarmee de God van Israël bewezen. Die mensen uit Juda spraken er vaak over als de voetenbank van God. Zij hadden wellicht hun God uit de Tempel verdreven maar dat het een God was die het volk in benarde tijden te hulp kwam stond nog steeds vast. Toen de Tempel gebouwd was en door Salomo in gebruik was gesteld had de Tempel zich gevuld met een wolk als teken dat de God van Israël hier ontmoet kon worden.

Op een altaar branden voortdurend kolen als teken van het verbond dat door Israël aan was gegaan. Wie tegen het verbond in ging kreeg vurige kolen op het hoofd gestapeld. De priesterlijke figuur die de lijdenden uit de stad van een sparend merkteken had voorzien krijgt nu wat van dat vuur in de hand. De oudsten van Israël moesten in zien dat het aan hen zelf zou liggen of hun eigenlijke bevrijdende God hen te hulp zou komen. Ezechiël moest het hen laten zien. Maar ook in onze dagen is het voor machthebbers moeilijk om te zien waar hun fatsoen ligt, in het uiterlijk of in het handelen met de minsten, gewortelde kinderen, gehnadicapten, bejaarden die zorg nodig hebben. Wij zijn het die het hen moeten laten zien, elke dag opnieuw.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *