1 Samuël 19:1-17
1 Saul maakte aan zijn hovelingen en zijn zoon Jonatan bekend dat hij Davids dood wenste. Maar Jonatan, die zeer op David gesteld was, 2 waarschuwde hem: ‘Mijn vader Saul is van plan je te doden. Wees op je hoede morgenochtend, houd je schuil en blijf waar je bent. 3 Ik ga dan met mijn vader de stad uit, houd bij jou in de buurt halt en breng het gesprek op jou. Daarna zal ik je laten weten hoe de zaken staan.’ 4 Jonatan hield tegen zijn vader Saul een pleidooi voor David. Hij sprak als volgt: ‘Laat de koning zich niet vergrijpen aan zijn dienaar David. Hij heeft u immers niets misdaan. Integendeel, hij heeft u juist grote diensten bewezen. 5 Met gevaar voor eigen leven heeft hij de Filistijn verslagen, en de HEER heeft Israël een grote overwinning bezorgd. U hebt het met eigen ogen gezien en was er opgetogen over. Waarom zou u dus onschuldig bloed vergieten door David te doden zonder dat daar aanleiding toe is?’ 6 Saul liet zich door Jonatan overreden en zwoer: ‘Zo waar de HEER leeft, hij zal niet worden gedood.’ 7 Toen riep Jonatan David en vertelde hem hoe het gesprek verlopen was. Hij bracht David bij Saul en David kwam weer aan het hof wonen, zoals eerst. 8 Ondertussen ging de oorlog voort. Weer trok David tegen de Filistijnen ten strijde, bracht hun een grote slag toe en joeg ze op de vlucht. 9 En weer werd Saul gekweld door een kwade geest van de HEER. Hij zat thuis, zijn speer in de hand, terwijl David muziek voor hem maakte. 10 Weer probeerde hij David met zijn speer aan de muur te spiesen, maar weer kon David hem ontwijken en boorde de speer zich in de muur. David vluchtte weg en zocht nog diezelfde nacht een veilig heenkomen. 11 Saul stuurde mannen naar Davids huis om het te bewaken en hem de volgende ochtend te doden. Maar Davids vrouw Michal waarschuwde hem: ‘Breng je vannacht nog in veiligheid, anders is het morgen met je gedaan.’ 12 Ze hielp hem uit het venster naar beneden, en hij maakte zich uit de voeten en wist te ontkomen. 13 Toen nam Michal het beeld van de huisgod en legde dat in het bed. Om het hoofd vlocht ze wat geitenhaar en ze dekte het beeld toe met een deken. 14 Saul stuurde mannen om David gevangen te nemen, maar Michal zei dat hij ziek was. 15 Toen stuurde Saul hen opnieuw naar Davids huis om zich er met eigen ogen van te overtuigen dat David er was, en hij droeg hun op: ‘Breng hem hier, desnoods met bed en al, zodat hij ter dood kan worden gebracht.’ 16 Toen de mannen binnenkwamen, zagen ze dat er een beeld in bed lag, met een pluk geitenhaar om zijn hoofd. 17 ‘Waarom heb je mij zo bedrogen?’ vroeg Saul aan Michal. ‘Je hebt mijn aartsvijand helpen ontsnappen!’ ‘Ik moest wel,’ antwoordde Michal. ‘Hij zei tegen me: “Help me ontsnappen, of moet ik je soms doden?”’ (NBV21)
Van God en alle mensen verlaten. Zo kun je je ook voelen als je heel alleen een veel te zware verantwoordelijkheid hebt te dragen. Zo zal het Saul ook vergaan zijn. Als hij besluit zijn rivaal David ter dood te laten brengen, zo doen machtige mannen immers, dan zijn het eerst zijn eigen kinderen die hem daarin tegenhouden en er van afbrengen. Jonathan, zijn oudste zoon, lokt hem mee naar het veld en weet hem daar te overtuigen van het belang van David voor Israël. Maar dat is niet genoeg. Jonathan heeft een eigen belang, hij houdt van David. Als Saul zou slagen in het doden van David zou dat een groot verlies voor Jonathan betekenen. Saul laat zich schijnbaar overhalen. Je wil immers nooit als moordzuchtig bekend staan, maar als je een boze geest de schuld kan geven dan helpt dat.
Maar als Saul Jonathan weet te misleiden en te negeren dan is er nog een dochter van Saul. Michal was verliefd geworden op David, net als Saul en omdat Saul beloofd had dat David mocht trouwen met een dochter van de Koning had Michal haar zin gekregen. Ook Michal had dus een groot eigenbelang bij het overleven van David. Hoe meer David in aanzien steeg hoe meer ook Michal in aanzien zou stijgen. Als Saul David dus in diens eigen huis wil laten arresteren dan is daar de dochter van Saul Michal die een truc verzint om David de tijd te geven te vluchten. Wij kijken misschien even vreemd op van het beeld van de huisgod, maar we moeten niet vergeten dat ook Rachel, stammoeder van Israël, al de huisgoden van Laban had meegenomen toen ze met Jacob naar Israël trok.
In die traditie staat ook Michal, de verbinding tussen het huis van Saul en dat van David. Dat er maar één God is dat is in de Bijbel maar heel langzaam tot het volk doorgedrongen. De God van Israël was de beste, was ook de voorzitter van de Raad van Goden leert de psalmist ons, maar er waren allerlei machten en krachten die ook als God werden aanbeden en die je tenminste kon vragen hun invloed bij de God van Israël hun invloed aan te wenden. Op die manier heeft ook de kerk heel lang heiligen gekend die je voorspraak kunt vragen. Michal maakt al duidelijk dat het nep is, dat is het tot op de dag van vandaag.