De weg die ik ga

Psalm 119:57-64

57 HEER, mijn enig bezit, ik heb beloofd mij te houden aan uw woorden. 58 Met heel mijn hart zoek ik uw gunst, wees mij genadig zoals U hebt beloofd. 59 Ik heb nagedacht over de weg die ik ga en volg weer het spoor van uw richtlijnen, 60 ik haast mij, en aarzel niet mij te houden aan uw geboden. 61 Al zetten rondom mij zondaars hun strikken, uw wet vergeet ik niet. 62 Midden in de nacht sta ik op en loof U om uw rechtvaardige voorschriften. 63 Ik ben een vriend van allen die U vrezen en zich houden aan uw regels. 64 De aarde is vol van uw trouw, HEER, onderwijs mij in uw wetten. (NBV21)

Iedere keer als we in deze Psalm lezen over de Wet, over de Thora, of zoals hier over de richtlijnen, moeten we niet vergeten dat de Thora een Wet is die je in beweging zet. Dat de richtlijnen net ANWB borden voor het leven zijn. En dan niet voor iedereen individueel. Je kunt immers de hele wereld niet op je nek nemen en het gaat er om dat iedereen op de wereld mee kan gaan doen. Soms kun je zelf alleen maar één mens redden, zoals Jozef en Maria hun kind van de dood hadden gered door naar Egypte te vluchten. Maar als je met elkaar een gemeenschap vormt dan kun je veel meer aan. Kerken, gemeenschappen, maar ook organisaties voor internationale hulpverlening of verenigingen als Amnesty International kunnen je helpen vorm te geven aan het vervullen van de Thora. Zij kunnen echt iets betekenen voor het voeden van de hongerigen, het laven van de dorstigen, het kleden van de naakten, het bezoeken van de gevangenen, het bevrijden van de armen.

Uiteindelijk gaat het er om dat alle volken zich naar Jeruzalem keren. Dat alle wegen zich niet naar Rome laten leiden maar naar Jeruzalem. In Rome zat de wereldlijke Keizer die dacht dat hij macht had, daar zit nu de Paus die denkt dat hij het voor het zeggen heeft. Maar in Jeruzalem werd de Thora bewaard, de Wet van eerlijk delen. Dat is in onze dagen de stad waar alle geloven in de God van Abraham bij elkaar komen. Joden, Moslims en Christenen geloven elk op geheel eigen wijze dat ze met die God op weg zijn gegaan. Voor Joden, Moslims en Christenen geldt dat ze moeten delen met de armen. Voor Christenen geldt in elk geval dat ze voortdurend er op bedacht moeten zijn hoe hun daden uitwerken op de minsten, die moet je zeker niet te kort doen. Maar omdat het eigenlijk voor ons allen geldt kan de psalmdichter hier zingen dat hij een vriend is van allen die God vrezen, van allen die zich aan de Wet van de Liefde houden.

In de tijd dat deze Psalm werd geschreven waren er nog geen Christenen en waren er ook geen Moslims. Maar ook de Hebreeuwse Bijbel roept voortdurend alle volken op zich naar Jeruzalem te wenden en te leven naar die Wet, de Thora. Talrijk zijn dan ook de voorbeelden van vreemdelingen die een rol gingen meespelen in het verhaal van het volk Israël. Koning David, aan wie veel Psalmen worden toegeschreven, stamde af van Ruth, de Moabitische, een weduwe die volgens de wetten van Israël in bescherming werd genomen door een huwelijk met Boaz. Haar verhaal werd een eigen Bijbelboek, zij kwam later terecht in de stamboom van Jezus van Nazareth. Nu kunnen we zeggen dat we vrienden willen zijn met allen die zich willen houden aan de Wet van Liefde, Joden, Christenen en Moslims. Het is de God van Abraham die allen die Wet voorhoudt, zijn Thora heeft geschonken, een Wet die een weg biedt om te gaan voor iedereen.

Angst voor mensen

Spreuken 29:19-27

19 Je brengt een slaaf geen discipline bij met woorden, hij begrijpt ze wel, maar stoort zich er niet aan. 20 Heb je weleens iemand gezien die altijd met zijn woorden klaarstaat? Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem.
21 Wie zijn slaaf vanaf zijn jeugd verwent krijgt uiteindelijk met een rebel te doen. 22 Een driftkop maakt snel ruzie, een heethoofd gaat vaak over de schreef. 23 De hoogmoed van een mens brengt hem ten val, eer is weggelegd voor wie bescheiden is. 24 Een heler doet zichzelf veel kwaad: hij weet dat hij vervloekt wordt, toch geeft hij de dief niet aan. 25 Angst voor mensen is een valstrik, wie op de HEER vertrouwt, weet zich veilig. 26 Velen zoeken de gunst van een heerser, maar alleen bij de HEER vindt een mens zijn recht. 27 Een rechtvaardige verfoeit een onrechtvaardige, een rechtschapen mens is de goddeloze een gruwel. (NBV21)

In het boek Spreuken is de Koning bij uitstek de beschermer van de armen. Daarom zal Paulus veel later kunnen zeggen dat de gemeente van Jezus de Bevrijder, de Christus, een volk van Koningen en Priesters is. Als Koningen beschermen ze de armen en als Priesters dienen ze daardoor de God van Israël. Op die manier laat je mensen tot hun recht komen. Dat gaat in het groot, over een heel volk, maar ook in het klein, in de opvoeding. Een goddeloze opvoeding leidt tot criminelen en een goddeloze regering tot meer misdaad in de samenleving. Alleen de rechtvaardigen, de volgelingen van de God van Israël die hun naaste liefhebben als zichzelf en die mensen tot hun recht laten komen zullen meemaken dat de goddelozen ten val komen, dat de slechte gevolgen van hun slechte daden aan het licht komen. En voor een slaaf zorg je als voor een kind, dat is geen slavernij? Misschien niet maar wel het doel van de Bijbel, alle mensen zijn gelijkwaardig.

Eén van de meest bekende Spreuken uit de Nederlandse politiek is dat een volk zonder visioen tot bandeloosheid zal vervallen. Hier wordt dat visioen vertaald met profetie en de Bijbel koppelt het direct aan de leer van Mozes. Het visioen is dan ook een samenleving waarin iedereen tot zijn of haar recht komt, waar de minsten voorop staan en de weduwe en de wees worden beschermd. Dat is een samenleving waarin de richtlijn van heb uw naaste lief als uzelf een grondwet is, waar niet wordt gedood, waar niet wordt gestolen, waar niet wordt gelogen in de rechtspraak. Als we met elkaar die richtlijnen voor een menswaardige samenleving vergeten dan leidt dat onherroepelijk tot een samenleving van het oerwoud, ieder voor zich en het recht alleen voor de sterkste, dat is dan ook de waarheidszegging die we profetie noemen, daar loopt het op uit. De slaafgemaakten en hun nakomelingen kunnen getuigen van de gruwel die ontstaat als de richtlijn van de Bijbel genegeerd wordt.

Voor vrede en recht moet in onze samenleving ook nog het nodige gebeuren. Centraal daarbij staat dat je niet bang moet zijn. Dat “Vreest niet” is niet alleen voor de herders met het kerstfeest dat is is voor altijd en overal. Hier wordt die angst een valstrik genoemd. Als je mensen met een ander geloof als het jouwe maar vaak genoeg als vijanden afschildert dan wordt je er vanzelf bang van. En natuurlijk zijn er altijd mensen die willen beantwoorden aan wat er in de samenleving van hen wordt gevraagd. Als je jongeren steeds maar afschildert als nietsnutten die rondhangen dan gaan jongeren rondhangen op straten en pleinen en zich daar vervelend gedragen, als je aanhangers van de Islam afschildert als terroristen gaan ze zich afzetten tegen jouw samenleving en zich met geweld daartegen verdedigen. De Bijbel wijst een andere weg, de weg van vrede en gerechtigheid. Samen maaltijd vieren staat er in de goddelijke richtlijnen, mensen tot hun recht laten komen, benoemen wat goed is en wat slecht is en het daarover eens worden. Delen met de armen, met de minsten zorgen die ieder krijgt wat een ieder toekomt. Gelukkig dat wij daar elke dag opnieuw mee mogen beginnen, ook vandaag weer.

Een goddeloze.

Spreuken 29:10-18

10 Moordenaars haten een mens die onberispelijk leeft, oprechten respecteren zijn leven. 11 Een dwaas geeft uiting aan al zijn gevoelens, een wijze houdt ze in toom. 12 Als een heerser toegeeft aan bedrog, wordt ieder die hem dient een goddeloze. 13 Een arme en een onderdrukker hebben dit gemeen: de HEER gaf hun beiden het licht in de ogen. 14 Een koning die armen eerlijk berecht, zal nooit zijn troon zien wankelen. 15 Berispingen en stokslagen zorgen voor wijsheid, een kind dat niet wordt opgevoed, maakt zijn moeder te schande. 16 Als goddelozen aan de macht zijn, neemt de misdaad toe, maar eens zullen de rechtvaardigen getuige zijn van hun val. 17 Tuchtig je zoon, en je hebt geen zorgen over hem, hij zal je vreugde geven. 18 Zonder profetie vervalt het volk tot bandeloosheid, wie de wet in acht neemt is gelukkig. (NBV21)

Soms vraag je je af hoe het zou komen dat de Bijbel zo actueel is. De Bijbel is zo oud dat ze toch niet konden voorspellen wat er vanmorgen in de krant stond. Zinloos geweld noemen we de moord op mensen die een ruzie willen sussen of tussenbeide komen als geweld uit de hand dreigt te raken. Spreuken begint met deze mensen oprechten te noemen, elders heten ze ook wel rechtvaardigen. In de eeuwenoude traditie zijn het de mensen die de wereld overeind houden. Wellicht dat het zinloze geweld afneemt als meer mensen dit vers uit Spreuken ter harte nemen en er tussen komen als geweld uit de hand dreigt te lopen. Het zou de norm moeten zijn.

En dan die dwaas die uiting geeft aan al zijn gevoelens en de wijze die zijn gevoelens in toom houdt. Let wel de wijze mag gerust, of soms zelfs wel, gevoelens tonen, maar dat zal ergens toe moeten leiden. De dwaas die alleen maar de eigen gevoelens toont bereikt niks en daar gaat het ook niet om. Het gaat om het uiten en zelfs als het niet oplucht is het uiten het enige doel. Op de sociale media worden die dwazen tegenwoordig trollen genoemd. Als ze mensen bedreigen worden ze opgespoord en voor de rechter gedaagd. Helaas maken ze het politici vaak onmogelijk hun problemen op te lossen en bereiken ze het tegendeel van wat ze zeggen te willen.

En dan de armen en hun onderdrukkers. Beiden hebben het licht in hun ogen niet verdient maar gekregen. Verschil is er niet. De een heeft niet meer de best gedaan als de ander. Dat eerlijk berechten van de armen betekent dat de armen net zo behandeld worden als de rijken. In de rechtspraak lijkt het daar niet op. Blindelings volgen rechters de landsadvocaat en als de staat per ongeluk verliest dat wordt er zo lang hoger beroep ingesteld dat uiteindelijk een rechter wordt gevonden die zwicht voor het verbale geweld van de landsadvocaat. Wie Speuken vertaalt naar onze huidige tijd leest ineens de reden waarom mensen vervreemd zijn van de politiek en waarom de traditionele machthebbers het gaan verliezen. Rechtvaardig zijn, de naaste lief te hebben, dat zijn de normen waar we samen voor moeten opkomen.

 

Zonder kans op redding.

Spreuken 29:1-9

1 Wie vaak terechtgewezen wordt en toch hardnekkig blijft wordt plotseling geveld, zonder kans op redding. 2 Als rechtvaardigen heersen, is het volk verheugd, als een goddeloze aan de macht is, jammert het volk. 3 Wie wijsheid liefheeft, geeft zijn vader vreugde, wie met hoeren omgaat, verkwanselt diens vermogen. 4 Een koning die het recht handhaaft, houdt zijn land in stand, één die zijn onderdanen uitbuit, richt het te gronde. 5 Wie een ander vleit lokt hem in de val. 6 Een boosdoener verstrikt zich in zijn kwade daden, een rechtvaardige jubelt en juicht. 7 Een rechtvaardige erkent de rechten van de armen, een goddeloze is daar blind voor. 8 Snoevers brengen onrust in een stad, wijzen doen woede bedaren. 9 Als een wijze een dwaas voor het gerecht daagt, leidt diens geraaskal en gesneer tot niets dan onrust. (NBV21)

We lezen nog steeds in de verzameling onderwijzingen en spreuken die op last van Koning Hizkia werd verzameld. En die verzamelaars hadden goed door dat ook die Koning onderwijzingen nodig had. Hij was per slot van rekening een jongeman van pas 25 jaar toen hij koning werd en de voorbeelden van zijn vader en grootvader en van de vorsten in de omringende landen waren nu niet bepaald goede voorbeelden. Rijke jongens die naar de hoeren gaan zijn zelfs in onze dagen niet onbekend. En wie werd er ook ooit bedoeld met “Prins Bier”? Welke prinsen werden ook al weer betrapt toen ze met meer dan gevaarlijke snelheden over onze wegen reden? Het zijn de vermaningen die ook in onze dagen ons mogen leren wat het is te leven in de vreze des Heren, de wijsheid, het heb uw naaste lief als uzelf.  Dan geef je je vader vreugde, dan is er een koning die zijn land in stand houd, dan kan er worden gejuicht en gejubeld, dan worden de rechten van de armen erkend.  De vermaningen voor de koning lijken steeds verborgen te worden door de vermaningen voor zijn onderdanen.

Maar de Spreukenschrijver maakt geen onderscheid, zoals de hele Bijbel geen onderscheid maakt, tussen mensen. Iedereen kan rijk zijn, iedereen die kan delen is rijk maar iedereen die weigert te delen houd de armoede in stand. Koningen kunnen protsers zijn, maar wie kan niet met de neus omhoog en de borst vooruit door de samenleving gaan? Wat in elke samenleving nodig is zijn wijzen die weten hoe ze de woede die er in een samenleving kan heersen tot bedaring kunnen brengen. Het respecteren van een mensenleven staat daarbij voorop. Het zinloos geweld in onze samenleving, mensen die doodgestoken of doodgeslagen worden omdat ze juist de vrede willen herstellen, bepaald ons bij de waarde van het respect voor mensenlevens. Ook al zullen ruzies in onze omgeving misschien niet tot geweld leiden, elke ruzie die in vrede eindigt, die wordt bestreden en beëindigd, kan helpen het zinloos geweld in een volgende situatie te voorkomen.

En juist jongeren moet soms echt geleerd worden hoe je woede bedaard en hoe je kwaadheid omzet in productief gedrag in plaats van in destructie. Bedrog door heersers is het ergste dat in dit hoofdstuk staat. De leider van klimaatonderzoek die de verdwijning van gletsjers heeft overdreven zet meer dan zijn eigen onderzoek ter discussie. Die zet alle wetenschappelijk onderzoek te kijk als mogelijk onbetrouwbaar. We moeten op onze politici en wetenschappers kunnen vertrouwen. De maatregelen die over ons worden genomen kunnen wij lang niet altijd op hun noodzaak en uitwerking beoordelen. Kennis nemen van de democratische discussie kan helpen onze positie te bepalen of een last die ons wordt opgelegd te dragen. Wij kunnen helpen, met de woorden van de Spreukendichter in ons achterhoofd, door de politici en wetenschappers vragen te blijven stellen, vragen over hun openheid, eerlijkheid en hun zorg voor de zwaksten en de minsten in de samenleving. Dan brengen we de samenleving van Wijsheid een klein beetje dichterbij, ook vandaag weer.

 

Dit is de troost

Psalm 119:49-56

49 Denk aan het woord, tot uw dienaar gesproken, waarmee U mij hoop hebt gegeven. 50 Dit is de troost in mijn ellende: dat uw belofte mij doet leven. 51 Al lachen de hoogmoedigen mij ook uit, ik wijk niet af van uw wet.
52 Ik denk aan uw eeuwige voorschriften, HEER, daarin vind ik troost. 53 Ik ben ontzet over de zondaars, die uw wet verlaten. 54 Uw wetten zijn voor mij als liederen in het huis waar ik als vreemdeling woon. 55 Zelfs in de nacht denk ik aan uw naam, HEER, en houd ik mij aan uw wet. 56 Dit is mij gegeven: dat ik uw regels volg. (NBV21)

In de zestiende eeuw, een tijd van godsdiensttwisten, bij ons de 80 jarige oorlog, vroeg men zich af wat nu echte troost gaf. Het antwoord voor Protestanten uit die tijd kwam uit Heidelberg waar twee theologen formuleerden dat je niet op jezelf staat maar dat je van Christus bent ook al ben je van kerk veranderd. Mooi gezegd, maar in een wereld van geloofsvrijheid en welvaart heb je daar niet zoveel aan. Bedroefd word je als je ziet hoe het met de minsten in deze wereld gaat. Hoe ze vernederd, bespot, uitgebuit en tot wanhoop gedreven worden. Dan is het bestaan van een Wet die aanzet tot Liefde een troost. Een Wet die zegt dat je je naaste lief moet hebben als je zelf. Een Wet van rechtvaardigheid en gerechtigheid. Als mensen daarmee ophouden dan kun je ontzet zijn. Ontzet zijn we als we op vliegveld Eindhoven hulpverleners zien terugkeren uit Oekraïne omdat het voor hen daar te gevaarlijk is geworden. Als je ziet dat in Irak mensen zonder voedsel en water de bergen zijn ingevlucht en niemand die hen durft te helpen.

Dan kun je je een vreemdeling in de wereld voelen als je zelf dag en nacht bezig bent de armsten in de wereld op de een of andere manier recht te doen. Die Thora, de wet die aanzet tot eerlijk delen, blijft een vreugde die je wilt delen met iedereen. Zou iedereen op de wereld nu maar mee willen in de beweging van de Weg die je met die Thora mag gaan. De dichter van Psalm 119 zingt dat die wetten zijn als liederen en het is geen wonder dat in de berijming, die in de Protestantse Kerken wordt gezongen op de melodie die tijdens de reformatie van de kerk door Johannes Calvijn is ontstaan in Geneve, Psalm 119 veruit het meeste verzen telt. In de berijming, zoals die ook in het nieuwe Liedboek voor de Kerken staat, telt de Psalm wel 66 coupletten, in de vorige berijming waren er dat zelfs nog meer. Die coupletten worden eigenlijk nooit achter elkaar gezongen. Er zijn legenden dat jonge dominees het nog wel eens aan een gemeente hebben opgelegd maar het zou met die dominees nooit goed zijn afgelopen.

Sterke verhalen van het platteland vertellen dat boeren op weg naar de kerk op zondagmorgen alle coupletten van de Psalm zongen en dat zo een weg naar Psalm 119 werd genoemd. Hoe het ook zij, de boodschap van de Psalm blijft iedereen aanspreken. Zorg dat je mee gaat doen in de beweging van de Weg van eerlijk delen, van je naaste lief hebben als jezelf. Als dat de vaste regel in de samenleving wordt is het uit met geweld, met honger en armoede, met het recht van de sterkste. Dan geldt het recht doen aan ieder mens, dan mag iedereen op aarde meedoen aan een wereldsamenleving. Dat vraagt een nieuwe wereld? Die komt er dan ook, sterker nog, die is al begonnen, je mag er nu nog aan mee gaan doen. En als je dat doet mag je weten dat ooit die aarde zo mooi zal zijn dat God er zelf zal willen wonen. God roept ons om mee te doen, we krijgen van hem kracht om mee te kunnen doen, en mogen hem dankbaar zijn dat we die aarde mogen helpen scheppen, elke dag opnieuw ook vandaag weer.

Wie aan de armen geeft

Spreuken 28:21-28

21 Partijdig zijn is slecht, maar men is het al voor een stuk brood. 22 Een hebzuchtig mens jaagt rijkdom na, hij weet niet dat gebrek hem wacht. 23 Wie een ander terechtwijst, zal uiteindelijk waardering krijgen, meer dan iemand die een ander vleit. 24 Wie zijn vader en moeder berooft en zegt: ‘Daar steekt geen kwaad in,’ is niet beter dan een moordenaar. 25 Wie zelfzuchtig is, ontketent ruzie, wie op de HEER vertrouwt, leeft in voorspoed. 26 Wie op zijn eigen verstand vertrouwt is een dwaas, wie wijsheid als leidraad heeft, ontsnapt aan alle gevaar. 27 Wie aan de armen geeft, lijdt nooit gebrek, wie zijn ogen afwendt, wordt door veel vervloekingen getroffen. 28 Komen goddelozen aan de macht, dan zoekt ieder mens een schuilplaats, gaan ze ten onder, dan zullen rechtvaardigen heersen. (NBV21)

Soms lijken de verzen uit het boek Spreuken wel op de teksten die je wel op wandtegeltjes ziet. De postergroep Loesje heeft ook heel nauwkeurig het boek Spreuken bestudeerd, hun Spreuken zijn van onze tijd maar zouden in het boek terecht gekomen zijn als het boek Spreuken in onze tijd geschreven zou zijn. Maar het boek is al heel oud, minstens ouder dan 2000 jaar. En de wereld is niet veranderd. Werken, eerlijk zijn, oog hebben voor de armen, levert over het algemeen nog het meeste op. De dichter van de Spreuken roept eigenlijk voortdurend op om je als mens bezig te houden met dat wat de God van Israël van je gevraagd heeft. Ook het sidderen van de mens voor de Heer slaat hier op. Je eigen gang gaan voert maar tot het kwaad, je naaste liefhebben als jezelf zou altijd je uitgangspunt en doel moeten zijn. Onderdrukken van armen is beestachtig.

Bloed vergieten wordt op allerlei creatieve manieren in het boek spreuken veroordeeld, ook de doodstraf zoals die in de Wetten van Mozes wordt geboden bij zeer ernstige misdrijven. Een verdediging van de doodstraf is daarom altijd in strijd met de Bijbelse uitgangspunten. Politieke Partijen die de doodstraf in hun programma hebben staan zijn dan ook onchristelijke en heidense partijen. En denk nu niet dat het terechtwijzen van mensen die oprecht menen het goede na te streven verkeerd kan zijn. Wie een ander terecht wijst zal uiteindelijk meer waardering krijgen dan iemand die de ander altijd naar de mond praat. Vlijerij en hebzucht komen steeds terug als voorbeeld van het kwade in de Spreuken. Het geven aan armen behoedt je voor gebrek lijden, dat is een ervaringsfeit waar vooral de rijken nooit aan zullen willen.

Daarom moet je altijd goed luisteren naar wie de hoge inkomens wil aanpakken en wie ze in bescherming wil nemen. Wie de grootste staatssubsidie naar de eigenaren van de duurste woningen wil laten gaan en wie de mensen met de laagste inkomens op een fatsoenlijke manier wil laten wonen in het land. Wie een ander berooft is niet beter dan een moordenaar. Dat gaat dus ook op voor het korten op de zorg voor ouderen. Voor het korten op het arbeidsinkomen van gehandicapten.  De Spreukendichter is daar zeer duidelijk over. Het gaat wel over je vader en je moeder maar als je je samenleving zo helpt inrichten dat ouderen tekort wordt gedaan dan wordt ook jouw vader en moeder tekort gedaan. Kortom het gaat er om de armen te geven en er voor te zorgen dat niet de goddelozen aan de macht komen maar de rechtvaardigen heersen. Gelukkig dat we daar elke dag opnieuw voor mogen zorgen, ook vandaag weer.

 

Oprechte mensen

Spreuken 28:10-20

10 Wie oprechte mensen op het slechte pad brengt komt in zijn eigen val terecht; wie onberispelijk is, vindt geluk. 11 Een rijkaard dicht zichzelf veel wijsheid toe, een arme met inzicht doorziet hem. 12 Als rechtvaardigen triomferen, heeft het leven glans, als goddelozen de macht grijpen, houdt elk mens zich schuil. 13 Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving. 14 Gelukkig is de mens die siddert voor de HEER, wie eigenzinnig is, stort zichzelf in het verderf. 15 Een goddeloze die een arm volk in zijn macht heeft is als een brullende leeuw, een ziedende beer. 16 Een heerser zonder inzicht onderdrukt op grote schaal, wie winstbejag haat, zal lang regeren. 17 Een mens die bloed vergoten heeft, zal het graf in vluchten; laat niemand hem daarvan weerhouden. 18 Wie onberispelijk leeft, zal worden gered, wie kromme wegen gaat, komt plotseling ten val. 19 Wie zijn grond bewerkt, heeft genoeg te eten, wie lucht najaagt, wordt gevoed met armoede. 20 Een eerlijk mens wordt rijkelijk gezegend, wie snel rijk wil worden, blijft niet ongestraft. (NBV21)

Soms lijkt het of de schrijver van het boek Spreuken graag open deuren in trapt. Het regent van die zinnetjes waarvan je denkt, waarom moeten die eigenlijk opgeschreven worden? Wie denkt er nu dat er iemand is die partijdigheid goed vindt. Rechters, bestuurders, politieambtenaren, journalisten moeten toch allemaal onpartijdig zijn? Dat spreekt toch vanzelf. De spreukendichter wijst er dan fijntjes op dat partijdigheid al optreedt als iemand een stuk brood krijgt. De journalisten van radio, tv en krant legden bij de laatste verkiezingen de nadruk op de partijen die al in de Tweede Kamer vertegenwoordigd waren en dan nog het liefst op de grootste van die partijen. Dat het partijdige journalistiek opleverde drong niet tot ze door, het maakte hun werk gemakkelijker. Daarom is de waarschuwing in het boek Spreuken niet zomaar gegeven. Dat geldt voor elke tekst in Spreuken, soms moet je er even bij nadenken, maar meestal zijn ze geschikt om in een tegeltje aan de muur gehangen te worden.

De dichter van de Spreuken roept eigenlijk voortdurend op om je als mens bezig te houden met dat wat de God van Israël van je gevraagd heeft. Ook het sidderen van de mens voor de Heer slaat hier op. Je eigen gang gaan voert maar tot het kwaad, je naaste liefhebben als jezelf zou altijd je uitgangspunt en doel moeten zijn. Onderdrukken van armen is beestachtig, stom regeren is onderdrukken en als je je regering niet in dienst van jezelf stelt dan zul je lang regeren. Bloed vergieten wordt op allerlei creatieve manieren in het boek spreuken veroordeeld, ook de doodstraf zoals die in de Wetten van Mozes wordt geboden bij zeer ernstige misdrijven. Een verdediging van de doodstraf is daarom altijd in strijd met de Bijbelse uitgangspunten. Politieke Partijen die de doodstraf in hun programma hebben staan zijn dan ook onchristelijke en heidense partijen.

En denk nu niet dat het terechtwijzen van mensen die oprecht menen het goede na te streven verkeerd kan zijn. Wie een ander terecht wijst zal uiteindelijk meer waardering krijgen dan iemand die de ander altijd naar de mond praat. Vleierij en hebzucht komen steeds terug als voorbeeld van het kwade in de Spreuken. Daarom moet je altijd goed luisteren naar wie de hoge inkomens wil aanpakken en wie ze in bescherming wil nemen. Wie de grootste staatssubsidie naar de eigenaren van de duurste woningen wil laten gaan en wie de mensen met de laagste inkomens op een fatsoenlijke manier wil laten wonen in het land. Wie een ander berooft is niet beter dan een moordenaar. Dat gaat dus ook op voor het korten op de zorg voor ouderen. De Spreukendichter is daar zeer duidelijk over. Het gaat wel over je vader en je moeder maar als je je samenleving zo helpt inrichten dat ouderen tekort wordt gedaan dan wordt ook jouw vader en moeder tekort gedaan. Kortom het gaat er om de armen te geven en er voor te zorgen dat niet de goddelozen aan de macht komen maar de rechtvaardigen heersen. Gelukkig dat we daar elke dag opnieuw voor mogen zorgen, ook vandaag weer.

 

Als je geen gehoor geeft

Spreuken 28:1-9

1 Een goddeloze vlucht, zelfs als niemand hem opjaagt, een rechtvaardige voelt zich veilig als een leeuw. 2 Als een land in opstand komt, werpen velen zich op als leider, slechts iemand met kennis en inzicht zorgt voor blijvende rust. 3 Een arme die andere armen onderdrukt is als regen die de oogst wegspoelt. 4 Wie zelf de wet niet naleeft, prijst de wettelozen, wie de wet in acht neemt, trotseert hen. 5 Een kwaadaardig mens begrijpt niets van het recht, wie de HEER zoekt, kan alles begrijpen. 6 Beter een arme die onberispelijk leeft dan een rijkaard die op kronkelpaden gaat. 7 Een zoon met inzicht houdt zich aan wat hem is geleerd, wie met brassers omgaat, maakt zijn vader te schande. 8 Wie zijn bezit vergroot door woekerrente vergroot het voor wie zich bekommert om de armen. 9 Als je geen gehoor geeft aan de wet, is zelfs je gebed de HEER een gruwel. (NBV21)

In het gedeelte dat we vandaag uit het boek Spreuken lezen worden de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen tegenover elkaar gesteld. Er zijn mensen die zich voortdurend laten beveiligen omdat ze er van overtuigd zijn dat ze bedreigd worden. Het is natuurlijk jammer dat ze zich niet afvragen of wat ze doen wel oprecht is, of de manier waarop ze anderen behandelen niet uitlokken tot bedreigingen. Zo komt het misschien dat ze zich bedreigd voelen ook al is er niemand aan te wijzen die het op hun leven gemunt heeft. Ook de schrijver van de Spreuken wijst daarop. Er zijn ondertussen ook mensen die beveiligd moeten worden omdat er anderen zijn die er op wijzen dat er een concrete aanwijsbare bedreiging is zonder dat de mensen die het aangaat zich van enig kwaad bewust zijn.

De Bijbel gaat niet alleen over vrede en lief zijn voor elkaar. Soms zijn er machthebbers waartegen je wel in opstand moet komen. Wij hebben die opstand in vreedzame banen geleid. Elke vier jaar kan het volk afrekenen met de machthebbers. Als het tenminste zo ontevreden is dat het volk geen genoegen neemt met de schijngevechten tussen gevestigde machten die de media het volk voorschotelen. Wij noemen de opstand van het volk democratie en ook het boek Spreuken gaat er van uit dat een volk iets te kiezen heeft als het gaat om goede leiders. Het moet in elk geval iemand zijn met kennis en inzicht, wijsheid zouden we zeggen en wijsheid is eerbied voor de God van Israël die als opdracht gaf de naaste lief te hebben als zichzelf. Een leider die de armen onderdrukt en verder uitperst in tijden van crisis wordt dan ook door de schrijver van de Spreuken veroordeelt, die is als regen die de oogst wegspoelt.

De Bijbel is overigens niet tegen rijkdom. Maar er klinkt voortdurend verzet tegen de ongelijke verdeling die tot stand komt door machtsmisbruik. Natuurlijk mag je zelfs woekerrente rekenen zegt de Spreukendichter, maar niet om de rijken nog rijker te maken maar om te zorgen dat de nood van de armen wordt opgeheven, want beter een arme die onberispelijk leeft dan een rijkaard die vol leugens zit. Die leugens komen overigens toch wel uit want wie oprechte mensen op het slechte pad brengt komt in zijn eigen val terecht. Het mooiste van het gedeelte dat we vandaag lezen is wellicht dat wie zijn fouten toegeeft en vermijdt vergeving krijgt. Ofwel elke dag mogen we weer opnieuw beginnen de Weg van de God van Israël te zoeken, zorgen voor recht en gerechtigheid, voor eerlijk delen en in vrede samenleving. Dat mag ook vandaag weer.

 

Voor eeuwig en altijd

Psalm 119:41-48

41 Laat mij, HEER, uw trouw ervaren, red mij zoals U hebt beloofd. 42 Dan kan ik antwoorden wie mij bespot, want ik vertrouw op uw woord. 43 Neem de waarheid nooit weg uit mijn mond, in uw voorschriften stel ik mijn hoop. 44 Ik zal mij houden aan uw wet, voor eeuwig en altijd. 45 Laat mij voortgaan op een ruime weg, want steeds zoek ik uw regels. 46 Dan kan ik zelfs voor koningen getuigen van uw richtlijnen, zonder schaamte. 47 Ik verheug mij in uw geboden, ik heb ze lief. 48 Ik hef mijn handen op naar uw geboden, ik heb ze lief. Uw wetten blijf ik overdenken. (NBV21)

Een nieuwe dag beginnen met een loflied op de Wet van Liefde is een goed begin als je gelooft in de macht van de God van de Liefde. Psalm 119 is bij uitstek het lied dat daarover zingt, en er bijna niet over kan ophouden. Dit deel begint met een gebed: “Laat mij Uw trouw ervaren” Veel mensen zeggen dat ze bidden maar nooit antwoord krijgen. Toch zeggen ze ook dat wie goed doet goed ontmoet, ook al krijg je vaak stank voor dank. De trouw van God ervaar je pas als je onophoudelijk bezig bent met het liefhebben van je naaste, met de minste, met de rechtvaardigheid waar de Bijbel het voortdurend over heeft, het recht doen aan mensen. Dan merk je dat je daar steeds het Woord van God tegenkomt. Dat woord geeft je de antwoorden aan hen die je bespotten. Want de “goeddoeners” hebben het niet altijd gemakkelijk in een wereld waar het eigenbelang voorop staat.

Het Woord dat je op weg laat gaan naar de rechtvaardigheid, naar eerlijk delen, naar een samenleving die alle mensen recht wil doen, geeft ook hoop. Hoop dat het ook vandaag weer met mensen goed kan komen. Het aardige is dat aan het begin van elke nieuwe dag de psalm zingt dat het een ruime weg is, waar je zoekend naar de regels je op mag begeven. Niks knellend, niks dat vooraf al vast ligt. Dan kan je zelfs voor Koningen getuigen staat er. En dat staat er niet voor niets. Niet dat we allemaal naar een Koning toe moeten gaan om daar te vertellen welke geweldige ervaringen we wel niet hebben met eerlijk delen, met Fair Trade, met een zorg voor het milieu die de armen geen schade berokkend, met de zoektocht naar kleding waar geen slavernij aan te pas is gekomen en met al die andere zaken die we in een jaar kunnen doen voor de armen en ontrechten in de samenleving. Maar door dat voortdurend te doen en zoveel mensen daarin mee te nemen moet ook aan machthebbers en politici duidelijk worden dat er een echte manier is om de samenleving beter te maken. Dat dienen een beter werkwoord is dan heersen.

Dat we dus allemaal kunnen dienen maar dat er uiteindelijk maar één is die Heerst op aarde. Dat je daarom de richting van de God van Abraham, Izaäk en Jakob, van de God die door Jezus van Nazareth “Vader” werd genoemd lief kan hebben. Want die “Vader” zorgt als een moeder voor zijn kinderen. Omdat we dag en nacht hongeren en dorsten naar gerechtigheid blijven we de nek uitsteken voor die richting. Veel Christenen noemen die richtlijnen voor de menselijke samenleving, de richtingwijzers uit de Woestijn, geboden. Dat betekent niet dat ze ze als wetten zien waar een politie op let of je ze wel nakomt en je anders inrekent om gestraft te worden, maar ze drijven je onweerstaanbaar voort naar een nieuwe en betere wereld. Je kunt niet anders. Gegrepen door die God, door het verhaal dat in de Bijbel wordt verteld, begin je elke morgen weer opnieuw te zorgen voor de naaste, te strijden tegen onrecht, te zorgen dat mensen belangrijker zijn dan wetten en regels, de Liefde uit te stralen die de God van Israël ons gegeven heeft in zijn Zoon die ons die Liefde tot in de dood heeft voorgeleefd.

Als met een sleepnet

Matteüs 13:44-58

44 Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde verkocht hij alles wat hij had en kocht die akker. 45 Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. 46 Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, verkocht hij alles wat hij had en kocht die parel. 47 Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. 48 Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. 49 Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen eropuit trekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, 50 en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden. 51 Hebben jullie dit alles begrepen?’ ‘Ja,’ antwoordden ze. 52 Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op de heer des huizes die uit zijn schatkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.’ 53 Toen Jezus deze gelijkenissen beëindigd had, verliet Hij die plaats. 54 Hij kwam aan in zijn vaderstad en gaf de inwoners onderricht in hun synagoge, zodat ze stomverbaasd waren en zeiden: ‘Hoe komt Hij aan die wijsheid en hoe kan Hij die wonderen doen? 55 Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus, Josef, Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? 56 En wonen zijn zussen niet allemaal bij ons? Waar heeft Hij dat alles dan vandaan?’ 57 En ze namen aanstoot aan Hem. Maar Jezus zei tegen hen: ‘Een profeet wordt overal erkend behalve in zijn vaderstad en in zijn eigen familie.’ 58 En Hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof. (NBV21)

We spotten wel eens met de betekenis van Jezus. Als iemand doet of hij de wijsheid in pacht heeft, eigenwijs blijft doordrammen, dan zeggen we dat hij denkt dat hij Jezus is maar hij is slechts de zoon van een timmerman. Zo ging het met Jezus zelf ook toen hij op rondreis door het land in zijn eigen stad kwam. Waar haalt hij de wijsheid vandaan vroegen de mensen zich af, het is toch maar de zoon van Jozef en Maria. Er is echter een spreekwoord uit die tijd dat zegt dat niemand de schriften kent zoals een timmerman. Dat waren kennelijk slimme mensen die de Thora en de Profeten, wij noemen dat nu het Oude Testament, goed hadden bestudeerd. Jezus zette zichzelf in die traditie. Daar hoorden overigens ook de zogenaamde Farizeeën bij, ook zij bestudeerden de wet en de profeten, met dit verschil dat bij Jezus de wet er voor de mensen was en bij de Farizeeën soms de schijn werd gewekt dat de mensen er voor de wet zijn.

Nu is die houding van de Farizieën een stuk gemakkelijker en voor machthebbers ook een stuk aantrekkelijker. Machthebbers bepalen hoe de wet moet worden toegepast en dus moet dat altijd zo dat hun macht er groter door wordt. Machthebbers die rechters kunnen benoemen zijn dan ook gevaarlijk. In de ontwikkeling van de democratie, trouwens lang voor de democratie bestond zoals wij die kennen, was er al de leer van de scheiding van de machten. Wie de wetten maakten moesten anderen zijn dan die de wetten uitvoerden en beiden behoorden niet tot de rechters die het nakomen van de wetten beoordeelden. Maar in de discussie tussen Jezus van Nazareth en de Farizeeën speelde een ander conflict een rol. Wij hebben wetten waar we ons allemaal onder alle omstandigheden altijd op dezelfde manier aan moeten houden. De Thora, de richtlijnen die het volk Israël had ontvangen voor de menselijke samenleving kan ook anders gelezen worden. Die Thora zet mensen in beweging om die ideale samenleving ook voor elkaar te krijgen en het oordeel is niet over mensen, maar over de samenleving, pas als mensen een samenleving vol onrecht en onderdrukking beter gaan vinden dan volgt een oordeel over die mensen.

Voor leerlingen van Jezus is daarom het voorgaan in de synagoge wat moeilijker, dan put je wel uit de oude geschriften maar laat je er een nieuw licht over schijnen, want voor dat koninkrijk heb je alles over. Voor dat Koninkrijk moeten mensen in beweging komen. Als een pot met goudstukken die je in een stuk grond vindt, eerst de grond kopen en dan de schat opgraven, of als de handelaar die eindelijk de langgezochte waardevolle parel vindt, alles wegdoen en zorg dat je die parel krijgt, of als de vissers die hun net vol hebben, ze zoeken echt de goede en de slechte vissen uit en nemen daar dan de tijd voor. Het gaat er dus om voortdurend bezig te zijn met de vraag of het gaat om anderen lief te hebben als jezelf of alleen om er zelf beter van te worden. En haal je mensen dan naar beneden, het is maar…. zeg maar de zoon van de timmerman, dan wordt het niks, dan wordt de wereld er niet beter van. Daar wist zelfs Jezus maar weinig wonderen te verrichten.