Blijf het herhalen

Psalm 124:1-8

1 Een pelgrimslied van David. Was de HEER niet voor ons geweest, -Israël, blijf het herhalen- 2 was de HEER niet voor ons geweest toen de mensen zich tegen ons keerden, 3 ze hadden ons levend verslonden, zo hevig was hun woede. 4 Dan had het water ons meegesleurd, de stroom ons overspoeld, 5 wij zouden zijn overspoeld door het ziedende water. 6 Geprezen zij de HEER, die ons niet ten prooi gaf aan hun tanden: 7 wij zijn als een vogel ontsnapt uit het net van de vogelvangers, het net is gescheurd en wij, wij zijn ontkomen. 8 Onze hulp is in de naam van de HEER, die hemel en aarde gemaakt heeft. (NBV21)

Vandaag zingen we met de kerk mee de honderd en vierentwintigste psalm. In heel veel Protestantse kerken in Nederland klinkt het laatste vers van deze psalm als opening van de kerkdienst, “Onze hulp is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft”. Dat is een heel oude protestantse traditie en deze tekst wordt soms ervaren als een soort toverspreuk die van een bijeenkomst van mensen ineens een kerkdienst maakt. Zo is het natuurlijk niet, maar het is goed om, als je je met elkaar bezint op de betekenis van het verhaal van Israel en het verhaal van Jezus van Nazareth voor deze tijd, je te richten op het Algoede. Dat is wat de mensen zongen toen ze op weg gingen naar de Heilige Tent of de Tempel waar de Wet werd bewaard om de jaarlijkse maaltijd met familie, armen en vreemdelingen te houden.

Het volk Israël trok drie maal per jaar op naar het Heiligdom om daar de maaltijd te houden met de tempeldienaren, de familie, de armen en de vreemdelingen. Dat was tijdens de gerst oogst, als de bevrijding uit Egypte werd gevierd, dat was tijdens de tarweoogst, als de sluiting van het verbond tussen God en het volk in de Woestijn werd gevierd en dat was tijdens het Loofhuttenfeest in het najaar bij de oogst van fruit en noten, als je je moest herinneren dat God ook in de Woestijn voor voedsel had gezorgd. Wij kennen dit soort maaltijden alleen nog van de Moslims, die noemen dat Iftar maaltijden, of misschien dat ook het Avondmaal een oefening is in het delen met elkaar. Dat je gaat delen met armen en vreemdelingen wordt je overigens meestal niet in dank afgenomen.

Ook dat bezingt de psalm, dat als je niet op de weg van het Algoede zou zijn geweest dan hadden de mensen je levend verslonden. Het is alsof je de politici hoort die angst zaaien voor de Islam en elk contact met anders gelovigen veroordelen. Die angst voor vreemdelingen is echter onterecht. De kinderen van Abraham, hebben we gezien, zijn familie. En ook de Moslims stammen wat hun geloof betreft van Abraham af, het zijn de nakomelingen van Ismaël. Mocht je dus uitgenodigd worden voor een Iftar maaltijd ga dan op de uitnodiging in en geneer je niet zelf vreemdelingen aan tafel uit te nodigen. Dat maakt onze samenleving pas echt veilig. Een oud Nederlands spreekwoord zegt dat onbekend ook onbemind maakt. We moeten dus zorgen dat we ons niet onbekend laten bij onze medemensen, waar ze ook vandaan komen en wie ze ook zijn, maaltijden zijn volgens de Bijbel een goed instrument om gemeenschap te vormen, maar in Holland kennen we ook het kopje koffie en elke dag mogen we er aan werken, ook vandaag weer.

 

Ze zijn er niet meer

Matteüs 2:13-23

13 Nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Maak je gereed en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.’ 14 Jozef maakte zich gereed en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte, 15 waar hij bleef tot de dood van Herodes. Zo moest in vervulling gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.’ 16 Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs misleid was, werd hij verschrikkelijk kwaad, en afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, gaf hij opdracht om in Betlehem en wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen. 17 Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia: 18 ‘Er klinkt een stem in Rama, geween en luid geklaag. Rachel beweent haar kinderen en wil niet worden getroost, want ze zijn er niet meer.’ 19 Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer, 20 die zei: ‘Maak je gereed en ga met het kind en zijn moeder naar het land Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.’ 21 Jozef maakte zich gereed en ging met het kind en zijn moeder naar Israël. 22 Maar hij durfde niet naar Judea te gaan toen hij hoorde dat Archelaüs daar zijn vader Herodes als koning was opgevolgd. Nadat hij in een droom een aanwijzing had gekregen week hij uit naar Galilea, 23 waar hij ging wonen in de stad Nazaret. Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’ (NBV21)

Met het opruimen van de kerstboom en bijbehorende kerstversiering smijten we alle kerstromantiek voor een heel jaar weer de deur uit. Als je dan na de kerst ook nog het verhaal van vandaag leest zoals dat door Matteüs wordt verteld zijn alle herdertjes bij nachte in het veld en door het luchtruim zwevende engeltjes samen met het goud, de wierook en de mirre helemaal verdwenen. Er blijft alleen nog een droomengel over die je zo af en toe kan waarschuwen voor het ergste gevaar. Want Matteüs schroomt niet voor gruwelverhalen. Stel je voor, alle jongetjes beneden de twee jaar die vermoord moeten worden. Herodes maakt met één klap van Bethlehem het Egypte uit de tijd toen de Farao bevel gaf pasgeboren jongetjes te doden en alleen Mozes dat overleefde. Jozef had het op tijd in de gaten en zo overleefde Jezus deze moord. Want een afschuwelijke wrede moord blijft het. In de geschiedenis is het een kanttekening. In het Romeinse Rijk zal het nauwelijks opgemerkt zijn. Een vazal van de Keizer stelt de macht van het Rijk veilig.

Zo zijn er in de geschiedenis miljoenen kinderen omgebracht. In de Tweede Wereldoorlog stierven er anderhalf miljoen Joodse kinderen in de gaskamers, daarnaast ook nog zigeunerkinderen. Tegenwoordig horen we over duizenden omgekomen kinderen in Gaza. Wat nu nieuwe koningen die worden geboren. Koningen worden door de Keizer aangewezen en als het goed gaat geboren in Paleizen, ook al regeren ze bij de gratie Gods. De machtigen moeten machtig blijven en als het nodig is beschermen ze hun positie met geweld. Het is vandaag in de wereld niet anders dan in de dagen van Herodes. Egypte staat in de symboliek van Israël voor het soort rijk van de dood waar het op deze manier toegaat. En daarom kon met recht gezegd worden dat Jezus uit Egypte naar Israël gekomen was. Dat terugkomen was overigens niet met veel tromgeroffel en fanfare. Om geen enkel risico te lopen vestigde Jozef zich met zijn gezin in Galilea, in Nazareth dus. Na de dood van Herodes de Grote was daar een andere baas als in Bethlehem.. Je weet maar nooit hoe ver de machtige arm van het paleis reikt en Galilea stond niet onder direct bestuur van Koning Archelaüs, een van de drie zonen van Herodes die na de dood van Herodes de Grote het land hadden verdeeld. Archelaüs zou worden afgezet omdat hij te wreed was voor de bevolking.

Dat Nazareth was zo klein en onbeduidend dat het nergens in de oude geschriften verder vermeld wordt. De naam wijst op de aanwezigheid van kreupelhout. Jozef duikt dus met zijn gezin onder in het kreupelhout. Dat Jezus een Nazoreeër genoemd zou worden is een merkwaardige uitspraak. Dat staat namelijk nergens in de boeken van de Profeten. Wel dat de Messias verachtelijk en nietswaardig genoemd zou worden. Dat hij dus opgroeide in het kreupelhout klopt dus wel met de voorspelling. Maar dat Jezus door een gelofte van zijn ouders apart gezet is en voorbestemd is zijn volk te bevrijden, zoals van Simson werd verteld, en wat “Nazoreeër” is volgens de geboden die in het boek Numeri worden beschreven, klopt hier niet in het verhaal. Maar dat namen in de Bijbel om hun klankverwantschap tot onverwachte verbindingen leiden komt vaker voor. Het verhaal gaat ook hier van dood naar leven. Van een gruwelijke moord die niet werd tegengehouden naar de komst van de Weg van Jezus van Nazareth. Een verhaal dat daardoor de Weg van Liefde, Recht en Vrede des te meer doet oplichten en een verhaal dat begint met een geboorte op een kale akker waar de schapen worden gevoed en een kind dat opgroeit in het struikgewas langs de weg..

De koning van de Joden

Matteüs 2:1-12

1 Toen Jezus geboren was, in Betlehem in Judea, tijdens de regering van koning Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. 2 Ze vroegen: ‘Waar is de koning van de Joden die onlangs geboren is? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem te aanbidden.’ 3 Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. 4 Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden. 5 ‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: 6 “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’ 7 Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, 8 en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het te aanbidden.’ 9 Nadat ze de koning hadden aangehoord gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. 10 Toen ze de ster zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. 11 Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich in aanbidding voor het kind neer. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het geschenken aan: goud en wierook en mirre. 12 En omdat ze in een droom de aanwijzing hadden gekregen dat ze niet naar Herodes terug moesten gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land. (NBV21)

We lezen vandaag nog een kerstverhaal. Per slot van rekening viert een groot deel van de Christenheid het kerstfeest gelijk met het feest dat wij Drie Koningen noemen. Dit kerstverhaal is het verhaal zoals Matteüs dat heeft opgeschreven. Toen Jezus was geboren in Bethlehem kwamen er  magiërs in Jeruzalem aan die de nieuwe Koning van de Joden zochten. In de Roomse Kerk spreekt met graag over drie Koningen, die heten dan ook nog Melchior, Caspar en Balthasar en zijn uiteindelijk begraven in de Dom van Keulen. Volgens de Protestantse geleerden, die het ook bij de vertaling gewonnen hebben, is het beter te spreken van “magiërs”, astrologen. De orde van deze magiërs werd al genoemd bij de profeet Daniël. Ze hadden een ster gezien waarvan de verschijning werd uitgelegd als een teken dat er een nieuwe koning in Israel was geboren.

Ze gingen dus naar het paleis van Herodes. Mensen die de geschiedenisboekjes hebben gelezen zullen zeggen dat Herodes in het jaar 0 al een paar jaar dood was. Dat klopt, later kwam er wel weer een andere Herodes maar in het jaar 0 was die er nog niet. In de middeleeuwen was er een monnik die het begin van de jaartelling wilde stellen op het geboortejaar van Jezus van Nazareth. Dat vergde wel wat rekenwerk en daar vergiste hij zich ook wat mee. Daarom neemt men tegenwoordig aan dat Jezus werd geboren in het jaar 6 voor het begin van de jaartelling. Wanneer precies is niet echt bekend en ook niet zo belangrijk. De magiërs waren inmiddels vergeten dat je voor een echte koning van Israel niet in een paleis moet zijn maar op de akker die de familie van de Koning bij de verdeling van het land onder Jozua had gekregen en elke 50 jaar weer terug zou moeten krijgen. Daar had ook ooit de profeet Micha op gewezen. Op die manier zouden de wetten van Israel, de richtlijnen voor de menselijke samenleving, zorgen voor bevrijding van de armen.

Dat duidelijk maken was immers ook het doel van Matteüs. Toen de magiërs hun geschenken hadden gebracht in Bethlehem snapten ze wel dat ze niet bij die koning Herodes moesten zijn, dat er heel wat anders aan de hand was en ze gingen langs een andere weg terug. Kunnen we nu uit de sterren de toekomst voorspellen? Welnee, daar gaat het verhaal toch niet over. Dat verhaal gaat over de droom van Israël dat Koning David, het huis van David, de opvolger van David dus, door de hele wereld erkend zou worden als de echte heerser van Israël. Herodes was niet langer de echte koning van Israël, de echte koning was geboren in Bethlehem zoals de profeten hadden voorzegd. In de diepste duisternis van de Romeinse bezetting, die naar eigen willekeur koningen op de troon van Israël had gezet, komt het bericht dat de hoop die profeten in het bangst van de ballingschap hadden uitgesproken vervuld zou worden. De bevrijding van de armen is eindelijk aangebroken. Toen Jezus was geboren in Bethlehem, toen begon het en vandaag de dag mogen wij er aan mee gaan doen. Dat is pas kerstfeest vieren en dat kan elke dag opnieuw.

 

Een wijs beleid

Jeremia 23:1-8

1 Wee de herders die de schapen van mijn weiden in het verderf storten en verstrooien-spreekt de HEER. 2 Daarom-dit zegt de HEER, de God van Israël, tegen de herders die mijn volk weiden: Jullie hebben mijn schapen verstrooid en verdreven, en jullie zijn ze niet gaan zoeken. Daarom ga Ik jullie zoeken: Ik zal jullie straffen voor je kwalijke praktijken-spreekt de HEER. 3 Wat er nog van de schapen over is, zal Ik bijeenbrengen uit alle landen waarheen Ik ze verdreven heb. Ik breng ze terug naar hun weide, ze zullen vruchtbaar zijn en in aantal toenemen. 4 Ik zal herders over ze aanstellen die ze zo zullen hoeden dat ze geen angst meer kennen en er niet één meer zal worden gemist-spreekt de HEER. 5 De dag zal komen-spreekt de HEER -dat Ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven. 6 Dan wordt Juda verlost en zal Israël veilig wonen. Zijn naam zal zijn “De HEER is onze gerechtigheid”. 7 Daarom, de dag zal komen-spreekt de HEER -dat er niet meer wordt gezegd: “Zo waar de HEER leeft, die het volk van Israël uit Egypte heeft bevrijd,” 8 maar: “Zo waar de HEER leeft, die de nakomelingen van Israël uit het land van het Noorden heeft bevrijd en uit de andere landen waarheen Hij hen verdreven had.” Dan zullen ze weer in hun eigen land wonen.’ (NBV21)

Op het eerste gezicht vraag je je misschien af wat we aan moeten met een lezing op eerste kerstdag over herders die de schapen in het verderf storten. We hadden het toch over herders die bij nachte lagen en trouw de wacht bij hunne kunne hielden? We praten deze dagen nog het liefst over herdertjes ook. Maar dan komt God kennelijk om tegen de herders te zeggen dat ze de schapen hebben verjaagd en laten verdwalen en maakt ze verwijten dat ze de schapen niet zijn gaan zoeken. Dat moet toch gemakkelijk te verdedigen zijn door die herders, ze hadden immers een engel gezien die ze naar de stal in Bethlehem had gestuurd om daar naar een kind in een kribbe te kijken? Wat dan nog straf. Maar het gaat in dit gedeelte uit het boek van de profeet Jeremia natuurlijk helemaal niet over de herders in het veld van Efrata. Dit is geen gedeelte over kerstmis. Maar over de hoop van arme mensen die met Kerstmis is beginnen uit te komen.

In de dagen van Jeremia had de politiek van de machthebbers er voor gezorgd dat het volk alle kanten op was verdeeld. Een groot deel was in ballingschap weggevoerd en een ander deel was gevlucht. Die machthebbers, die als herders over hun volk hadden moeten waken, werden daar dus voor gestraft. Maar de arme mensen die het slachtoffer van verkeerde politiek geworden waren bleven daar niet het slachtoffer van. Overal op de aarde zou de roep klinken om terug te keren naar het land dat God hen had gegeven, het land dat overvloeit van melk en honing. Daar zijn dan machthebbers, herders, aangesteld die vertrouwen op de God van Israël en hun politiek niet laten bepalen door de angst voor vreemde machten en omringende volken. Herders die letten op het volk en de zorg voor de rijken niet laten betalen door de armen. Herders die vreemdelingen weten te respecteren en te behandelen als hun eigen volk en niet de ene groep in de samenleving opzetten tegen de andere.

Dan komt er weer een koning net als David is geweest. David verenigde het volk en wist de vijanden af te houden. Die plaatste weer in het hart van het volk de Tent der Ontmoeting, de Tent waarin de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf werd bewaard. Dan komt de dag, dan zal het zijn, dat er weer recht en gerechtigheid in het land heersen. De vervulling van die droom is begonnen in Bethlehem geloven de Christenen. De Wet van de God van Israël dat alle mensen voor elkaar moeten zorgen is immers van daaruit over de hele aarde verspreid. Armen zou recht worden gedaan enze zouden niet meer bang hoeven te zijn voor uitbuiting en onrecht. Daarvoor moet nog veel gebeuren en als wij in het kind van Bethlehem de rechtmatige koning van de wereld willen zien dan moeten we ons gedragen als zijn onderdanen, gehoorzaam aan het woord dat we de weduwe en de wees recht moeten doen, de hongerigen moeten voeden, de dorstigen laven, de gevangenen bevrijden, de vreemdeling opnemen en leven in vrede. Daar kunnen we vandaag nog mee beginnen.

 

Vredevorst

Jesaja 8:23b–9:6

23 En wie daardoor omsloten wordt, zal niet ontkomen.1 Zoals het land van Zebulon en Naftali in het verleden smadelijk bejegend is, zo wordt weldra eer bewezen aan de kuststreek, het land aan de overkant van de Jordaan en het domein van andere volken. Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. 2 U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf U het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit. 3 Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de staf van de drijver, U hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds. 4 Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel die doordrenkt is van bloed, ze worden verbrand, ze vallen ten prooi aan het vuur. 5 Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Sterke God, Eeuwige vader, Vredevorst. 6 Groot is de heerschappij en zonder einde de vrede voor de troon van David en voor zijn koninkrijk; ze zijn gegrondvest op recht en gerechtigheid en staan vast voor altijd en eeuwig. De HEER van de hemelse machten brengt dit in zijn vurige liefde tot stand. (NBV21)

Aan de vooravond van Kerstmis zingen we met de profeet Jesaja een stuk van het lied van het licht mee. Een tekst die veel gelezen en gezongen wordt in de Kerstnacht, de donkerste nacht van het jaar waarin we vieren dat het licht is opgegaan onder de volken. Het lied sluit aan bij het vorige hoofdstuk uit het boek Jesaja waarin staat dat de mensen moedeloos en hongerig door het land zullen zwerven. Overal heerst verstikkende duisternis, donker en somber is het, nacht overal. En dan begint de profeet het lied te zingen over het volk dat in duisternis ronddoolt en een schitterend licht ziet. Die honger en die moedeloosheid zijn de gevolgen van onrecht en onderdrukking. Dat licht is het gevolg van liefde, liefde die het recht zal herstellen en de mensen weer moed zal geven. Diepe vreugde staat er, als bij de oogst.

Waarom? Omdat er een kind is geboren. In de duistere tijden van de kernbewapening en de koude oorlog hoorde je nog wel eens mensen zeggen dat ze geen kinderen wilden hebben omdat de toekomst te onzeker was en de gevaren in de wereld te groot. Dat wil je kinderen niet aandoen. Wie dan toch kinderen wil moet wel vertrouwen hebben in een goede toekomst. En er zijn altijd mensen die vertrouwen op hun liefde, op hun bereidheid alles voor elkaar over te hebben, die mensen willen ook kinderen. En juist die bereidheid alles voor elkaar over te hebben maakt dat de toekomst schitterend kan worden. Want als de tijden duister zijn dan geef je ook je kinderen de bereidheid om alles voor elkaar over te hebben door, dan zal dat van generatie op generatie doorgaan. Die kinderen zullen vrede stichten, die zullen rechtvaardigheid brengen, die zullen wonderbare raad geven in moeilijke conflicten, die zullen het beeld van God dragen zodat iedereen het beeld van God kan zien.

In Israël denken ze direct aan de Koning naar Gods hart, Koning David, die weigerde het zwaard op te nemen tegen zijn eigen volksgenoten. Die weigerde de Koning die hem vervolgde te doden. Die de Heilige Tent met de Wet van eerlijk delen weer een voorname plaats gaf in het hart van het land. Die, ondanks alle verkeerde dingen die hij deed, toch altijd weer opnieuw de Weg van de God van Israël insloeg. Op die manier gaan recht en gerechtigheid weer regeren. Dan komen er in onze dagen eerlijke handelsverhoudingen, dan wordt het onmetelijke verschil tussen arm en rijk opgeheven. Dan hoeven we niet meer gewaarschuwd te worden tegen teveel delen om de rijken te beschermen. Dan gaan we de weg van God, dan zien we het licht. Ook in de donkerste nacht van voedselcrisis, economische crisis en vluchtelingen crisis. Dan blijven gewortelde kinderen hier, waar ze thuis zijn.

Velen zullen struikelen

Jesaja 8:11-23a

11 Toen greep de HEER mij bij de hand en hield me voor dat ik niet de weg van dit volk moest gaan. Hij zei: 12 ‘Noem niet alles een samenzwering wat zij een samenzwering noemen. Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt,
heb er geen ontzag voor. 13 Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor Hem zijn angst en ontzag op hun plaats. 14 Hij zal een heiligdom zijn, maar ook de steen waaraan men zich stoot, de rots waarover de twee koningshuizen van Israël struikelen, de valstrik en het net waarin de inwoners van Jeruzalem verstrikt raken. 15 Velen zullen struikelen, ze komen ten val en worden vermorzeld, raken verstrikt en worden gevangen.’ 16 Ik zal mijn getuigenis zorgvuldig bewaren, dit onderricht in mijn leerlingen verzegelen. 17 Ik zal wachten op de HEER, hoewel Hij zich van het volk van Jakob heeft afgewend; ik heb mijn hoop op Hem gevestigd. 18 Ik ben, met de kinderen die de HEER mij heeft gegeven, een teken voor Israël, een zinnebeeld van de HEER van de hemelse machten, die op de Sion woont. 19 Wanneer men jullie vraagt om de geesten van doden te raadplegen en te luisteren naar het gefluister en gemompel van schimmen-elk volk raadpleegt toch zijn goden en vraagt de doden om raad voor de levenden? -, 20 ga dan alleen af op dit onderricht, op mijn getuigenis. Want de woorden van schimmen kunnen het kwaad niet bezweren. 21 Moedeloos en hongerig zullen de mensen door het land zwerven. Ze zullen honger lijden en in hun woede de koning en hun God vervloeken. Ze kijken omhoog 22 of staren naar de grond, maar overal heerst verstikkende duisternis; donker en somber is het, nacht overal. 23 En wie daardoor omsloten wordt, zal niet ontkomen. (NBV21)

We hebben het vroeger allemaal wel eens gehoord: “al springt je hele klas in het water dan hoef jij dat toch niet te doen?” Ook al lijken anderen goede plannen te hebben je moet zelf blijven nadenken. Die verhalen in de Bijbel staan er niet voor niets. Jesaja kent ze en de mensen die als eersten zijn boek lazen kenden ze ook. Wij moeten soms nog even wat verder zoeken om de verbanden te leggen. In dit gedeelte schrijft Jesaja over het raadplegen van de doden en het luisteren naar mompelende waarzeggers. Voor Bijbelkenners is zo’n zin als een lampje, daar hebben we eerder over gehoord. Wanneer? Toen Koning Saul wilde weten wat de net gestorven Samuël vond van zijn plannen. Hij ging toen naar een waarzegster die de geest van Samuël op riep. Het betekende het einde van Saul en zijn zonen. Samuël had zijn hele leven gesproken namens de God van Israël en die God is niet willekeurig op te roepen. Als je zo met de God van Israël om gaat dan wacht je alleen maar ellende.

Spreekt Jesaja nu tegen een koning of tegen het volk? Jesaja was in gesprek met koning Achaz van Juda. Die was gevraagd om mee te doen met Syrië en het van Juda afgescheiden Israël om de wereldmacht Assyrië tegen te houden. Achaz was bang  dat het Assyrië op verkeerde gedachten zou brengen en had de uitnodiging om mee te vechten afgeslagen. Dat  had tot gevolg dat Syrië en Israël, met als hoofdsteden Damascus en Samaria, een oorlog begonnen met Juda, met als hoofdstad  Jeruzalem. Die hoofdstad werd belegerd en Achaz wilde nu een bondgenootschap sluiten met wereldmacht Assyrië. Daar was Jesaja tegen. Alleen de God van Israël was immers echt machtig in de wereld. Landjes die oorlog voeren om wereldmachten buiten de deur te houden, bondgenootschappen tussen grote en kleine landen maken allemaal geen indruk als je de macht van de God van Israël volgt. Die God maakt het de mensen soms ook nog lastig.

Die God heeft de mensen opdracht gegeven de vrede te bewaren, geen oorlog te voeren en zeker geen mensen te doden. Zo werkt het niet zullen vele mensen zeggen. Als de rechten van de mens worden geschonden, als onze broeders en zusters worden vermoord, dan moeten we toch ingrijpen? Hebben we alleen geweld als instrument om in de grijpen vraagt dan de God van Israël of heb ik jullie niet de Liefde gegeven als de sterkste kracht op aarde. Als die landen die nooit hebben geloofd in de kracht van de God van Israël gebruiken geweld en tegengeweld om hun doelen te bereiken. Als gevolg daarvan gaan er een heleboel mensen dood, zijn er overal grote stromen vluchtelingen die moedeloos en hongerig door het land zwerven en hun God van Liefde vervloeken omdat zij zich in de steek gelaten voelen door die God. Jesaja roept op het anders te gaan doen. Laten we de mensen eens laten zien hoe sterk de macht van Liefde is, hoe zwak de macht van angst en geweld. Juist in onze dagen klinken die verhalen uit de Bijbel niet zo maar. Ze roepen ook ons op de vrede te bewaren en vreemdelingen en vluchtelingen te behandelen of ze bij ons eigen volk horen.

 

Haastige roof, spoedige buit

Jesaja 8:1-10

1 De HEER zei tegen mij: ‘Neem een groot schrijftablet en noteer daarop in leesbaar schrift: haastige roof, spoedige buit.’ 2 Als betrouwbare getuigen koos ik de priester Uria en Zecharja, de zoon van Jeberechjahu. 3 Ik had gemeenschap met de profetes; zij werd zwanger en baarde een zoon. De HEER zei tegen mij: ‘Geef hem de naam Maher-Salal-Chas-Baz. 4 Want nog voordat de jongen vader en moeder kan zeggen, zullen de rijkdommen van Damascus en de schatten van Samaria door de koning van Assyrië worden buitgemaakt.’ 5 De HEER zei verder nog tegen mij: 6 ‘Omdat dit volk het kabbelende water van Siloach verwerpt en zijn geluk zoekt bij Resin en de zoon van Remaljahu, 7 zal de Heer de koning van Assyrië en zijn geweldige legermacht over hen uitstorten als de grote watermassa’s van de Eufraat: ze zullen zwellen en buiten hun oevers treden. 8 Ze zullen Juda binnendringen en het overspoelen, zodat het water ieder tot de lippen stijgt. Ze zullen je land over de volle breedte overvleugelen, Immanuel.’ 9 Roep op tot de strijd, volken, beef van angst. Luister, volken van de verste hoeken van de aarde. Gord je wapens aan en beef van angst, ja, gord je wapens aan en beef van angst. 10 Smeed een plan-het zal verijdeld worden; sluit een overeenkomst-het zal nergens toe leiden. Want God is met ons. (NBV21)

Er zijn van die stukken in de Bijbel waarbij je soms drie keer moet lezen voor je één keer snapt waar het over gaat. Bij dit stukje moeten we allereerst bedenken dat namen in de Bijbel heel vaak een bijzondere betekenis hebben. Jezus bijvoorbeeld betekent God bevrijdt en dat bevrijdende van Jezus wordt in de kerken gevierd. In dit stukje uit Jesaja gaat het net andersom. Hier wordt wel de betekenis genoemd maar niet een naam die wij als naam herkennen. In het Hebreeuws is dat overigens anders. De naam die aan het kind van profeet en profetes gegeven wordt is Haastige roof, spoedige buit. Er zitten nog wel negen maanden tussen het horen van de naam door Jesaja en de geboorte van het nieuwe kind. In het nieuwe testament gaat dat bijna net zo bij Zacharias die in de Tempel de opdracht krijgt zijn zoon Johannes te noemen maar die zoon wordt pas negen maanden later geboren. Jesaja zorgt overigens voor een tweetal getuigen die de boodschap mee onderschrijven.

Het is een boodschap van God. Dat leesbare schrift is een interpretatie van de vertaler. Dat maakt het lezen van de Bijbel er niet gemakkelijker op. In het Hebreeuws staat er iets als met de schrijfstift van een man. Het moet geschreven worden op een papyrusblad dat net zo groot en goed bewerkt is als gepolijst metaal. Niks geheimzinnig dus, niks moeilijk leesbaar, maar Israël, het buurland van Juda waar Jesaja woont, is een land geworden dat voor haar vijanden gemakkelijke buit is geworden. Je hoeft er niet veel tijd aan te besteden om dit landje leeg te roven, je wordt er snel rijk van. Damascus en Samaria zijn hier twee hoofdsteden van landjes die graag met Juda samen opgetrokken waren tegen de wereldmacht Assyrië maar die zich gedwongen hadden gevoeld Jeruzalem te belegeren toen Juda dat weigerde. Jesaja voorziet dat het aangaan van heidense bondgenootschappen je eerder verzwakt dan versterkt. Die landjes zullen dan ook opgeslokt worden door Assyrië.

Jeruzalem staat in de dagen van Jesaja bekend als een bijna onneembare vesting. Ooit had David een list gebruikt om de stad in handen te krijgen maar daarna was er nooit meer iemand geweest die er in geslaagd was de stad te onderwerpen. Water speelde bij het weerstaan van een belegering een belangrijke rol. Dat water kwam van Siloach, een bron die de hele stad bevoorraadde. Maar de koning van Juda vertrouwde liever op koningen als bondgenoten, Resin en de zoon van Remaljahu. Dat betekent dat Assyrië de vrijheid neemt om ook Juda te onderwerpen. Assyrië heeft immers het water van de Eufraat waardoor het land vruchtbaar blijft en de legers gemakkelijk gevoed kunnen worden. Ook al is God met je, de betekenis van Immanuël, vertrouwen op anderen dan de God van Israël helpt niet. Afzien van geweld, regeren met liefde dat zijn de wapens die helpen. Maar mensen zoeken altijd andere wapens, wapens die tot de dood van mensen leiden. Jesaja roept hier dus eigenlijk zijn volk op anders te gaan doen dan Heidense volken, vrede in plaats van geweld, liefde in plaats van haat, daar zouden we ook vandaag wat meer op moeten durven vertrouwen.

 

Levenskracht

Psalm 19

1 Voor de koorleider. Een psalm van David. 2 De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen, 3 de dag zegt het voort aan de dag die komt, de nacht vertelt het door aan de volgende nacht. 4 Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord, het is een spraak zonder klank. 5 Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal. Daar heeft Hij een tent opgeslagen voor de zon: 6 een jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat, een held die juichend voortsnelt op zijn weg. 7 Aan het ene einde van de hemel komt hij op, aan het andere einde voltooit hij zijn loop, niets blijft voor zijn gloed verborgen.8 De wet van de HEER is volmaakt: levenskracht voor de mens. De richtlijn van de HEER is betrouwbaar: wijsheid voor de eenvoudige. 9 De bevelen van de HEER zijn eenduidig: vreugde voor het hart. Het gebod van de HEER is helder: licht voor de ogen. 10 Het ontzag voor de HEER is zuiver, houdt stand, voor altijd. De voorschriften van de HEER zijn waarachtig, rechtvaardig, geheel en al.11 Ze zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed, en zoeter dan honing, dan honing vers uit de raat. 12 Uw dienaar laat zich erdoor gezeggen, wie ze opvolgt wordt rijk beloond. 13 Maar wie kan al zijn fouten kennen? Spreek mij vrij van verborgen zonden. 14 Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed niet over mij heersen, dan zal ik volmaakt zijn en bevrijd van grote zonde. 15 Laten de woorden van mijn mond U behagen, de overpeinzingen van mijn hart U bekoren, HEER, mijn rots, mijn bevrijder. (NBV21)

Er wordt nog wel eens gezegd dat je God ook kunt leren kennen uit de natuur. Dat is een misverstand. Pas als je God kent en God hebt ontmoet in de verhalen zoals die in de Bijbel staan ga je in de natuur herkennen hoe de God van Israël in mensen een welbehagen had. De psalm die we vandaag met de kerk meezingen begint met het uitspansel, de hemel. Volgens het lied van de schepping waarmee Genesis begint werd die hemel boven de aarde gezet als bescherming tegen de wateren boven de aarde. Het uitspansel beschermt ons en dag aan dag kunnen we zien dat de God van Israël ook een beschermer wil zijn. Net als de dag en de nacht ons de gelegenheid geven te rusten van het werk en te genieten van de rust. Maar je herkent het pas als je het lied van de schepping weet mee te zingen.

Deze psalm zegt dan ook niet dat God in de hemel woont maar dat God zijn tent op aarde heeft opgeslagen. De psalmdichter kijkt zoals onbevangen mensen kijken, in de morgen gaat de zon op in de avond gaat zij onder, van de natuurwetenschappers weten we dat de aarde rond de zon draait, maar mensen die de Bijbel letterlijk zeggen te nemen vinden nog steeds dat de zon rond de aarde draait. Die zon brengt ons warmte, brengt ons vruchtbaarheid, door de zon groeien de planten, van het opgaan van de zon worden we vrolijk, vrolijk zoals een jonge bruidegom het bruidsvertrek verlaat na de bruidsnacht. Zoveel vrolijkheid krijgen we dus ook van de richtlijnen van de God van Israël. Ook die richtlijnen voor een menselijke samenleving zijn gegeven ter bescherming van de mensen. Die richtlijnen laten zich samenvatten als heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.

Dat is het welbehagen in de mensen dat door Israël in de Woestijn werd ontdekt. Toen alles was weggevallen was er toch nog de liefde voor elkaar en daarmee de liefde voor God. Maar de psalm weet ook dat we maar al te snel denken het voor elkaar te hebben. God zal ons immers wel helpen. Maar God is niet het knechtje van de mens, het is God die de macht heeft. God als Heer noemen betekent ook dat wij onze aardse macht opgeven en willen gehoorzamen aan de oproep dienaren van mensen te worden die in mensen een welbehagen vinden. Pas als het lijden van mensen over is, als we ons daartegen gewapend en verzet hebben, er tegen in opstand zijn gekomen, dan pas breekt de vreugde aan waarover hier gezongen wordt. Dat opstaan is niet een plastic kruis door de straten sjouwen, maar de hand uitsteken naar de minsten in de samenleving en zorgen dat op hen niet bezuinigd wordt. Dat kan elke dag opnieuw als de zon opgaat, ook vandaag.

 

Hij nam zijn vrouw bij zich

Matteüs 1:18-25

18 De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. 19 Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in stilte te verstoten. 20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. 21 Ze zal een zoon baren. Geef Hem de naam Jezus, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ 22 Dit alles is gebeurd omdat in vervulling moest gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: 23 ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven,’ wat in onze taal betekent: ‘God is met ons’. 24 Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam zijn vrouw bij zich, 25 maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus. (NBV21)

Vandaag lezen we het kerstverhaal van Matteüs. Geen volkstelling, geen reis naar Bethlehem, geen stal, geen herders en engeltjes. Het verhaal over de afkomst, de wording, van Jezus de bevrijder, de Messias, de Christus. Nu wordt er vertaald met “afkomst” in vorige vertalingen wordt vertaald met “geboorte” Eigenlijk staat er “genesis”, wording, het antwoord op de vraag hoe het allemaal zo gekomen is dat die Jezus van Nazareth de Messias, de Christus werd. Dat begin is niet vanzelfsprekend, daar was al wat mee, niet iets om blij over te worden misschien. Maar het verhaal gaat over een dubieuze zwangerschap. Over een jonge vrouw die al verloofd is maar dan zwanger blijkt van een ander. Dat kind moet echter in liefde verwekt zijn anders kan het toch niet. Dat is de boodschap waarvan Jozef droomt en die hem doet besluiten Maria toch tot vrouw te nemen.

En die liefde gaat verder dan de liefde tussen twee mensen. In zijn droom hoort Jozef weer de woorden van de profeet Jesaja. In het diepste duister van een belegering van Jeruzalem had die tegen de koning gezegd dat zijn favoriete bijvrouw een kind zou krijgen dat “God met ons” zou heten. Dat moet je maar durven, kinderen krijgen als demonstratie van vrede en gerechtigheid. Jezus betekent “God bevrijdt”, en die naam krijgt een bijzondere lading door de manier waarop Jozef de zwangerschap van zijn vrouw benadert. Dat Jezus van Nazareth dan ook nog de Messias, Christus, wordt genoemd gebeurt pas door de lezers van het verhaal, de gemeente die het evangelie van Matteüs leest. In dat verhaal moet het bevrijdende dus al opgesloten zijn. En dat komt doordat Jozef een droom heeft. Een droom die gaat over een wereld die wij ons allemaal wel zouden wensen. Hoeveel sympathie krijgen alleenstaande moeders wel niet rond de kerstdagen.

Ze moeten opgevangen worden, er worden kerstpakketten voor ingezameld er worden voorlichtingsprogramma’s opgestart om te voorkomen dat er nog meer alleenstaande moeders komen. Jozef droomt van een wereld waar dat niet meer nodig is. Een wereld waar elke vrouw zelf de beslissing kan nemen om een kind op de wereld te zetten zonder bang te zijn voor de gevolgen of de toekomst. Een wereld waar mensen handen en voeten van God zijn geworden en voor elkaar zorgen, elkaar lief hebben en elkaar niet veroordelen of etiketten van goed en kwaad opplakken. Die droom wordt hier door Matteüs aan ons verteld en op die droom mogen wij antwoord geven. Een antwoord dat kan zijn dat ook wij die Jezus, God met ons, als bevrijder, als Messias, Christus gaan erkennen, die ons bevrijd heeft van angst voor andere mensen, die ons geleerd heeft in liefde voor elkaar te leven. Dat is de nieuwe aarde waarvan Jesaja droomde, waarvan Jozef droomde en waar wij elke dag weer aan mogen werken, ook vandaag weer.

 

Veertien generaties

Matteüs 1:1-17

1 Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham. 2 Abraham verwekte Isaak, Isaak verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broers, 3 Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram, 4 Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon, 5 Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï, 6 Isaï verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria, 7 Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asaf, 8 Asaf verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia, 9 Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia, 10 Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amos, Amos verwekte Josia, 11 Josia verwekte Jechonja en zijn broers rond het begin van de Babylonische ballingschap. 12 Ten tijde van de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiël, Sealtiël verwekte Zerubbabel, 13 Zerubbabel verwekte Abiud, Abiud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor, 14 Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud, 15 Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob, 16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt. 17 Van Abraham tot David telt de lijst dus veertien generaties, van David tot aan de Babylonische ballingschap veertien generaties, en vanaf de Babylonische ballingschap tot Christus veertien generaties. (NBV21)

Volgende week vieren we de komst van de Heiland, komende zondag is de laatste zondag van de advent. We nemen, gewapend met goede voornemens de Bijbel ter hand, kijken op het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap welke lezing voor vandaag op het rooster staat en merken tot onze schrik dat we dan even 16 verzen lang namen zitten voor te lezen. De meeste namen zullen ons niks zeggen. Maar samen vertellen die namen ons een spannend verhaal. Het gaat om drie keer veertien generaties. Drie is het getal van het goddelijke in de Bijbel, het volmaakte. En er zijn zes keer zeven generaties, voor elke dag zeven nieuwe generaties, zeven het getal van de volheid, en op de zevende dag mag je rusten. Zo componeerde Matteüs een geslachtsregister dat ons vertelt dat Jezus van Nazareth een echte joodse jongen is. Het vertelt van de wording van Jezus de Messias, die wording heeft dus ook te maken met de geschiedenis van Israël. Hij kreeg het geslachtsregister van Jozef en werd geboren uit een echt Joods meisje, Maria. Maar het loont ook om dat geslachtsregister een nader te bekijken, want er staan een paar bijzondere figuren in.

Allereerst wordt benadrukt dat Jezus van Nazareth een zoon van David is. Dat betekent dat hij weliswaar een koningszoon is maar geen priester en in zijn tijd hadden de priesters het eigenlijk voor het zeggen. Die onderhandelden met de Romeinse bezetter en de door de Romeinen aangestelde koningen. Dan begint het geslachtsregister met Izaak, vader van Israël en Edom. Daarmee wordt elke volgende naam ook een zoon van Izaak die de belofte die God aan Abraham zou doen met zich mee droeg. Jezus van Nazareth was daarmee bij uitstek de vervulling van die belofte aan Abraham. En die belofte ging niet over de politieke onafhankelijkheid van Israël maar Abraham zou de vader van vele volken worden. Jezus van Nazareth zou die belofte waar maken en de nieuwe gemeenten waar Matteüs zijn Evangelie voor schreef namen daar met vreugde kennis van. Zij hoorden er ook bij. Dan staan er drie vrouwen in de lijst en niet zomaar vrouwen. Een nationalist zou de beroemde stammoeders van Israël hebben verwacht, Sara, Rebekka en Rachel. Maar er staan twee hoeren en een buitenlandse in. Tamar, die de hoer speelde om nageslacht te verzekeren, Rachab de hoer die bij de verovering van Jericho behulpzaam was en Ruth de Moabitische, de oma van David. En er staat een vrouw heel bewust niet in de lijst.

Batseba de vrouw van David wordt aangeduid als “die van Uria” en wie het verhaal van David en Batseba kent zegt dat genoeg. In dit korte bestek kunnen niet alle bijzondere namen worden behandeld. Maar elke naam heeft eigenlijk de boodschap dat je niet moet verwachten dat Jezus van Nazareth er is zoals vrijheidsstrijders en machthebbers er zijn. Zo duidt de naam Asaf op het afzien van geweld, zo zijn er figuren die een verhaal in de Bijbel hebben waar afkomst ter discussie wordt gesteld. Allen dragen ze volgens Matteüs de belofte van God aan Abraham verder, de droom dat er ooit een wereld zou zijn waar alle mensen zouden willen delen, respect voor elkaar zouden hebben en elkaar zouden accepteren zonder te letten op geloof of afkomst. Aan die wereld mogen we ook het nieuwe jaar werken en daarmee kunnen we onszelf ook zetten in die lijst met namen die begon met Abraham en op een rij is gezet door Matteüs. Daarmee wordt het een spannende lijst want wanneer zou die eindigen, wanneer zou die nieuwe wereld geboren worden? Laten wij er aan werken.