Vraag om vrede

Psalm 122

1 Een pelgrimslied van David. Verheugd was ik toen men mij zei: ‘Wij gaan naar het huis van de HEER.’ 2 En nu staan onze voeten binnen je poorten, Jeruzalem. 3 Jeruzalem, als een stad gebouwd, hecht en dicht opeen. 4 Daar trekken de stammen naartoe, de stammen van de HEER, om Israëls plicht te vervullen, te prijzen de naam van de HEER. 5 Daar zetelt het gerecht, daar troont het huis van David. 6 Vraag om vrede voor Jeruzalem: ‘Dat rust hebben wie van je houden, 7 dat vrede heerst binnen je muren en rust in je vesting.’ 8 Om mijn verwanten en vrienden zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’ 9 Om het huis van de HEER, onze God, wens ik je al het goede. (NBV21)

Volgens de richtlijnen in de eerste vijf boeken van de Bijbel gegeven moest het volk Israël een paar maal per jaar optrekken naar de centrale heiligdommen om daar een maaltijd te houden met de familie, de priesters en levieten van die heiligdommen, met de armen en met de vreemdelingen die er onder hen woonden. Aanvankelijk waren er verschillende heiligdommen in Israël, maar na de ballingschap was de godsdienst van Israël uitdrukkelijk en exclusief gecentreerd rond de tempel in Jeruzalem. Daar werden de stenen tafels bewaard als symbool voor de richtlijnen voor een menselijke samenleving die ze op hun tocht door de woestijn uit Egypte naar het land van overvloed en vrijheid hadden gekregen. De wet die zei dat ze alles moesten delen met hun naasten. Je kunt je voorstellen dat het optrekken naar Jeruzalem voor dergelijke feestelijke maaltijden op zich ook al een feest was.

Een deel van de oogst werd meegenomen, de feesten vielen samen met de verschillende oogsten door het jaar, en in alle boerengemeenschappen wordt er na de oogst uitbundig feest gevierd. Als je van heel ver kwam mocht je dat deel van de oogst dat geofferd moest worden ook verkopen en in Jeruzalem nieuw kopen, het feest werd er niet minder om. Een Psalm als deze leende zich bij uitstek om samen gezongen te worden. Het is dan ook een Pelgrimslied. En in die Psalm worden heel subtiel de verhoudingen weergegeven die van belang zijn. De Psalm begint met het noemen van David, die maakte Jeruzalem tot de hoofdstad van Israël, maar David mocht wel koning zijn, hij was niet de Heer van Israël, dat was God zelf. En God verschaft recht aan de rechtelozen, daarom zijn de poorten van de stad belangrijk want daar werd recht gesproken. Daar zaten de oudsten van het volk die hun leven gestudeerd hadden in het recht zoals dat in de Bijbel gegeven was en gaven antwoord op de vele vragen die bij je kunnen opkomen. David, zijn opvolgers als het huis van David aangeduid, zijn dan een garantie voor vrede en rust.

David zelf had nog de nodige oorlogen gevoerd om Israël vrede te geven maar dat was uiteindelijk gelukt en onder Salomo zijn zoon was de tijd van vrede en welvaart inderdaad uiteindelijk aangebroken. Dan kun je inderdaad met je verwanten en je vrienden optrekken en maaltijd houden. Zoals de moslims in onze dagen tijdens de Ramadan zogenaamde Iftar maaltijden houden. Op die maaltijden delen ze wat ze hebben met hun familie, hun vrienden, de armen en de vreemdelingen onder hen. In ons land gaat dat zelfs vaak omgekeerd. In tal van steden gebruiken Moslims de Iftar om samen met hun Nederlandse buren, in hun buurt of wijk, een maaltijd te houden. Die Iftar maaltijden blijken uitstekende instrumenten om spanningen in buurten en wijken te verminderen en mogelijke problemen onderling bespreekbaar te maken. Het voorschrift samen maaltijd te houden is bekend in Jodendom, Christendom en Islam. En in alle drie de godsdiensten gaat het om hetzelfde, om elkaar al het goede te wensen, door het goede te doen, dan komen mensen tot hun recht.

 

Net redeloze dieren

2 Petrus 2:10b-22

10b Overmoedig en arrogant als ze zijn, schrikken ze er niet voor terug hemelse machten te lasteren, 11 terwijl zelfs engelen, in kracht en macht toch hun meerderen, het niet aandurven om die machten ten overstaan van de Heer te beschimpen en te veroordelen. 12 Maar deze mensen, die net redeloze dieren zijn, van nature bestemd om gevangen en gedood te worden, lasteren wat ze niet eens kennen. Ze zullen aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder gaan 13 en onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ze genieten ervan om zich op klaarlichte dag volledig te laten gaan. En wanneer ze samen met u aan een feestmaal deelnemen, zijn ze een smet en schandvlek op uw gezelschap, omdat ze zwelgen in hun bedrieglijke genot. 14 Hun ogen zijn voortdurend op zoek naar overspel en ze zondigen onophoudelijk, ze verleiden onstandvastige zielen en zijn een en al hebzucht. Vervloekt zijn ze! 15 Ze zijn afgedwaald, ze hebben de rechte weg verlaten en treden in de voetsporen van Bileam, de zoon van Bosor, die zich maar al te graag liet betalen voor onrecht. 16 Maar hij werd voor zijn vergrijp terechtgewezen: een stom lastdier, dat met de stem van een mens sprak, maakte een eind aan de waanzin van die profeet. 17 Droogstaande bronnen zijn het, mistflarden die door een wervelwind voortgejaagd worden. De diepste duisternis wacht hun, 18 want met loos gebral en met losbandigheid die voortkomt uit verderfelijke begeerten verleiden ze hen die zich nu juist losmaken van degenen die dwalen. 19 Ze beloven vrijheid, maar zijn zelf slaven van het verderf, want waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf. 20 En als zij die zich door hun kennis van onze Heer en redder Jezus Christus hebben losgemaakt van het vuil van de wereld, daar weer in verstrikt raken en er opnieuw door worden beheerst, zijn ze er erger aan toe dan voorheen. 21 Het was beter voor hen geweest de weg van de rechtvaardigheid nooit gekend te hebben, dan die weg wel te kennen en zich vervolgens af te wenden van het heilige gebod dat hun is overgeleverd. 22 Op hen is volledig van toepassing wat het spreekwoord zegt: ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel,’ of: ‘Een gewassen zeug rolt al snel weer door de modder.’ (NBV21)

De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft het natuurlijk niet over de corona crisis gehad die ons de afgelopen jaren heeft geplaagd. Maar ook in zijn tijd waren er figuren die lijken op de bankiers en financiële toezichthouders waar wij mee te maken hebben. Ze gaven de schuld voor de armoede aan de armen zelf. Die hadden vast gezondigd tegen wat de Heer had voorgeschreven. Zo kregen eenvoudige spaarders de schuld van het verlies van hun spaarcenten. Hadden ze dat maar niet moeten beleggen tegen de hoogste rente. Dat de banken, waar ze hun spaarcenten heen brachten, goedgekeurd waren door de Nederlandse toezichthouders doet dan niet ter zake. Als er hoge rente wordt beloofd moet je er kennelijk wegblijven. Dat ook pensioenfondsen en andere zeer professionele beleggers er het hen toevertrouwde geld hadden gestald doet niet ter zake. Die gewone onprofessionele spaarders hadden maar moeten weten dat ze een groot risico liepen. Datzelfde geldt ook voor mensen die leningen hebben die ze niet kunnen aflossen.

Dat je nog niet zo lang geleden om de 10 minuten op de televisie werd aangespoord om toch maar te gaan lenen ook al kun je dat eigenlijk niet terug betalen doet niet ter zake. Oversluiten kan natuurlijk maar dat ook oversluiten geld kost wordt er niet bij verteld. Het soort mensen dat leeft op de inhaligheid van anderen wordt door de briefschrijver scherp veroordeeld. Hij noemt de bankiers van vandaag redeloze dieren die aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder zullen gaan. Ze zullen onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ondernemers die het door de overheid verboden werd te ondernemen, ook al was dat tijdelijk, worden niet meer geholpen, niet door de overheid, niet door de banken, ze moeten alles terug betalen. Nu de markt voor rijkeluisspullen weer aantrekt moeten we extra op onze hoede zijn. Die rijken klagen niet voor niets dat de armen eerder gaan sparen dan weer te gaan lenen. Ze krijgen cadeautjes van de overheid en de armen mogen blij zijn met de extra werkgelegenheid waar ze zich mogen afbeulen zolang het de baas behaagt.

De toezichthouders worden door de briefschrijver vergeleken met de profeet Bileam die zich er voor leende het volk Israël te gaan vervloeken. Zoals zij wel toezicht hielden maar niet waarschuwden toen bankiers zich niet aan de voorschriften bleken te houden zo ging Bileam op weg om een vloek uit te spreken. Maar Bileam werd door een ezel tegengehouden, die wilde niet verder zegt het verhaal. Onze bankiers en toezichthouders geven nog steeds hun fouten niet toe. Ze doen wel vroom of ze zich hebben bekeerd en hun fouten niet opnieuw zullen maken maar er is geen enkele reden hen daarin ook te vertrouwen. Beleggers op de beurzen weten dit en wenden zich af van banken en verzekeraars. Zoals een hond terugkeert naar zijn eigen braaksel, of een gewassen zeug al snel weer in de modder rolt zo zullen onze bankiers en verzekeraars de neiging hebben zich weer over te geven aan hun ongebreidelde zucht tot winst maken. Laten we daarom om betere toezichthouders en bankiers vragen, mensen die de armen voorop zetten en recht en rechtvaardigheid hoog in hun vaandel hebben.

Ook onder u dwaalleraren

2 Petrus 2:1-10a

1 Toch zijn er destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen verderfelijke ketterijen binnensmokkelen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. 2 Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen. 3 Gedreven door hebzucht zullen ze u oplichten met misleidende verhalen, maar hun vonnis is allang geveld, hun ondergang laat niet op zich wachten. 4 Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten. 5 Evenmin heeft Hij de wereld uit de voortijd gespaard; alleen Noach, de heraut van de rechtvaardigheid, liet Hij met zeven anderen in leven toen Hij de watervloed over die wereld vol goddelozen liet komen. 6 Ook Sodom en Gomorra heeft Hij tot vernietiging veroordeeld, Hij heeft die steden in de as gelegd en ze daarmee ten voorbeeld gesteld aan alle goddelozen van latere tijden. 7 Maar Lot, die rechtvaardig was en zwaar leed onder de losbandige levenswandel van die wettelozen, redde Hij. 8 Deze rechtvaardige woonde in hun midden; dag in dag uit werd zijn rechtschapen ziel gekweld wanneer hij hoorde en zag hoe ze zich aan God noch gebod stoorden. 9 De Heer blijkt dus vromen uit de beproeving te kunnen redden en onrechtvaardigen gevangen te kunnen houden tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen.10 Hij straft vooral diegenen die, door onreine verlangens gedreven, een verderfelijk leven leiden en het gezag van de Heer verachten. (NBV21)

Met de passage die we vandaag lezen uit de Tweede Brief van Petrus zijn we weer helemaal thuis. De gemeente wordt gewaarschuwd tegen dwaalleraars, valse profeten. En dit gedeelte staat al een jaar op het leesrooster dat we hier volgen. Het is dus niet speciaal uitgezocht omdat zo’n valse profeet ons wilde wijsmaken dat vaccinatie en corona te maken hebben met het einde der tijden. De brief is niet geschreven aan een bepaalde gemeente maar meer in het algemeen voor elke kerkelijke gemeente bedoeld. Van begin af aan is de beweging van de Weg, zoals die nog in de Handelingen werd genoemd en ook hier wordt genoemd, geplaagd door mensen die aan die succesvolle beweging willen verdienen. Als je de pracht en praal ziet waarmee in sommige kerken de leiders worden omringt dan mag je best denken dat er nog steeds niet veel veranderd is.

Natuurlijk mogen vrijgestelden voor de verkondiging best een redelijk loon ontvangen. Maar we mogen nooit vergeten dat een Apostel als Paulus zich er op beriep zelf zijn kost te verdienen. Hervormingsbewegingen in de kerken hebben dan ook altijd de nadruk gelegd op soberheid. De eerste, en tot nu toe enige, Nederlandse Paus, Adrianus VI, werd om zijn soberheid zelfs bekend. Jammer dat hij aan de inhoud van de leer van de kerk van zijn dagen niet net zoveel aandacht besteedde, dan had hij eerst recht een hervormer geworden en was de herdenking van zijn Pausschap enkele jaren geleden pas echt belangrijk geweest. Nu was de herdenking van zijn tijdgenoot Johannes Calvijn heel wat belangrijker. Maar die hebzuchtige dwaalleraars en valse profeten krijgen hun verdiende loon wel volgens de schrijver van deze brief. En bij het schetsen van de straffen die hen te wachten staan gaat hij zelfs te rade in de Griekse mythologie waar de Titanen werden opgesloten ver onder de Tartarus.

Neem die straffen dus niet al te letterlijk maar kijk liever uit of de leer die je hoort verkondigen wel dicht genoeg bij de bedoeling van de Bijbel blijft. Nu zal openbare schaamteloze losbandigheid in onze dagen in onze kerken wel niet meer voorkomen maar er zijn nog steeds religieuze gemeenschappen waar de leiders hun volgelingen wijs maken dat de leider gemeenschap mag hebben met alle volgelingen, soms zelfs ongeacht hun leeftijd. Vooral in de Verenigde Staten van Noord Amerika duiken verhalen over dergelijke gemeenschappen met enige regelmaat op, maar niet alleen daar. Dergelijke gemeenschappen zijn vaak ook steunpilaren van zeer conservatieve politieke bewegingen. De brief van Petrus heeft ons de profeten van Israël gegeven als ijkpunten voor de juiste leer. Daar gaat het om recht en gerechtigheid, om de Wet van heb je naaste lief als jezelf, om delen met de minsten in de wereld. Daar vindt je de roep om wat in kerken vandaag de dag Werelddiakonaat heet, Kerk in Actie ook. Daar gaat het niet om zelfverrijking maar om de wereld rijker te maken door er minder armen te laten wonen. Daar kunnen wij ook onszelf aan toetsen, gaat het om ons eigen gewin of om het welzijn van onze naasten.

 

Zij zullen vergaan

Psalm 102:16-29

16 Alle volken zullen de naam van de HEER vrezen, alle koningen van de aarde zijn majesteit eren 17 als de HEER Sion heeft opgebouwd en in majesteit is verschenen, 18 als Hij zich neigt tot het gebed van de ontheemden en zich van hun bidden niet afkeert. 19 Laat dit voor het nageslacht worden opgeschreven, dan zal een herboren volk de HEER loven 20 als de HEER heeft neergezien van zijn heilige hoogte, zich vanuit de hemel naar de aarde heeft neergebogen 21 om het zuchten van gevangenen te horen, om vrij te laten wie de dood nabij zijn. 22 Dan wordt in Sion de naam van de HEER geprezen, zijn lof gezongen in Jeruzalem 23 als volken en koninkrijken bijeenkomen om de HEER te aanbidden. 24 Hij heeft halverwege mijn kracht gebroken, Hij heeft mijn levensdagen verkort. 25 Ik smeek: Mijn God, neem mij niet midden in het leven weg, uw jaren duren van geslacht op geslacht. 26 Vóór alle tijden hebt U de aarde gegrondvest, de hemel is het werk van uw handen. 27 Zij zullen vergaan, maar U houdt stand, zij zullen als kleren verslijten, U verwisselt ze als een gewaad en zij verdwijnen, 28 maar U blijft dezelfde, uw jaren nemen geen einde. 29 De kinderen van uw dienaren zullen veilig wonen, ook op hun nageslacht rust uw oog. (NBV21)

De Psalm waarin we gisteren zijn gaan lezen heeft een gevaarlijk vervolg. We lazen gisteren dat deze Psalm een klaagpsalm is van een individuele gelovige. Er is iemand die in grote nood is komen te verkeren en zich tot God wendt met een vraag om hulp en bijstand. Wij kunnen dat ook in onze dagen goed voorstellen. Mensen worden ziek, niet voor elke ziekte is er een genezing mogelijk, mensen krijgen ongevallen en gaan dood, relaties worden verbroken, ruzies kunnen uitbreken in de beste families, je kunt werk verliezen, invalide worden en noem maar op. Er is veel rampspoed en ellende die je ongevraagd en onverwacht kan overkomen en je mag God op je blote knieën danken als dat jou tot nu toe bespaard is gebleven. Maar als het je overkomt hoedt je dan voor de goedkope clichés  achter de wolken schijnt de zon, na regen komt zonneschijn, iedere wolk heeft een zilveren rand. Ook godsdienst kan dan zo’n goedkoop cliché worden. Geef je hart  maar aan de Here Jezus en alles zal goed komen. Laat God toe in je hart en je problemen gaan voorbij. De mensen die je dat soort clichés toeroepen maken zich er maar gemakkelijk mee af. Ze doen niks voor je, ze laten het over aan onzichtbare machten om je te troosten en te steunen.

Verdriet mag. Onmacht is menselijk. Het leven is niet altijd eerlijk. Ook het tweede gedeelte van de Psalm die we in deze dagen lezen geeft je geen garantie op geluk en genezing. Het enige dat de dichter van deze Psalm doet is om zich heen kijken. Die God tot wie hij zich heeft gewend was een steun als je door een donker dal gaat, dat donkere dal verdwijnt niet maar je eigen onmacht wordt er een beetje minder van. Genade is dus kracht die je krijgt om het leed te dragen. De dichter ziet de tegenstelling tussen de menselijke zwakheid en de Goddelijke grootheid. Als je een geliefde hebt verloren mag je dus zeer erg verdrietig zijn, God is dat ook, die roept alle mensen op om te troosten, echt te troosten, om te zorgen voor mensen die een geliefde heeft verloren, om hen te steunen en kracht te geven. “Dit is het uur” vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling en vroeger stond er dan “dit is het  bepaalde/bestemde uur” Er hoort dus wat voor. De Naardense Bijbel vertaalt die vreemde Hebreeuwse term als “samenkomstuur”. Dat klinkt als mensen die bij de bedroefden en onderdrukten zijn. Dat klinkt als een samenkomst met God. En mensen die er voor jou zijn, met jou mee gaan, zijn een troost, net als het gevoel dat er een God is die je vasthoudt een troost kan zijn.

Iedereen weet dat na verloop van tijd alle onheil wel een keer minder wordt of soms zelfs overgaat. De tijd heelt alle wonden is het cliché dat er bij hoort. Maar die wonden kunnen lelijke littekens achterlaten. Littekens die je leven verder zullen bepalen, die handelen hinderen, die je voorzichtiger en angstiger maken in het contact met anderen. Ouders die een kind verliezen blijven soms hun hele leven huilen ergens in een hoekje van hun hart, je ziet er niks meer van maar het verdriet zit er altijd en gaat nooit meer over. De Psalmdichter heeft er weet van. Ooit was er Jeruzalem met de Tempel van de God van Israël. Daar stond niet een beeld van die God waarvoor je moest buigen. Die God trekt met je mee wie je ook bent en hoe je pad in het leven ook gaat. Maar daar werd de richtlijn bewaard waarmee iedereen op de wereld een echte samenleving in kan richten, heb je naaste lief als jezelf. Als je de warmte weet te ervaren die er van die richtlijn uit gaat weet je ook dat het niet anders kan dat ooit alle volken op de wereld hun samenleving volgens die richtlijn gaan inrichten. Dan is gedeelde smart werkelijk halve smart, breekt eindelijk de vrede aan en zullen alle tranen langzaam opdrogen. We kunnen er elke dag alvast mee beginnen, de bedroefden troosten, de hongerigen voeden, vrede stichten, ook vandaag al.

Nu ik in nood verkeer.

Psalm 102:1-15

1 Gebed van een ongelukkige die dreigt te bezwijken en zijn klacht uitstort voor de HEER. 2 HEER, hoor mijn gebed, laat mijn hulpkreet U bereiken. 3 Verberg uw gelaat niet voor mij, nu ik in nood verkeer. Wil naar mij luisteren, antwoord mij haastig nu ik roep. 4 Mijn dagen vervliegen als rook, mijn gebeente gloeit als vuur. 5 Mijn hart is verschroeid en verdord als gras, ik vergeet mijn brood te eten. 6 Ik ben door mijn klagen tot op het bot vermagerd. 7 Ik ben als een uil in de woestijn, een steenuil in een verlaten bouwval, 8 slaap ken ik niet, ik ben eenzaam als een vogel op het dak. 9 Mijn vijanden honen mij weg, heel de dag word ik bespot en verwenst. 10 As is het brood dat ik eet, het water dat ik drink vermeng ik met tranen, 11 want uw toorn is tegen mij ontbrand, U tilde mij op en smeet mij neer. 12 Mijn dagen gaan heen als een schaduw, ik moet verdorren als gras. 13 Maar U, HEER, troont voor eeuwig, uw roem zal duren, geslacht na geslacht. 14 U zult opstaan en u over Sion ontfermen, de tijd van genade is gekomen, dit is het uur, 15 want uw dienaren hebben de stenen van Sion lief, de ruïnes vervullen hen met deernis.16 Alle volken zullen de naam van de HEER vrezen, alle koningen van de aarde zijn majesteit eren. (NBV21)

Vandaag zingen we met de kerk een klacht van een verdrukte mee. Een noodkreet als gebed tot de Allerhoogste. Deze psalm is een van de zeven zogenaamde boetepsalmen die gezongen worden op de hoogtijdagen van het volk Israel, voor je kunt feesten moet je eerst boete weten te doen. En feest is het want we zijn op weg naar het Paasfeest. Ongelukkigen die dreigen te bezwijken zijn er nog genoeg. Vluchtelingen die vcrwelkomd waren in Oekraïne en zich daar hadden gevestigd en toen met de Oekraïners gevlucht zijn voor de oorlog die Rusland had ontketend zijn vanaf nu ook in Nederland niet meer welkom. Vluchtelingen zijn voor velen in ons land helemaal niet welkom. Ook mensen die hier tijdelijk werk verrichten, oogsten bijvoorbeeld, zijn niet welkom, wie de oogst dan mag doen blijft een raadsel.

De verdrukten hebben geen ander dan God om hun noodkreten heen te richten en God heeft zijn kinderen op aarde om te laten zien wat voor God dat eigenlijk is. Maar deze psalm is een gebed van een individu, niet een psalm die door een koor wordt gezongen als vertegenwoordiger van een volk dat onder verdrukking lijdt. Dat ook het persoonlijke politiek kan zijn staat buiten discussie. Zeker in onze dagen kan elk christenmens rustig zingen dat de vijanden de mens weg honen, dat ze heel de dag bespot en verwenst worden. Want wie heeft nu de vijanden lief? Wie wil vrede tot elke prijs? Wie wil buurten en wijken zo ingericht zien dat mensen voor elkaar zorgen en dat vreemdelingen op dezelfde manier behandeld worden als zijzelf? Als het goed is zijn het in elk geval de Christenen die dat willen. In de Joodse traditie wordt deze Psalm gezongen op de vastendagen. De belangrijkste daarvan is Jom Kippoer, de grote verzoendag, als de gelovige beleid dat zonder de God van Israël alleen de dood op de mens wacht en dat verzoening met God de enige kans op leven geeft.

Die verzoening is weer gerechtigheid doen, de mensen tot hun recht laten komen, weer de naaste lief hebben als  jezelf, weer de Tora uitvoeren, de samenleving inrichten zoals de Tora dat gevraagd heeft. Kortom het verbond dat werd verbroken moet weer gerepareerd worden. Op zulke dagen past het niet de schuld bij een ander te leggen, dat past natuurlijk nooit want over een ander oordelen is op zich al een fout. Op zulke dagen past het nog eens extra nauwkeurig naar je eigen handelen te kijken. Wat is jouw aandeel in het lijden dat je overal om je heen ziet. Hoe komt het dat de aarde voor zoveel mensen op de wereld een onleefbaar oord is, een oord van chaos, onderdrukking en geweld. Soms moet je tot het oordeel komen dat het oordelen dat je doet over anderen die anderen uitlokt dan maar geweld te gaan gebruiken tegen jou en de groep waartoe je behoort, wie haat zaait zal haat oogsten. Soms zul je je pogingen te komen tot een wereld van eerlijk delen, van vrede en vrijheid, moeten verdubbelen en soms moet je het gewoon maar aan God overlaten. Bij die God kun je gerust komen klagen, dat helpt je soms ook.

Groot onheil

Jeremia 26:10-19

10 Toen de leiders van Juda hoorden wat er gebeurde, kwamen ze van het koninklijk paleis naar de tempel en namen ze plaats in het nieuwe poortgebouw. 11 De priesters en de profeten namen het woord. Ze zeiden tegen de leiders en alle andere aanwezigen: ‘Deze man verdient de dood. U hebt zelf kunnen horen wat hij over deze stad heeft geprofeteerd.’ 12 Jeremia antwoordde: ‘Het is de HEER die mij gezonden heeft om te profeteren wat u over deze tempel en deze stad hebt gehoord. 13 Beter daarom uw leven en luister naar de HEER, uw God, opdat Hij afziet van het onheil dat Hij u heeft aangekondigd. 14 Wat mijzelf betreft: ik ben in uw handen, u kunt met mij doen wat u goed en rechtvaardig acht. 15 Maar besef wel dat u door mij te doden onschuldig bloed vergiet, waarvoor uzelf, deze stad en haar inwoners zullen boeten, want werkelijk, de HEER heeft mij gestuurd om u te waarschuwen.’ 16 Toen zeiden de leiders en de andere aanwezigen tegen de priesters en de profeten: ‘Deze man kan niet ter dood gebracht worden, want hij heeft in de naam van de HEER, onze God, tot ons gesproken.’ 17 En enkele van de oudsten van het land stonden op en zeiden tegen het samengestroomde volk: 18 ‘Toen Hizkia koning van Juda was trad Micha uit Moreset op als profeet. Hij zei tegen het volk van Juda: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: De Sion zal als een akker worden omgeploegd, Jeruzalem zal een ruïne worden en de tempelberg een overwoekerde heuvel.” 19 Maar hebben koning Hizkia en de bevolking van Juda Micha ter dood gebracht? Hizkia had ontzag voor de HEER en wist Hem gunstig te stemmen, zodat de HEER afzag van het onheil dat Hij hun had aangekondigd. Als we deze man doden, roepen we groot onheil over ons af!’ (NBV21)

We zijn al een aardig eind op weg naar Pasen. Eigenlijk het feest van de komst van een nieuw leven. En een nieuw leven beginnen dat is nodig als we het Koninkrijk van God willen vestigen. Een koninkrijk zonder rare grenzen, er is geen grens aan te bekennen, een koninkrijk waar iedereen mee kan doen. Jeremia had er zijn volk over verteld en bleef er over vertellen. Jeremia bleef vertellen, ongeacht wat er ook met hem zou kunnen gebeuren. De mensen moesten maar met hem doen wat ze wilden maar hij bleef zijn verhaal vertellen. Jeremia had kunnen vluchten, Egypte wordt dan genoemd. Egypte was voor het volk Israël het land van de slavernij, Egypte stond voor de dood.

Jeremia wachtte een ander lot. Dat spreken over de goddelijke richtlijnen van de Liefde, over eerlijk delen, over de rust op de Sabbat, over respect voor elkaar, over de zorg voor weduwen en wezen en over de vreemdelingen die er ook bij hoorden, zonder de gevolgen voor hemzelf in acht te nemen werd herkend. Er was immers ooit een koning Hiskia geweest, met een profeet Micha en hadden die niet hetzelfde verhaal verteld? Als je je vader en moeder weet te herinneren, en erkent dat je maar van gewone komaf bent, en wie is dat niet, dan weet je ook nog wel wie er van betekenis was voor het gewone volk. Wie de fouten uit het verleden niet kent is gedoemd ze te herhalen. Dat geld vandaag de dag des te meer.

De bejaarden onder ons trekken nog van Drees, en jongeren leren over het kinderwetje van van Houten. Mijlpalen waren het in de rechtvaardige samenleving. Zo zullen we ons de bijstandswet van Klompé herinneren, en Mark Rutte die de bijstandswet wist af te schaffen en onder wie de voedselbanken moesten beginnen. Straks is het Pasen. Dan kunnen we een nieuw leven beginnen. We zijn gewaarschuwd. Als we onze naaste niet liefhebben als onszelf, als we niet eerlijk weten te delen en geen eerlijke handel bedrijven, loopt het uiteindelijk slecht met ons af. We hoeven overigens niet te wachten, elke dag mag je met dat nieuwe verhaal beginnen. Pasen wordt dan heel anders, met Pasen zorg je dan voor mensen die niet meer hebben dan een voederbak voor de dieren.

Misschien zullen ze luisteren

Jeremia 26:1-9

1 In het begin van de regering van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia, richtte de HEER de volgende woorden tot Jeremia: 2 ‘Dit zegt de HEER: Ga in de voorhof van mijn tempel staan en spreek tot allen die uit de steden van Juda zijn gekomen om zich in de tempel voor Mij neer te buigen. Zeg hun alles wat Ik je opdraag en laat niets achterwege. 3 Misschien zullen ze luisteren en met hun kwalijke praktijken breken. Dan zal Ik afzien van het onheil waarmee Ik hen wil treffen vanwege hun kwalijke praktijken. 4 Zeg tegen hen: Dit zegt de HEER: Als jullie niet naar Mij luisteren, als jullie de wet niet naleven die Ik je gegeven heb 5 en niet luisteren naar mijn dienaren, de profeten, die Ik telkens weer naar jullie zend, maar voor wie jullie tot nu toe doof waren, 6 dan zal Ik met deze tempel hetzelfde doen als met Silo, zodat alle volken op aarde de naam van deze stad als een vloek zullen gebruiken.’ 7 De priesters, de profeten en alle andere aanwezigen in de tempel hoorden Jeremia deze woorden spreken. 8 Nadat hij tegen hen gezegd had wat de HEER hem had opgedragen, grepen ze hem vast. ‘Sterven moet jij!’ riepen ze. 9 ‘Hoe durf je in de naam van de HEER te profeteren dat het deze tempel zal vergaan als Silo en dat deze stad een ruïne wordt waar niemand nog zal wonen?’ Al het volk in de tempel liep tegen Jeremia te hoop. (NBV21)

Het optreden van Jeremia begint goed. Komt er iemand het volk waarschuwen voor onheil, grijpen ze de boodschapper en willen ze die doden. Het verhaal wordt nog schrijnender als je iets van de geschiedenis kent die er aan vooraf gegaan is. We hebben in het boek Deuteronomium kunnen lezen dat de koning altijd een afschrift van dat boek bij de hand moest hebben. Nu was dat lang geleden vergeten, tot Josia aan de macht kwam. Die had toch wel wat met die mooie tempel in de hoofdstad en liet de tempel opknappen. Bij de restauratie vond men een rol in de muur gemetseld en dat bleek datzelfde wetboek voor de koning te zijn. Josia schrok er van en beloofde voortaan de leer van Mozes na te leven. De armen in zijn koninkrijk konden weer op extra aandacht rekenen en de vreemdelingen mochten weer mee doen.

Maar Josia was nog niet dood of het was uit met het navolgen van de goddelijke richtlijnen uit de woestijn. Jojakim trok zich er niks van aan en dus ging Jeremia weer de straat op om te waarschuwen voor de gevolgen. De Tempel zou vergaan, de stad verwoest. Nu zijn veel kerkelijke leiders gevoelig voor het uiterlijk van hun godsdienst en laten ze zich dat niet zo gemakkelijk zeggen. De prachtige gewaden, de mooie mijters, de vergulde beelden lijken soms belangrijker dan de armen en de vreemdelingen. De Rooms-katholieke kerken lopen daarom harder leeg dan de Protestantse Kerken waar de aandacht voor de Liefde van God nog steeds levend gehouden wordt. Veel gelovigen willen dat vandaag de dag niet horen. Net als in de dagen van Jeremia moet je onze regering niet willen aanvallen op hun goddeloosheid.

Ook al beroemen leden van onze regering zich op hun goddeloosheid en pleiten ze voor afschaffing van alles wat er uitziet als godsdienst en moet het belijden van godsdienst stiekem in de binnenkamer plaatsvinden en niet op de Dam of het Malieveld. Ze worden daarbij  overigens ondersteund door de meeste opinieleiders, de talk show presentatoren van vandaag. In onze samenleving zullen ze niet zo snel om het doden van tegenstanders vragen want dat doen religieuze fanatici zelf wel. Veel fanatici willen hun godsdienst met geweld opdringen in plaats van op te roepen tot bekering. Maar dat oproepen moet ook vandaag gebeuren, zeker in tijden van oorlog zijn de vredestichters meer dan nodig, anders wachten ons gelijksoortige rampen als waar Jeremia voor waarschuwt.

 

Levenskracht voor de mens.

Psalm 19

1 Voor de koorleider. Een psalm van David. 2 De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen, 3 de dag zegt het voort aan de dag die komt, de nacht vertelt het door aan de volgende nacht. 4 Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord, het is een spraak zonder klank. 5 Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal. Daar heeft Hij een tent opgeslagen voor de zon: 6 een jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat, een held die juichend voortsnelt op zijn weg. 7 Aan het ene einde van de hemel komt hij op, aan het andere einde voltooit hij zijn loop, niets blijft voor zijn gloed verborgen. 8 De wet van de HEER is volmaakt: levenskracht voor de mens. De richtlijn van de HEER is betrouwbaar: wijsheid voor de eenvoudige. 9 De bevelen van de HEER zijn eenduidig: vreugde voor het hart. Het gebod van de HEER is helder: licht voor de ogen. 10 Het ontzag voor de HEER is zuiver, houdt stand, voor altijd. De voorschriften van de HEER zijn waarachtig, rechtvaardig, geheel en al. 11 Ze zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed, en zoeter dan honing, dan honing vers uit de raat. 12 Uw dienaar laat zich erdoor gezeggen, wie ze opvolgt wordt rijk beloond. 13 Maar wie kan al zijn fouten kennen? Spreek mij vrij van verborgen zonden. 14 Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed niet over mij heersen, dan zal ik volmaakt zijn en bevrijd van grote zonde. 15 Laten de woorden van mijn mond U behagen, de overpeinzingen van mijn hart U bekoren, HEER, mijn rots, mijn bevrijder. (NBV21)

Er wordt nog wel eens gezegd dat je God ook kunt leren kennen uit de natuur. Dat is een misverstand. Pas als je God kent en God hebt ontmoet in de verhalen zoals die in de Bijbel staan ga je in de natuur herkennen hoe de God van Israël in mensen een welbehagen had. De psalm die we vandaag met de kerk meezingen begint met het uitspansel, de hemel. Volgens het lied van de schepping waarmee Genesis begint werd die hemel boven de aarde gezet als bescherming tegen de wateren boven de aarde. Het uitspansel beschermt ons en dag aan dag kunnen we zien dat de God van Israël ook een beschermer wil zijn. Net als de dag en de nacht ons de gelegenheid geven te rusten van het werk en te genieten van de rust. Maar je herkent het pas als je het lied van de schepping weet mee te zingen.

Deze psalm zegt dan ook niet dat God in de hemel woont maar dat God zijn tent op aarde heeft opgeslagen. De psalmdichter kijkt zoals onbevangen mensen kijken, in de morgen gaat de zon op in de avond gaat zij onder, van de natuurwetenschappers weten we dat de aarde rond de zon draait, maar mensen die de Bijbel letterlijk zeggen te nemen vinden nog steeds dat de zon rond de aarde draait. Die zon brengt ons warmte, brengt ons vruchtbaarheid, door de zon groeien de planten, van het opgaan van de zon worden we vrolijk, vrolijk zoals een jonge bruidegom het bruidsvertrek verlaat na de bruidsnacht. Zoveel vrolijkheid krijgen we dus ook van de richtlijnen van de God van Israël. Ook die richtlijnen voor een menselijke samenleving zijn gegeven ter bescherming van de mensen. Die richtlijnen laten zich samenvatten als heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.

Dat is het welbehagen in de mensen dat door Israël in de Woestijn werd ontdekt. Toen alles was weggevallen was er toch nog de liefde voor elkaar en daarmee de liefde voor God. Maar de psalm weet ook dat we maar al te snel denken het voor elkaar te hebben. God zal ons immers wel helpen. Maar God is niet het knechtje van de mens, het is God die de macht heeft. God als Heer noemen betekent ook dat wij onze aardse macht opgeven en willen gehoorzamen aan de oproep dienaren van mensen te worden die in mensen een welbehagen vinden. Pas als het lijden van mensen over is, als we ons daartegen gewapend en verzet hebben, er tegen in opstand zijn gekomen, dan pas breekt de vreugde aan waarover hier gezongen wordt. Dat opstaan is niet een plastic kruis door de straten sjouwen, maar de hand uitsteken naar de minsten in de samenleving en zorgen dat op hen niet bezuinigd wordt. Dat kan elke dag opnieuw als de zon opgaat, ook vandaag.

Zo onrein als Tofet

Jeremia 19:10-15

10 Sla in aanwezigheid van de mannen die je vergezellen de kruik stuk 11 en zeg tegen hen: Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik zal dit volk en deze stad stukslaan zoals iemand een kruik aan stukken slaat-onherstelbaar. Omdat er nergens anders plaats meer is, zullen ze hun doden zelfs in Tofet begraven. 12-13 Dit zal Ik met de stad en haar inwoners doen-spreekt de HEER: de huizen van Jeruzalem en de paleizen van de koningen van Juda, ja alle huizen waar men op de daken wierook heeft gebrand voor het sterrenleger aan de hemel en wijnoffers heeft gebracht aan andere goden, maak Ik zo onrein als Tofet.’ 14 En Jeremia ging vanuit Tofet, waar de HEER hem naartoe gezonden had om te profeteren, naar de voorhof van de tempel en zei tegen de aanwezigen: 15 ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik breng over deze stad en de omliggende steden al het onheil dat Ik aangekondigd heb, want de inwoners weigeren hardnekkig naar mijn waarschuwingen te luisteren.’ (NBV21)

Daar staat Jeremia, algemeen erkend profeet, met de oudsten van het land en de priesters om zich heen. Het zal de nodige belangstelling getrokken hebben. De profeet houdt weer eens een vlammende toespraak over alles wat het volk verkeerd doet. Over de afgodsbeelden die geplaatst worden, over de offers die gebracht worden, zelfs over de kinderoffers. Het zal slecht met ze aflopen. Maar Jeremia kent eigenlijk de afloop al. Het volk zal niet luisteren. Dat is altijd als de leuke dingen van het leven het lijken te verliezen van de noodzakelijke dingen.

Zo moeten we de verwarming wat lager zetten, elektrisch gaan koken, verwarmen en rijden. Wat een gedoe. Zo moeten we onszelf en onze kinderen inenten tegen besmettelijke ziekten. Toen corona nog te bestrijden was gingen er veel mensen aan dood. Na de inentingen werd dat een uitzondering. Kinkhoest lijkt een kinderziekte maar er gaan ook kinderen aan dood en kinderen die het er levend hebben afgebracht houden hun leven lang zwakke longen. En wie wil er nu kinderen met polio?
Als we de verkeerde keuzes maken dan loopt het met ons net zo slecht af als met het volk Israël in de dagen van Jeremia.

Jeremia vertelt niet alleen. Hij laat het ook zien. De prachtige kruik die hij heeft meegenomen en waarvoor een pottenbakker zijn uiterste best had gedaan gooit hij aan scherven. Eeuwig zonde nietwaar. Nu vanwege die breuk van het verbond met de God van Israël zal het volk net zo stuk gaan en in scherven uiteen vallen. En neem het niet te licht op , de doden zullen zelfs in Tofet begraven moeten worden. Tofet was een heilige plaats. Bij ons zou men zeggen dat de doden zelfs in het Vondelpark begraven moeten worden. We hebben de beelden in het begin van de coronatijd kunnen zien. Laten we nu de juiste beslissingen nemen en de zwaksten en de kinderen beschermen en een toekomst geven aan onze kleinkinderen.

Onschuldig bloed

Jeremia 19:1-9

1-2 Dit zei de HEER: ‘Koop een aarden kruik en ga met enkele oudsten van het volk en van de priesters de stad uit. Ga naar het Hinnomdal bij de Schervenpoort en verkondig daar wat Ik je zeg: 2 3 Luister naar de woorden van de HEER, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik zal zulk onheil over deze stad brengen dat de oren van wie ervan hoort zullen tuiten. 4 Want ze hebben Mij verlaten, ze hebben deze plaats geschonden en er wierook gebrand ter ere van andere goden, die zij, hun voorouders en de koningen van Juda nooit hebben gekend. Ze hebben deze plaats doen druipen van onschuldig bloed 5 en er offerplaatsen gebouwd om hun kinderen als offer voor Baäl te verbranden. Dat heb Ik nooit geboden, nooit gezegd en nooit gewild. 6 Daarom, de dag zal komen-spreekt de HEER -dat deze plaats niet meer Tofet of Hinnomdal wordt genoemd, maar Moorddal. 7 Daar breek Ik de plannen van Juda en Jeruzalem stuk, Ik laat hen ombrengen door hun vijanden, door allen die hun naar het leven staan. De lijken van dit volk geef Ik als prooi aan roofvogels en wilde dieren. 8 Ik maak van deze stad een voorwerp van afschuw en ontzetting. Ieder die er komt zal huiveren om het onheil dat haar getroffen heeft, ieder zal de adem in de keel stokken. 9 Ik laat de mensen het vlees van hun eigen zonen en dochters eten; men zal elkaars vlees eten-tot zo grote wanhoop zal de vijand die hun naar het leven staat, hen tijdens het beleg drijven. (NBV21)

Het is wel even schrikken. Scherpe kritiek op het volk Israël en haar leiders. Ze hebben de plaats, Jeruzalem laten druipen van onschuldig bloed. Zulke kritiek kun je in de strijd van Israël tegen de verzetsbeweging Hamas niet meer uiten. De burgerdoden in Gaza zijn bijkomende slachtoffers die niet opwegen tegen de bewust gekozen slachtoffers uit het begin van deze strijd. Volgens een enkele minister in Israël zijn ze zelfs allemaal vijanden, alle burgers van Gaza hebben het bestaan van Hamas mogelijk gemaakt. Jeremia steekt de kritiek van God niet onder stoelen of banken. De oudsten van het volk en van de priesters moeten overduidelijk getuige zijn van de kritiek van God, zij zullen het volk moeten voorgaan in de verandering die nodig is.

Ze gaan naar de Schervenpoort staat er dan, en scherven zullen er komen. Maar een poort heeft in de Bijbel een extra betekenis. Het is de plek waar recht wordt gesproken. Waar de oudsten zitten. Op hun levenservaring kun je een beroep doen. Geleerden nemen aan dat de Schervenpoort die naam had gekregen omdat de pottenbakkers van de stad daarlangs hun afval, de potscherven, naar de afvalhoop buiten de stad brachten. Het was daarmee ook een uitstekende plaats om geschillen over de kwaliteit, de levering en de prijs van aardewerk aanhangig te maken. Het verhaal dat Jeremia namens God verder vertelt is dat het volk het verbond dat God met het volk had gesloten kapot had gemaakt. Het ligt in scherven. Ze hebben er zelfs kinderoffers gebracht.

Die kinderoffers werden buiten de poort gebracht in het dal van de Hinnom. Daar brandde een eeuwig vuur dat leefde van het afval van de burgers in de stad. Ook wij kennen de vuilverbranding, maar ook Jezus van Nazareth noemde enkele eeuwen later dat vuur in het dal van de Hinnom als een afschrikwekkende plaats. In zijn tijd werden er de lijken van terechtgestelde misdadigers in het vuur geworpen. Vanwege het vermoorden van kinderen als offer aan een niet bestaande god in dat afvalvuur zal het dal waar het vuur brand het Moorddal worden genoemd. Dat dat van de Hinnom staat bij ons bekend als de hel. Voor wie in een letterlijke opstanding uit de dood geloofden was het verbranden van een lijk een verschrikkelijk beeld, dan kun je niet meer opstaan. Leven in de hel is dus niet na je dood, maar voor je dood in een voortdurende angst in dat vuur terecht te komen. Aan ons om de woorden van Jeremia te herhalen en het vergieten van onschuldig bloed, zeker ook het bloed van kinderen, te voorkomen. Dat kan en dat moet ook vandaag en van antisemitisme is dan geen sprake, integendeel.