Wat moeten we doen

Handelingen 2:37-47

37 Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ 38 Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, 39 want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ 40 Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’ 41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. 43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.(NBV)

Dat was een mooie preek van Petrus. Hij had duidelijk gemaakt waar al die vurige inzet van de volgelingen van Jezus van Nazareth vandaan kwam. En als de dood geen gevolg meer is van een vorm van verzet tegen de Romeinse overheersing dan wordt dat volgen van die Jezus in eens toch aantrekkelijk. Dus is de vraag hoe nu verder. Petrus valt terug op Johannes de doper. Heel het volk had zich laten dopen, ook Jezus was daarbij geweest. En Johannes had opgeroepen anders te gaan leven, weer volgens de richtlijnen die Mozes had gekregen en aan het volk had doorgegeven. De Tora, het hart van het Joodse geloof. Maar dat was een dood geloof geworden, als je op tijd je belasting betaalde en regelmatig aalmoezen gaf dan hoorde je al bij het volk van de God van Israël.

Johannes had het anders voorgehouden. Als je twee mantels had geef er dan één aan iemand die er geen heeft. De Tora staat vol met richtlijnen hoe je met de armen, de weduwen en de wees moet omgaan. Jezus van Nazareth was daarin zo mogelijk nog verder gegaan. Die had de liefde centraal gesteld. Je moest zelfs je vijanden lief hebben. En een gemeenschap van liefde was onverslaanbaar. Daar kon een overheerser nooit greep op krijgen. De kruisiging van Jezus had dat bewezen. Hij had geweigerd om zijn volgelingen een oorlog te laten beginnen. Een vijand die getroffen was had hij zelfs genezen. Aan het kruis had hij zijn Vader gebeden om het zijn vervolgers niet aan te rekenen. En de gemeenschap die angstig bij elkaar was gekropen had hem opnieuw leren kennen. Zijn liefde had hen bij elkaar gehouden. Zijn liefde was zelfs de opdracht geworden alle mensen op de hele wereld er bij te betrekken.

Zo kun je een gemeenschap vormen. Als symbool met het leven van Jezus van Nazaret brood breken en delen en een beker wijn delen. Alles bij elkaar brengen en dat gemeenschappelijk gebruiken. Het onderscheid tussen man en vrouw, armen en rijken, allochtonen en autochtonen, jong en oud zou in die nieuwe gemeenschap verdwijnen. Rijk werd je er niet van. Maar dat vonden ze prima. Aan een eenvoudige maaltijd, samen bidden in de Tempel en daar ook de Tora bestuderen was hen genoeg. De rijkdom ligt zo in het aantal mensen dat zich liet dopen en op die manier ook gingen leven. De zorg die ze hadden voor de armsten, de bedelaars, de mensen die uitgestoten waren, de zieken, de slaven en de knechten maakte dat ze bij het hele volk in aanzien kwamen. Niet de macht van enkelingen bepaalde voortaan het handelen maar de liefde voor elkaar. Het klinkt heel aantrekkelijk. Dat is het ook. Door de geschiedenis heen zijn er altijd mensen geweest die de preek van Petrus centraal stelden. Ook nu hoor je nog in de kerken dat de liefde voor elkaar en voor de armen centraal behoort te staan. Zo gaan we van Pinksteren de toekomst in.

Door God tot Heer en messias is aangesteld

Handelingen 2:29-36

29 Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. 30 Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, 31 heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. 32 Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. 33 Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort. 34 David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, 35 tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’ ” 36 Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’ (NBV)

Het vervolg van de preek van Petrus lezen we vandaag. Die preek was bedoeld voor de mensen in Jeruzalem die op het traditionele Pinksterfeest ineens een geluid hadden gehoord als van een geweldige ademwind, zonder dat de storm was opgestoken, en een groep mensen hadden gezien die wel op een stel brandende braambossen leken. Met Pinksteren vierden ze ook dat het volk de Tora had gekregen tijdens de reis door de woestijn. Op de plek waar Mozes God had leren kennen in een brandende braambos. Sommige toeschouwers dachten daarom zelfs dat ze dronken waren zo op de vroege morgen roepend over de bevrijding die was gekomen door te leven in de Geest van God die ze hadden leren kennen en gekregen door hun voorganger Jezus van Nazareth. Petrus legt hier uit wat het allemaal te betekenen heeft. Het gaat om vertrouwen op God.

De Romeinse overheersing was ondraaglijk geworden. Die volgelingen van Jezus van Nazareth konden er over mee praten. Die Jezus was immers door de Romeinen aan een kruis gehangen. De vraag was wat nu? Neem je met geweld wraak voor de moord of is er een andere weg. Petrus komt met een andere weg, een weg die ze van die Jezus hadden geleerd. De weg terug naar het oude geloof in de God die met je meegaat door de woestijn, die je vijanden aan je voeten zal leggen als je je houdt aan de richtlijnen voor de menselijke samenleving, de richtlijn voor breken en delen, de oproep tot zorgen voor elkaar. Ooit waren mensen geschapen naar Gods beeld, ooit had Mozes de bevrijder God ontmoet in een brandende braambos in het hart van de woestijn en ooit had de grootste Koning van Israel, David gezegd dat als je God als Heer erkent je Heer nooit verslagen of gedood kan worden. De Liefde, die God is, sterft nooit en nergens

Zo waren de 120 volgelingen van Jezus bij elkaar gekomen en zo nodigden ze iedereen uit om er aan mee te gaan doen. Een eigen gemeenschap die niet onderdrukt kon worden door de Romeinen. Die Romeinen konden de mensen doden, maar nooit de Liefde, nooit de gemeenschap. Je moet dan wel durven op een radicaal andere manier te gaan leven. Geen baas en geen heerser heeft het dan meer te vertellen. Alleen de liefde voor de zwakste, voor de naaste, alleen delen van wat je hebt telt nog. Na die indrukwekkende preek van Petrus lieten 3000 mensen zich dopen als teken dat ze echt het oude leven van zich afspoelden en het nieuwe leven begonnen. In één klap was die kleine groep van 120 volgelingen een grote groep geworden. En vandaag en morgen kunnen ook wij ons er, misschien opnieuw, bij aansluiten. Je kunt je zelfs laten dopen als je nog niet gedoopt bent, bel maar een dominee in de buurt, overal is er één.

Luister naar mijn woorden

Handelingen 2:14-28

14 Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. 15 Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. 16 Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël: 17 “Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. 18 Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren. 19 Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook. 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt. 21 Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.” 22 Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 23 Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. 24 God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. 25 David zegt immers over hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen, hij is aan mijn zijde, ik wankel niet. 26 Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven, 27 want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. 28 U hebt mij de weg naar het leven getoond, Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.” (NBV)

Vanmorgen op tweede Pinksterdag lezen we een preek. Alweer een preek, gisteren hebben we er ook wel een paar kunnen horen, sommige konden we zelfs in onze eigen taal verstaan. Maar vandaag niet een preek van iemand die er voor doorgeleerd heeft. Het is de Pinksterpreek van Petrus, een visser uit Galilea. De leerling van Jezus die altijd het eerst het woord nam. Zo lijkt het, want wie het verhaal zorgvuldig leest ziet dat al die 120 volgelingen van Jezus die bij elkaar waren aan het vertellen gingen over het volgen van Jezus. De jongeren van Jezus zoals ze genoemd worden nemen het woord. Natuurlijk, jongeren weten altijd hoe de wereld er beter uit zou kunnen zien. Dat was al in de tijd van de profeet Joël zo en dat was in de tijd van Petrus niet anders. Ook nu is dat nog steeds zo. Oude mensen weten dat het dromen zijn, maar er zijn altijd mensen die die droomgezichten als mogelijkheden blijven zien en er aan blijven werken.

De beroemdste preek van dominee Martin Luther King heet in het Engels “I have a dream”, ik heb een droom. Hij had zo’n droomgezicht dat blanke en zwarte kinderen hand in hand zouden wandelen. Die droom is uitgekomen al zal er aan de gelijkheid nog veel moeten gebeuren. In de gevangenissen in Amerika zitten drie keer zo veel zwarte mensen als blanke mensen en zwarte mensen zijn van nature net zo crimineel als blanke mensen. Maar de geest van God maakt dat je dit soort droomgezichten blijft zien. Dat jongeren dit soort visioenen blijven koesteren. Wie het verhaal kent van de onmetelijke en onvoorwaardelijke liefde voor mensen, een liefde die wonderen kan veroorzaken, die muren kan afbreken en mensen bij elkaar kan brengen, die gaat vanzelf die dromen dromen en vergezichten zien. Die gaat spijbelen voor een wereld zonder opwarming en verspilling. Dat was waarvoor Petrus en de 11 andere apostelen opstonden en samen met al de volgelingen hun huis uitkwamen. Ze leken nu zelf brandende braambossen.

De tijd dat alles gewoon maar door ging alsof er geen God en geen wet was had opgehouden. Het einde van de tijden van de wereld was gekomen. Binnen de nieuwe beweging van Jezus van Nazareth waren slaven vrij, schulden kwijtgescholden en was de armoede opgeheven, precies zoals God het had voorgeschreven en de profeten het hadden voorspeld. Het kon, het kan, je moet het gewoon gaan doen. Het is een kwestie van er enthousiast, begeesterd, aan beginnen. In Noord Holland werd weer het Luilak feest worden gevierd. Op de dag voor Pinksteren gaan jongeren heel vroeg de huizen langs om met veel lawaai iedereen wakker te maken. Pinksteren is daar het feest van vroeg opstaan, opstaan om een nieuw leven te beginnen. Het leven in de geest van Jezus uit Nazareth. Het leven van delen met elkaar en recht en rechtvaardigheid. Pinksteren is het feest dat ons leert dat we er elke dag weer opnieuw mee kunnen beginnen. Dat we elke dag mogen opstaan om mensen lief te hebben, om te mogen geloven dat het kan, een wereld waarin mensen van elkaar houden en zo God eren. Elke dag, ook vandaag.

Luister naar mijn woorden

Handelingen 2:14-28

14 Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. 15 Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. 16 Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël: 17 “Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. 18 Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren. 19 Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook. 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt. 21 Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.” 22 Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 23 Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. 24 God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. 25 David zegt immers over hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen, hij is aan mijn zijde, ik wankel niet. 26 Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven, 27 want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. 28 U hebt mij de weg naar het leven getoond, Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.” (NBV)

Vanmorgen op tweede Pinksterdag lezen we een preek. Alweer een preek, gisteren hebben we er ook wel een paar kunnen horen, sommige konden we zelfs in onze eigen taal verstaan. Maar vandaag niet een preek van iemand die er voor doorgeleerd heeft. Het is de Pinksterpreek van Petrus, een visser uit Galilea. De leerling van Jezus die altijd het eerst het woord nam. Zo lijkt het, want wie het verhaal zorgvuldig leest ziet dat al die 120 volgelingen van Jezus die bij elkaar waren aan het vertellen gingen over het volgen van Jezus. De jongeren van Jezus zoals ze genoemd worden nemen het woord. Natuurlijk, jongeren weten altijd hoe de wereld er beter uit zou kunnen zien. Dat was al in de tijd van de profeet Joël zo en dat was in de tijd van Petrus niet anders. Ook nu is dat nog steeds zo. Oude mensen weten dat het dromen zijn, maar er zijn altijd mensen die die droomgezichten als mogelijkheden blijven zien en er aan blijven werken.

De beroemdste preek van dominee Martin Luther King heet in het Engels “I have a dream”, ik heb een droom. Hij had zo’n droomgezicht dat blanke en zwarte kinderen hand in hand zouden wandelen. Die droom is uitgekomen al zal er aan de gelijkheid nog veel moeten gebeuren. In de gevangenissen in Amerika zitten drie keer zo veel zwarte mensen als blanke mensen en zwarte mensen zijn van nature net zo crimineel als blanke mensen. Maar de geest van God maakt dat je dit soort droomgezichten blijft zien. Dat jongeren dit soort visioenen blijven koesteren. Wie het verhaal kent van de onmetelijke en onvoorwaardelijke liefde voor mensen, een liefde die wonderen kan veroorzaken, die muren kan afbreken en mensen bij elkaar kan brengen, die gaat vanzelf die dromen dromen en vergezichten zien. Die gaat spijbelen voor een wereld zonder opwarming en verspilling. Dat was waarvoor Petrus en de 11 andere apostelen opstonden en samen met al de volgelingen hun huis uitkwamen. Ze leken nu zelf brandende braambossen.

De tijd dat alles gewoon maar door ging alsof er geen God en geen wet was had opgehouden. Het einde van de tijden van de wereld was gekomen. Binnen de nieuwe beweging van Jezus van Nazareth waren slaven vrij, schulden kwijtgescholden en was de armoede opgeheven, precies zoals God het had voorgeschreven en de profeten het hadden voorspeld. Het kon, het kan, je moet het gewoon gaan doen. Het is een kwestie van er enthousiast, begeesterd, aan beginnen. In Noord Holland werd weer het Luilak feest worden gevierd. Op de dag voor Pinksteren gaan jongeren heel vroeg de huizen langs om met veel lawaai iedereen wakker te maken. Pinksteren is daar het feest van vroeg opstaan, opstaan om een nieuw leven te beginnen. Het leven in de geest van Jezus uit Nazareth. Het leven van delen met elkaar en recht en rechtvaardigheid. Pinksteren is het feest dat ons leert dat we er elke dag weer opnieuw mee kunnen beginnen. Dat we elke dag mogen opstaan om mensen lief te hebben, om te mogen geloven dat het kan, een wereld waarin mensen van elkaar houden en zo God eren. Elke dag, ook vandaag.

Het Pinksterfeest

Handelingen 2:1-13

1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. 5 In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8 Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9 Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11 Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië-wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ 12 Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ 13 Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’ (NBV)

Vandaag lezen we het verhaal over het Pinksterfeest dat zo’n bijzondere betekenis kreeg door het optreden van die volgelingen van Jezus van Nazareth. Vandaag wordt dat in veel kerken gevierd, het is de verjaardag van de kerk. Dat Pinksterfeest was al een bestaand feest. Vijftig dagen na Pasen werden de eerste vruchten van de oogst naar de Tempel gebracht om er samen een maaltijd van de te houden. Die vijftig dagen zijn niet zomaar. Zeven maal zeven dagen zijn voorbijgegaan en zeven was het heilige getal. Na zeven maal zeven dagen is het dus wel een heel erg heilige dag. Het doet denken aan dat jaar na zeven maal zeven jaren waarop alle Israelieten het stukje land terug zouden krijgen dat ze bij de verdeling door Jozua hadden gekregen. De slaven zouden dan worden vrijgelaten en de schulden worden kwijtgescholden.

Iedereen kon met een schone lei weer opnieuw beginnen. Al die beloften waren eigenlijk nooit uitgekomen, een mooie wet maar voor een ordelijke samenleving toch iets te ingewikkeld. En dan komt er die Petrus die verteld dat die wet juist op die Pinksterdag uitgevoerd zal worden. Nog wel door het optreden van Jezus van Nazareth die vlak voor de laatste Paasviering als een slaaf was gekruisigd. Het was zelfs nog erger. Joden uit de hele bewoonde wereld waren naar Jeruzalem gekomen om dat Pinksterfeest mee te vieren. En toen die 120 volgelingen van Jezus van Nazareth hen uitnodigden mee te doen snapten ze allemaal waar het om te doen was, de richtlijnen voor de menselijke samenleving die zouden uitlopen op wat vroeger genoemd was “het aangename jaar van de Heer”. Dat was helemaal niet zo ingewikkeld, dat moet je gewoon samen gaan doen.

Schulden kwijt schelden voor arme landen bijvoorbeeld. De rijkste landen in de wereld doen dat bijna elke G8 vergadering wel weer een beetje. Rechtvaardige handelsverhoudingen worden op die vergaderingen tegengehouden maar als wij alleen Max Havelaar en Fair Trade producten gebruiken kunnen ze er op de duur niet meer om heen. Anders Globalisten noemen ze mensen die voortdurend bedacht zijn op het lot van de armsten in de wereld. Mensen van de Weg gingen ze die volgelingen van Jezus van Nazareth noemen. De Weg van de liefde. Het is ongeloofelijk. Op die eerste Pinksterdag werden die volgelingen van Jezus uitgemaakt voor dronkaards, nu worden de Anders Globalisten uitgemaakt voor raddraaiers. Hoe het ook zij, willen we de armen bevrijden van schuld, honger en ellende, hen recht doen dan zullen we de wereld op z’n kop moeten zetten. Wat onder is moet dan boven komen.

Halleluja!

Psalm 117

1 Loof de HEER, alle volken, prijs hem, alle naties: 2 zijn liefde voor ons is overstelpend, eeuwig duurt de trouw van de HEER. Halleluja! (NBV)

Wat een klein psalmpje zingen we vandaag met de Kerk mee. Hoe komt zo’n twee regelig liedje nu in de Bijbel terecht? Precies weten we dat natuurlijk niet, we zijn er niet bij geweest toen het boek van de Psalmen werd samengesteld maar er is wel een aanwijzing. Dit soort liederen leent zich uitstekend voor een optocht van mensen die samen naar een doel op weg zijn. En dat doel zou er vandaag, op de dag voor Pinksteren, ook bij ons kunnen zijn.

Het volk Israël kende drie zogenaamde pelgrimsfeesten. Dan moest het volk optrekken naar Jeruzalem om daar met de familie, de knechten en dienstmeiden, de slaven en slavinnen, de armen uit het dorp en de vreemdelingen die bij hen woonden en de levieten bij de Tempel een maaltijd houden. De drie feesten waren het Pesachfeest als de gerst oogst was binnengehaald, het Wekenfeest, wanneer de tarweoogst werd binnengehaald en het Loofhuttenfeest als de rest van de oogst was binnengehaald.Die Pelgrimsreis kennen we van Jezus van Nazareth als hij gezeten op een ezel naar het Pesachfeest in Jeruzalem ging.

De menigte zwaaiden met palmtakken en zongen onder meer deze Psalm. Het Wekenfeest kennen wij als Pinksteren, vijftig dagen na Pasen. En als morgen weer het Pinksterverhaal wordt gelezen dan klinken de namen van al die landen van waaruit mensen naar Jeruzalem waren getrokken om dit feest te vieren, ieder hoorde het verhaal in de eigen taal. Vandaag zingen we dus met de Pelgrims mee en mogen we ons voorbereiden op het Pinksterfeest, mogen we ons openstellen voor de opdracht het verhaal over de hele wereld aan iedereen te vertellen. Te beginnen in onze eigen straat.

Berisp een wijze

Spreuken 9:1-18

1 Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zeven zuilen heeft ze uitgekapt. 2 Ze heeft haar vee geslacht, haar wijn gemengd, haar tafel heeft ze gedekt. 3 Haar dienaressen heeft zij de stad in gestuurd, zelf roept zij vanaf de hoogste plaats: 4 ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: 5 ‘Kom, eet het brood dat ik je geef, drink de wijn die ik heb gemengd. 6 Wees niet langer zo onnozel, leef, en betreed de weg van het inzicht.’ 7 Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot, wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. 8 Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag. 9 Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert. 10 Wijsheid begint met ontzag voor de HEER, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige. 11 Door mij, Wijsheid, vermeerderen de dagen van je leven, je levensjaren nemen door mij toe. 12 Als je wijs bent, heb je er zelf voordeel van, als je spot, benadeel je jezelf. 13 Vrouwe Dwaasheid bazelt maar, door haar domheid heeft ze nergens weet van. 14 Ze zit bij de deur van haar huis, in een zetel, hoog in de stad. 15 Ze roept naar de voorbijgangers, naar hen die rechtdoor willen gaan: 16 ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: 17 ‘Gestolen water smaakt verrukkelijk, geroofd brood is een lekkernij.’ 18 Maar wie zij naar zich toe lokt weet niet dat hij afdaalt naar de schimmen, hij daalt af tot in het dodenrijk. (NBV)

Wie een wijze berispt schenkt wijsheid. Het heeft dan ook niet zo veel zin om dwazen terecht te wijzen. De scheldwoorden tegen de dwazen vliegen ons om de oren, tevergeefs, de scheldwoorden onder het mom van vrijheid van meningsuiting sterken de dwazen in hun dwaasheid. Dwazen zijn overigens te herkennen aan het onrecht dat van de dwaasheid afdruipt. Zou God zelf de Wijsheid zijn? Het boek Spreuken zet ons met deze vraag vaak te kijk en ontmaskerd daarmee de dwaasheid van hen die over God menen te kunnen spreken. In het boek Spreuken wordt de Wijsheid consequent als vrouwelijk aangeduid. Er wordt zelfs gesproken over Vrouwe Wijsheid. In dit stuk ook, de vrouw van het aardse huis bereid een maaltijd, alles staat klaar om te komen eten, en wie inzicht heeft komt natuurlijk bij de wijsheid zich laven aan alles wat goed is.

Maar God is toch een man? God wordt vaak voorgesteld als een man dat is waar. In één van de beroemdste schilderingen die er naar de Bijbel zijn gemaakt, het plafond van de Sixtijnse Kapel geschilderd door Michel Angelo, is God een oude man met een baard die zijn hand naar de mens uitsteekt. Dat is een beeld dat Christelijke en soms ook Joodse gelovigen graag hanteren, maar het is niet het beeld dat de Bijbel schetst. Vanaf het begin dat er een volk met God op pad ging was de eerste afspraak dat er geen beelden van God gemaakt zouden worden. Het eerste dat fout ging was dan ook dat ze God gingen zien als een vruchtbaar kalf en daar een beeld van maakten. Het enige dat we in de Bijbel over God leren is dat God de mensen oneindig liefheeft en dat die mensen dat ook moeten doen. Dat het draait om het liefhebben van de mensen.

Er is een aardige uitleg in de Joodse godsdienst over de vraag waarom vrouwen geen deel hebben aan de dienst in de Synagoge. Vrouwen zo wordt gezegd kennen de Torah, de goddelijke richtlijnen, van nature, mannen moeten er hun hele leven voor studeren en snappen het dan nog niet. Alleen wijzen leren ervan berispt te worden. “Gestolen water is verrukkelijk, geroofd brood is een lekkernij” klinkt het. Verboden vruchten smaken het lekkerst. En dat gaat over de rijken die, door Vrouwe Dwaasheid verleid, tot hebzucht komen en winst op winst stapelen. Maar wat de een verdient moet de ander betalen en de vraag is niet hoe je het kan krijgen maar hoe je het eerlijk kan verdienen, ten koste van wie het eigenlijk gaat. Kinderarbeid, slavenarbeid, uitbuiting en exploitatie van vrouwen zijn de oorzaken van goedkope kleding, heerlijke chocolade, mobiele telefoons en noem maar op. Oorlog, hongersnood, vluchtelingen en asielzoekers zijn het gevolg en het is helemaal niet zo moeilijk in te zien dat eerlijk delen tot meer geluk en welvaart voert en dat genieten van gestolen goed je tot het dodenrijk doet afdalen. Gewoon vragen waar de spullen bij het grootwinkelbedrijf of de goedkope kledingwinkel vandaan komen dus.

Wie mij vindt, vindt het leven

Spreuken 8:22-36

22 De HEER heeft mij vóór al het andere verworven, toen hij zijn scheppingswerk begon, schiep hij eerst mij. 23 Ik ben in het begin gemaakt, nog voor alles er was, nog voor de aarde vorm kreeg. 24 Toen er nog geen oceanen waren, werd ik voortgebracht, nog voor de bronnen met hun waterstromen. 25 Toen de bergen nog niet waren neergezet, werd ik voortgebracht, nog voor er heuvels waren. 26 De aarde en de velden had de HEER nog niet geschapen, geen korrel zand was nog gemaakt. 27 Ik was erbij toen hij de hemel zijn plaats gaf en een cirkel om het water trok, 28 de wolken aan de hemelkoepel plaatste, de oceanen bruisend op liet wellen, 29 toen hij aan de zeeën grenzen stelde, het water met zijn woord zijn plaats gaf, de fundamenten van de aarde legde. 30 Ik was zijn lieveling, een bron van vreugde, elke dag opnieuw. Ik was altijd verheugd in zijn aanwezigheid, 31 vond vreugde in zijn hele aarde en was blij met alle mensen. 32 Nu dan, zonen, luister naar mij, gelukkig is een mens die op mijn wegen blijft. 33 Luister naar wat ik je leer, en word wijs, negeer mijn lessen niet. 34 Gelukkig is elk mens die naar mij luistert, dag in dag uit bij mijn woning staat, de wacht houdt bij mijn deur. 35 Want wie mij vindt, vindt het leven, en ontvangt de gunst van de HEER. 36 Wie aan mij voorbijgaat, doet zichzelf veel kwaad, wie mij haat, bemint de dood. (NBV)

Veel mensen vragen zich af waarom we er eigenlijk zijn. Je wordt geboren, groeit op, velen stichten een gezin, voeden kinderen op, die zelf ook weer opgroeien en op zichzelf gaan wonen, en dan wordt je oud en je sterft. Zo ongeveer hopen we dat het gaat, al zijn er die een gezin stichten zonder kinderen, of alleen blijven, maar eerder dood gaan dan van ouderdom willen we bijna allemaal niet. Dat leven zal toch een zin moeten hebben. Het moet toch ergens voor dienen. In een godsdienst is de zin van het mensenleven vaak dat de God wordt gediend. In veel godsdiensten is het dan zo dat de God de mensen heeft gemaakt om gediend te worden en die God wordt boos als dat dienen wordt verwaarloosd, vergeten of niet goed gedaan wordt. Bovenstaand spreukenhoofdstuk leert ons iets anders. Voor alles was er de Wijsheid, het inzicht, en daarmee of daarvoor werd alles gemaakt.

De zin van het leven ligt dus verborgen in die wijsheid. En die wijsheid is eigenlijk heel eenvoudig. Jezus zal ooit eens zeggen dat die wijsheid kinderlijk eenvoudig is, je moet zelfs worden als een kind. Alles draait om de liefde. De liefde voor mensen, bij uitstek voor de zwaksten, de onmondigen, de slaven, de verdrukten. “We zijn toch op de aarde om te helpen nietwaar” was een grappige hit geschreven door Eli Asser maar raakt de boodschap van Spreuken in het hart. Het uitvoeren, en vooral het volhouden is minder eenvoudig dan het lijkt. Voordat je voldoende machthebbers in beweging hebt om de hongerenden in zuidelijk Afrika te helpen bijvoorbeeld kan lang duren. Het Rode Kruis is daar inmiddels mee begonnen en heeft een apart gironummer geopend. Spreuken zegt dat de zorg voor de minsten, het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten, mensen tot hun recht laten komen het leven zelf is. Wat niet liefheeft is dood.

We zien God graag als een God die hoog in de hemel troont en ver weg is. Als we het verkeerd doen, straft hij en aangezien we het nooit goed kunnen doen worden we altijd gestraft. Het deel van Spreuken dat we dezer dagen lezen zegt het anders. De Wijsheid, het inzicht, was altijd al bij God maar roept nu tot ons op de hoeken van de straten. Ze bevraagt ons, wat is de zin van het leven is de eerste vraag. Zorgen dat dit een leefbare wereld voor mensen wordt is het antwoord. Daar was die God immers mee begonnen. Om te beginnen schiep God de hemel en de aarde zijn de eerste woorden van de Bijbel en als die aarde van een woeste chaos tot een geordende leefbare wereld is geworden krijgt de mens daarover de verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid brengt met zich mee dat we geen mensen van honger laten sterven, brengt met zich mee dat mensen niet worden onderdrukt en uitgebuit, brengt met zich mee dat mensen niet hoeven te vluchten voor oorlog geweld, brengt met zich mee dat ook vreemdelingen als broeders en zusters worden begroet. Het is dichterbij dan je denkt en zo moeilijk is het ook niet.

Ik woon bij Beraad

Spreuken 8:12-21

12 Ik, Wijsheid, ik woon bij Beraad, door overpeinzing vind ik kennis. 13 Wie ontzag heeft voor de HEER haat het kwaad. Ik verafschuw trots en hoogmoed, leugens en het kwaad. 14 Bij mij vind je beraad en overleg, ik heb inzicht, ik heb kracht. 15 Door mij regeren koningen, bepalen heersers wat rechtvaardig is. 16 Vorsten heersen dankzij mij, ik laat leiders rechtvaardig regeren. 17 Wie mij liefheeft, heb ik ook lief, wie mij zoekt, zal mij vinden. 18 Rijkdom en eer zijn mijn bezit, duurzame weelde en gerechtigheid. 19 Wat ik je geef is kostbaarder dan het zuiverste goud, ik bied iets dat meer is dan het fijnste zilver. 20 Ik ga de weg van de rechtvaardigheid, ik volg de paden van het recht 21 om rijk te maken wie mij liefheeft, om zijn schatkamers te vullen. (NBV)

Wijze moeders hebben vaak wijze uitspraken. Zo zeiden wijze moeders vaak tegen hun opgroeiende kinderen dat voordat ze wilden reageren op een kwade tong ze eerst eens tot tien moesten tellen. Kregen ze eerst de gelegenheid goed na te denken over de manier waarop ze zouden reageren. Niet dat die kinderen dat in hun latere leven in de praktijk brachten. Wie de sociale media volgt weet dat spontane reacties vaak worden bepaald door emoties en onderbuik gevoelens. In de Bijbel gaat het om veranderen. Als er kwaad geschied mag je dat niet alleen benoemen, dat moet zelfs. Ook trots en hoogmoed moet aan de kaak worden gesteld. Het lijkt er op dat iedereen wordt opgeroepen over alles maar een oordeel te vellen.

Volgens dit hoofdstuk uit Spreuken is niets minder waar. Wil je tot redelijke oplossingen komen voor problemen zul je moeten luisteren, naar het Woord van God, lezen in de Tora dus. Lezen in de goddelijke richtlijnen voor de menselijke samenleving. Maar ook luisteren naar anderen die geluisterd hebben naar het Woord van God. Zoals Vader, Zoon en Heilige Geest een familie vormen zo is Wijsheid alleen familiaal te verkrijgen. Er zijn in het gedeelte van vandaag een paar gedeelten waar we voor uit moeten kijken. Misverstanden zijn snel geboren. Als je de paden van het recht volgt zou je rijk kunnen worden zou je er in kunnen lezen. Maar wat is rijkdom? Jezus van Nazareth zei eens tegen zijn leerlingen dat ze geen schatten op aarde moesten verzamelen maar schatten in de hemel. Het volgen van de Wijsheid maakt geen mensen rijk maar maakt God rijk, rijk aan eer, rijk aan aanbidding.

Wie deze Spreuken in het Hebreeuws kan lezen zal het opvallen dat vers 11 begint met HEER en vers 21 eindigt met mens. Daartussen ligt de bedoeling van dit gedeelte. Het gaat over de verhouding tussen God en mens. En in die verhouding doet God de mensen recht als mensen elkaar recht doen. En bij recht doen aan mensen hoort geen hooghartigheid, hoort geen trots, horen geen leugens en kwaad. De Wijsheid laat daarom ook koningen en machthebbers regeren. Als ze werkelijk hun onderdanen tot hun recht weten te laten komen dan krijgen ze de vrede van God. Als ze de minsten en de kanslozen wegstoppen in verwaarloosde wijken waar ze weinig kans hebben op werk, opleiding en een toekomst voor de kinderen dan krijgen ze opstand en geweld. Voor we handelen moeten we dus eerst bij de Wijsheid te rade gaan.

Niets is vals en krom

Spreuken 8:1-11

1 Roept Wijsheid niet, laat Inzicht haar stem niet horen? 2 Wijsheid heeft zich opgesteld op een heuvel langs de weg, bij het kruispunt van de wegen. 3 Bij de poorten van de stad, bij de ingang, bij de toegangswegen klinkt haar stem: 4 ‘Mensen, tot jullie roep ik, ik richt mij tot iedereen. 5 Onnozele mensen, word toch eens verstandig, dwazen, denk eens na! 6 Luister, ik vertel je waardevolle dingen, mijn woorden zijn oprecht. 7 Mijn mond verkondigt slechts de waarheid, mijn lippen haten onbetrouwbaarheid. 8 Op mijn uitspraken kun je vertrouwen, niets is vals en krom. 9 Wie inzicht heeft vindt ze duidelijk, ze zijn eenvoudig voor wie kennis heeft verworven. 10 Stel mijn lessen boven zilver, mijn kennis boven zuiver goud. 11 Wijsheid is kostbaarder dan edelstenen, alles wat je ooit zou kunnen wensen valt bij wijsheid in het niet.’ (NBV)

Uren kun je zoeken naar de oplossing van een probleem, plotseling dringt die oplossing zich op en je realiseert je dat de oplossing eigenlijk al die tijd al voor de hand heeft gelegen. Het roept je als het ware toe. Hoe heb je zo stom kunnen zijn dat je het voor de hand liggende niet hebt gezien. Het overkomt ons allemaal wel eens. De dichter van het Bijbelboek Spreuken wijst ons er nog eens op. De wijsheid roept het uit op het kruispunt van de wegen, bij de poorten van de stad. Je zou er bijna over struikelen. En wat roept de wijsheid dan wel niet? Dat God liefhebben boven alles gelijk is aan je naaste liefhebben als je zelf. En dat het dus eigenlijk heel eenvoudig is om heel veel ellende tussen mensen te voorkomen. “De poorten van de stad” staat er overigens niet zomaar als trefpunt van veel mensen, het was ook de plaats waar recht werd gesproken.

En echt recht sluit mensen in en niet uit. Vrouwe Wijsheid roept uit dat we juist de mensen moeten liefhebben. We zullen vandaag daarom aan een inclusieve samenleving moeten werken, waar mensen gekend, gezien en gewaardeerd worden. De Wijsheid is hier vrouwelijk. De Wijsheid is altijd vrouwelijk, de wijsheid zorgt er immers voor dat de zorg voor de minsten voorop kunt staan. Elders in de Bijbel heet dan handelen in de Geest van God, in het Nieuwe Testament is het handelen in de Geest van Jezus van Nazareth. Die Geest is vrouwelijk. Mannen hebben in de geschiedenis altijd de illusie weten te wekken dat het gelijk altijd aan hun kant staat. Dat is dus niet zo.

God is net zo goed vrouwelijk als mannelijk en wat wij in het dagelijks leven van God merken, zeker als we ons leven door God laten sturen, dat is de vrouwelijke kant van God. Dit gedeelte van Spreuken doorbreekt ook de gedachte dat je al filosoferend zelf wel tot de waarheid kan komen, je eigen menselijke rede zou de meest verstandige oplossingen bieden. Niets is minder waar. Pas als het Woord van God een lamp op je pad is kom je de waarheid tegen. En Wijsheid is immers kostbaarder dan edelstenen, kostbaarder nog dan de blauwe Oppenheimer, en ze is voor iedereen beschikbaar, elke dag weer.