We zijn belust op bedrog en onderdrukking.

Jesaja 59:9-15a
9 Daarom blijft het recht ver van ons en is gerechtigheid voor ons onbereikbaar. Wij hopen op licht, maar het is duister, op een sprankje licht, maar we dolen in het donker. 10 We tasten als blinden langs de muur, we tasten rond als iemand die niets kan zien. Op klaarlichte dag struikelen we alsof het schemert, in de kracht van ons leven lijken we dood. 11 Wij allen grommen als beren, we klagen en kreunen droevig als duiven. Wij hopen op recht, maar het is er niet, op redding, maar ze blijft ver van ons. 12 Want talloos zijn onze misdaden jegens u, onze zonden getuigen tegen ons. We zijn ons van onze misdaden bewust en erkennen ons wangedrag: 13 we zijn opstandig en de HEER ontrouw, we zijn afvallig van onze God, we zijn belust op bedrog en onderdrukking, zwanger van leugens brengen we onwaarheid voort. 14 Het recht is verdrongen en de gerechtigheid blijft ver van ons; de waarheid struikelt op straat en de oprechtheid krijgt nergens toegang. 15 Zo laat de waarheid verstek gaan, en wie het kwaad wil mijden, wordt uitgebuit. (NBV)
Wat hier als titel staat, een citaat uit het Bijbelgedeelte van vandaag, is natuurlijk een boute uitspraak. De meeste mensen hebben een gloeiende hekel aan bedrog en aan onderdrukking willen we ons al helemaal niet schuldig maken. Nee recht en gerechtigheid spreken ons meer aan. Vrijheid hebben we hoog in ons vaandel staan en onze burgerrechten daar moet iedereen met de vingers van af blijven. Maar toch. Het is natuurlijk mooi dat we lezen dat volgens de profeet Jesaja zijn tijdgenoten na de ballingschap tot de ontdekking gekomen waren dat ze op de verkeerde weg waren maar dat ontslaat ons er niet van na te gaan of we misschien toch ergens net zo zijn als zij. En in onze geschiedenis zouden onze ogen geopend moeten zijn door de betogers voor democratie in Noord Afrika. We leren dat de angst voor de Moslimbroederschap die een theocratische moslimstaat met steun aan terroristen in Egypte zouden willen vestigen onterecht is, ze willen dat wel maar hun volk wil dat niet. Jarenlang zijn we met bedrog in de waan gelaten dat die Moslims in Egypte niet zouden deugen en dat een dictator daar de enige verzekering tegen was.
Onze angst heeft wel de dictator Mubarak in het zadel gehouden. En vanuit het democratische Christelijke westen hebben we wel al die dictators in het Midden Oosten gesteund, handel mee gedreven, bankrekeningen voor geopend, wapens geleverd. En nog steeds vragen we aan de machthebbers in het midden oosten, Egypte, Turkije, Syrië niet om democratie en persvrijheid als voorwaarden voor samenwerking. De demonstranten in Lybië werden doodgeschoten met kogels uit België die met exportsubsidie van Europa aan de dictator waren geleverd. Aan die subsidie hebben ook wij onze bijdrage geleverd. En waar pleiten onze politici voor? Voor recht en gerechtigheid? Worden de banden met de dictators verbroken nu ze zo onmenselijk reageren? Nee dus. We pleiten voor stabiliteit, voor rust en orde, voor gewoon door kunnen gaan met onze handel met de onderdrukkers. Inperking van burgerrechten als het recht op demonstratie, het recht op leven, het recht op vereniging en vergadering, het recht op een vrije drukpers zijn voor onze politici vaak niet echt van belang.
Het is niet de Islam die de rechten inperkt. Het is een ongefundeerde angst voor de Islam die ons laat meewerken aan de inperking van die rechten zo blijkt. En als we er daar aan meewerken, als we ons door angst laten regeren, dan kan de dag niet ver zijn dat ook hier uit eenzelfde ongefundeerde angst meegewerkt wordt aan de inperking van onze eigen rechten. Wij kunnen nu nog opstaan en onze politici aanspreken op hun steun aan bedrog en onderdrukking. Wij kunnen nog actief worden bij Amnesty International. Wij kunnen nog luisteren naar de waarschuwing van Jesaja dat onze God, Heer van de wereld, dit onrecht ziet en het geroep van de verdrukten hoort. Wij weten dat onze God ons in beweging wil zetten voor een rechtvaardige samenleving in de hele bewoonde wereld. Wij mogen elke dag weer kiezen of we die God volgen of de heersers van de wereld die ons bedrog en onderdrukking voorhouden. Ook vandaag mogen we die keuze weer maken.

Waar zij gaan is geen recht te ontdekken.

Jesaja 59:1-8
1 De arm van de HEER is niet te kort om te redden, zijn gehoor niet te zwak om te luisteren- 2 jullie wangedrag is het dat jullie en je God uit elkaar heeft gedreven; door jullie zonden houdt hij zich verborgen en wil hij je niet meer horen. 3 Want jullie handen zijn besmeurd met bloed, je vingers bezoedeld door wandaden, je lippen spreken leugens, je tong prevelt bedrog. 4 Geen aanklacht is nog zuiver, geen rechtszaak wordt eerlijk gevoerd. Ze vertrouwen op leegte en spreken bedrieglijke taal, ze zijn zwanger van onrecht en baren misdaad. 5 Ze broeden slangeneieren uit, ze weven spinnenwebben. Wie hun eieren eet zal eraan sterven; als er een wordt ingedrukt, komt er een adder uit. 6 Hun spinnendraden zijn ongeschikt voor kleding, wat zij maken kan niet worden aangetrokken. Hun daden zijn heilloze daden, hun handen staan naar geweld. 7 Hun voeten snellen naar het kwaad, ze haasten zich om onschuldig bloed te vergieten. Hun plannen zijn heilloze plannen, verwoesting en rampspoed vergezellen hen. 8 De weg van de vrede kennen ze niet, waar zij gaan is geen recht te ontdekken. Ze begeven zich op kronkelpaden; wie daarop wandelt kent geen vrede. (NBV)
Waar gaat dit over? Dat is niet zo moeilijk, het gaat over onrecht en wandaden. Maar over wie gaat dit? Dat is wat ingewikkelder. De profeet Jesaja schreef niet een verhaal aan ons maar aan de mensen van zijn tijd. De mensen die terugkeerden uit de ballingschap in Babel en de mensen die teruggekeerd waren na hun vlucht uit Egypte. Ze hadden Jeruzalem weer opgebouwd, waren aan het werk en aan het handelen geslagen maar leken de opdracht de Tempel te herbouwen vergeten te zijn. Nu was dat ook niet zo vreemd. Jeruzalem was behoorlijk verwoest. Het opbouwen van de nieuwe samenleving ging ook met weerstand gepaard. De afstammelingen van de mensen die achter waren gebleven hadden hun eigen leven opgebouwd. Ze hadden er nooit meer aan gedacht dat hun land en hun volk een nieuwe start zouden kunnen maken. De omringende volken ergerden zich aan de pretenties. Was dit volk niet weggevoerd? Had die God waar ze altijd zo van opgegeven hadden hen niet in de steek gelaten? Was zelfs die prachtige Tempel in Jeruzalem niet samen met de stad verwoest?
Wat was er overgebleven van het idee dat die God van Israël de enige God op aarde was en dat de Tempel in Jeruzalem het middelpunt van de aarde zou moeten zijn waar alle volken zich naar moesten richten? Die weerstand had haar invloed op het volk. Van een gemakkelijke wederopbouw van het verwoeste land was geen sprake. Waar bleef die God dan die ze zo bejubeld hadden? In het gedeelte van vandaag lezen we het antwoord van de profeet. Het zal aan God niet liggen maar je moet er wel wat voor doen. Het zijn je eigen wandaden, leugens en onrecht, die de wederopbouw tegenhouden. Onrechtvaardige en oneerlijke rechtszaken, waar rijken bevoordeeld worden boven de armen. Gekonkel om machtsposities ten koste van de zwaksten. Geweld tegen weerlozen. Geen mens komt meer tot zijn recht in de samenleving die ze zijn begonnen.
We weten van de strijd die was ontbrand tussen de mensen uit Babel en de mensen uit Egypte. In plaats van samen te werken probeerden ze elkaar de loef af te steken. Door het benadrukken van de verschillen werd een kloof in de samenleving gedreven die de ontwikkeling tegen hield. En daar wordt de profeet universeel. Want onrecht, geweld, oneerlijkheid en het drijven van een kloof tussen groepen mensen zijn altijd al de wapens van machthebbers en dictators, tegenwoordig terroristen en populisten genoemd. Wie tegen hen is wordt neergesabeld. Wie niet achter hen aanloopt maar blijft geloven in een rechtvaardige en eerlijke samenleving waarin iedereen thuis kan zijn wordt verguisd. Daar ligt dus ook een keuze voor ons. Lopen wij achter dit soort machthebbers aan? Laten we ons inpakken door de goedkope rethoriek van populisten of ons bang maken door zogenaamde terroristische aanslagen? Of houden we vast aan het Koninkrijk van de God van Israël. Elke dag opnieuw hebben we die keuze, ook vandaag weer.

De verdrukten bevrijden

Jesaja 58:6-14
6  Is dit niet het vasten dat ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? 7  Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen? 8 Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de HEER vormt je achterhoede. 9  Dan geeft de HEER antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’ Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, 10  wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur. 11  De HEER zal je voortdurend leiden, hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt. 12  Je eigen mensen zullen weer opbouwen wat al eeuwenlang verwoest ligt; fundamenten, door vroegere generaties gelegd, zullen weer worden hersteld. Dan zal men je noemen ‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’. 13  Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat en geen handel drijft op mijn heilige dag, wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet, de dag van de HEER als een heilige dag, wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan, geen handel te drijven of zaken te bespreken, 14  dan vind je vreugde in de HEER. Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde en je laten genieten van het land dat ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven. De HEER heeft gesproken! (NBV)
We zijn vandaag aangeland in het hart van de Bijbelse boodschap. Zo vaak blijft de verkondiging van de boodschap van de Bijbel steken in algemeenheden. Je moet God liefhebben, je moet Jezus in je hart toelaten. Als je dat doet vindt je vrede en geluk en lacht het leven je toe. Maar als je die boodschap hoort dan hoor je maar de helft. De andere helft staat in het gedeelte dat we vandaag lezen. Misdadige ketens losmaken, de banden van het juk ontbinden. En die misdadige ketens vinden we overal op aarde. In de afgelopen jaren kwamen mensen in Noord Afrika in opstand tegen het juk dat dictators hen al tientallen jaren hebben opgelegd. In Syrië woedt daardoor al een aantal jaren een burgeroorlog, Zo schreeuwen de Palestijnen ons al een tijd toe dat ze bevrijd willen worden van het juk dat Israël hen oplegt door het afgrendelen van hun land, het bouwen van nederzettingen op plekken waar dat niet mag en het beperken van invoer en uitvoer van goederen die hun welvaart zouden kunnen bepalen.
Ook staat er in het gedeelte dat we vandaag lezen dat het gaat om je brood te delen met de hongerige, onderdak te bieden aan de armen zonder huis en mensen kleden die naakt rondlopen. Het zijn zaken die in de tijd van Jesaja speelden maar die evengoed in onze tijd spelen. Ook wij horen van hongersnoden omdat boeren niet zo goed kunnen verbouwen als ze willen omdat hun afzet geblokkeerd is door onrechtvaardige handelsbepalingen. Hongerigen voeden betekent in onze dagen ook eerlijke handelsverhoudingen toelaten, subsidies afschaffen die oneerlijke concurrentie veroorzaken. Onderdak bieden aan armen die geen huis hebben kan betekenen dat je met een organisatie als Habitat huizen gaat bouwen in landen waar men dat zelf niet kan, maar kan ook betekenen dat je de deur openzet voor asielzoekende vluchtelingen. Voor het kleden van mensen die niets meer hebben geldt natuurlijk hetzelfde.
Pas als we zo gaan leven dan breekt het licht door in een duistere wereld, dan pas zullen we ook zelf kunnen herstellen van de onveiligheid die ons lijkt te bedreigen. Gerechtigheid is dan het eerste waar we aan denken, alle mensen tot hun recht laten komen. Dat we dat van de God van Israël hebben geleerd, dat we hem daarvoor dankbaar mogen zijn komt pas achteraf. Dat staat dus echt niet voorop. Dan weet je waar je om kunt vragen, je dagelijks brood, dan zul je daar tevreden mee kunnen zijn. Veel later dan Jesaja zou Jacobus schrijven dat het geloof in God, de liefde voor God niks waard is als je niet doet wat hier geschreven staat in het boek van Jesaja. Dan pas blijkt dat Jezus in je hart woont als zichtbaar wordt wat hier staat als te doen door de gelovige. Dan kunnen we dus werkelijk genieten van de zondagsvrijheid die ons gegeven is. Gelukkig kunnen we elke dag weer doen wat Jesaja hier vraagt van de gelovige, in het klein en in het groot. Ook vandaag kan dat weer.

Op je vastendagen nog handeldrijven

Jesaja 58:1-5
1 Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn. Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden. 2  Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat ik wil, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt. En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid. 3 ‘Waarom ziet u niet dat wij vasten, en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’ Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen, 4 omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan. Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel. 5  Zou dat het vasten zijn dat ik verkies? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de HEER behaagt? (NBV)
In sommige protestantse kringen lijkt de Zondag wel zo’n vastendag met rouw, inkeer en afkeer van de wereld. Iedereen loopt in het zwart, het gezang uit de kerken klinkt als gehuil en de gezichten staan ernstig. Het is gelukkig maar een kleine minderheid die zich zo gedraagt, maar die minderheid valt daardoor wel des te meer op. Helaas wordt de strijd voor het behoud van de zondagsvrijheid aan die kleine minderheid toegeschreven en niet aan de grote meerderheid van Christenen die ten minste één dag in de week de loonslaven willen zien bevrijd van hun slavernij. Ook de kleine middenstanders die één dag in de week zich willen richten op hun gezin en familie zouden bevrijd moeten zijn van de dwingende wetten van winst en profijt. De vastendagen waar hier sprake van is zijn de dagen van boete die het volk Israël één keer per jaar had om zich opnieuw te kunnen verzoenen met de God van Israël. Jesaja schrijft over deze uitbarsting na terugkeer van de ballingen.
Want niet alleen ballingen keerden terug naar Jeruzalem, ook de vluchtelingen die bij het begin van de ballingschap naar Egypte waren gevlucht. En in Babel en in Egypte hadden de grote groepen Israëlieten een heel verschillende ontwikkeling doorgemaakt. Beide waren ze beïnvloed door de hen omringende volken en de eisen die door de verschillende culturen aan hen waren gesteld. Nu ze teruggekeerd waren ontvlamden steeds weer nieuwe conflicten. Het handelen en arbeiders laten werken op de vastendagen was in de oude tijden van Mozes altijd verboden geweest. Dat was ook verboden op de Sabbat en die vastendagen werden omschreven als een Sabbat, een dag bestemd voor de God van Israël, een dag waarop die God de Heer van het leven zou moeten zijn en dus een dag waarop het heb Uw naaste lief als Uzelf zou moeten gelden.
Voor gelovigen in deze tijd is de Zondag ook zo’n dag waarop die richtlijn zou moeten gelden. Niet een dag om in rouw te zijn, in het zwart te lopen, te zingen alsof er gehuild moet worden, maar een feestdag. We vieren immers het feest van de overwinning op de dood, de Sabbat hebben we overigens niet overgenomen maar de Zondag is een dag waarop je familie kunt bezoeken, een dag voor vrijwilligerswerk, voor creativiteit, voor samen de natuur in of samen muziek te maken. Voor gelovigen uiteraard om samen te komen en samen de Heer van het leven lof te zingen voor het leven waarvoor men mag kiezen. Maar voor gelovigen ook een dag om zich samen te beraden op de noden van de wereld, om samen te zorgen voor bevrijding van de arbeid, voor het opgeven van de aanbidding van winst en profijt. Daarom gaat dit deel van het boek van de profeet Jesaja ook over de Zondagsvrijheid en de noodzaak daar in onze dagen pal voor te staan. Gelukkig hebben we elke dag om iedereen te overtuigen van de noodzaak het geschenk van de God van Israël, het grschenk van de zondagsvrijheid te aanvaarden. Ook vandaag mag dat weer.

Effen de weg voor mijn volk!

Jesaja 57:14-21
14  Toen werd er gezegd: ‘Ruim baan! Effen de weg voor mijn volk! Verwijder elk struikelblok.’ 15  Dit zegt hij die hoog is en verheven, die troont in eeuwigheid-heilig is zijn naam: In hoogheid en heiligheid zal ik tronen met hen die verslagen en onaanzienlijk zijn, opdat de onaanzienlijke geest herleeft, opdat het verslagen hart tot leven komt. 16  Want niet eindeloos blijf ik twisten, niet eeuwig duurt mijn toorn. Al doe ik de levensadem stokken, ik ben het ook die het leven geeft. 17 ¶  Mijn toorn was op hun zondige hebzucht gericht, ik heb hen gestraft en me in mijn woede verborgen. Maar zij gingen onverdroten voort op de weg die ze zelf hadden gekozen. 18-19 Ik heb gezien wat ze deden, maar toch zal ik hen genezen, hen leiden en hun barmhartigheid bewijzen. Treurenden bied ik troostrijke woorden: Vrede, vrede voor iedereen, ver weg of dichtbij- zegt de HEER -,ik zal genezing brengen. 20  Maar de goddelozen blijven onrustig als de zee, die nooit rust kent; haar golven woelen vuil en modder op. 21  Goddelozen zullen geen vrede kennen-zegt mijn God. (NBV)
Het zijn niet de ballingen die afgoden zijn nagelopen en het overspel hebben gepleegd dat in het gedeelte hier vooraf werd genoemd. Zij hebben op een harde manier moeten leren hoe het is om verlaten te worden door de God van Israël. In psalm 137 kun je het klagen van de ballingen nalezen. Maar ze hadden ook hun identiteit als volk weer vorm gegeven. En daarmee hun godsdienst en ze waren er achter gekomen dat de God van Israël met je meetrekt als je weet te delen van wat je hebt, als je weet te zorgen voor de minsten. Profeten als Jeremia hadden ze geschreven dat ze groente moesten gaan verbouwen en moesten zorgen dat ze zo met elkaar moesten samen leven dat ze goed bekend zouden staan in hun omgeving. In het boek Daniël kun je nalezen hoe dat in de ballingschap toeging en in het boek Ester kom je het verhaal tegen hoe de Jood Mordechai de koning weet te behoeden voor een aanslag en dat die daad mede de redding zal betekenen van het hele volk.
Uiteindelijk loopt dat inderdaad uit op Koning Cyrus die de ballingen opdracht geeft terug te keren naar Jeruzalem en daar de stad en vooral de Tempel weer op te bouwen. Hij geeft hen het goud en zilver mee dat uit de Tempel was meegenomen als oorlogsbuit. Daarom kan de profeet hier roepen dat er een weg door de woestijn gereed gemaakt moet worden. Want ze komen er weer aan, de ballingen keren terug. De God van Israël blijft niet eeuwig kwaad. En let even op, dat nalopen van die afgoden was nog niet eens het allerergste, dat nalopen kwam voort uit hebzucht en dat was het ergste. Daarom kunnen we die afgoden uit de Hebreeuwse Bijbel vandaag herkennen als de goden van winst en profijt. Goden die ons tot loonslaven maken en ons beroven van de zondagsvrijheid. Zelfs kleine winkeliers houden ze in hun greep van economische wetten die gaan boven een samenleving van vrije mensen.
De God van Israël brengt vrede, of je nu veraf staat van geloof of dat je er dichtbij staat of zelfs hoort bij de gelovigen in de God van Israël. Zijn vrede is voor iedereen. Alleen goddelozen kennen geen vrede, zij reageren op de wereld uit angst, zij zien in iedereen die anders is een bedreiging en iedereen die niet in hun macht is een concurrent. Zij blijven vuil en modder opwoelen, noemen de Islam een ideologie gericht op moord en geweld en zien voorbij aan de pijler van vrede en gerechtigheid die ook daar gekend wordt. Juist de grote richtlijn van de God van Israël, heb Uw naaste lief als Uzelf, blijkt de wereld te hebben overwonnen, daarmee kun je bij iedereen aankomen en daar kun je iedereen op aanspreken, iedereen van welke godsdienst dan ook. Ook vandaag weer en aan ons de roep om dat ook vandaag weer te gaan doen.

Ze zullen je niet redden

Jesaja 57:7-13
7  Je plaatste je bed op een hoogverheven berg, je ging de berg op om een offer te brengen. 8  Achter je deur en je deurpost heb je je schandelijke tekens geplaatst. Je hebt je van mij afgekeerd: naakt en wellustig spreidde je het bed, je sprak een prijs af met je mannen, je sliep maar al te graag met hen en bekeek hun lid aandachtig. 9  Je boog je over je minnaars met olie en balsem in overvloed. Je stuurde je boden naar verre oorden, zelfs tot diep in het dodenrijk. 10  Het vele reizen matte je af, maar nooit zei je: ‘Ik geef het op.’ Je lusten werden bevredigd, dat hield je op de been. 11  Voor wie ben je zo bang en beducht dat je leugens blijft verspreiden? Aan mij heb je niet gedacht, om mij je niet bekommerd. Ik heb al te lang gezwegen, je hebt geen ontzag meer voor mij. 12  Ik zal je vertellen wat dat fraaie gedrag van jou waard is. Je godenverzameling zal je niet baten; 13 ook al schreeuw je het uit, ze zullen je niet redden: de wind tilt ze op, een zuchtje wind voert ze weg. Maar ieder die bij mij schuilt zal het land in bezit nemen en mijn heilige berg in eigendom krijgen. (NBV)
Bij het lezen van de Bijbel moeten we vaak bedenken dat de Bijbel de gewoonte heeft om een stad, een regio, een stam of een land als persoon aan te spreken. Het gaat hierbij dus niet om een individu maar om een groep mensen. We hebben gelezen dat in dit deel van het boek van de profeet Jesaja Jeruzalem wordt aangeduid als de bruid van de God van Israël. Een feest zou het worden als die twee verenigd worden. Maar wat voor bruid is dat dan wel? In dit gedeelte lezen we wat de God van Israël ontmoette toen hij zich tot zijn bruid wendde. Opnieuw in de termen van bruid en bruidegom. Dat was namelijk ook de beeldtaal waarin de vruchtbaarheidsgodsdiensten in Kanaän werden gevierd.
We lezen zo gemakkelijk van Baäl en dan weten we meestal wel dat het een afgod was. We lezen van Asjera en de palen die in de akkers werden gedreven. Asjera is dan moeder aarde die bevrucht moet worden. Om zelf vruchtbaar te zijn moest je in die godsdiensten soms zelf via tempelprostitutie je verenigen met de Godheid en mannen konden daarbij gedwongen worden met mannen te slapen en vrouwen met vrouwen, dat ongeacht hun werkelijke geaardheid. Dat was de gruwel waar de Bijbel ook van spreekt. In dit gedeelte begint de profeet de berg van de God van Israël te zetten tegenover de berg waarop de afgoden gediend werden. Op die berg moet je dichter bij de god zijn zodat je offer die god ook gemakkelijker zal bereiken.
Zo niet op de Berg van de God van Israël, vanaf die Berg bezie je de hele aarde, vanaf die Berg kun je dus zorgen dat de liefde van die God zich over de hele aarde verspreid. Een offer aan de God van Israël is daarom ook altijd een teken dat je bereid bent te delen en is niet bestemd om de God van Israël ergens toe over te halen. De God van Israël is immers altijd bij je en trekt met je mee. De bruid Jeruzalem had vele vreemde goden binnengehaald. De profeet volgt het verhaal dat in een afgodstempel werd verteld over de verre reis die gemaakt moest worden om de God te bereiken. Spottend merkt hij op dat zelfs in Egypte, het dodenrijk, de goden werden gehaald. Olie en balsem werden in tempels in overvloed gebruikt. Maar die waren bedoeld voor de doden. De God van Israël gaat over de levenden, ook vandaag nog.

De rechtvaardige gaat te gronde

Jesaja 56:9-57:6
9 Laat de dieren van het veld komen om te eten, en alle dieren uit het woud. 10  Want al mijn wachters zijn blind, ze merken niets; ze zijn stom als waakhonden die niet kunnen blaffen: vadsig en hijgend liggen ze daar, ze willen alleen maar luieren. 11  Vraatzuchtige honden zijn het, onverzadigbaar. Het zijn herders die geen inzicht kunnen bieden, allemaal gaan ze hun eigen weg, ieder belust op eigen voordeel. 12  ‘Kom, ik haal nog wat wijn, we gieten ons vol met drank. En morgen doen we het weer net zo of pakken we het nog grootser aan.’ 1 De rechtvaardige gaat te gronde en niemand bekommert zich erom; ook trouwe mensen sterven, maar niemand ziet in dat de rechtvaardige sterft doordat er onrecht heerst. 2  Toch-wie de rechte weg bewandelt zal rust hebben op zijn sterfbed en de vrede binnengaan. 3 Maar jullie, kom dichterbij, kinderen van een waarzegster, nageslacht uit ontucht en overspel. 4  Over wie maken jullie je zo vrolijk? Tegen wie zetten jullie zo’n grote mond op, naar wie steek je je tong uit? Zijn jullie zelf geen kinderen uit zonde, nageslacht van leugen en bedrog? 5  Jullie hartstocht brandt onder terebinten, onder elke bladerrijke boom. Jullie slachten kinderen in de wadi’s, onder overhangende rotsen. 6  Tussen de gladde stenen in de rivier komen jullie zelf te liggen, dat is je bestemming. Daar heb je immers wijnoffers gebracht en graanoffers opgedragen. Zou ik om zulke mensen treuren? (NBV)
Dat krijg je er van als je de verkeerde leiders kiest. Het soort leiders in prachtige gesneden pakken, met fraaie woorden en mooie zinnen. In de dagen van Jesaja ook het soort leiders dat zich bezig houdt met fraaie rituelen, ze plengen wijn op de stenen in de oversteekplaatsen van de rivier. Bijgeloof en afgoderij overheersen hen. Angst is hun beste raadgever. Maar door dat soort leiders gaat zelfs de rechtvaardige ten gronde. Zich verzetten tegen roofdieren, de exorbitante zelfverrijkers en  de machtige bankiers durven ze niet. Die kunnen met een gerust geweten en ongestoord de armen nog armer maken. Mensen die vasthouden aan de oude regels van samen leven, samen zorgen en samen delen kunnen doodvallen, die gaan niet met hun tijd mee. Niemand die in lijkt te zien dat degene die wil delen, die anderen tot hun recht laat komen langzaam uitsterft. Zulke mensen vindt je bijna niet meer.
Ook niet in onze dagen. Wij kiezen immers leiders die vinden dat de armen zelf de schuld hebben aan hun armoede. Wij kiezen leiders die het goed vinden dat groepen tegen elkaar opgezet worden op grond van hun geloof, een regering die zich daardoor soms laat steunen en zelfs ingeburgerde en hier opgegroeide kinderen terugstuurt naar landen waar men heel anders leeft en waar die kinderen zelfs de taal niet van spreken. Bij verkiezingen moeten we dus zeer uitkijken wie we kiezen, welke effecten de mooie praatjes van de leiders echt hebben op de armsten in onze samenleving. Worden de wachtlijsten in de sociale werkvoorziening opgeheven, met welke snelheid en welke banen worden door hen voor deze zwaksten op de arbeidsmarkt geschapen? Krijgen de mensen die aangewezen zijn op de laagste uitkeringen ook werkelijk de steun die ze nodig hebben om weer op eigen benen te gaan staan? Heffen we eindelijk de onrechtvaardige handelsverhoudingen op waardoor we steeds opnieuw gedwongen zijn acties te houden tegen hongersnoden en natuurrampen?
Zorgen we dat de aarde ook bewerkt zal kunnen worden door onze kinderen en kleinkinderen, dat ze energie hebben om zich te warmen in koude perioden? Natuurlijk kunnen die leiders zich mooi en fraai voordoen, daar zijn ze op geselecteerd. Natuurlijk kunnen ze hun leugens fraai verpakken, zodat het lijkt of er aan redelijke eisen ook echt wordt voldaan. Maar concrete maatregelen worden niet afgekondigd en de datum waarop werkelijk delen in gaat niet genoemd. Denk daar dus aan het komende jaar als er weer een stortvloed van verkiezingsretoriek over ons wordt uitgestort. Jesaja waarschuwt ons niet voor niets en gewaarschuwde mensen tellen voor twee. Wij mogen dan geen antwoorden hebben op de vragen van nood en ellende die ons bereiken, we kunnen wel de vragen stellen en herhalen zodat ze gehoord worden, dag in dag uit. Wij weten dat de God van Israël luistert, wij weten dat we ook de politici kunnen laten luisteren. Elke dag weer mogen we er aan werken, ook vandaag.

Maak de weg van de Heer gereed

Matteüs 3:1-17
1 In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde: 2  ‘Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!’ 3  Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen hij zei: ‘Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”’ 4  Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij voedde zich met sprinkhanen en wilde honing. 5  Uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe, 6  en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. 7  Toen hij zag dat veel Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop afkwamen, zei hij tegen hen: ‘Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? 8  Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, 9  en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! 10  De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 11  Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; 12  hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.’ 13 Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. 14  Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?’ 15  Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in. 16  Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. 17  En uit de hemel klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.’ (NBV)
Na de kruisiging van Jezus van Nazareth en de avonturen die ze beleefd hadden met de Opstanding en de uitstorting van de Heilige Geest noemden de volgelingen van Jezus zich “Mensen van de Weg”. Dat ze Christenen genoemd zouden worden kwam pas veel en veel later in het verhaal. Jezus van Nazareth had zichzelf de Weg genoemd. De Weg naar de betere wereld die vanouds was beloofd. Het beloofde land, overvloeiende van melk en honing, waar het volk Israel een blijvende vrede zou vinden en waar alle volken zich naar toe zouden wenden om te delen in die vrede. Het verhaal van die Weg begint in het boek van Matteüs aan de Jordaan. Daar, waar het volk Israel uit de Woestijn was gekomen om dat beloofde land binnen te trekken, had Johannes een plaats gevonden om ze op te roepen de Weg klaar te maken door de paden recht te maken.
Die oproep was een citaat uit het boek van de profeet Jesaja. In dat boek staat de richtlijn van de Liefde centraal, het delen en houden van je naaste als van jezelf. Dat was de grondregel die het volk ooit in de woestijn had ontdekt als het diepste beginsel van religie. Pas als je zo onvoorwaardelijk op elkaar kunt vertrouwen overleef je de tocht door de woestijn, dat maakt je tot een Goddelijk volk. Johannes roept dus op om voortaan volgens die richtlijn te gaan leven, je door God op pad te laten sturen. Er waren in de tijd van Johannes veel van die profeten die de mensen opriepen om terug te keren naar de bronnen van het volk Israel. Het volk leefde onder een drukkende bezetting. Overal op aarde waren de Romeinen de baas en de Romeinse Keizers werden vereerd als goden. Verschillende soorten verzet werd er gepreekt. Er waren mensen die geweld predikten, rond het jaar 70 zou dat leiden tot een gewapende opstand. Maar ook in de vier verhalen over Jezus van Nazareth die je in de Bijbel tegenkomt staan berichten over opstandjes en daden van geweld.
Er waren ook mensen die zich van de wereld afzonderden en in de woestijn gesloten gemeenschappen hadden gesticht, we kennen daar nu nog de Essenen van, hun gemeenschappen zijn bij opgravingen blootgelegd. Ook de Dode Zee rollen zijn van een dergelijke gemeenschap, de grote opstand van het jaar 70 maakte dat hun geschriften werden verstopt in grotten. Johannes volgde een andere weg. Als iedereen ging leven volgens de regel van heb je naaste lief als jezelf dan verandert de wereld vanzelf. Hij sloot daarbij aan bij de profeten van Israel, Jeremia bijvoorbeeld, die al hadden betoogd dat gewapend verzet tegen wereldmachten niet zoveel zin had en dat afzondering ook niet kon omdat uiteindelijk alle volken zich naar Jeruzalem zouden moeten keren. Als teken van vernieuwing gebruikte Johannes de doop in de Jordaan, door de Jordaan bereik je dat nieuwe beloofde land. Je spoelt het oude leven, het woestijnleven, af en je gaat het leven van vrede en overvloed binnen.  Maar het was geen mode, geen hype waar je uit fatsoen niet omheen zou kunnen. De mensen van het uiterlijk vertoon waren daarom niet welkom. De mensen die compromissen hadden gesloten met de bezetter om hun eigen belang veilig te stellen hoorden er niet bij. Van dat nieuwe leven, van de inzet voor de minsten, moet wat te zien zijn. Vrucht moet het nieuwe leven dragen, vruchten die je zelf voortbrengt. Om die vruchten gaat het ook vandaag nog. En die vruchten kunnen we voortbrengen, vanaf vandaag als we dat willen.

Rachel beweende haar kinderen

Matteüs 2:13-23
13 Kort nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer. Hij zei: ‘Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.’ 14 Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte. 15  Daar bleef hij tot de dood van Herodes, en zo ging in vervulling wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.’ 16  Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs misleid was, werd hij verschrikkelijk kwaad, en afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, gaf hij opdracht om in Betlehem en de wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen. 17 Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia:18 ‘Er klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer.’ 19 Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer. 20 De engel zei: ‘Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.’ 21 Jozef stond op en vertrok met het kind en zijn moeder naar Israël. 22 Maar toen hij daar hoorde dat Archelaüs zijn vader Herodes had opgevolgd als koning over Judea, durfde hij niet verder te reizen. Na aanwijzingen in een droom week hij uit naar Galilea. 23  Hij ging wonen in de stad Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’ (NBV)
Met het opruimen van de kerstboom en bijbehorende kerstversiering smijten we alle kerstromantiek voor een heel jaar weer de deur uit. Als je dan na de kerst ook nog het verhaal van vandaag leest zoals dat door Matteüs wordt verteld zijn alle herdertjes bij nachte in het veld en door het luchtruim zwevende engeltjes samen met het goud, de wierook en de mirre helemaal verdwenen. Er blijft alleen nog een droomengel over die je zo af en toe kan waarschuwen voor het ergste gevaar. Want Matteüs schroomt niet voor gruwelverhalen. Stel je voor, alle jongetjes beneden de twee jaar die vermoord moeten worden. Herodes maakt met één klap van Bethlehem het Egypte uit de tijd toen de Farao bevel gaf pasgeboren jongetjes te doden en alleen Mozes dat overleefde. Jozef had het op tijd in de gaten en zo overleefde Jezus deze moord. Want een afschuwelijke wrede moord blijft het. In de geschiedenis is het een kanttekening. In het Romeinse Rijk zal het nauwelijks opgemerkt zijn. Een vazal van de Keizer stelt de macht van het Rijk veilig.
Zo zijn er in de geschiedenis miljoenen kinderen omgebracht. In de Tweede Wereldoorlog stierven er anderhalf miljoen Joodse kinderen in de gaskamers, daarnaast ook nog zigeunerkinderen. Wat nu nieuwe koningen die worden geboren. Koningen worden door de Keizer aangewezen en als het goed gaat geboren in Paleizen, ook al regeren ze bij de gratie Gods. De machtigen moeten machtig blijven en als het nodig is beschermen ze hun positie met geweld. Het is vandaag in de wereld niet anders dan in de dagen van Herodes. Egypte staat in de symboliek van Israël voor het soort rijk van de dood waar het op deze manier toegaat. En daarom kon met recht gezegd worden dat Jezus uit Egypte naar Israël gekomen was. Dat terugkomen was overigens niet met veel tromgeroffel en fanfare. Om geen enkel risico te lopen vestigde Jozef zich met zijn gezin in Galilea, in Nazareth dus. Daar waren de Romeinen via de stadhouder de baas. Je weet maar nooit hoe ver de machtige arm van het paleis reikt en Galilea stond niet onder direct bestuur van Koning Archelaüs, een van de drie zonen van Herodes die na de dood van Herodes de Grote het land hadden verdeeld. Archelaüs zou worden afgezet omdat hij te wreed was voor de bevolking.
Dat Nazareth was zo klein en onbeduidend dat het nergens in de oude geschriften verder vermeld wordt. De naam wijst op de aanwezigheid van kreupelhout. Jozef duikt dus met zijn gezin onder in het kreupelhout. Dat Jezus een Nazoreeër genoemd zou worden is een merkwaardige uitspraak. Dat staat namelijk nergens in de boeken van de Profeten. Wel dat de Messias verachtelijk en nietswaardig genoemd zou worden. Dat hij dus opgroeide in het kreupelhout klopt dus wel met de voorspelling. Maar dat Jezus door een gelofte van zijn ouders apart gezet is en voorbestemd is zijn volk te bevrijden, zoals van Simson werd verteld, en wat “Nazoreeër” is volgens de geboden die in het boek Numeri worden beschreven, klopt hier niet in het verhaal. Maar dat namen in de Bijbel om hun klankverwantschap tot onverwachte verbindingen leiden komt vaker voor. Het verhaal gaat ook hier van dood naar leven. Van een gruwelijke moord die niet werd tegengehouden naar de komst van de Weg van Jezus van Nazareth. Een verhaal dat daardoor de Weg van Liefde, Recht en Vrede des te meer doet oplichten en een verhaal dat begint met een geboorte op een kale akker waar de schapen worden gevoed en een kind dat opgroeit in het struikgewas langs de weg..

Toen Jezus geboren was in Betlehem

Matteüs 2:1-12
1 Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. 2 Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’ 3  Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. 4 Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden. 5 ‘In Betlehem in Judea, ‘zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: 6 “En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’ 7 Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, 8 en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’ 9 Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. 10 Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. 11 Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. 12 Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land. (NBV)
We lezen vandaag nog een kerstverhaal. Per slot van rekening viert een groot deel van de Christenheid het kerstfeest gelijk met het feest dat wij Drie Koningen noemen. Dit kerstverhaal is het verhaal zoals Matteüs dat heeft opgeschreven. Toen Jezus was geboren in Bethlehem kwamen er  magiërs in Jeruzalem aan die de nieuwe Koning van de Joden zochten. In de Roomse Kerk spreekt met graag over drie Koningen, die heten dan ook nog Melchior, Caspar en Balthasar en zijn uiteindelijk begraven in de Dom van Keulen. Volgens de Protestantse geleerden, die het ook bij de vertaling gewonnen hebben, is het beter te spreken van “magiërs”, astrologen. De orde van deze magiërs werd al genoemd bij de profeet Daniël. Ze hadden een ster gezien waarvan de verschijning werd uitgelegd als een teken dat er een nieuwe koning in Israel was geboren.
Ze gingen dus naar het paleis van Herodes. Mensen die de geschiedenisboekjes hebben gelezen zullen zeggen dat Herodes in het jaar 0 al een paar jaar dood was. Dat klopt, later kwam er wel weer een andere Herodes maar in het jaar 0 was die er nog niet. In de middeleeuwen was er een monnik die het begin van de jaartelling wilde stellen op het geboortejaar van Jezus van Nazareth. Dat vergde wel wat rekenwerk en daar vergiste hij zich ook wat mee. Daarom neemt men tegenwoordig aan dat Jezus werd geboren tussen 7 en 4 voor het begin van de jaartelling. Wanneer precies is niet echt bekend en ook niet zo belangrijk. De magiërs waren inmiddels vergeten dat je voor een echte koning van Israel niet in een paleis moet zijn maar op de akker die de familie van de Koning bij de verdeling van het land onder Jozua had gekregen en elke 50 jaar weer terug zou moeten krijgen. Daar had ook ooit de profeet Micha op gewezen. Op die manier zouden de wetten van Israel, de richtlijnen voor de menselijke samenleving, zorgen voor bevrijding van de armen.
Dat duidelijk maken was immers ook het doel van Matteüs. Toen de magiërs hun geschenken hadden gebracht in Bethlehem snapten ze wel dat ze niet bij die koning Herodes moesten zijn, dat er heel wat anders aan de hand was en ze gingen langs een andere weg terug. Kunnen we nu uit de sterren de toekomst voorspellen? Welnee, daar gaat het verhaal toch niet over. Dat verhaal gaat over de droom van Israel dat Koning David, het huis van David, de opvolger van David dus, door de hele wereld erkend zou worden als de echte heerser van Israël. Herodes was niet langer de echte koning van Israël, de echte koning was geboren in Bethlehem zoals de profeten hadden voorzegd. In de diepste duisternis van de Romeinse bezetting, die naar eigen willekeur koningen op de troon van Israël had gezet, komt het bericht dat de hoop die profeten in het bangst van de ballingschap hadden uitgesproken vervuld zou worden. De bevrijding van de armen is eindelijk aangebroken. Toen Jezus was geboren in Bethlehem, toen begon het en vandaag de dag mogen wij er aan mee gaan doen. Dat is pas kerstfeest vieren en dat kan elke dag opnieuw.