Wees dus niet bang

Matteüs 24-33
24  Een leerling staat niet boven zijn leermeester en een slaaf niet boven zijn heer. 25  Een leerling moet er genoegen mee nemen te worden als zijn leermeester, en de slaaf als zijn heer. Als ze de heer des huizes al Beëlzebul genoemd hebben, waarvoor zullen ze dan zijn huisgenoten wel niet uitmaken? 26  Wees dus niet bang voor hen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden. 27  Wat ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken. 28  Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna. 29  Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. 30  Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. 31  Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. 32  Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. 33  Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel. (NBV)
Het gedeelte uit het Evangelie dat we vandaag lezen zou zo weggehaald kunnen zijn uit een boek als Spreuken. Het klinkt als de wijsheid van Salomo. Maar het heeft voor Jezus en zijn leerlingen een heel actuele betekenis. In de dagen van Jezus van Nazareth snapte iedereen direct dat een slaaf op de onderste ladder van de samenleving stond. Het leven van een slaaf is eigenlijk niks waard en op het doden van je eigen slaaf stond ook geen straf. Matteüs begint dan ook met de uitspraak van Jezus te citeren dat de slaaf niet meer hoeft te zijn dan de meester, of de leerling meer dan de leraar, maar toch.  Je kunt je ook vandaag de dag niet voorstellen dat de buschauffeur niet boven de bestuursvoorzitter van de busmaatschappij gesteld met worden.
Dat ze gelijk zijn is dus duidelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus waarschuwt voor de oorlog die je ontketent als je dit van de daken gaat schreeuwen. Toch is het ook een waarschuwing voor de leermeester en de slavenmakers. Die Beëlzebub is in het spraakgebruik uit de tijd van Jezus het hoofd van de duivels, het opperste kwaad. Als je als heer of leermeester zo wordt genoemd dan straalt dat af op alles dat aan jou ondergeschikt of van jouw afhankelijk is. Beiden moeten dus zorgen voor een goede verhouding. Want als ze geheimen hebben dan worden die vanzelf wel ergens duidelijk. En niemand hoeft bang te zijn om geheimen te onthullen. Uiteindelijk gaat het niet om jezelf maar om de samenleving die er recht op heeft om geheimen te kennen.
Dat is ook in onze dagen zo. Je kiest wel steeds de goede kant, en hij heeft er weet van als je ten val komt en uiteindelijk zal het allemaal wel goed komen, maar Jezus is ook gekomen om het zwaard te brengen. Onrecht mag niet ongenoemd blijven.  Journalisten die onderzoek doen naar geheimen bij overheid en bedrijfsleven doen uiteindelijk niet anders dan Jezus vraagt. Goed en kwaad zullen eindelijk duidelijk worden. Het kind van de uitgeprocedeerde asielzoekster is niet minder dan een van de dochters van Maxima en Alexander, en we worden geroepen om van allebei evenveel te houden. Je mag van anderen houden als van jezelf en als je merkt hoeveel je van een ander kan houden dan weet je ook hoeveel jezelf waard bent. In de vijftiende eeuw schreef iemand eens op dat het eigenlijk de enige troost is die we hebben, dat God er weet van heeft wat er met je gebeurt. Sinds die tijd is dat aan heel veel mensen geleerd. Maar je leert het pas echt als je weet hebt van de ellende van de anderen, en daar wat aan wil doen.

Maar wie standhoudt tot het einde

Matteüs 10:16-23
16 Bedenk wel, ik zend jullie als schapen onder de wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif. 17  Pas op voor de mensen, want ze zullen je voor het gerecht brengen en je geselen in hun synagogen. 18  Jullie zullen omwille van mij worden voorgeleid aan gouverneurs en koningen, en een getuigenis moeten afleggen ten overstaan van hen en de heidenen. 19  Wanneer ze je uitleveren, vraag je dan niet bezorgd af hoe je moet spreken of wat je moet zeggen. Want wat je moet zeggen, zal je op dat moment worden ingegeven. 20  Jullie zijn het immers niet zelf die dan spreken, het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreekt. 21  De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen. 22  Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam; maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered. 23  Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht dan naar de volgende. Ik verzeker jullie: voor je in elke stad van Israël bent geweest, zal de Mensenzoon gekomen zijn. (NBV)
Er zijn van die predikers die beloven een gemakkelijk leven als je de weg van Jezus van Nazareth volgt. “Laat Jezus in je hart en je zult de vrede kennen” Afgezien van de vraag hoe “Jezus in je hart” moet komen is de suggestie dat het leven vredig en gemakkelijk wordt geheel in strijd met wat Jezus er in het verhaal van Mattheüs zelf over te zeggen heeft. We kennen natuurlijk de uitdrukking over de wolf in schaapskleren, een vijand die zich onder de nietsvermoedende onschuldige kudde begeeft om daar kwaad aan te richten. Maar kennen we het omgekeerde ook? Schapen die zich onder de wolven begeven om andere schapen te helpen?  We staan er waarschijnlijk niet zo bij stil maar organisaties als Artsen zonder Grenzen kennen dit soort schapen.  In oorlogsgebieden vindt je hen terug, onafhankelijk en alleen daar waar mensen zonder hulp zijn gaan ze hun gang, wat overheden of gewapende troepen er ook van mogen vinden.
Regelmatig vallen er slachtoffers onder deze hulpverleners, of ze worden ontvoerd of gevangen gezet, of ter dood gebracht. Ooit was er een tijd dat de kerken de verantwoordelijkheid voor dit soort hulp op zich hadden genomen. De geschiedenis kent dan ook vele slachtoffers van geweld die alleen hulp aan de armsten en de zwaksten kwamen brengen. Veel kerken hebben zich echter zozeer met de machthebbers in de wereld verbonden dat het aantal kerkelijke hulpverleners zeer is teruggelopen. Van veel kerken is voor de machthebbers zeker geen gevaar meer te duchten.  En toch waarschuwt Jezus er voor dat het volgen van zijn weg een hoop onrust en conflict teweeg zal brengen.  Kinderen tegen hun ouders, burgerlijke en kerkelijke overheden tegen de volgelingen van Jezus.
Jullie zullen door iedereen worden gehaat zegt hij tegen zijn zendelingen, en daarmee kunnen ze op pad. Wie in onze dagen voor de armen opkomt wordt vreemd aangekeken. Wie maaltijd houdt met vreemdelingen in plaats van hen te veroordelen loopt de kans gemeden te worden en met de nek te worden aangekeken. Wie racisten veroordeeld en opkomt voor een rechtvaardige samenleving waar mensen recht hebben op hun eigen overtuiging en manier van leven loopt de kans met geweld bedreigd te worden. Het gaan van de Weg van Jezus van Nazareth betekent dat gaan op die weg volhouden, ondanks wat er gebeurd, ondanks wat vrienden, familie en de mensen om je heen er van vinden, ondanks de heersende opinie, volhouden tot het einde toe. Elke dag opnieuw.

Schud het stof van je voeten

Matteüs 10:5-15
5  Deze twaalf zond Jezus uit, en hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. 6  Ga liever op zoek naar de verloren schapen van het volk van Israël. 7  Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” 8  Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! 9  Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, 10  schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien. 11  In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verder gaat. 12  Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. 13  Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren. 14  En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten. 15  Ik verzeker jullie: de dag van het oordeel zal voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn dan voor die stad. (NBV)
De 12 zendelingen die Jezus er op uit stuurt krijgen heel nauwkeurige instructies mee. Jezus zelf was net weggestuurd uit het 10 stedenland, omdat hij de gekkigheid van een paar bewoners aan varkens had verbonden die zich vervolgens van de rotsen hadden gestort, dus naar het buitenland mogen ze voorlopig niet gaan. Het blijft bij de mensen van hun eigen volk want die kunnen snappen waar het om gaat. Een koninkrijk waar de Thora, de richtlijn voor de menselijke samenleving, heerst, de regel van je naaste liefhebben als jezelf. Daarom mogen ze ook niks verdienen aan het brengen van de boodschap, aan het genezen van ziekten en het laten ophouden van allerlei gekkigheid. Zeker niet aan het wegnemen van kwellingen en aan het weerbaar maken van het volk, zoals je het “genezen van alle ziekten en kwalen” eigenlijk ook zou kunnen vertalen.
Van die plaatsen waar ze niet ontvangen worden moeten ze het stof van hun voeten schudden. Ofwel ze moeten opnieuw op weg gaan en zich niet laten besmetten door het negativisme waar men kennelijk voor kiest, we kunnen toch niet anders doen als we gewend zijn te doen klinkt het. Ook in onze dagen keren veel mensen zich van de politiek af. Problemen in de wereld zijn ingewikkeld en het kost moeite en energie je daarin te verdiepen. Dat het eigenlijk gaat om te zorgen voor minsten in de wereld wordt door de rijken en machtigen handig verborgen achter moeilijke woorden en ingewikkelde conflicten. Goedkopen slagzinnen lijken de keuze voor de juiste politiek makkelijker te maken. Populisten worden dus vandaag de dag populair, maar over zorg voor de zwakken, zorg voor weerbaarheid en bevrijding van kwelling hoor je weinig meer. Verzet tegen onrechtvaardige verhoudingen is er daarom door demonstranten, er wordt op zoveel terreinen tegelijk geknaagd dat de wortels van de samenleving op zijn voor we het weten.
Vergeleken bij hun einde zal het lot van Sodom en Gommorra nog zacht zijn, zei Jezus over de mensen die zijn zendelingen niet wilden ontvangen. Niet commercieel, vrede brengend, alle mensen liefhebbend, niemand weggooiend. Een koninkrijk dat ongeveer op alle fronten het tegendeel was van wat het onze aan het worden is. Natuurlijk willen mensen wel samen een volk vormen. De enorme massa’s die zich scharen achter een voetbalelftal dat namens ons land wint bewijst dat wel. De omvang lijkt op de massa die in de dagen van Jezus van Nazareth bij hem sterkte en bevrijding van kwelling zoekt. Wij zijn een rijk land, tienduizenden konden het zich permitteren een paar weken in Brazilië te verblijven bij een WK voetbal. Maar wanneer lopen er bij ons Apostelen langs die de massa’s bewegen om te gaan delen met de minsten, te zorgen voor de zwaksten? Of zouden ze bij ons het stof van hun voeten moeten schudden?

Iedere ziekte en elke kwaal.

Matteüs 9:35-10:4
35 Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. 36  Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder. 37  Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. 38  Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’ 1 Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen. 2  Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, 3  Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, 4  en ten slotte Simon Kananeüs en Judas Iskariot, die hem zou uitleveren. (NBV)
Geen wonder dat Jezus van Nazareth handen te kort komt als je iedereen van elke ziekte en elke kwaal weet te genezen. Maar staat dat er eigenlijk wel? Het Griekse woord dat hier met ziekte wordt vertaald kan ook worden vertaald als kwelling en het woord dat met kwaal wordt vertaald kan ook worden vertaald als zwakte. En dan staat er iets anders dan een beschrijving van het werk van de gemiddelde dokter. Dan staat er dat Jezus van Nazareth de mensen weer moed en kracht gaf, zoals schapen weer kracht kunnen krijgen als ze goed en vers gras te eten krijgen. Maar daar is een herder voor nodig die ze naar grazige weiden brengt. Het ene beeld heeft verband met het andere. Maar sterke zieken die verzekeringen en overheden kunnen aanspreken op de zorg waar ze recht op hebben zijn heel wat lastiger dan zwakke en zielige figuren die maar moeten bidden met gevouwen handen en gesloten ogen of ze misschien beter mogen worden. Om de massa sterker en weerbaarder te maken is kader nodig, zijn mensen nodig die het goede voorbeeld geven en zelf ook de mensen helpen sterker en weerbaarder te worden.
Zo koos Jezus van Nazareth 12 mensen die hij er op uit kon zenden om al die mensen die opnieuw wilden beginnen, die geloofden beter te kunnen worden, ook daadwerkelijk te helpen weerbaarder en sterker te worden. Mattheüs geeft een hele rij namen en bij een paar discussiëren de geleerden nog wie nou wie is. Je vindt de rij ook bij Lukas die de mannen zendelingen of Apostelen noemt omdat ze er op uit worden gestuurd. Eén ervan is Simon bijgenaamd Kananeüs. Die bijnaam onderscheidt hem van Simon Petrus waar we waarschijnlijk meer van gehoord hebben. Dat Kananeüs staat in de Nieuwe Bijbelvertaling. Het stond ook al in de Statenvertaling uit 1619 op deze manier vertaald. In de Bijbelvertaling van 1951, die de laatste 50 jaar bijna overal is gebruikt staat nog Simon de Zeloot. Je moet dus nooit de Bijbel letterlijk nemen, want je moet altijd vragen naar welke Bijbel, of beter naar welke vertaling uit welke grondtekst je moet luisteren. Het gaat om de betekenis.  Die bijnaam Kananeüs gaat terug op een woord dat in het Bijbelboek Exodus wordt gebruikt voor IJveraar. En dat was ook de bijnaam voor de beweging van de Zeloten die in de tijd van Jezus verzet pleegden tegen de Romeinse bezetting. Ze gingen gewelddadig verzet niet uit de weg. Deze Simon, zo wordt aangenomen, had zich na verloop van tijd bij Jezus aangesloten, maar hij bleef “de IJveraar”.
De reuk van terrorisme bleef hem volgen. Niet zo vreemd want terrorisme heeft tot in onze tijd vaak een religieuze bodem. Maar dat Jezus van Nazareth juist die leerlingen leerde de tijdgeest van fatalisme en negativiteit te bestrijden en om te zetten in de geest van saamhorigheid en oog hebben voor de zwaksten is duidelijk. Dat er mensen rondtrokken om de massa te bevrijden van kwelling en weerbaarder te maken is ook duidelijk. Veel mensen vinden dat we vandaag net zo gezonden worden als de Apostelen in de dagen van Jezus van Nazareth. We weten nu waar we dan aan moeten werken. Niet met geweld en terreur, we worden door geweld en terreur onderdrukt, maar met tekenen van liefde en saamhorigheid. Want mensen die kracht nodig hebben om beter te worden, om onafhankelijk te blijven van de medische industrie en in staat moeten blijven zelf beslissingen te nemen over hun eigen lot hebben die saamhorigheid nodig. Ze moeten weten dat er mensen zijn die om hen geven en die hen willen steunen in de beslissingen die ze nemen, bij de vragen die ze willen stellen, bij de keuzes die ze willen maken. Dat is mensen kracht geven en moed om de situatie onder ogen te zien. Zo maak je blinden ziende en zet je lammen weer in beweging. Een dagtaak waar wel elke dag weer aan mogen gaan staan.

Zoals u gelooft

Matteüs 9:27-34
27 Toen Jezus van daar verderging, volgden hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’ 28  En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ 29  Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ 30  En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’ 31  Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over hem in de hele omgeving. 32  Terwijl ze het huis weer verlieten, bracht men iemand bij hem die bezeten was en niet kon spreken. 33  Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De mensenmassa stond versteld, men zei: ‘Zoiets hebben we in Israël nog nooit gezien!’ 34  Maar de Farizeeën zeiden: ‘Het is dankzij de vorst der demonen dat hij demonen kan uitdrijven.’ (NBV)
Waar geloven die mensen uit het Nieuwe Testament eigenlijk in? Niet in kruis en opstanding, die hadden in de verhalen uit de vier testamenten nog niet plaatsgevonden toen Jezus hen zei: “zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren”. De twee blinden uit het verhaal beginnen met Jezus aan te spreken als “Zoon van David” Uit de Hebreeuwse Bijbel hadden ze geleerd dat de “Zoon van David” zou komen om het volk van onderdrukking te bevrijden. Met name de profeet Jesaja had op lyrische wijze die bevrijding beschreven. De blinden zouden kunnen zien, de doven horen, de lammen weer huppelen, de bedroefden getroost en niemand zou sterven voor zijn of haar tijd. Het geloof in die belofte had Jezus zelf ook. Het verhaal vertelt dat toen hij eens in de synagoge van Nazareth de lezing mocht verzorgen en hij daar ook iets over mocht zeggen hij dat gedeelte over die blinden en doven en zo uit het boek van de profeet Jesaja las en tegen de mensen zei dat die belofte, dat visioen van Jesaja was uitgekomen.
Als een samenleving zo verandert dan is dat een bedreiging voor de bestaande machten en de bezoekers van de Synagoge in Nazareth hadden geprobeerd Jezus in een ravijn te gooien. Hij echter was uit Nazareth vertrokken. Maar hij had er van geleerd. Tegen de blinden zei hij heel nadrukkelijk dat ze het gebeurde tegen niemand mochten vertellen. Zoiets kan echter niet geheim blijven. De mensen kenden de twee als blinden die langs de kant van de weg zaten te bedelen. Nu waren ze opgestaan en hadden hun plaats in de samenleving weer opgeëist. Dat dat kon was onbestaanbaar. Ziekten werden veroorzaakt door boze geesten, of waren een straf van God. Beide opvattingen werden door Jezus bestreden. Toen vier vrienden een lamme vriend aan de voeten van Jezus neerlegden vertelde Jezus dat die verlamming er was opdat de grote daden van God duidelijk zouden worden.
 En die boze geesten lieten zich uitdrijven, Jezus had het er druk mee beschrijft Matteüs, ook in dit verhaal laat hij iemand weer meespreken die door een boze geest tot zwijgen zou zijn gebracht. De bedreiging van de samenleving blijkt uit de reactie van de Farizeeën. De kracht van Jezus is niet van God maar van de baas van de boze geesten. Nu wij meer voor elkaar zorgen, elkaar weer als volwaardige mensen willen erkennen hoor je ook die reacties van gevestigde machten, verstoring van de orde, belediging van de grootste geschiedenis, overschatting van het vermogen van onze samenleving in vrede en liefde met elkaar om te gaan. Geloof het niet zegt het verhaal over Jezus, dat visioen van Jesaja kan ook vandaag uitkomen. We kunnen echt rascisme uitbannen en leren van de fouten en misdaden uit het verleden, we kunnen echt voorkomen dat meer mensen ziek worden door van onze naaste te houen.

Hij pakte het meisje bij de hand

Matteüs 9:18-26
18 Hij was nog niet uitgesproken of er kwam een leider van de synagoge naar hen toe die voor Jezus neerviel en zei: ‘Mijn dochter is zojuist gestorven. Kom alstublieft en leg haar de hand op, dan zal ze weer leven.’ 19  Jezus stond op en volgde hem met zijn leerlingen. 20  Plotseling naderde hen van achteren een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze raakte de zoom van zijn bovenkleed aan, 21  want ze dacht: Als ik alleen zijn bovenkleed maar kan aanraken, zal ik al genezen worden. 22  Jezus draaide zich om, en bij het zien van de vrouw zei hij: ‘Wees gerust, uw geloof heeft u gered.’ En vanaf dat moment was de vrouw genezen. 23  Toen Jezus bij het huis van de leider van de synagoge aankwam en er de fluitspelers en de luid weeklagende menigte zag, 24  zei hij: ‘Ga naar huis, het meisje is immers niet gestorven, ze slaapt.’ Men lachte smalend. 25  Nadat iedereen was weggestuurd, ging hij naar binnen. Hij pakte het meisje bij de hand, en ze stond op. 26  Het verhaal hierover verspreidde zich in de hele omgeving. (NBV)
Een lastig Bijbelgedeelte vandaag. Het wordt altijd heel romantisch ” het dochtertje van Jaïrus” genoemd. Dat verhaal over die vrouw met bloedverlies wordt dan als een storende factor bestempeld. Zoiets als het is toch vanzelfsprekend dat als je Jezus aanraakt je van alle kwalen genezen bent. Waarom juist dat verhaal binnen dat verhaal over dat dochtertje is binnengeslopen blijft dan buiten beschouwing. Hooguit is het een bewijs dat die Jezus een heleboel wonderen kon doen. Maar waarom lezen we dit Bijbelgedeelte dan na bijna 2000 jaar nog steeds? Heeft het toen in de krant gestaan? Was het de start van een belangrijke maatschappelijke omwenteling? Niets van dat alles en als je de Bijbel zo leest had het Nieuwe Testament zich kunnen beperken tot een verhaal over de kruisiging en de opstanding.
Er is met dit verhaal dus meer aan de hand dan het op het eerste gezicht lijkt. Het verhaal gaat over twee vrouwen en de leider van de synagoge. En bloedverlies speelt een rol. Die leider van de synagoge kent uiteraard de Tora en in de Tora staat dat je een vrouw tijdens haar maandelijkse bloeding niet mag aanraken. Dat ter bescherming van die vrouw. Zo wordt ze ook bevrijd van de maatschappelijke opvatting dat ze een bezit is waarmee een man zou kunnen doen wat hij wilde zonder met haar rekening te houden. Nee, die vrouw verloor een deel van haar leven en pas als ze dat had overleefd konden man en vrouw weer tot een volwaardige relatie komen. Maar wanneer weet je nu of een vrouw haar maandelijkse bloeding heeft of niet? Dat kun je als man niet weten, behalve als die vrouw je partner, je wederhelft, is. Daardoor is de gewoonte bestaan om vrouwen niet meer aan te raken.
De regel over de bescherming van vrouwen tijdens haar maandelijks bloedverlies is ook overgenomen in de Islam. Daarom vind je daar mannen, vaak de leiders van moskee, die vrouwen geen hand willen geven. Daarmee respecteren ze vrouwen en leggen ze de nadruk op dat respect. Die vrouw die Jezus genas behoorde dus tot de onaanraakbaren. Daar had ze zich niet bij neergelegd en jarenlang was ze bezig geweest dat op te doen houden. Pas toen Jezus haar aanraking accepteerde was ze er van bevrijd. En dat dochtertje? Lucas vertelt dat ze 12 jaar en nadat Jezus haar had wakker gemaakt beval Jezus dat ze moest eten. En door niet te eten kunnen meisjes voorkomen dat ze de maandelijkse bloeding krijgen, ze eten dan niet meer. Wij hebben daar fraaie termen en mooie diagnoses voor. Maar de bedreiging door mannen die vrouwen alleen als bezit, als voorwerpen, kunnen zien is niet verdwenen. Dit verhaal zou mannen kunnen leren vrouwen meer als gelijken  te beschouwen, misschien dat er één je wederhelft is, maar ook die is nooit je bezit.

Barmhartigheid wil ik, geen offers.

Matteüs 9:9-17
9  Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem. 10  Toen hij thuis aanlag voor de maaltijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen. 11  De Farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ 12  Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. 13  Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ 14  Daarop kwamen de leerlingen van Johannes bij hem en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’ 15  Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten. 16  Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is. Want dan trekt de nieuwe lap de mantel kapot en wordt de scheur nog groter. 17  Evenmin giet men jonge wijn in oude leren zakken. Anders scheuren de zakken, dan wordt de wijn verspild en gaan de zakken verloren. Maar gaat de nieuwe wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.’ (NBV)

Nu volgt op het  verhaal over de vrienden die met hun zieke vriend het dak op gingen de geschiedenis  van Matteüs. Een belastinggaarder. Tollenaar staat er in de diverse vertalingen en dat woord heeft bij ons een slechte klank. Toch koesteren wij ook onze historische tolhuisjes. Belasting heffen op de goederen die langs de weg worden vervoerd is al eeuwen oud. Wat ons er van is overgebleven is de douane. Bij ons moet de douane trouwens niet zozeer geld heffen op goederen maar er ook voor zorgen dat er geen ongewenste goederen het land worden ingesmokkeld. In de dagen van Jezus werkten die tollenaars voor de Romeinse bezetter. De Joden voelden het ook als hun plicht belasting te betalen aan de Tempel, dat stond immers in de richtlijnen voor de menselijke samenleving. Twee keer belasting betalen is wel een heel zware last, vooral voor mensen die niet echt veel geld hebben.
Het is niet zo vreemd dat met name de Farizeeën zich hier druk over maakten. Zij wilden dat het volk zich zo veel mogelijk zou isoleren van de buitenlanders. Daarnaast was niet alleen de Tempelbelasting voor hen belangrijk maar ook het geven van aalmoezen. Hoe meer aalmoezen je gaf hoe belangrijker je werd. Als je ook nog belasting moet betalen aan de bezetters dan wordt dat toch moeilijker. Voor Jezus bestaat die isolatie niet. Iedereen zou moeten mee kunnen doen met de samenleving zoals die door de profeten als een ideale samenleving wordt geschetst. Daarom moet je maaltijden houden met die mensen die het met de regels niet zo nauw nemen. Daarbij gaat het ook niet over aalmoezen maar om een instelling waarbij de zwakken en de minsten voorop staan in je handelen. Dat zal ook aan tollenaars en anderen duidelijk gemaakt moeten worden.
Het wordt Calvinisten, overtuigde protestanten, nog wel eens verweten dat ze niet kunnen genieten, dat ze geen feest kunnen vieren. Als ze dat wel doen wordt ze overigens snel verweten dat ze geen echte protestanten zijn. Beide is onterecht. Gelovigen zorgen dat ze bij bewustzijn blijven, onmatig eten en drinken is er niet bij, maar genieten van eten en drinken wel degelijk. Gelovigen amuseren zich niet ten koste van anderen, anderen gebruiken als lustobject is er bijvoorbeeld absoluut niet bij. Gelovigen genieten nog het meest als het iemand in nood weer goed gaat, als iemand die aan de grond zat weer opstaat en verder kan in het leven, als iemand die het niet meer zag zitten weer een weg ziet in het leven. Dat is genieten zoals Jezus van Nazareth dat deed. Dat loopt als het ware vooruit op de samenleving die ook Johannes voor ogen had gehad.  En dan mag je best een feest bijwonen, alles is geoorloofd al is niet alles nuttig.

Terug naar zijn eigen stad

Matteüs 9:1-8
1 Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. 2  Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’ 3  Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal! 4  Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? 5  Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? 6  Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 7  En hij stond op en ging naar huis. 8  Bij het zien hiervan werden de mensen met ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend. (NBV)
In het algemeen spreekt men graag over de wonderen die Jezus van Nazareth heeft gedaan, maar als je het op je in laat werken is het vaak veel wonderbaarlijker dat we er zelf zo weinig van bakken. Stel je nou voor dat vrienden een zieke bij je brengen. Een zieke die gelooft dat de ziekte komt door wat de ouders fout gedaan hebben, en wat de zieke zelf zoal fout heeft gedaan. Wij weten wel dat ziekte volstrekt niet komt door wat je fout gedaan hebt. Dat was wel de vraag bij de zieke die bij Jezus van Nazareth werd gebracht. Jezus van Nazareth begon gewoon met iets aardigs te zeggen, je zonden zijn je vergeven. Natuurlijk God straft niet met ziekten en kwalen en wat je fout hebt gedaan weet je zelf als eerste en pas op het einde der tijden komt ook de eindafrekening.
Daar werd zo over gemopperd dat het bijna een rel werd. We kennen het wel, hoe kunnen we nou aardig zijn voor iemand die dat schijnbaar niet verdient, hoe kunnen we opkomen voor een asielzoeker of een ex-gedetineerde bijvoorbeeld. Misschien is die asielzoeker wel een gelukszoeker en blijkt die ex-gedetineerde een crimineel te zijn gebleven. Toen Johannes de Doper gevangen was genomen was Jezus ondergedoken in Kafernaüm, dat betekent “huis van troost”. En troost wordt daar gegeven. Zieken, vooral chronisch zieken, hebben het ook in onze samenleving niet gemakkelijk. Ze zitten vast aan een eigen risico en ondanks toezeggingen in de Kamer krijgen ze eigenlijk niks terug.
Chronisch zieken kunnen hun ziektekosten niet beïnvloeden, ze zijn er soms voor hun leven van afhankelijk. Vrienden zijn dus heel erg belangrijk om een plaats in de samenleving te kunnen behouden. Voor veel zieken geldt overigens dat er veel vrienden zijn en dat zij zich niet beschroomd hoeven te voelen een beroep te doen op die vrienden, de meeste vrienden doen het graag en worden zelfs boos als ze niet om hulp worden gevraagd wanneer die hulp nodig is. Wij noemen dat mantelzorg en van de bereidheid mantelzorg te geven wordt ruim misbruik gemaakt door de rijken die de professionele zorg voor anderen te duur vinden worden. Om echte zorg te organiseren moeten we misschien af van mantelzorg maar onze stem verheffen en de samenleving baseren op delen voor en met elkaar. Maar de hele samenleving vernieuwen is nog wat anders nietwaar. Iedereen kan uiteindelijk vriend zijn, maar dan moet iedereen ook afzien van het oordelen over anderen.

Dit geschenk

Romeinen 5:12-21
12  Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd. 13 Er was al zonde in de wereld voordat de wet er was; alleen, zonder wet wordt er van de zonde geen rekening bijgehouden. 14 Toch heerste de dood in de tijd van Adam tot Mozes over alle mensen, ook al begingen ze met hun zonden niet dezelfde overtreding als Adam. Nu is Adam de voorafbeelding van hem die komen zou. 15 Maar de genade gaat zijn overtreding verre te boven. Door de overtreding van één mens moesten alle mensen sterven, maar de genade die God aan alle mensen schenkt door die ene mens, Jezus Christus, is veel overvloediger. 16 Dit geschenk gaat het gevolg van de zonde van één mens verre te boven, want die ene overtreding heeft tot veroordeling geleid, maar de genade die na talloze overtredingen geschonken werd, heeft tot vrijspraak geleid. 17  Als de dood heeft geheerst door de overtreding van één mens, is het des te zekerder dat allen die de genade en de vrijspraak in zo’n overvloed hebben ontvangen, zullen heersen in het eeuwige leven, dankzij die ene mens, Jezus Christus. 18  Kortom, zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven. 19 Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens alle mensen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van één mens alle mensen rechtvaardigen worden. 20 En later is de wet erbij gekomen, zodat de overtredingen toenamen; maar waar de zonde toenam, werd ook de genade steeds overvloediger. 21 Zoals de zonde heeft geheerst en tot de dood heeft geleid, zo moest door de vrijspraak de genade heersen en tot het eeuwige leven leiden, dankzij Jezus Christus, onze Heer. (NBV)
Weer zo’n typisch stukje schijnbaar moeilijk theologie van Paulus. We moeten echter bedenken dat hij nog steeds in debat is met Joden en Heidenen. De “dood”is hier niet het eind van het leven maar de afwezigheid van echt leven. Generaties na Adam, toen de mensen steeds langer gingen leven heeft God een grens aan het menselijk leven gesteld. Na 120 jaar gaat de adem van God weer terug naar God staat er in Genesis. Maar het menselijk leven loopt dood door wat Paulus de zonde noemt. Ook zo’n moeilijk begrip. Adam zondigde door het eten van de boom van kennis van goed en kwaad. Zo staat het beschreven in het boek Genesis. Appels kwamen daar niet aan te pas. Maar als we ons willen bemoeien met de kennis van goed en kwaad dan loopt de weg dood, dat is de boodschap. En dat is natuurlijk nog steeds zo. We zijn immers geroepen om het goede te doen en niet dan het goede. Als we dan tot eigen eer toch de kennis van goed en kwaad willen verwerven dan lopen we het risico geweldig onderuit te gaan.
Wij betrekken het begrip zonde graag op allerlei handelen van mensen. Jezus waarschuwt ons daarbij niet te letten op de splinter in de ogen van de buurman zonder de balk in eigen ogen onder ogen te zien. Belangrijker is dat hij ons waarschuwt niet te oordelen over een ander. Want in dat oordelen ligt de wortel van de zonde. Adam en Eva, de man en de vrouw, de volledige mens dus, aten van de boom van kennis van goed en kwaad. Lees er in het begin van Genesis nog maar eens over. Want ze aten niet van  die boom omdat die vruchten er zo lekker uitzagen, maar omdat ze gelijk aan God wilden worden. Ze bereikten het tegendeel. Ze verloren hun onsterfelijkheid. Ze verloren zelfs hun menselijkheid, ze schaamden zich er voor. Ze werden gelijk aan de dieren, geroepen tot voortplanten, tot vermenigvuldigen. In het streven gelijk aan God te worden ligt onze zonde. Mensen worden geen God, nee onze God is mens geworden.
Het gebeurt ons vrijwel dagelijks dat we toegeven aan de wens om als God te worden. In plaats van ons bezig te houden met het goede en niet dan het goede vragen we ons voortdurend af wat wij en wat anderen fout kunnen doen. Dat oordeel over dat foute hebben we ook voortdurend klaar. Voor de Joden was het de Wet van Mozes die richting gaf aan het handelen en leerde hoe te onderscheiden in goed en kwaad , maar van Adam tot Mozes hadden mensen ook gezondigd. Voor de Heidenen was het de staat, de keizer, die bepaalde wat goed en kwaad was, maar ook de Keizer was maar een mens. Er was nog maar een redding van de weg van de dood. Dat was de Weg van Jezus van Nazareth, de Weg van de liefde, genade heet dat bij Paulus. Iedere keer namelijk als je op die doodlopende weg terecht komt kun je omkeren en op de Weg van het leven verder gaan. Jezus was waarachtig mens en zijn voorbeeld is voor ons dan ook te volgen, we kunnen zelfs achter hem aan ons kruis opnemen. En dat moesten we ook vandaag maar doen.

Zelfs gelukkig onder alle ellende

Romeinen 5:1-11
1 Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus. 2  Dankzij hem hebben we door het geloof toegang gekregen tot Gods genade, die ons fundament is, en in de hoop te mogen delen in zijn luister prijzen we ons gelukkig. 3  En dat niet alleen, we prijzen ons zelfs gelukkig onder alle ellende, omdat we weten dat ellende tot volharding leidt, 4  volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop. 5 Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is. 6  Toen wij nog hulpeloos waren is Christus immers voor ons, die op dat moment nog schuldig waren, gestorven. 7  Er is bijna niemand die voor een rechtvaardig mens wil sterven; slechts een enkeling durft voor een goed mens zijn leven te geven. 8  Maar God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. 9 Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij hem zullen worden gered en niet veroordeeld. 10 Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven. 11 En meer nog, dat wij God prijzen danken we aan onze Heer Jezus Christus, door wie we nu al met God zijn verzoend. (NBV)
Paulus vertelt ons dat ellende leidt tot volharding, dat leidt tot betrouwbaarheid en dat leidt tot hoop en die hoop zal niet worden beschaamd. Dat is de boodschap van Paulus. Moet je daarom blij zijn met je ellende? Moet je daarom je maar neerleggen bij honger en armoede? Als je dat denkt dan heb je het toch niet helemaal goed gelezen. Volharding is niet volharding in de ellende maar volharding in de bevrijding uit de ellende. Soms is de weg lang, soms moet je een half leven stenen kloppen op een gevangeniseiland zoals Nelson Mandela, soms moet je veertig jaar door de woestijn zoals het volk Israël. Maar als je volhardt in dat verzet tegen onrecht en onderdrukking wordt je wel steeds betrouwbaarder. Hoe langer je volhoudt hoe kleiner de kans dat je zult opgeven, hoe groter dus de hoop dat het ooit zal lukken en dus zal het ook lukken. Het zal lukken omdat we weten dat de Liefde uiteindelijk zal overwinnen, zelfs door de dood heen weten we sinds Jezus van Nazareth.
Ook al dreigen we op te geven en dwalen we soms af van de weg, telkens weer mogen we opnieuw beginnen en kiezen voor het leven. Want de dood heeft geen betekenis meer. In de dagen van Paulus waren allerlei godsdiensten bezig de dood naar het leven te halen. Legenden over het afdalen in het dodenrijk waren populair. Via waarzegsters en spirituele media probeerden mensen contact te leggen met het dodenrijk. Maar Jezus van Nazareth had laten zien dat dat dodenrijk geen betekenis heeft. Hij kwam weer in het leven zijn vrienden tegen. Hij at met hen en dronk met hen en gaf hen de opdracht zijn verhaal aan iedereen op de wereld te vertellen. Zijn plaats was niet bij de doden maar bij God zelf, hij is te vinden in de Liefde voor de minsten op de wereld.
Dat is bevrijding van angst, van dwangmatig je leven laten beheersen door de dood. Dat maakt dat je de onbaatzuchtige liefde voor de naaste kunt volhouden, daarmee wordt je verzoend met God. God regeert en wat er ook gebeurd het zal goed aflopen, dat is geloof, dat is het vertrouwen dat, ondanks ellende, mensen in beweging blijft zetten. Of het gaat om de uitzichtloze ellende in Jemen en Syrië, of het steeds weer oplaaiend geweld in Irak, het rascisme in onze samenleving en haar instellingen, of de armoede en honger rond onze eigen voedselbanken, mensen blijven in beweging om een eind aan die ellende te maken. Volhardend in het geloof dat er een eind aan zal komen, betrouwbaar dat ze zich in zullen blijven zetten, hoop gevend aan mensen die geen uitzicht meer zien en met een toenemend resultaat. Als je let op al die mensen, ook in ons land, die met voorbijgaan aan eigen genot, zich dag in dag uit inzetten voor de minsten in de wereld dan wordt je vanzelf warm van binnen, warm en dankbaar.