Wie denkt u wel dat u bent?

Johannes 8:48-59

48 De Joden riepen: ‘Zeggen we soms ten onrechte dat u een Samaritaan bent, en dat u bezeten bent?’ 49 ‘Ik ben niet bezeten, ‘zei Jezus. ‘Ik eer mijn Vader, maar u eert mij niet. 50 Ik ben niet uit op eigen eer; iemand anders is uit op mijn eer en hij zal oordelen. 51 Waarachtig, ik verzeker u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.’ 52  Toen zeiden de Joden: ‘Nu weten we zeker dat u bezeten bent! Abraham is gestorven, en de profeten ook, en u zegt: “Wie mijn woord bewaart zal de dood nooit proeven”!53 Bent u soms meer dan onze vader Abraham, die gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat u bent?’ 54 Jezus antwoordde: ‘Wanneer ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen, maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat hij onze God is, 55 hoewel u hem niet kent. Ik ken hem. Als ik zou zeggen dat ik hem niet ken, zou ik een leugenaar zijn, net als u. Maar ik ken hem wel, en ik bewaar zijn woord. 56 Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij.’ 57 De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ 58 ‘Waarachtig, ik verzeker u, ‘antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben ik er.’ 59 Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien. Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen. (NBV)

Gedreven mensen worden nog al eens voor overdreven mensen aangezien. En geef toe, die Jezus van Nazareth maakt het hier wel erg bont. Vandaag lezen we ook waar onze gewoonte vandaan komt om als iemand 50 wordt te roepen dat hij Abraham gezien heeft. Mensen leefden vroeger zo kort dat 50 al heel erg oud gevonden wordt. Een Duitse politicus kon in de negentiende eeuw dan ook gemakkelijk voorstellen om iedereen die 65 jaar werd een pensioen te geven. Dat was maar voor heel weinig mensen weggelegd, dus was het ook heel goedkoop. De tijden zijn veranderd en steeds meer mensen halen de 65. Jezus gaat nog verder, als je oppervlakkig luistert dan gaat iedereen die zijn woord bewaart al helemaal niet meer dood. Maar dat staat er niet. Goed luisteren en goed lezen is een kunst. Wie werkelijk leeft vanuit de Liefde die maalt niet om de dood.

Ieder mens moet eenmaal sterven en dat mag je nooit weerhouden om goed te doen voor een ander. De dood proef je dan ook niet omdat je voortdurend naar de richtlijnen uit de Woestijn kiest voor het leven. Die Liefde was er al voor Abraham er was. De Bijbel begint niet voor niets bij de schepping van hemel en aarde. Dat prachtige lied bezingt hoe de geest van Liefde er al was toen de aarde nog woest en ledig was. Wie vervult is van die geest weet dat de wortels van echte mensen, liefhebbende en zorgende mensen, liggen aan het begin der tijden en dat er eeuwig en altijd mensen zullen zijn die liefhebben en zorgen, die vervult zijn van diezelfde geest. Dat is voor de machtigen op deze aarde pijnlijk om te horen, want als je niet meer rekent met de dood dan heeft geen mens meer macht over je. Als je alleen het goede te doen zoekt dan laat je je niet meer verleiden samen te spannen om anderen te onderdrukken.

Jezus spreekt over de ene Heer als over zijn Vader, daar komt hij vandaan en daar gaat hij naar toe. De hele discussie speelt zich af in de Schatkamer van de tempel in Jeruzalem. Daar waar de leer van Mozes werd bewaard en bestudeerd daar was uiteindelijk ook het gif van de macht binnengeslopen. Liefde voor mensen was verdwenen en stenen vlogen om de oren van hem die de macht van de Liefde predikte. Wij mogen ons afvragen wat de Liefde van ons vraagt. We weten dat Samen Werken en Samen Leven niet gaat zonder Samen Delen, maar de vraag of rijken en armen van boven de 65 ook samen moeten delen is nog niet echt beantwoord. Misschien komt die vraag vandaag wel aan de orde of moeten we die vraag opnieuw luidop stellen.

Bastaardkinderen!

Johannes 8:37-47

37 Ik weet wel dat u nakomelingen van Abraham bent. Toch wilt u mij doden, omdat er in u geen ruimte is voor wat ik zeg. 38 Ik spreek over wat ik gezien heb bij de Vader, u doet wat u gehoord hebt van uw vader.’ 39 ‘Onze vader is Abraham, ‘zeiden ze. Maar Jezus zei: ‘Als u echt kinderen van Abraham bent, zou u moeten doen wat Abraham deed. 40 Maar nee, u wilt mij, iemand die u de waarheid heeft gezegd die hij van God gehoord heeft, doden-zoiets heeft Abraham niet gedaan. 41 Maar u doet inderdaad wat uw vader deed!’ Ze zeiden: ‘Wij zijn geen bastaardkinderen! We hebben maar één Vader: God.’ 42 ‘Als God uw Vader was, ‘zei Jezus tegen hen, ‘zou u mij liefhebben, want ik ben bij God vandaan gekomen toen ik hiernaartoe kwam. Ik ben niet namens mezelf gekomen, maar hij heeft mij gezonden. 43 Waarom begrijpt u niet wat ik zeg? Omdat u mijn woorden niet kunt aanhoren. 44 Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen. 45 Maar mij gelooft u niet, want ik spreek de waarheid. 46 Kan een van u mij van zonde beschuldigen? Als ik de waarheid spreek, waarom gelooft u me dan niet? 47 Wie van God is, luistert naar de woorden van God. U luistert niet, omdat u niet van God bent.’ (NBV)

Wie durft zich tegenwoordig nog vader noemen? De vader die zijn twee kinderen bij de hand neemt en ze meesleurt onder de trein? De vader die samen met zijn vrouw zijn kinderen dodelijke medicijnen geeft en ook zelf probeert een eind aan zijn leven te maken? Jezus van Nazareth heeft het ook over mensen die in de naam van hun Vader hem proberen te doden. Volgens hem is de echte Vader te herkennen aan de Liefde voor het leven die die vader geeft. Ook al ga je door het zwartste dal dat voorstelbaar is de Liefde houdt je op de been zong ooit een Psalmdichter. Daar mogen we altijd opnieuw op vertrouwen. Ook al lijkt er geen enkel uitzicht meer te zijn er is altijd een toekomst in het leven. Wij laten ons echter maar al te gemakkelijk leiden door regels en verwachtingen die met de Liefde niet van doen hebben. Je hoort als ouder ook na een scheiding kinderen op te voeden en de kinderen regelmatig te zien. Het is een regel die aannemelijk klinkt en dat vaak ook is.

Maar als deskundigen en uiteindelijk een rechter van mening is dat dat niet voor jou geldt dan vraagt de Liefde voor kinderen dat je je daar bij neer legt. En dat je van je kinderen houdt en ze niet ziet uit liefde voor hen moet je dan maar opschrijven en het ze laten lezen als ze er aan toe zijn. Je laten leiden en je kinderen laten lijden door je gekwetste eigenwaarde is je laten leiden als een kind van de duivel. Ook het maken van schulden kan je doen belanden in een schijnbaar zwart gat. Voor verantwoordelijke mensen die hard werken zijn immers ook schulden altijd oplosbaar? Ook dat kan een leugen zijn. De verleidingen zijn groot en tegenvallers zijn meestal niet je eigen fout. Job heeft ons dat hoofdstuk na hoofdstuk voorgehouden. We hebben in ons land een heel stelsel van schuldhulpverlening en schuldsanering.

We zouden wel wat meer waardering kunnen hebben voor mensen die dat proces tot het einde toe volhouden, dat is een zware last en een moeilijke tijd. Maar de liefde voor onze naaste moet wel maken dat zij niet onder jouw wanhoop en uitzichtloosheid hoeven lijden maar mee mogen helpen er weer uit te komen. Veel van de mensen die gebruik maken van de diensten van een voedselbank hebben te kort door schulden die ze aan het afbetalen zijn. Zorgen voor een goede voorraad voor de Voedselbank helpt mensen hun zware last te dragen. God als Vader erkennen, en we hebben immers gelezen dat alle mensen Gods kinderen zijn, betekent dat we elkaar liefhebben en kiezen voor het leven. De fatsoensregel uitdragen dat iedereen altijd weer opnieuw kan beginnen en dat mensen die struikelen op de levensweg een hand mogen krijgen om ze te helpen weer op te staan is dus leven in de Geest van de Vader van de Liefde.

U bent van beneden

Johannes 8:21-36

21 Hij nam opnieuw het woord en zei: ‘Ik ga weg, en u zult me zoeken. Maar u zult in uw zonde sterven. Waar ik naartoe ga, daar kunt u niet komen.’ 22 De Joden zeiden: ‘Hij zal toch geen zelfmoord plegen, dat hij zegt dat hij ergens naartoe gaat waar wij niet kunnen komen?’ 23 Jezus vervolgde: ‘U bent van beneden, ik ben van boven; u hoort bij deze wereld, ik hoor niet bij deze wereld. 24 Ik heb tegen u gezegd dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.’ 25 ‘Wie bent u dan?’ vroegen ze. Jezus zei: ‘Wat ik vanaf het begin al tegen u gezegd heb. 26 Ik heb veel over u te zeggen, en veel in uw nadeel, maar ik zeg tegen de wereld wat ik gehoord heb van hem die mij gezonden heeft, en hij is betrouwbaar.’ 27 De mensen begrepen niet dat hij over de Vader sprak. 28 ‘Wanneer u de Mensenzoon hoog verheven hebt, ‘ging Jezus verder, ‘dan zult u weten dat ik het ben, en dat ik niets uit mijzelf doe, maar over deze dingen spreek zoals de Vader het mij geleerd heeft. 29 Hij die mij gezonden heeft is bij mij; hij heeft me niet alleen gelaten, omdat ik altijd doe wat hij wil.’ 30 Toen hij deze dingen zei, kwamen velen tot geloof in hem. 31 En tegen de Joden die in hem geloofden zei Jezus: ‘Wanneer u bij mijn woord blijft, bent u werkelijk mijn leerlingen. 32 U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden.’ 33 Ze zeiden: ‘Wij zijn nakomelingen van Abraham en we zijn nooit iemands slaaf geweest-hoe kunt u dan zeggen dat wij bevrijd zullen worden?’ 34 Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: iedereen die zondigt is een slaaf van de zonde. 35 Nu blijft een slaaf niet voor eeuwig in huis, maar de Zoon blijft wel voor eeuwig. 36 Dus wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn. (NBV)

We houden nog steeds van mensen met een missie. Vooral als die missie de Olympische Spelen betreft. Gedreven door een blik op het goud aan het eind van de missie trainen en werken de mensen met een missie dag en nacht. Tegenwoordig moeten zelfs bedrijven een missie hebben. En de eerste vraag bij een verzoek om krediet voor een nieuw bedrijf is “Wat is je missie?” Maar in de Bijbel gaat het voortdurend net even anders als in de wereld. Niet het goud aan het einde is het doel van de missie. Maar het delen van liefde op de weg daarheen. God heeft in het verhaal van Israel ooit die opdracht gegeven, houden van je naaste als van jezelf. Daarmee ging het volk in de woestijn op weg, daarmee ging het volk Israel in het beloofde land de geschiedenis door en daarmee zijn wij door Jezus van Nazareth op weg gestuurd. Maar gaan we er ook voor zoals dat in missie termen tegenwoordig heet.

Johannes moet voor zijn Heidense lezers duidelijk maken dat de hele discussie een discussie tussen Joodse toehoorders en sprekers was. Later is van het verheffen van de mensenzoon de kruisiging gemaakt die immers Jezus letterlijk boven de mensen deed uitgaan. Maar zo simpel liggen die vergelijkingen meestal niet. Pas als je snapt wat de missie van Jezus is en daar bewondering voor gaat krijgen dan snap je ook wie zijn Vader is die hem op weg heeft gestuurd. Die Vader heeft ook ons op weg gestuurd en de Joden allereerst. Geen wonder dat er staat dat er velen tot geloof kwamen. Maar dan nog iets, het volk Israel was slaaf geweest in Egypte in uit die slavernij bevrijdt, maar dat was lang voordat Jezus sprak over de ontdekkingen uit de woestijn door dat handvol slaven.

Het antwoord is al even eenvoudig als de missie. Onophoudelijk, onzelfzuchtig de naaste liefhebben is een bijna onmogelijke opgave. Daar moet je telkens weer opnieuw mee beginnen. Maar net als Joodse slaven die na 50 jaar hun oorspronkelijke bezit weer terug moesten krijgen en als vrije mensen opnieuw moesten kunnen beginnen mogen wij met die Liefde elk moment opnieuw beginnen en worden we daardoor bevrijd van de heerschappij van de goden van winst en profijt. Door die Liefde worden we bevrijdt van de dood, de zinloosheid en goddeloosheid van de huidige samenleving. Mensen die op pad gaan voor de armen in de samenleving, de gevangenen, de hongerigen, de vreemdelingen, de vluchtelingen zijn mensen met een missie, zij werken aan een wereld waar iedereen mee kan doen en waar eerlijk gedeeld wordt tussen mensen. Dat is niet een missie voor de toekomst, dat is hier en nu, vandaag kunt U mee in die missie.

Niemand greep hem

Johannes 8:12-20

12 Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ 13 De Farizeeën wierpen tegen: ‘Uw getuigenis is niet betrouwbaar, want u getuigt over uzelf.’ 14 Maar Jezus ging verder: ‘Ook al getuig ik over mezelf, toch is mijn getuigenis betrouwbaar, omdat ik weet waar ik vandaan gekomen ben en waar ik naartoe ga. Maar u weet niet waar ik vandaan kom of waar ik naar toe ga. 15 U oordeelt met menselijke maatstaven, maar ik oordeel over niemand. 16 En wanneer ik toch een oordeel vel, is mijn oordeel betrouwbaar, omdat ik niet alleen ben, maar samen met de Vader die mij gezonden heeft. 17 In uw wet staat geschreven dat het getuigenis van twee mensen betrouwbaar is. 18 Wel, ik getuig over mezelf, en de Vader die mij gezonden heeft, getuigt over mij.’ 19 Toen vroegen ze: ‘Waar is uw vader dan?’ ‘U kent noch mij, noch mijn Vader, ‘antwoordde Jezus. ‘Als u mij zou kennen zou u mijn Vader ook kennen.’ 20 Dit zei hij in de schatkamer van de tempel, waar hij onderricht gaf. Niemand greep hem, want zijn tijd was nog niet gekomen. (NBV)

Tot in het hart van het religieuze leven is Jezus doorgedrongen vertelt het Evangelie van Johannes. In de Tempel zelf en daarvan in de Schatkamer. Daar waren vanouds de gouden en zilveren voorwerpen opgeslagen die veroverd waren door het volk of geschonken. Wat daar gebeurde is kostbaar lijkt het Evangelie ons te willen vertellen. Jezus voelt daar dat hij samen valt met de Godsdienst van Israel, met God zelf zoals een Vader met een Zoon. God is immers liefde en het centrale gebod is de naaste lief te hebben als zichzelf. Die houding geeft de antwoorden op levensvragen zoals gesteld werden bij de overspelige vrouw. Dat gericht zijn op de ander, zoals later Paulus aan de mensen in Corinthe zal schrijven, geeft de richting in het leven. Dat is de lamp voor je voet waar in de Psalmen over gezongen wordt.

Wat is daar nu van waar? Want je pretendeert nogal wat als je stelt dat je samenvalt met de Godsdienst, ja met God zelf. Je stelt nogal wat voor als je helemaal opgaat in je eigen idealen. Voor Jezus van Nazareth is het het leven met God. Hij komt van God en gaat naar God. Moeilijke filosofische begrippen zeggen dat hij in God is en God in hem. Vertaal God met Liefde en misschien begint het een beetje te dagen. Voor religieuze leiders is het maar een angstig avontuur. Stel dat alle gelovigen opgaan in God, onzelfzuchtig en zonder ophouden gericht zijn op de ander, in de liefde voor de naaste alle antwoorden zoeken die ze voor het leven nodig hebben. Dan zijn de leiders toch overbodig geworden. Dan zijn de leiders dienaren van de gemeente. Dan gaan ze niet meer voor maar staan te midden van de gelovigen en maken deel uit van het volk.

Hooguit zijn ze profeten die langs de kant staan en vertellen wanneer het volk de verkeerde kant uit dreigt te gaan. Mensen moeten echter zelf kiezen of ze willen omkeren en weer de weg van de Liefde willen gaan of door willen gaan op de weg van gemak, de weg van de andere goden, die van winst en profijt zoals we die vandaag de dag kennen. Jezus staat op die manier aan de kant. Niet om uit te maken wie goed of slecht is, maar wat gedaan dient te worden uit Liefde voor God en de naaste. Die Liefde is het meest kostbare bezit dus van onze Godsdienst. Later zal Paulus nog eens schrijven dat die Liefde van onszelf Tempels maakt waar je zuinig op moet zijn. Laten we deze dag daarom beginnen als Tempeldienaren, uitdelend de Liefde die we van Jezus hebben geleerd.

Ga naar huis

Johannes 8:1-11

1 Jezus ging naar de Olijfberg, 2 en vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en gaf hun onderricht. 3 Toen brachten de schriftgeleerden en de Farizeeën een vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in het midden en 4 zeiden tegen Jezus: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. 5 Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt u daarvan?’ 6 Dit zeiden ze om hem op de proef te stellen, om te zien of ze hem konden aanklagen. Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond. 7 Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ 8 Hij bukte zich weer en schreef op de grond. 9 Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond. 10 Jezus richtte zich op en vroeg haar: ‘Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?’ 11 ‘Niemand, heer, ‘zei ze. ‘Ik veroordeel u ook niet, ‘zei Jezus. ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’(NBV)

We beginnen weer te lezen in het vierde Evangelie, dat van Johannes. Volgens veel geleerden een boek dat in Turkije is ontstaan zo’n 75 jaar na de dood van Jezus van Nazareth. Het verhaal dat we vandaag te lezen krijgen begint op de Olijfberg, waar Jezus uiteindelijk gevangen genomen zal worden, en confronteert ons met de betekenis van strenge regels en voorschriften. Het sluit daarbij aan op wat we lazen in de brief van Paulus aan de mensen in het Griekse Korinthe over de functie van de leer van Mozes. In het verhaal van vandaag lezen we over een typisch Joods religieuze discussie. Op zondag en in ons land zouden we misschien een discussie binnen de kerk bestuderen. Want voor Jezus van Nazareth, zijn opponenten en zijn toehoorders is het niet meer dan dat. Het zijn geen tegenstanders maar samen zijn ze op zoek naar de juiste betekenis van de Godsdienst die ooit in de woestijn door het volk onder leiding van Mozes is aanvaard.

Veranderende omstandigheden maken dat je ook op nieuwe manieren moet leren omgaan met oude principes. Hier gaat het om een vrouw die overspel pleegde. Ze was op heterdaad betrapt en voor Jezus gebracht. Voor wie de leer van Mozes kent en beschouwt zoals je een Romeinse Wet moet lezen, los van de mensen en alleen in het kader van uitspraken van rechters, een merkwaardig gebeuren. Als de vrouw op heterdaad betrapt was dan dus ook de man op heterdaad betrapt en volgens de richtlijnen uit de woestijn, zoals in het boek Leviticus staat geschreven, Leviticus 20:10, moesten beiden gedood worden. Maar mannen hebben nu eenmaal door de eeuwen heen de neiging om wel de vrouwen te veroordelen maar de mannen ongemoeid te laten. Zo ook dus hier. En aangezien de getuigen de eerste steen zouden moeten werpen en de overspelige man de beste getuige zou zijn is dus de vraag van Jezus of degene die het minst bij het misdrijf betrokken is maar wil beginnen met het voltrekken van de straf.

Dat is niemand, we zijn allemaal mee betrokken bij het misdrijf waar we een ander van beschuldigen. De ideale samenleving waar geen misdrijven meer zijn komt er alleen als we er echt allemaal aan werken. Tot dan moeten we misdrijven bestrijden en misdadigers laten berechten. Maar wel zo dat recht en gerechtigheid wordt gedaan en iedereen opnieuw de kans krijgt opnieuw in de samenleving mee te gaan doen, wat die ook gedaan heeft. Jezus veroordeelt zelfs het overspel niet dat de vrouw heeft gepleegd. Zonde betekent dat je je af wendt van de liefde voor en van God. Ze weet zelf wanneer en hoe ze dat gedaan had. Wij zijn ook vandaag nog geneigd uit te maken wat goed is en wat fout is in de ogen van God. Daarbij vergeten we dat we niet zitten op de rechterstoel van God. Ons wordt gevraagd het goede te doen en niet dan het goede. Dat betekent dat we mensen, ook de mensen die verkeerde dingen doen, altijd met liefde moeten benaderen, dan kunnen misdaden voorkomen worden, al was het maar het herhalen er van. Ook aan ons wordt gezegd niet meer te zondigen.

Jaloezie knaagt aan je botten.

Spreuken 14:25-35

25 Een betrouwbare getuige redt levens, een valse getuige liegt en bedriegt. 26 Ontzag voor de HEER geeft een krachtig vertrouwen, het biedt je kinderen een schuilplaats. 27 Ontzag voor de HEER is de bron van het leven, het hoedt je voor de strikken van de dood. 28 De luister van een koning is een talrijk volk, bij gebrek aan onderdanen gaat een machthebber ten onder. 29 Wie geduldig is geeft blijk van groot inzicht, wie onbesuisd is stapelt dwaasheid op dwaasheid. 30 Een tevreden geest geeft een goede gezondheid, jaloezie knaagt aan je botten. 31 Wie een verschoppeling onderdrukt, beledigt zijn schepper, wie zich over een arme ontfermt, eert hem. 32 Een goddeloze gaat door zijn slechtheid ten onder, een rechtvaardige vindt als hij sterft een schuilplaats. 33 In de geest van een verstandig mens is wijsheid, zelfs onder dwazen wordt zij herkend. 34 Rechtvaardigheid verheft een volk, zonde maakt het te schande. 35 Een verstandige dienaar geniet de gunst van de koning, diens woede treft de dienaar die zijn taak verwaarloost. (NBV)

Vandaag weer een schijnbaar losse verzameling stellingen van de Spreukendichter. Maar ook in dit gedeelte rijst het beeld op van een wedstrijd tussen de Wijze, de gelovige in de God van Israël, en de dwaze, de goddeloze. De Wijze wint de wedstrijd. De nuchterheid waarmee sommige stellingen worden geformuleerd heeft de bedoeling je aan het denken zetten. Als jaloezie knaagt aan je botten hoe zit het dan met je eigen jaloezie? Ben je jaloers op iemand die een partner heeft die er mooier uitziet dan je eigen partner, of ben je jaloers op iemand die een partner heeft omdat jij geen partner hebt, of omgekeerd, op iemand die geen partner heeft en jij wel vastzit aan iemand voor wie je ook verantwoordelijkheid draagt? Zo stelt elke stelling een aantal vragen aan iedere gelovige en blijft de hoofdvraag waar je voor gaat, voor de liefde voor de naaste of voor de liefde voor jezelf.

Maar hoe zit het dan met de rijkdom waarmee de wijzen gekroond worden. Die rijkdom laat zich toch niet echt uitdrukken in goud en juwelen. Die rijkdom laat zich ook niet uitdrukken in een talrijk nageslacht, de Heer bekommert zich immers ook om de onvruchtbaren en rijke vrouwen als Sara en Hanna kregen uiteindelijk maar één kind waarmee ze de hemel te rijk waren. Die rijkdom laat zich ook niet uitdrukken in gezondheid. De man die door dik en dun de God van Israël trouw bleef vond zichzelf terug terwijl hij met een potscherf zijn zweren zat te krabben op een mesthoop. Wat is dan de rijkdom van de Wijzen anders dan de Wijsheid zelf. En het begin van die wijsheid is het ontzag voor de God van Israël, dat is zelfs de bron van het leven zegt de Spreukendichter de schrijver van Deuteronomium na, we hebben de keus tussen leven en dood, kies dan het leven.

Zoals bijna overal in de Bijbel komt ook de Wijsheid uit op de manier waarop je met je naasten omgaat. Wie een verschoppeling onderdrukt beledigt zijn schepper en de schepper van de mens is de God van Israël. Wie zich over een arme ontfermt eert iemand. Wie? Daar kunnen geleerden nog wel eens over strijden. Wordt de arme geëerd door je over die arme te ontfermen? Of eer je de schepper van de mens die arme geworden is? Ook de arme is een waardevol schepsel van de God die ook jou geschapen heeft. In de arme is een broeder, een zuster te ontdekken. En Jezus van Nazareth zou dit gedeelte vertalen in de uitspraak dat wat we de minsten gedaan hebben we aan Jezus van Nazareth gedaan hebben. Terecht dat geleerden zeggen dat wat we aan de minsten gedaan hebben we aan God zelf gedaan hebben. Daarmee hebben we God geëerd, hebben we laten zien dat we God liefhebben met heel ons hart, met heel ons verstand. Elke dag mogen we dat opnieuw doen en bij al onze daden mogen we ons afvragen hoe we daarmee onze naaste helpen, ook vandaag mag dat weer.

Wie onnozel is

Spreuken 14:15-24

15 Wie onnozel is, hecht aan ieder woord geloof, wie verstandig is, let op elke stap. 16 Een wijze is voorzichtig, hij gaat het kwaad uit de weg, een dwaas is roekeloos, en waant zich nog veilig ook. 17 Wie onbesuisd is, handelt dwaas, wie berekenend is, maakt zich gehaat. 18 Dwaasheid wacht wie onbezonnen leeft, een verstandig iemand wordt gekroond met kennis. 19 Slechte mensen moeten buigen voor goede, goddelozen kloppen op de poorten van rechtvaardigen. 20 Een arm mens wordt zelfs door zijn vriend gehaat, wie rijk is heeft veel vrienden. 21 Wie zijn medemens veracht, is een zondaar, gelukkig hij die zich bekommert om de armen. 22 Wie kwaad smeden, komen zij niet op een dwaalweg? Wie goed doen, oogsten zij geen liefde en trouw? 23 Elke inspanning levert iets op, loze praatjes leiden enkel tot gebrek. 24 Wijzen worden met rijkdom gekroond, dwaasheid is de tooi van dwazen. (NBV)

Hoe moet Nederland er uit zien in 2030? Dat was de vraag die een ministerie een aantal jaren geleden stelde aan een willekeurige groep Nederlanders. De antwoorden waren even verschillend als de achtergrond van de deelnemers aan het gesprek. Er kwam dan ook niet één blauwdruk uit maar een groot aantal keuzemogelijkheden en dat was volgens de betrokken ambtenaren ook precies de bedoeling. We kunnen onze toekomst namelijk niet maken, we kunnen die niet uitstippelen en toch moeten we ons tijdig op onze toekomst voorbereiden. Tijdens die actie van het ministerie was de klimaatcrisis nog niet echt bekend, en zeker de pandemie was afwezig. Hoe moet dat als we weten dat onze toekomst uiteindelijk uitloopt op de dood? En of die dood nu op jonge leeftijd komt of op hoge leeftijd maakt eigenlijk niet zo veel verschil. Als je jong bent moet je een beroep kiezen, de bijbehorende leerweg afwandelen en dan maar hopen dat het beroep nog bestaat. Als je spaart voor een pensioen moet je maar hopen dat jij of een partner daar nog van kunnen genieten ook.

De Bijbel roept ons op diverse plaatsen op te leven alsof de dood niet bestaat. Vandaag kun je het eeuwige leven verwerven heet dat dan. Je gelooft dat er een betere wereld op komst is, dat alle tranen ooit gedroogd zullen zijn, dat er ooit een dag zal zijn dat de aarde geen oorlog en geen bloedvergieten meer kent, dat er geen honger heerst en mensen niet meer in armoede hoeven leven. Aan die wereld mag je elke dag opnieuw werken en of jij nu echt wel of niet deel zal uitmaken van die wereld maakt niet meer uit als je door je eigen geloof al iets zichtbaar weet te maken van wat die nieuwe goddelijke wereld zal betekenen. Toch heeft de Spreukendichter gemeend een weg te tekenen naar de toekomst die een wijze zou kunnen gaan. Voor een wijze is de pijn van elke mens tegelijk ook eigen pijn. Elke zieke die je opbeurt, elke bedroefde die je troost geeft vreugde maar wijst ook op de nieuwe wereld die er nog niet is en dat doet pijn.

Het boek Spreuken wijst er op dat elke beslissing voor de toekomst gevolgen heeft voor andere mensen. Jaqueline E. van der Waals, een dichteres die bekend werd met het vers “Wat de toekomst brengen moge” maakte ook een gedicht over de roeping, gelovigen worden immers geroepen. Ze besluit dat gedicht met de constatering dat de toets des Heren is of hij Hem zoekt of zichzelf. Die vraag ligt dus ten grondslag aan de beslissingen die we nemen voor de toekomst. Gaan we voor onszelf, ons eigen geluk, ons eigen vermogen, ons eigen welbevinden, of zetten we ons in voor onze naaste, die we immers lief moeten hebben als onszelf als teken dat we God lief hebben boven alles. Bij de keuze voor de liefde voor onze naaste maakt het niet meer uit of we lang of kort leven, als die naaste maar deel van leven heeft en tot haar recht komt. Op die manier kiezen we voor het eeuwige leven, de dood regeert ons niet meer, het risico dat ons werk niet meer gevraagd wordt bestaat ook niet meer, er zullen immers altijd armen zijn. De keus voor een toekomst in Bijbelse zin mogen we elke dag opnieuw maken. Ook vandaag weer.

Vrouwe Wijsheid

Spreuken 14:1-14

1 Vrouwe Wijsheid bouwt haar huis, Dwaasheid breekt het hare eigenhandig af. 2 Wie de juiste weg volgt, toont ontzag voor de HEER, wie verkeerde wegen gaat, minacht hem. 3 De woorden van een dwaas zijn een stok voor zijn hoogmoed, wat een wijze zegt, biedt veiligheid. 4 Als er geen runderen zijn, kan de voederbak leeg blijven, de kracht van ossen biedt een rijke oogst. 5 Een betrouwbare getuige spreekt de waarheid, een valse getuige strooit alleen maar leugens rond. 6 Een spotter zoekt naar wijsheid-tevergeefs, wie verstandig is, vindt zonder moeite kennis. 7 Blijf uit de buurt van een dwaas, er komt geen verstandig woord over zijn lippen. 8 Door zijn wijsheid weet de wijze welke weg hij moet gaan, dwazen bedriegen zichzelf met hun dwaasheid. 9 Wat dwazen verenigt, is hun wangedrag, oprechten waarderen elkaar. 10 Alleen je eigen hart kent je diepste verdriet, in je vreugde kan een ander niet delen. 11 Het huis van goddelozen wordt verwoest, voorspoed is er voor de woning van oprechten. 12 Een mens denkt de juiste weg te gaan, terwijl die eindigt bij de dood. 13 Zelfs al lacht het hart, het lijdt pijn, vreugde eindigt altijd in verdriet. 14 Wie afdwaalt krijgt zijn verdiende loon, een goed mens wacht een betere beloning. (NBV)

We kennen allemaal wel het verhaal over de drie eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest. Maar de Kerk heeft lang verzwegen dat daar nog een vierde bij hoort. Een vierde die zelfs een paar eigen Bijbelboeken heeft, Spreuken en Prediker. En nu we weer in Spreuken lezen moeten we het over haar maar eens hebben. Ja over haar, want de vierde persoon van de drie eenheid is een vrouw, Vrouwe Wijsheid. We hadden dat al kunnen weten toen we in de Vader een God hadden herkent die als een moeder zorgt voor haar kinderen en toen we de Zoon hadden ontmoet die als een moeder klaar zat aan de oever van het meer met geroosterde vis voor de volgelingen die na een nacht lang vissen eigenlijk nog niets gevangen hadden. Ook in de vertaling van het gedeelte dat we vandaag lezen heeft het vrouwelijke van wijsheid de neiging te verdwijnen. Net als de Zoon kun je ook de Wijsheid van God navolgen en verwerven.

Niet dat we daarin volmaakt kunnen worden, gelukkig niet, maar het begin van de Wijsheid is het ontzag voor de God van Israël, is dus ook het volgen van zijn, of haar, geboden, heb uw naaste lief als uzelf als de manier waarop het gebod God lief te hebben boven alles moet worden uitgevoerd. In de Heidense wereld waar Israël leefde waren vrouwelijke goden niet onbekend. Uit Sumer zijn verhalen gevonden over Nisaba, de godin van het graan en de wijsheid. Die godin bouwde huizen en steden. Daarbij moeten we niet denken aan stenen huizen en stenen steden maar aan kleine en grotere samenlevingen. We lezen ook hier in spreuken over de Wijsheid die bouwt en de dwaasheid die afbreekt. In Israël was de overtuiging gegroeid dat er maar één God kon zijn die alle machten en krachten in de wereld regeerde. Die God is de God van Israël en die God heeft dan ook de eigenschappen die de Wijsheid met zich mee brengt, bouwen en niet breken. Wij kennen in onze dagen de Dwaasheid ten top die tot gewoon doen het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen rekent.

Iedereen snapt dat gemeenschappen alleen gebouwd kunnen worden op basis van liefde en respect. Waar die verdwijnen ontstaan spanningen die uitlopen op geweld en in grotere verbanden op oorlog. Het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen is dus altijd Dwaasheid in welke vorm dat ook moge gebeuren. En de Wijsheid bouwt gemeenschappen op lezen we vandaag. Uitgangspunt voor gezinnen en samenlevingen moet dan ook de liefde voor elkaar zijn en het respect dat mensen verdienen die het goede willen doen. Met het goede het kwade bestrijden heeft Paulus ons voorgehouden en daarmee zou zelfs het hele Romeinse Keizerrijk veranderd kunnen worden. We geloven er nog steeds in dat de hele bewoonde wereld een wereld van recht en vrede zal kunnen worden onder de leiding van de God van Israël, daar waar zijn, of haar, Wijsheid erkenning krijgt. Voor die Wijsheid mogen we elke dag opnieuw op pad, door onze naasten lief te hebben als onszelf. Ook vandaag weer.

Gedraag u dus niet zoals zij

Efeziërs 5:3-20

3 Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht-deze dingen horen niet bij heiligen. 4  Ook dubbelzinnige, oppervlakkige en platvloerse taal is ongepast-spreek liever woorden van dank. 5  Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is-dat is allemaal afgoderij-geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God. 6  Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7  Gedraag u dus niet zoals zij, 8  want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. 9  Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. 10  Onderzoek wat de wil van de Heer is. 11  Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, 12  want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. 13  Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, 14  en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er: ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over u stralen.’ 15  Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. 16  Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. 17  Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. 18  Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen 19  en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer 20  en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus. (NBV)

Als je zomaar dit gedeelte uit de brief van Paulus leest dan zul je ongemerkt wensen dat het eens waar zou kunnen zijn. Natuurlijk, oppervlakkige en platvloerse taal kan onder omstandigheden leuk lijken maar wie van andere mensen houdt weet dat het eigenlijk alleen vervelend is. Echte humor is opbouwend, kan een spiegel voorhouden en brengt de waarheid aan het licht. En over het licht gaat het ook in dit stuk. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid zegt Paulus. En dan gaat het om wat wij tegenwoordig transparantie noemen. Doorzichtigheid. Waarom neemt men die beslissing over jou die zo onrechtvaardig aanvoelt? Waarom is de situatie van die vreemdeling geen schrijnend geval? Waarom is het ene kind van vreemde afkomst wel ingeburgerd en het andere hier geboren kind niet? Onze Raad van State heeft bijvoorbeeld over de toepassing van het criterium schrijnend vastgesteld dat dat nagemeten moet kunnen worden.

Het moet duidelijk zijn voor iedereen wanneer iets wel of iets niet schrijnend is en dat een minister of staatssecretaris niet naar willekeur of eigen smaak moet kunnen handelen maar op grond van objectieve rechtsregels moet handelen. Die transparantie, dat in het licht houden van beslissingen is dus wat Paulus hier bedoeld. Meewerken aan onrechtvaardige praktijken noemt Paulus in één adem goddeloos. Paulus roept ons ook op  klokkenluiders te zijn. Mensen die kennis hebben van onrechtvaardige praktijken en die naar buiten brengen, aan het licht brengen, ontmaskeren dus, zijn mensen die hun zogenaamde Christenplicht vervullen. In onze samenleving moeten we ook zo veel jaar na de brief van Paulus nog leren om klokkenluiders serieus te nemen en te beschermen tegen de gevolgen.

Dus als we zelf geen onrechtvaardige situaties kennen die aan het licht moeten worden gebracht kunnen we in elk geval bondgenoten worden van klokkenluiders. Als iemand iets aan het licht brengt de samenleving vragen om die persoon te belonen en in bescherming te nemen, via ingezonden brieven in kranten en druk op het parlement. Daarom is ook de onafhankelijke pers die bronnen kan beschermen zo belangrijk. Die pers is een instrument dat wij hebben om antwoord te geven op de oproep van Paulus de vruchteloze praktijken van de duisternis aan het licht te brengen. Troost moet het ons wel geven te weten dat we nog steeds in een slechte tijd leven en dat drank geen oplossing biedt. Niet in de tijd van Paulus en niet vandaag de dag. Genoeg om weer aan te kunnen werken vandaag. En zing gerust onder het werk.

Opbouwende woorden

Efeziërs 4:25–5:2

25  Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. 26  Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27  geef de duivel geen kans. 28  Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. 29  Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort. 30  Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. 31  Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. 32  Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft. 1 Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, 2  en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God. (NBV)

Was het maar zo eenvoudig, niet meer liegen, niet meer stelen, niet meer boos worden, maar goed zijn voor elkaar en vol medeleven. Paulus roept op om het voortaan anders te gaan doen, maar velen zullen zeggen dat Paulus wel erg kort door de bocht is. Let op, Paulus schrijft aan de gemeente in Efeze, nu ja aan elke gemeente van Christenen. Die zijn dus al een nieuwe weg in hun leven ingeslagen, de weg van de liefde. En dan gaat het er alleen nog om op te bouwen en niet af te breken en te veroordelen. Dan gaat het om vergeven. Niet dat vergeven van zand er over en we vergeten het maar het vergeven van samen gaan we er voor zorgen dat het niet meer kan gebeuren. Zo schreef de Protestantse Kerk in Nederland al een paar keer brieven aan de regering over onze broeders en zusters die naar ons land zijn gevlucht. In plaats van hen te straffen, in de gevangenis te stoppen of de straat op te sturen zou je ze beter aan een goede toekomst kunnen helpen, misschien niet in Nederland, maar als je ze helpt scheelt het hen en ons een heleboel ellende. Zo is Kerk-in-actie, de sociale organisatie van de PKN, alvast begonnen de kerkleden op te roepen groene stroom te gaan gebruiken. Want het opmaken van fossiele brandstoffen zonder voor vervanging te zorgen zal de kloof tussen arm en rijk alleen maar vergroten, wij helpen nu al de armen in de wereld door ons eigen leven en onze eigen energieconsumptie ander in te richten.

Maar er is meer nodig. Economische rechtvaardigheid ook op internationaal niveau om maar eens wat te noemen. Er is nu eenmaal een verband tussen onze rijkdom en overconsumptie en de armoede en het lijden in de zuidelijke landen. Europese exportsubsidies en importtarieven moeten daarom zo snel mogelijk worden afgeschaft. Mensen die de grondstoffen produceren waar wij van genieten verdienen een even goed loon als wij krijgen. Om het milieu te sparen zijn ook maatregelen nodig die de rijken treffen, Opbouwende woorden zijn het, in de geest van Paulus en de Messiaanse beweging waar hij mensen warm voor liet lopen. Oproepen tot vrede en gerechtigheid, overal in de wereld. In die beweging mogen we meedoen, omdat we vinden dat iedereen aan die beweging zou moeten kunnen meedoen. Samen bouwen we een nieuwe samenleving op omdat we vinden dat iedereen daaraan mee zou moeten kunnen doen. Een samenleving moet een plek zijn waar mensen samen moeten kunnen leven. En samen leven vraagt wat van mensen.

Dan ben je betrokken op elkaar. Dan zijn vermaningen geen uitingen van boosheid maar pogingen om vrede te bewaren. In onze dagen wantrouwen we het als mensen op elkaar betrokken raken. De ander heeft toch niks met mij te maken? De ander hoeft mij toch niet de weg te wijzen en zich te bemoeien met mijn beslissingen? In de hulpverlening is daardoor de term bemoeizorg ontstaan. Als iemand dreigt te vereenzamen, te verwaarlozen, te vervreemden van het leven, dan zullen er mensen moeten zijn die dat opmerken en daar wat aan doen. Hulpverleners inschakelen, de overheid attenderen of de ander aanspreken en duidelijk maken dat er grenzen zijn in het afsluiten van elkaar. Dat is geen bemoeien om normen en waarden op te leggen, om gedrag voor te schrijven, maar het een bemoeien om mensen weer de vrijheid te geven zichzelf te zijn ook in contacten met anderen. Paulus ziet een samenleving als een lichaam, daar is een hoofd dat denkt, een mond die voet en handen en voeten om voor het lichaam te zorgen. Zo mogen wij met onze naaste omgaan, elke dag opnieuw.