Het Woud van de Libanon

1 Koningen 7:1-12

1 Salomo liet ook een paleis voor zichzelf bouwen. Hij besteedde dertien jaar aan de bouw van het hele paleiscomplex. 2-3 Eerst bouwde hij een hal, die het Woud van de Libanon werd genoemd. Deze was honderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog. Het dak van cederhout rustte op vier rijen cederhouten zuilen, waarover cederhouten balken lagen. Daaroverheen lagen vijfenveertig dwarsbalken, vijftien per rij. 4 Er waren drie rijen vensteropeningen met vensters op drie passen afstand van elkaar. 5 Alle kozijnen waren rechthoekig, en ze waren aangebracht op drie passen afstand van elkaar. 6 Vóór deze ruimte, ervan afgescheiden door zuilen en een hekwerk, liet hij een zuilenhal bouwen van vijftig el breed en dertig el diep. 7 Hij liet ook een troonzaal maken, waarin hij rechtsprak. Het hele plafond van de rechtszaal was van cederhout. 8 Achter deze zaal, aan een andere hof, lagen zijn woonvertrekken, die op dezelfde manier waren gebouwd. Voor zijn vrouw, de dochter van de farao, liet hij soortgelijke vertrekken maken. 9 Al deze gebouwen, vanaf de buitenzijde van het complex tot aan de grote hof, waren van de fundamenten tot aan de daklijst opgetrokken van nauwkeurig op maat gezaagde blokken natuursteen. 10 De fundering bestond uit enorme blokken natuursteen, blokken van tien el en blokken van acht el. 11 De muren waren van behouwen natuursteen en cederhout. 12 De grote hof was ommuurd met drie lagen gehouwen steen met daarbovenop een laag cederhouten balken. Datzelfde gold voor de binnenhof van de tempel van de HEER en voor de voorhal. (NBV21)

In het gedeelte dat hiervoor staat wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de Tempel die Salomo voor de God van Israël zou moeten bouwen. Die Tempel wordt zo groots en geweldig dat die niet te bouwen is door een Koninkje die met een grachtenpand genoegen moet nemen. Nee daar hoort een prachtig en groots Paleis bij. Pre-Fab is er niet bij, alles moet met de hand worden gemaakt en daarom duurt de bouw van het Paleis wel 13 jaar. Maar daar had hij dan ook een geweldig paleis voor. Eigenlijk zelfs twee paleizen in één want de Egyptische Prinses waar hij mee getrouwd was kreeg haar eigen gebouw in het nieuwe Paleis.

De bouw van de Tempel zou slechts 7 jaar duren zullen we later lezen. Aan de bouw van de Tempel werkten veel bondgenoten van Salomo mee die goederen maar ook ervaren bouwers en smeden beschikbaar stelden. Dat Salomo dus eerst een paleis liet bouwen dat van hem gelijk een belangrijke koning liet lijken is dus niet zo vreemd. Ook onze regeerders trekken uniformen aan om zich belangrijk te laten lijken. Een pak met colbert en stropdas is toch wel het minste. Een zwart of blauw pak wel te verstaan. En als een lid van de Tweede Kamer in ons parlement eens zijn colbert jasje achterwege laat wordt hij berispt door de voorzitter. Hoe je er als belangrijk persoon uitziet maakt dus wat uit.

En daarmee geeft de Bijbel gelijk een waarschuwing. Laat je niet onder de indruk brengen door uiterlijkheden, kijk naar wat men doet voor de armsten in de samenleving. Salomo is zich kennelijk zeer bewust van het effect van die uiterlijkheden. Hij liet de entree van zijn Paleis precies lijken op de entree die de Tempel zou krijgen. Maar pas op, die Egyptische prinses had haar eigen godsdienst meegebracht. In het Paleis van de Koning werd dus niet uitsluitend en exclusief de God van Israël aanbeden. Salomo is het symbool van de grootsheid van Israël. Het centraal stellen van de richtlijnen van de God van Israël geeft welvaart en vrede aan het volk. Maar er ligt ook de kiem voor de aftakeling van het land en uiteindelijk het verlies van het land en de ballingschap. Laten wij ons dus door die richtlijnen laten leiden.

Integendeel

Lucas 12:49-59

49 Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde! 50 Ik moet een doop ondergaan, en Ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is. 51 Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Integendeel, Ik zeg jullie dat Ik verdeeldheid kom brengen. 52 Van nu af aan zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. 53 De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’ 54 Tegen de menigte zei Hij: ‘Wanneer jullie een wolk zien opkomen in het westen, zeggen jullie meteen dat er regen op komst is, en dat is ook zo. 55 En wanneer jullie merken dat de wind uit het zuiden komt, zeggen jullie dat er hitte op komst is, en dat is ook zo. 56 Huichelaars! De aanblik van de aarde en de hemel kunnen jullie duiden, hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden? 57 Waarom bepalen jullie niet uit jezelf wat juist is? 58 Als je met je tegenstander op weg bent naar een hoge autoriteit, doe dan moeite om nog onderweg tot een vergelijk met hem te komen, anders sleept hij je voor de rechter, en de rechter zal je uitleveren aan de gerechtsdienaar, en die zal je in de gevangenis gooien. 59 Ik zeg je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.’ (NBV21)

Nou hoor je toch allerlei voorgangers beloven dat je de vrede in je hart kunt krijgen als je Jezus maar je in leven toelaat, als je een persoonlijke relatie met Jezus zal krijgen. En nu lees je dat die Jezus helemaal niet gekomen is om vrede te brengen maar verdeeldheid. Die belofte van die voorgangers over vrede in je hart is inderdaad een leugen, een duivelse leugen want het klinkt zo geweldig en als je je ogen en je oren sluit voor alles wat er om je heen gebeurd dan lijkt het inderdaad vredig in je hart te worden en als je dan heel vaak halleluja roept en over Gods Liefde zingt dan lijkt het ook nog of het van Jezus zelf afkomstig is. Maar het blijft bedrog, schone schijn die met de Bijbel weinig van doen heeft. Vandaag lezen we een stuk dat volgt op de gelijkenis over knechten die het huis op orde moeten hebben voordat de Heer van het huis terug komt van een bruiloft. Als onze Heer terugkomt treft die niet een aarde aan zoals die eens door die Heer geschapen was: En God keek en zag dat het goed was, staat er geschreven. Als wij kijken is het helemaal niet goed. Gelovigen in de Here Jezus, in de God van Israël, echte gelovigen, worden daar onrustig van.

Gelovigen kunnen niet stil blijven zitten wachten tot alles wel een keer nieuw wordt. Die laten het opruimen van het huis van God niet aan God over als die terug zal komen. Die gaan aan de slag, met vuur in hun lijf om de aarde te ontdoen van het kwaad, die spoelen schoon waar vuil in eeuwen is aangekoekt. Die lijden zelf honger en dorst, honger en dorst naar gerechtigheid. Die staan op tegen medebewoners van hun huis als die bij de pakken neer willen zitten, als die gemakkelijk over problemen heen willen stappen. De vader tegen de zoon, de moeder tegen de dochter, de schoonmoeder tegen de schoondochter. Geloven in de God van Israël geeft onrust, dan neem je een kruis op achter Jezus aan, dan moet er veel veranderen en dat kost moeite en pijn. Maar het is het waard want ons is een aarde beloofd waar zelfs de dood niet meer heerst. We weten het wel zegt het verhaal van Lucas. We weten toch ook van het weer? Als er donkere wolken komen op een warme zomerdag komt er gedonder, dan breekt een onweer los. En een onweer hoeft niet altijd slecht te zijn. Natuurlijk als er windstoten komen die bomen ontwortelen, dan lopen mensen gevaar, dan kunnen mensen verongelukken. Maar we zagen het aankomen.

Een onweersbui op een drukkend warme zomerdag kan ook zeer verfrissend uitwerken. Het koelt niet af maar er komt als het ware weer lucht en adem, je kunt je weer bewegen en wordt niet langer terneergedrukt. Met de wolk in het westen die regen brengt duidt Jezus nog op een ander verhaal. Zeven jaar was het droog in Israël. Toen gingen de priesters van de vruchtbaarheidsgoden de strijd aan met de profeet van de God van Israël, die liet zijn knecht uitkijken naar de wolkje in het westen en wist toen het verscheen dat de droogte voorbij was, dat verfrissend water het land zou schoonspoelen zodat het gewas weer kon groeien en de honger gestild kon worden. We weten best dat overeten tot allerlei ziekten leidt, dat drank meer kapot maakt dan je lief is, dat onveilig vrijen tot allerlei ellende kan leiden, dat het niet laten inenten van je kinderen niet alleen je eigen kinderen maar ook andere kinderen in gevaar kan brengen. En je weet dat een oorlogszuchtige houding tegen anderen tot oorlog en geweld kan leiden. De eerste Christenen hebben dat meegemaakt in de grote opstand in het jaar 70 toen de Tempel verwoest werd en het volk werd verspreid over het hele Romeinse Rijk.

Sta klaar

Lucas 12:35-48

35 Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, 36 en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. 37 Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen voor de maaltijd nodigen en hen bedienen. 38 Gelukkig degenen die hij zo aantreft, ook al komt hij midden in de nacht of kort voor het aanbreken van de dag. 39 Besef wel: als de heer des huizes had geweten op welk uur de dief zou komen, dan zou hij niet in zijn huis hebben laten inbreken. 40 Ook jullie moeten klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht.’ 41 Petrus vroeg: ‘Heer, is deze gelijkenis alleen voor ons bedoeld of voor iedereen?’ 42 De Heer antwoordde: ‘Wie is de betrouwbare en verstandige rentmeester die de heer zal aanstellen over zijn knechten om hun op tijd het eten te geven dat hun toekomt? 43 Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. 44 Ik verzeker jullie: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. 45 Maar als die dienaar bij zichzelf zegt: Mijn heer komt maar niet, en als hij de knechten en dienstmeisjes gaat slaan, en zich te buiten gaat aan voedsel en drank, 46 dan komt de heer van die dienaar op een dag waarop hij het niet verwacht en op een tijdstip dat hij niet kent, en dan zal hij hem de zwaarste straf opleggen en hem het lot van de trouwelozen doen ondergaan. 47 De dienaar die weet wat zijn heer wil, maar geen voorbereidingen treft en niet overeenkomstig zijn wil handelt, zal veel slagen te verduren krijgen. 48 Maar wie niet weet wat zijn heer wil en zo handelt dat hij slaag verdient, zal weinig slagen te verduren krijgen. Van iedereen aan wie veel gegeven is, zal veel worden geëist, en hoe meer aan iemand is toevertrouwd, des te meer zal van hem worden gevraagd. (NBV21)

Vandaag lezen we een stuk over knechten die het huis op orde moeten hebben voordat de Heer van het huis terug komt van een bruiloft. De eerste vraag van Petrus is of het dan over hen gaat, de volgelingen van Jezus van Nazareth. En dat gaat het dus. Alle mensen zijn werktuigen in Gods hand, ze zijn knechten en dienstmeisjes van de God van Israël. Daar kun je dus twee dingen mee doen, je kunt ze te eten en te drinken geven, goed voor ze zorgen of je kunt ze uitbuiten en onderdrukken, zorgen doen ze maar voor zichzelf als jij maar aan je trekken komt. Kijk eens om je heen, heeft iedereen te eten? Heeft iedereen een dak boven het hoofd? Mag iedereen meedoen in onze samenleving? Hoeven er geen gezinnen angstig door bossen te zwerven? Is er nergens op aarde meer oorlog of geweld, geen onderdrukking meer van mensen die zichzelf niet mogen zijn? We kunnen op die vragen niet vol trots met ja antwoorden, zelfs in ons eigen land is er genoeg ellende, geweld, honger, verwaarlozing en uitbuiting.

Als dus de Heer terugkomt treft die niet een aarde aan zoals die eens door die Heer geschapen was: En God keek en zag dat het goed was, staat er geschreven. Als wij kijken is het helemaal niet goed. Gelovigen in de Here Jezus, in de God van Israël,. echte gelovigen, worden daar onrustig van. Die kunnen niet stil blijven zitten wachten tot alles wel een keer nieuw wordt. Die laten het opruimen van het huis van God niet aan God over als die terug zal komen. Die gaan aan de slag, met vuur in hun lijf om de aarde te ontdoen van het kwaad, die spoelen schoon waar vuil in eeuwen is aangekoekt. Die lijden zelf honger en dorst, honger en dorst naar gerechtigheid. Die staan op tegen medebewoners van hun huis als die bij de pakken neer willen zitten, als die gemakkelijk over problemen heen willen stappen.Jezus beschrijft hier de slavenmaatschappij. De maatschappij zoals die onder de Romeinen vorm had gekregen. Deftige en rijke families die konden floreren door de slaven die ze hadden.

Zelfs hun huishouding hing af van de kwaliteit en de inzet van de slaven. Wij kijken soms raar aan tegen de beelden die Jezus hier gebruikt om het antwoord op de vraag van Petrus duidelijk te maken. Werknemers, loonslaven van onze tijd, kunnen niet meer zo behandeld worden als de Romeinen hun slaven behandelden. Maar de manier waarop de Romeinen hun slaven behandelden maakte veel duidelijk. Het hoofd van de huishouding werd de rentmeester. Die kreeg ook de verantwoording over de uitgaven die voor de huishouding nodig waren. Maakte die rentmeester er een zootje van dan stond het de Heer van het huis vrij hem ter dood te brengen. De slaven die ook hun werk hadden verzaakt konden gestraft worden met stokslagen. Jezus neemt de onwetenden in bescherming, die kunnen aan de rootzooi in de wereld weinig doen. Maar wij weten dat het anders kan, dat het anders moet. Dat betekent voor gelovigen in het verhaal van Jezus dat ze de handen uit de mouwen moeten steken om er een betere wereld, een wereld van vrede, eerlijk delen en iedereen laten meedoen, van te maken. Elke dag mogen we daar aan werken. Aarzel dus niet.

Verkoop je bezittingen

Lucas 12:22-34

22 Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Daarom zeg Ik jullie: maak je geen zorgen over je leven, over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken. 23 Want het leven is meer dan voedsel en het lichaam meer dan kleding. 24 Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. Hoeveel meer zijn jullie niet waard dan de vogels! 25 Wie van jullie kan door zich zorgen te maken één dag aan zijn levensduur toevoegen? 26 Als jullie dus zelfs het geringste al niet kunnen, waarom maken jullie je dan zorgen over de rest? 27 Kijk naar de lelies, kijk hoe ze groeien. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. 28 Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zoveel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal Hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? 29 Ook jullie moeten je niet druk maken over wat je zult eten en wat je zult drinken, jullie moeten je niet door zorgen laten kwellen. 30 De volken van deze wereld jagen die dingen na, maar jullie Vader weet dat je ze nodig hebt. 31 Zoek liever zijn koninkrijk, en die andere dingen zullen je erbij gegeven worden. 32 Wees niet bang, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie in zijn goedheid het koninkrijk geschonken. 33 Verkoop je bezittingen en geef het geld aan de armen. Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot kan worden aangevreten. 34 Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn. (NBV21)

We hoeven ons geen zorgen te maken voor de toekomst. Veel mensen zijn dat verleerd. Je geen zorgen maken over de dag van morgen. Natuurlijk, als je honger hebt zijn er zorgen over het krijgen van eten, maar zorgen over wat je aantrekt, of hoe je er uit zult zien verdwijnen direct als je naar eten moet zoeken. Al die uiterlijkheden zijn dan ook volstrekt onbelangrijk. Er wordt ons wel aangepraat hoe belangrijk al dat uiterlijk vertoon is, de make overs vliegen je om de oren, maar eigenlijk is het geluk van de mensen het allerbelangrijkst. Daarom klinkt vandaag ook de roep om je bezig te houden met het Koninkrijk. Daar wordt gedeeld en hoeft dus niemand meer zorgen te hebben over het eten, zijn dus alle zorgen verdwenen. Daar valt het onderscheid tussen rijk en arm, tussen slaaf en vrije, tussen man en vrouw, tussen christen en moslim, weg. Daar is geen angst meer en geen bedreiging.

Dat Koninkrijk ligt voor het grijpen. Het is ons geschonken door de God van Liefde, we hoeven het alleen te aanvaarden en in de praktijk te brengen. Make overs zijn dan overigens in het geheel niet voorbij. Maar het zijn hele andere make overs dan van mensen en auto’s. Het is een make over van de totale samenleving. Ineens wordt al wat leeft belangrijk en gooien we geen mensen, dieren en kostbare grondstoffen meer weg. Als iedereen een volwaardige plaats in de samenleving heeft wordt die samenleving een stuk creatiever en rijker. En de make over van het Koninkrijk is niet beperkt tot ons eigen land maar het is een make over van de hele wereld. Stel je een journaal voor waarin niet over oorlog en honger kan worden bericht omdat die er niet meer zijn.

Een journaal dat alleen goed nieuws kan brengen, over wetenschappelijke ontdekkingen, over hulp die mensen elkaar kunnen geven, over het moois dat elke dag weer ontstaat in een wereld van recht en vrede. Je zult denken dat er nog maar weinig mensen zijn die er in geloven. De meeste mensen zijn cynisch en onverschillig geworden. Het is een rotzooi is het enige dat ze nog kunnen zeggen en wij kleine mensen zijn te onmachtig om de rotzooi op te ruimen. Jezus van Nazareth noemt dat kleine gezelschap een kudde. En een kudde is sterk, zelfs een kleine kudde schapen houdt op een autoweg een groot aantal auto’s tegen. Hoeveel te meer de kleine kudde van goedwillende mensen die bezig zijn het mooiste Koninkrijk van de wereld te bouwen, een Koninkrijk waar voor iedereen plaats is en waar niemand buiten valt. Bouw vandaag nog mee dus.

Iedere vorm van hebzucht.

Lucas 12:13-21

13 Iemand uit de menigte zei tegen Hem: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’ 14 Maar Jezus antwoordde: ‘Wie heeft Mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?’ 15 Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht. Want ook al heeft een mens nog zoveel, zijn leven bezit hij niet.’ 16 En Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht, 17 en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. 18 Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, 19 en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. 20 Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?” 21 Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’ (NBV21)

Iedereen kent wel het spreekwoord dat je je rijkdom niet mee kunt nemen. Iedereen gaat met alleen zichzelf het graf in. Waarom proberen we dan meer rijkdom te krijgen dan we ooit bij ons leven op kunnen maken? Ja de rijksten in onze samenleving verzamelen zelfs zo veel rijkdom dat ook hun kinderen en wellicht hun kleinkinderen niet in staat zijn om het op te maken. Geld maakt niet gelukkig is een ander spreekwoord. Natuurlijk is het makkelijk als je het hebt. Natuurlijk moet je er verstandig mee omgaan. En, let wel, de Bijbel heeft niets tegen rijkdom op zich. De Bijbel heeft iets tegen armoede. Als we allemaal mee zouden kunnen delen van het land dat overvloeit van melk en honing is er niets verkeerd. Maar dat doen we niet. De meeste rijkdom is verkregen door de armoede van velen. Jezus van Nazareth gaf de waarschuwing je te hoeden voor iedere vorm van hebzucht als antwoord op de vraag of hij scheidsrechter wilde zijn bij de verdeling van een erfenis. En een erfenis wil gedeeld worden niet waar. Maar Jezus van Nazareth geeft als voorbeeld dat prachtige verhaal van die man die wil gaan rentenieren, zijn kleine schuren wil vervangen door grote om de rest van zijn leven te genieten van de vruchten van zijn arbeid. Het is allemaal niks waard want dezelfde nacht moet de man sterven.

Jezus van Nazareth grijpt hier terug op het boek Prediker. Die verklaarde dat alle arbeid lucht en leegte is en geen nut heeft onder de zon. Prediker had de vreugde geprobeerd, was rijk geworden en toen nog rijker maar het had hem allemaal niets geholpen. Het was allemaal lucht en leegte en je wordt er alleen maar moe van. Het boek Prediker wordt gelezen op het zogenaamde Loofhuttenfeest. Dat is een feest bij de druivenoogst als er wijn gemaakt moet worden. Een heel vrolijk feest dus. De boodschap dat je na alle zware arbeid moet beseffen dat het najagen van wind is geweest klinkt niet heel erg sympathiek. Maar dat Loofhuttenfeest heeft in de Bijbel een bijzondere betekenis. Op dat Loofhuttenfeest moest je naar de Tabernakel of de Tempel om daar een maaltijd te houden met je familie, de tempeldienaren, je personeel, de armen en de vreemdelingen die bij je zijn. Je moet dus je oogst delen met iedereen die niet zelf heeft kunnen oogsten en dat maakt het heel bijzonder.

Al dat gezwoeg is dan tenminste nog ergens goed voor geweest, je helpt er een ander mee de winter door te komen. En dan wordt duidelijk waarom Jezus van Nazareth weigert om als scheidsrechter op te treden bij de verdeling van een erfenis. Je houding als gelovige moet er een zijn van delen met de armsten. Als je dan niet een erfenis weet te delen met elkaar dan is er iets mis in je familie. Velen kunnen daar over meepraten want bij het verdelen van erfenissen lijkt wel eens het laagste van mensen naar boven te kunnen komen. Zelfs tijdens de begrafenis kunnen mensen soms al ruzie gaan maken over die verdeling. Er is dus duidelijk iets mis met de vraag. Die vraag gaat niet over delen maar over hebben. Als je een scheidsrechter nodig hebt is er iets mis met je familie dat eerst uit de weg moet, namelijk de hebzucht. Door die bespreekbaar te maken, door die om te buigen in delen met wie niets heeft, kunnen de ruzies worden opgelost. En delen kunnen en mogen we elke dag. Ook vandaag weer.

Wat kosten vijf mussen?

Lucas 12:1-12

Intussen had er zich een enorme menigte verzameld. De mensen verdrongen elkaar, maar Hij richtte zich eerst tot zijn leerlingen: ‘Hoed je voor de zuurdesem, dat wil zeggen de huichelarij van de farizeeën. 2 Niets is verborgen dat niet onthuld zal worden, en niets is geheim dat niet bekend zal worden. 3 Alles wat jullie in het donker zeggen, zal in het licht worden gehoord, en wat jullie binnenskamers in iemands oor fluisteren, zal van de daken geschreeuwd worden. 4 Tegen jullie, mijn vrienden, zeg Ik: wees niet bang voor degenen die wel je lichaam kunnen doden, maar daarna niets meer tegen je kunnen uitrichten. 5 Ik zal jullie zeggen voor wie je bang moet zijn. Wees bang voor Hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar daarna ook in de Gehenna te werpen. Ja, Ik zeg jullie: wees bang voor Hem! 6 Wat kosten vijf mussen? Bijna niets. Toch wordt er niet één door God vergeten. 7 Zelfs de haren op jullie hoofd zijn alle geteld. Wees niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. 8 Ik zeg jullie: iedereen die Mij erkent bij de mensen, zal ook door de Mensenzoon worden erkend bij de engelen van God. 9 Maar wie Mij verloochent bij de mensen, zal verloochend worden bij de engelen van God. 10 En iedereen die kwaadspreekt van de Mensenzoon zal vergeving ontvangen. Maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest zal geen vergeving ontvangen. 11 Wanneer ze jullie voor de synagogen en de autoriteiten en het gerecht slepen, vraag je dan niet bezorgd af hoe of waarmee je je moet verdedigen of wat je moet zeggen, 12 want de heilige Geest zal jullie op dat moment ingeven wat je moet zeggen.’ (NBV21)

Alles komt uit. Er zijn regeringen die in het geheim alles van iedereen op de hele wereld willen controleren. Alles van iedereen komt daardoor uit. Maar ook het geheime optreden van die regeringen komt uit. En de misdaden die gepleegd worden in naam van een rechtvaardige oorlog komen uit. Natuurlijk, er zijn moorden en andere misdaden die niet worden opgelost. Er zijn boeven die niet worden gevangen. Er zijn ook sportmensen die de regels overtreden en die niet betrapt worden. Maar toch is er niets geheim. Dat geldt ook in de religie. Soms hoor je priesters of dominees wel eens zeggen dat ze een geheim hebben. Het geheim van de eucharistie, of het avondmaal. Het geheim van het geloven zelf. Maar wees gerust, in het verhaal van Jezus van Nazareth is niets geheim. Het gaat juist om het openbaren van het geheim.

De eucharistie of het avondmaal is een godsdienstoefening bij uitstek. Als je de God van Jezus van Nazareth wil dienen dan moet je bereid zijn alles te delen met een ander, desnoods jezelf. Dat doe je niet zomaar, dat is geen lolletje, dat is niet vrijblijvend. Jezus van Nazareth heeft het er over dat zijn volgelingen voor de kerkelijke en wereldlijke autoriteiten gesleept zullen worden en zich zouden kunnen afvragen wat ze zouden moeten zeggen. Autoriteiten, de kerkelijke en de wereldlijke, houden van geheimen en houden graag ook veel geheim. Wie geheimen kent heeft immers macht. Maar de volgelingen van Jezus van Nazareth houden niets geheim en ontkennen dat er geheimen zijn. Er is over ieder mens dan ook niets meer te weten dan die mens over zichzelf weet. Wie ergens van beschuldigd wordt weet of het waar is of niet. En ten onrechte beschuldigd worden betekent dat het op een eerlijke manier niet te bewijzen is.

Wie beter weet wat een mens te doen staat kan altijd op de gevolgen van daden worden gewezen. Worden de armen bevrijdt? Worden de zwakken ondersteund? Wordt er vrede gesticht? Worden de hongerigen gevoed, de naakten gekleed? Gaan de doven horen, de blinden zien en de kreupelen lopen? Zelfs Jezus van Nazareth lukte het niet de mensen de mond te snoeren die door hem genezen werden en weer een plaats in de samenleving kregen, zou het effect van overheidsmaatregelen dan geheim blijven en onzichtbaar zijn voor de mensen om wie het gaat? Laat U niets wijsmaken, geheimen zijn er niet. Het enige wat we moeten weten is wat er aan de minsten onder ons gedaan moet worden. Wat we tegen de geheimhouders moeten zeggen is dus alleen dit, heb Uw naaste lief als Uzelf, dat moet elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

Uitzinnig van woede

Lucas 11:45-54

45 Daarop zei een wetgeleerde tegen Hem: ‘Meester, door die dingen te zeggen beledigt U ook ons.’ 46 Maar Jezus zei: ‘Wee ook jullie, wetgeleerden! Want jullie leggen de mensen ondraaglijke lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan. 47 Wee jullie, want jullie bouwen graftomben voor de profeten, terwijl jullie voorouders hen hebben gedood. 48 Jullie zijn getuigen die instemmen met de daden van jullie voorouders, want zij hebben hen gedood en jullie bouwen de tomben! 49 Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: “Ik zal profeten en apostelen naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.” 50 Voor het bloed van al de profeten dat sinds de grondvesting van de wereld vergoten is, zal van deze generatie genoegdoening worden geëist, 51 van het bloed van Abel tot het bloed van Zecharja, die omkwam tussen het altaar en het heiligdom. Ja, Ik zeg jullie, van deze generatie zal genoegdoening worden geëist! 52 Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’ 53 Toen Hij het huis verliet, waren de schriftgeleerden en de farizeeën uitzinnig van woede; ze begonnen Hem over van alles uit te vragen, 54 in een slinkse poging om Hem te betrappen op een ongeoorloofde uitspraak. (NBV21)

Je moet je weten te verplaatsen in de samenleving waarin Jezus van Nazareth leefde en zijn boodschap verspreidde. Dat is niet zo moeilijk als het lijkt. We kennen het verschil tussen de Joodse “Wet” en de Romeinse “Wet”. In de Joodse  “Wet”, de leer van Mozes, gaat het om de mensen die op een respectvolle, liefdevolle en rechtvaardige manier met elkaar moeten samenleven. Bij de Romeinse “Wet” ging het om helder op schrijven wat wel en wat niet mag. Aangezien Jezus van Nazareth de liefde voor de mensen voorop stelde kwam hij steeds in conflict met mensen die voor elke situatie precies wisten hoe wel of hoe niet te handelen overeenkomstig de Wet. Wetgeleerden schreven daarover.

Als je precies weet hoe wel of juist hoe niet te handelen dan moet je dat ook bewijzen. De richtlijnen die je terug vindt in de Bijbel, vooral de eerste vijf boeken, zijn voor sommigen ook een vindplaats voor bewijzen. Ook het leven en de uitspraken van voorbeeldige gelovigen, bijvoorbeeld de profeten, lenen zich voor bewijsplaatsen van je eigen gelijk. De traditie van je voorouders is ook een manier om te bewijzen dat je gelijk hebt omdat het altijd al zo gedaan wordt. Daar gaat Jezus van Nazareth in dit gedeelte tegen te keer. De profeten waar naar gewezen wordt werden door de voorouders gedood. Je kunt er dan wel monumenten voor oprichten maar daarmee wordt de traditie niet betrouwbaarder.

Als je zo graag de traditie wil volgen dan moet je ook rekenschap geven van de misdaden die door die traditie zijn gepleegd. Onze zwarte Piet discussie is daar misschien wel een voorbeeld van. We verheerlijken Zwarte Piet maar vergeten het bloed dat door slavenhandelaren en slaveneigenaars is vergoten. Ook die horen bij onze Nationale Traditie. Wij worden ter verantwoording geroepen voor het voorstellen van de zwarte die geen goed Nederlands spreekt, die graag de clown uithangt en altijd de knecht is van de witte heilige die beslist over goed en kwaad. Maar wat is goed en wat is kwaad. Daar kun je eindeloos over discussiëren. De mensen die liefde nodig hebben verdrinken ondertussen of gaan dood van honger. Vanuit de liefde antwoordde Jezus zijn tegenstanders, die hem dan ook niet konden betrappen op een ongeoorloofde uitspraak. Laat ook wij leven vanuit liefde en respect voor de ander, hoe anders die soms ook kan zijn.

Roofzucht en slechtheid.

Lucas 11:37-44

37 Toen Hij uitgesproken was, nodigde een farizeeër Hem uit voor de maaltijd. Eenmaal binnen ging Hij meteen aanliggen. 38 Toen de farizeeër dat zag, verwonderde hij zich erover dat Hij zich niet eerst gewassen had voor de maaltijd. 39 Maar de Heer zei tegen hem: ‘Ach jullie farizeeën! De buitenkant van de beker en de schotel reinigen jullie, maar jullie eigen binnenkant is vol roofzucht en slechtheid. 40 Dwazen, heeft Hij die de buitenkant gemaakt heeft niet ook de binnenkant gemaakt? 41 Geef liever de inhoud van beker en schotel als gift aan de armen, dan is niets meer onrein voor jullie! 42 Maar wee jullie farizeeën, want jullie geven tienden van munt, wijnruit en andere kruiden, maar gaan voorbij aan de gerechtigheid en de liefde tot God; je zou het een moeten doen zonder het andere te laten. 43 Wee jullie farizeeën, want jullie zitten graag op een ereplaats in de synagoge en willen eerbiedig begroet worden op het marktplein. 44 Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven, waar de mensen overheen lopen zonder het te weten.’(NBV21)

Vandaag kan er weer eens flink op de Farizeeën gescholden worden. We kennen ze en ze staan in onze taal in een kwade reuk. Ze krijgen in dit Schriftgedeelte door Jezus van Nazareth ongezouten de waarheid gezegd. Maar mogen wij blij zijn geen Farizeeën te zijn? Dat is nog maar de vraag. Farizeeën probeerden de leer van Mozes onder het hele volk levend te houden. Zij waren de uitvinders van de Synagogen waar Jezus van Nazareth zo vaak kwam om uit de boeken van Mozes en de Profeten voor te lezen en er uitleg over te geven. Maar die Farizeeën hadden het over een soort religie dat voorbij ging aan de maatschappelijke werkelijkheid. Een “ieder voor zich en God voor ons allen geloof” Als elke gelovige zich nu maar netjes zou gedragen en zich aan de geboden uit de leer van Mozes zou houden dan kwam het wel goed met het volk.  Dat ondertussen het volk bezweek onder de bezetting van de Romeinen kwam niet ter sprake. Dat de armen werden uitgeperst en velen zonder huis en tot bedelarij veroordeeld waren was een straf voor hun zonden of die van hun ouders. Moesten ze zich maar beter aan de wetten van Mozes houden.

Jezus van Nazareth verwijt de Farizeeën dat ze alleen letten op uiterlijkheden. Als hij vermoeid en uitgeput aan tafel gaat liggen, en iedereen lag in die tijd aan tafel, dan is er geen vraag naar het waarom, geen belangstelling voor zijn persoon, maar alleen een verwijt dat hij zich niet aan de regels houdt. Het samen eten, het samen delen van eten ontbreekt in dit verhaal. Op deze manier is er nooit te delen met de armen, dan blijft het bij een aalmoes aan de enkeling die langs de kant van de weg de hand ophoudt maar werkelijk veranderen is er niet bij. Is er dan veel veranderd sinds de dagen van Jezus van Nazareth?  Heeft bijvoorbeeld de politieke discussie over normen en waarden iets opgeleverd voor bijstandsmoeders, hun kinderen, had het effect voor de armen in onze samenleving? Wat waren de gevolgen voor de toeslagslachtoffers en de slachtoffers van aardbevingen in Groningen. Zijn er schulden kwijtgescholden, onrechtvaardige tolmuren gesloopt? Hebben producten uit arme landen betere kansen gekregen op onze binnenlandse markten, is de concurrentie met boeren in arme landen gestopt?

Is onze samenleving rechtvaardiger geworden als het gaat om de armen in de wereld? Letten onze militairen inmiddels als eerste op de slachtoffers die er in de oorlog vallen en staan zij naast die slachtoffers, vriend of vijand? Misschien zouden we wat meer Farizeeën moeten worden maar dan ook doen wat ze zouden zeggen en wat er in het verhaal van Israël staat. Niet de nette pakken en de mooie jurken, niet de fraaie hoeden en de uniformen bepalen of normen en waarden gehaald moeten worden. Ook niet de mooie woorden die machtigen en rijken kunnen spreken, maar de Liefde voor de minsten in onze samenleving bepaalt de juiste normen en waarden. Netjes doen, je fatsoen houden, is niet verkeerd, maar zonder rechtvaardigheid voor de armen betekent het niets, zonder dat de samenleving zelf er door verandert, zonder dat het de Wet van het volk en voor het volk wordt is het zelfs antichristelijk, houdt het af van de komst van het Koninkrijk van God.

 

Een dringend gebed

Psalm 70

1 Voor de koorleider. Van David, een dringend gebed. 2 God, breng mij uitkomst, HEER, kom mij haastig te hulp. 3 Dat beschaamd en vernederd worden wie mij naar het leven staan, met schande terugwijken wie mijn ongeluk zoeken, 4 beschaamd zich omkeren wie de spot met mij drijven. 5 Wie bij U hun geluk zoeken zullen lachen en vrolijk zijn, wie van U hun redding verwachten zullen steeds weer zeggen: ‘God is groot!’ 6 Ik ben arm en zwak, God, kom haastig, U bent mijn helper, mijn bevrijder, HEER, wacht niet langer. (NBV21)

Vandaag zingen we een klein psalmpje mee. Het opschrift boven de Psalmtekst komt ook voor in Psalm 38 en de rest van de Psalm is bijna geheel te vinden in Psalm 40. Zo’n opschrift geeft over het algemeen aan wat voor soort lied het is, maar in dit geval zijn de vertalers het er niet over eens wat er nu eigenlijk boven de Psalm staat. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft er voor gekozen het opschrift niet letterlijk te vertalen maar weer te geven wat voor soort Psalm het eigenlijk is. En dat is inderdaad een dringend gebed. Maar er wordt in het opschrift het Hebreeuwse woord Zakar gebruikt en dat betekent gedenken. Daarom zijn er geleerden die denken dat de Psalm in de Tempel gezongen werd als het zogenaamde gedenkoffer werd gebracht, een offer dat zowel in het boek Numeri als in het boek Leviticus wordt beschreven.

Zo’n gedenkoffer was een eenvoudig offer van meel en olie waarvan een brood werd gebakken dat door de Priester werd gegeten. Dat offer herinnert aan de Uittocht uit Egypte maar ook aan dat je alles in het leven bereid moet zijn om te delen. En alles willen delen in het leven is bespottelijk. Het is daarom geen wonder dat in het centrum van de Psalm gebeden wordt om beschaamd te doen omkeren wie de spot drijven met hen die inderdaad willen delen. Daarvoor is bij tijd en wijle inderdaad een indringend gebed nodig zoals er nu boven de Psalm staat. Jezus van Nazareth zou dat delen van brood en wijn zelfs in verband brengen met het delen van zijn lichaam en bloed en ook daar een gedenkmaal van maken dat we nu kennen als het avondmaal. Voor velen herinnert ook dat aan een bespottelijk gebeuren: een kruisdood als het meest heilige en inspirerende in de geschiedenis ervaren. Je moet je soms echt voor ogen houden dat wie bij de God van Israël hun geluk zoeken lachen en vrolijk zullen zijn.

Als je wilt delen met de minsten op de aarde en je laat de beelden toe van de hongerigen en de naakten dan vergaat je het lachen. Als je de gemartelden om hun geweten ziet waarover Amnesty International schrijft, als je de misbruikte kinderen ziet in een land als Thailand, de gestoorde kindsoldaten uit Afrika, de verwoeste kinderziekenhuizen in Oekraïne, dan valt er niet meer vrolijk te zijn. Toch mogen wij helpen hun lot te verlichten, mogen wij onze rijke samenleving inzetten om te delen met hen die geen enkele samenleving meer kennen, alleen nog chaos en verwoesting. Dan ervaren we ook hoe zwak we eigenlijk zijn. Hoe gevangen we zitten in de materiële verworvenheden van onze eigen samenleving. Hoezeer we bevrijding nodig hebben van het streven naar altijd meer en nog meer. Dan is een gebed om een helper, een bevrijder zeer op zijn plaats. Daarom zingen we deze Psalm vandaag, om vervolgens met nieuwe kracht weer aan het werk te kunnen in het Koninkrijk van onze God.

Een verdorven generatie!

Lucas 11:29-36

Toen er steeds meer mensen toestroomden, zei Hij: ‘Dit is een verdorven generatie! Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van29  Jona. 30 Zoals Jona een teken was voor de inwoners van Nineve, zo zal de Mensenzoon een teken voor deze generatie zijn. 31 Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met de mensen van deze generatie opstaan en hen veroordelen, want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier zien jullie iemand die meer is dan Salomo! 32 Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij waren na de prediking van Jona tot inkeer gekomen, en hier zien jullie iemand die meer is dan Jona! 33 Wie een lamp aansteekt, zet hem niet weg in een donkere nis of onder een korenmaat, maar plaatst hem op de standaard, zodat iedereen die binnenkomt het licht ziet. 34 Het oog is de lamp van het lichaam. Als je oog helder is, is je hele lichaam verlicht. Maar als het troebel is, verkeert je lichaam in duisternis. 35 Let dus op of het licht dat in je is, niet verduisterd is. 36 Als je hele lichaam verlicht is, zonder dat ook maar een deel in duisternis verkeert, dan is het zo licht als wanneer een lamp je met zijn stralen verlicht.’ (NBV21)

Wie oren heeft om te horen, die hore. We kennen de uitspraak wel. Maar luisteren we er ook naar? In dit gedeelte besluit Jezus van Nazareth met het beeld van het oog. Het oog is de lamp van het lichaam klinkt het hier. Wij beschouwen onze ogen vaak als ramen naar de buitenwereld. Daarmee moeten we immers alles waarnemen en beschouwen. Maar het oog dat kijkt in de Geest van Jezus van Nazareth ziet ook naar binnen. Schijnt het licht van het goede wel in ons, en door ons? Zijn we helder genoeg van Geest om de naaste waar te nemen? Zijn we niet verduisterd door angst, durven we ons te verplaatsen in de positie van de slachtoffers. Hebben we echt wel genoeg aan het brood dat we vandaag nodig hebben of zijn onze ogen verblind door glitter en schitter van mooi en kostbaar?

Zien we de ander wel als gelijke of trekken we de wenkbrauwen op uit arrogantie en hoogmoed? Kijken we omhoog ons verplaatsend in de positie van de minste, of kijken we omlaag om te zien over wie we nog macht kunnen uitoefenen? In dit Bijbelgedeelte wordt Jona genoemd. Wij kennen Jona van de grote vis die hem verzwolg toen hij vluchtte voor de opdracht van God. Maar het verhaal van Jona gaat over een God die steeds opnieuw met mensen wil beginnen. Jona werd opnieuw op pad gestuurd en de inwoners van de stad die hij de ondergang moest aanzeggen besloten voortaan op een nieuwe manier met elkaar om te gaan waardoor de stad niet ten onder ging. Als we het nog niet snappen moeten we het zelf maar weten zegt Jezus van Nazareth.

Elk moment kunnen we opnieuw beginnen. Voor ons is het niet ver reizen, zoals voor die Koningin die uit donker Afrika naar Salomo kwam om van hem de grondregel te leren dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Voor ons is die wet vlak bij, voor het grijpen. Er zijn geen ingewikkelde rituelen voor nodig om er mee te beginnen. Een helder oog. een open oor, een uitgestoken hand zijn genoeg. We hebben Fair Trade en wereldwinkels om boodschappen te doen, wie nog een vakantie moet plannen kan vrijwilligersorganisaties vinden die handen zoeken om enkele weken of een enkele week te helpen. Kinderen zwerven over straat en zoeken opvang in timmerdorpen of speeltuinen vol vrijwilligers. Overal zijn mensen nodig die het goede willen doen en niet dan het goede. Zorg dus dat het licht gaat schijnen in je omgeving. Het duister van de wereld gaat dan tenminste een beetje weg, maar als we met genoeg zijn verdwijnt het duister voorgoed.