Het blijft ontvolkt

Jesaja 13:19-14:2

19 Babel, de parel onder de koninkrijken, de grote trots van de Chaldeeën, Babel wordt als Sodom en Gomorra, steden door God verwoest. 20 Nooit meer zullen er mensen wonen, het blijft ontvolkt tot in het verste nageslacht. Geen Arabier zal daar zijn tent opslaan, geen herder laat er zijn kudde rusten. 21 Dieren uit de woestijn legeren zich daar, uilen nemen de huizen in bezit, struisvogels gaan er wonen en bokken dansen er rond. 22 In de verlaten burchten klinkt het gehuil van hyena’s, jakhalzen janken in de weelderige paleizen van weleer. Voor Babel is de tijd nabij, zijn dagen zijn geteld. 1 Maar over Jakob zal de HEER zich ontfermen, weer wordt Israël uitverkozen. Hij zal de Israëlieten weer op hun eigen grond laten wonen. Vreemdelingen zullen zich bij hen aansluiten en zich voegen bij het volk van Jakob. 2 De andere volken zullen de Israëlieten halen en hen terugbrengen naar hun eigen land. Daarna zullen de Israëlieten die volken in bezit krijgen, als slaven en slavinnen, op het grondgebied van de HEER. Zij zullen gevangennemen wie hen gevangenhielden, en heersen over wie hen overmeesterd hadden. (NBV21)

Er wordt nog al eens gemakkelijk gesproken over profetieën als over toekomstvoorspellingen. Dezer dagen zie je vooral in commerciële televisieprogramma’s nog al eens van die toekomstvoorspellers optreden. Ze pretenderen precies te weten wie met wie gaat trouwen, in welk gezin kinderen geboren gaan worden en wie wel en wie geen succes zal hebben, wanneer de Heer zal komen. Deze toekomstvoorspellers hebben niets met profeten te maken. Jesaja zingt in het lied dat we vandaag lezen dat er in Babel na de val nooit meer mensen zullen wonen. Nu dat was nogal overdreven. Uiteindelijk raakte Babel wel onder zand bedolven maar dat was zelfs ver nadat Alexander de Grote er had gewoond. Saddam Hoessein zou Babel weer op laten graven en weer bewoonbaar laten maken. Maar daar gaat dit verhaal eigenlijk niet over. Het zet het Israël van de God van Israël naast het Babel van de valse goden. Dat Babel leek wel groot en sterk en onoverwinnelijk en onaantastbaar en dat Israël leek wel verslagen, weerloos en waardeloos maar uiteindelijk zouden de rollen worden omgedraaid voor hen die vast zouden houden aan de God van Israël en hen die zijn richtlijnen in praktijk zouden blijven brengen.

Maar de grote borst opzetters zullen ten onder gaan. De Profeet is hier weer een aardig potje aan het schelden. Steden vergelijken met Sodom en Gomorra is voor iedereen die het verhaal van de Bijbel kent niet vlijend. Die steden gingen ten onder in vuur en zwavel, zoals bij een vulkaanuitbarsting en ieder die er woonde raakte er onder bedolven. Een stad toewensen dat woestijndieren er zullen gaan wonen is ook niet echt aardig. En dan moeten we bedenken dat de inwoners van Babel zelf deze stad de allermooiste van de hele wereld vonden. Reizigers die haar bezochten overigens ook. Die hadden het over hangende tuinen waar ze verwonderd naar opkeken en ze bestempelden die tuinen als wereldwonderen. Van die wereldwonderen waren er maar zeven op de hele wereld. Jesaja vond dat dus kennelijk allemaal maar opschepperij. Van dat soort steden bleef er geen steen op de andere staan. De herinnering aan die steden verwaaide met het zand uit de woestijn. Die herinnering is inderdaad eigenlijk het meest gebleven in de verhalen die in de Bijbel terecht zijn gekomen.

Op grond van die verhalen zijn opgravingen begonnen in de negentiende eeuw en is de geschiedenis van Babel stukje bij beetje onder het zand van de geschiedenis vandaan gegraven. Zo is het in de geschiedenis gegaan met beschavingen die zichzelf de beste van de wereld vonden. Aan ons om er voor te zorgen dat aan die geschiedenis een einde komt zoals eens aan alle geschiedenis een einde zal komen. Wij weten dat dat allerlaatste einde komt als alle mensen op aarde, als alle volken op aarde gaan voor het heb Uw naaste Lief als Uzelf. Dan zal God zelf op deze aarde komen wonen. Wij mogen daar nu al mee beginnen door onze naasten Lief te hebben als onszelf. Want we weten dat die beschaving, de zorg voor de minsten, het voeden van de hongerigen en het kleden van de naakten, nooit zal vergaan. Die beschaving steekt steeds weer de kop op en God begint steeds weer opnieuw met die beschaving. Ook al verzaken wij dus die Wet iedere keer mogen we er opnieuw mee beginnen. Vandaag dus ook.

Schaarser dan goud

Jesaja 13:6-18

6 Weeklaag! Want de dag van de HEER is nabij, de dag van ondergang die komt van de Ontzagwekkende! 7 Daarom trillen alle handen en smelt ieders hart van angst. 8 De mensen zijn door schrik bevangen. Door kramp en pijn krimpen ze ineen als een vrouw in barensnood. Radeloos staren ze elkaar aan, de vlammen slaan hun uit. 9 De dag van de HEER breekt aan, meedogenloos, grimmig, in brandende toorn. Het land zal in een woestenij veranderen, de zondaars die er wonen verdelgt Hij. 10 De sterren aan de hemel geven geen licht meer, sterrenbeelden doven uit, de zon is verduisterd als ze opkomt, het licht van de maan is verdwenen. 11 Dan zal Ik de wereld straffen voor haar slechtheid, de goddelozen voor hun verdorvenheid. Ik breek de trots van hoogmoedigen, hooghartige tirannen verneder Ik. 12 Ik maak mensen schaarser dan goud, stervelingen zeldzamer dan zuiver goud uit Ofir. 13 Ik zal de hemel doen sidderen, de aarde raakt bevend van haar plaats op de dag van de HEER van de hemelse machten,
de grimmige dag van zijn brandende toorn. 14 Dan zal iedereen wegvluchten naar zijn land van herkomst, terugkeren naar zijn eigen volk, als opgejaagde gazellen, als schapen die niemand bijeenhoudt. 15 Wie gegrepen wordt, zal doorstoken worden, wie weggevoerd wordt, zal omkomen door het zwaard. 16 Hun kinderen worden voor hun ogen doodgeslagen, hun huizen geplunderd, hun vrouwen verkracht. 17 Ik zet tegen hen de Meden op, die niet om zilver geven, noch zich door goud laten verleiden. 18 Hun pijlen treffen jongemannen; met kinderen hebben ze geen medelijden, zelfs zuigelingen ontzien ze niet. (NBV21)

Volgens de profeet loopt Babel het gevaar dat onderworpen volken en volken die zich bedreigd voelen zich aaneensluiten, een extra groot leger vormen en het machtige Babel verslaan. In werkelijkheid was er een nieuwe wereldmacht die zich met nieuwe technologie organiseerde en daardoor het logge en veel te groot geworden Babel kon verslaan onder koning Cyrus. Deze ging op een andere manier met onderworpen volken om en daardoor konden uiteindelijk ook de ballingen van Israël terugkeren. Maar hoe het ook zij, een volk dat denkt de macht te hebben en alle volken als haar dienaar beschouwt gaat altijd in de geschiedenis ten onder. We zien dit misschien in deze dagen wel heel dichtbij gebeuren.

De profetie van Jesaja is niet zozeer een toekomstvoorspelling als wel een waarschuwing voor alle volken die sterk worden, of zelf sterk worden of door bondgenootschappen sterk worden. De waarschuwing geld dus ook voor ons vandaag de dag. Ook Europa heeft de neiging een muur rond zich te zetten en haar eigen belangen voorop te zetten en de armen daarbij te vergeten. De oorlogen waarbij sterke machten onderuit gehaald worden zijn niet kinderachtig. We kennen de verwoestingen na de tweede wereldoorlog. We kennen de oorlogen in Oekraïne, Vietnam, Irak, Afghanistan. Allemaal verschillende oorlogen maar allemaal ook oorlogen van wereldmachten of landen die dachten ongestraft de wereld te kunnen negeren en te kunnen regeren.

Volgens de Bijbel is er maar één weg voor een volk, welk volk dan ook, om te overleven, om veilig voort te kunnen bestaan. Die Weg is buigen voor Jeruzalem, daar is de richtlijn voor het leven van de God van Israël aanwezig. De grondregel die zegt dat je van je naaste moet houden als van jezelf. Die grondregel geldt ook voor volken. Dat betekent dat ons land, dat ons Europa de armen voorop moet stellen, zorgen voor de mensenrechten, zorgen dat hongerigen gevoed worden en naakten gekleed. Dat niet alleen in fort Europa maar in heel de bewoonde wereld. Wij kunnen zorgen dat onze politiek voortdurend die richting op geduwd wordt. Daar kunnen we dag in dag uit mee bezig zijn, zorgen dat iedereen daarvan overtuigd wordt en daaraan meedoet. In Fair Trade winkels, in ingezonden brieven, in gesprekken, hoe dan ook en waar dan ook, maar zonder ophouden.

Hoor het tumult

Jesaja 13:1-5

1 Profetie over Babylonië; het visioen van Jesaja, de zoon van Amos.2 Steek op een kale berg de strijdvaan op,
roep op tot de strijd en geef het teken dat zij optrekken naar de poorten van de edelen. 3 Ik heb mijn heilige legers bevel gegeven, mijn krijgshelden opgeroepen mijn wraak te voltrekken, juichend over mijn majesteit. 4 Hoor het rumoer in de bergen, de opmars van een groot leger, hoor het tumult van de koninkrijken, de volken die zich aaneensluiten: de HEER van de hemelse machten monstert zijn troepen. 5 Daar komen ze, uit een ver land, van de verste plaats onder de hemel: de HEER komt heel het land verwoesten met de werktuigen van zijn toorn. (NBV21)

Het deel van het boek van de profeet Jesaja waar we vandaag in beland zijn is het eerste van een reeks hoofdstukken waarin protest liederen staan tegen de volken die het voortbestaan van Israël hebben bedreigd. Dat Babylonië voorop staat is niet zo vreemd want daar was het volk van Israël in ballingschap terecht gekomen. Historisch sluit het niet aan op het vorige deel want in de tijd die daar wordt beschreven was Babel nog bezig zich onafhankelijk van Assur te maken. Maar Babel was het land van de grote borst opzetten. Haar hangende tuinen werden beschouwd als een wereldwonder. Toen het eenmaal onafhankelijk was en een groot deel van de wereld onderworpen had vond het zichzelf onaantastbaar en onverwoestbaar.

Daar komt de profeet in dit gedeelte tegenop. Landen die een te grote borst opzetten, die denken dat ze de wereld kunnen regeren en onverwoestbaar en onaantastbaar zijn komt uiteindelijk een keer ten val. In onze dagen hebben we de val van het communistische rijk van Rusland meegemaakt dat een te grote borst opzette en uit elkaar viel in verschillende landen. De landen die het onder haar invloedssfeer had onttrokken zich daaraan en kozen een ander blok. Slechts een paar landen worstelen er nog mee om onder de controle van Rusland uit te komen. Wat die grote sterke landen moeten beseffen zegt Jesaja hier is dat zij werktuigen zijn van de God van Israël. Het volk Israël had het verbond met hun God opgezegd.

In Tempels hoorden beelden, die hadden zij uitdrukkelijk niet. Hun goden moest je verleiden met offers, grote en kleine, tot aan je eigen kinderen toe. God stond uiteindelijk met lege handen en profeten als Jesaja kregen de opdracht het volk te vertellen wat de gevolgen van hun houding waren. Die gevolgen zouden de ballingschap zijn. De gevolgen die Jesaja zag waren de verwoesting van Jeruzalem en de Tempel. De velden zouden leeg blijven en geen oogst meer geven. Tegelijk is het ook een waarschuwing met hoop. De verwoesting komt niet omdat die grootmachten zo sterk zijn. Als het volk zich weer wendt tot hun God, weer gaat zorgen voor de minsten, weer de liefde voor de naaste voorop stelt, dat zullen de stad en de Tempel herbouwt worden en het volk weer gelukkig.

Hun god is hun buik

Filippenzen 3:12-21

12 Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik doe mijn uiterste best, in de hoop te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft. 13 Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. 14 Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God in Christus Jezus roept. 15 Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten. Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. 16 In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan. 17 Volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben. 18 Ik heb u al vaak gezegd, en zeg nu zelfs met tranen in mijn ogen: Velen leven als vijand van het kruis van Christus 19 en gaan hun ondergang tegemoet. Hun god is hun buik, hun eer is schaamteloosheid en hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken. 20 Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus. 21 Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam. (NBV21)

Een schrijver van Bijbelboeken, een van de eerste zendelingen buiten Palestina, stichter van een groot aantal gemeenten, die als bemoediging aan een jonge gemeente schrijft dat hij nog niet zover is dat hij er zeker van is ooit uit de dood op te staan. Het mag ons dus niet van het werk afbrengen als we twijfelen aan alle vrome praat over het hiernamaals, het oordeel na de dood, of de hemel of de hel. Zul je ooit de mensen van de dood achter je kunnen laten is de vraag. Hun god is hun buik, in onze dagen in onze streken een zeer herkenbaar beeld. Het gaat volgens Paulus om het hemelse doel waar we als volmaakte mensen op af moeten gaan. Dat is dus de naaste liefhebben als jezelf.  De ruzie over koopkracht, bezuinigingen, meevallers en tegenvallers beheerst hen die hun eer leggen in schaamteloosheid en hun aandacht alleen gericht houden op aardse zaken. Niet de discussie over armen, over zieken, over zwakken in de samenleving, niet de vraag of er goed gezorgd wordt voor hen die zorg nodig hebben, over de slachtoffers van toeslagenbeleid en gaswinning.

Wel de hogere energierekening willen compenseren voor de rijken zodat verkwisting kan doorgaan en zuiniger en verantwoorder energiegebruik achterwege kan blijven maar je niet afvragen of de kinderen onder ons wel goed beschermd worden. We moeten ons er ook al die jaren na het schrijven van de brief aan de mensen in Filippi niet door laten ontmoedigen. Uiteindelijk komt dat Koninkrijk van recht en vrede er, zal de hemel op aarde neerdalen en maakt God een tent voor zichzelf om hier te wonen. Elke dag weer mogen we opnieuw beginnen om aan dat rijk te werken, om mensen te werven voor het uitvoeren van de Wet van recht en vrede. Elke dag weten we ook dat er manieren verzonnen worden om de rijken rijker, de machtigen machtiger te maken. Elke dag ook zien we wel wat over het hoofd of bezwijken we voor de verleiding de boel even de boel te laten.

Elke keer mogen we opnieuw beginnen. Omdat we er bij willen horen. En pas op dat je je niet laat verleiden door al die predikers die ook in deze donkere dagen geluk en voorspoed beloven. Val op je knieën, laat Jezus in je hart en alle verdriet en ellende vallen van je af. Niets is minder waar. Als je wilt kijken met de ogen van Jezus van Nazareth dat zie je geen schitterende lichten in de stad, maar de zwervers in de kou. Dan zie je geen schitterende natuurparken in Afrika, maar hongerige kinderen en moeders die geen huis meer hebben om hun kinderen te slapen te leggen. Dan zie je geen vrede met engelen in de heldere lucht, maar wapenhandel en oorlog die we kunnen uitbannen. Dan doet het leed in de wereld je net zo veel pijn als Jezus van Nazareth voelde aan het kruis, maar je weet dat je dan pas echt tot leven komt, alsof je opnieuw wordt geboren.

Kwalijke praktijken

Filippenzen 3:1-11

1 Voor het overige, broeders en zusters, laat de Heer uw vreugde blijven. Ik heb er geen moeite mee dat opnieuw aan u te schrijven; ik doe het voor uw eigen bestwil. 2 Pas op voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze! 3 Wij zijn het die besneden zijn: wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op afkomst en prestaties, 4 hoewel ik alle reden heb om daarop te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker. 5 Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een farizeeër, 6 ik heb de gemeente fanatiek vervolgd en ten aanzien van de rechtvaardigheid die de wet voorschrijft was er op mij niets aan te merken. 7 Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8 Sterker nog, alles beschouw ik als verlies, want alles wordt overtroffen door het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, omwille van wie ik alles heb prijsgegeven. In mijn ogen is het waardeloze troep, want ik wil Christus winnen 9 en één met Hem zijn – niet dankzij mijn eigen rechtvaardigheid door het naleven van de wet, maar dankzij de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus en die God toekent op grond van geloof. 10 Ik wil Christus kennen door de kracht van zijn opstanding te ervaren, door te delen in zijn lijden en aan Hem gelijk te worden in zijn dood, 11 in de hoop ook zelf uit de dood op te staan. (NBV21)

Die Paulus kon hele ingewikkelde brieven schrijven. In een taal die het midden hield tussen de taal van de Hebreeuwse Bijbelgeleerden en Griekse Filosofen. In de loop van de eeuwen zijn allerlei zogenaamde geleerden aan de haal gegaan met de woorden van Paulus. Ze hebben er puzzeltjes van gemaakt en ze omgebogen naar hun eigen belang. Dat terwijl Paulus eigenlijk een heel praktisch ingesteld man moet zijn geweest die adviezen gaf aan gemeenten van de volgelingen van Jezus van Nazareth die moesten zien te overleven in een vijandige omgeving tussen de Romeinse staat, de Griekse filosofen en de Joodse minderheden. Van die laatste waren er die de nieuwgevormde Christelijke gemeenten probeerden in te lijven. Als ze er toe gebracht konden worden zich alleen nog met al die wetjes en regeltjes uit de Joodse cultuur bezig te houden dan vormden die Christenen niet meer zo’n bedreiging. Één van die regeltjes was de besnijdenis van mannen en daar begint Paulus dan ook tegen uit te varen, hij noemt die verplichte besnijdenis van Heidenen een versnijdenis. Hetzelfde is overigens de eis dat men eerst Christen moet worden om geschikt te zijn samen te werken met Christenen in het doen van het goede.

Lees hier dan niet in dat Paulus zich tegen de Joden afzet. Hij is zelf voluit een Jood en is daar trots op. Joden moeten dan ook vooral Jood blijven en hun kinderen laten besnijden. Maar het al of niet Jood zijn wil nog niet zeggen dat je de Weg van Jezus van Nazareth , de weg van de God van Israël, volgt. Paulus was een vrome Jood, besneden, zich bewust van de Joodse stam waartoe hij behoorde, gestudeerd bij de Farizeeën. Maar als vrome Jood heeft hij de gemeente van de Christenen fanatiek vervolgd. Ondanks dat Jood zijn, ondanks die kennis van Wet en Profeten, maakte hij de verkeerde keuze, het werkte uiteindelijk zelfs tegen hem. Pas door de ontmoeting met de Christus op de weg naar Damascus, waar hij blind werd geslagen, gingen hem de ogen open. De liefde voor de naaste, desnoods dwars door de dood heen, was veel en veel belangrijker dan al die wetjes en regeltjes die zonder zin en inhoud geworden waren.

Die liefde voor de naaste als voor jezelf die komt niet omdat je zo goed bent, omdat je je zo netjes gedraagt of zo Christelijk weet te spreken maar die komt ondanks jezelf. Dat is genade en als je bedacht bent op je naaste, zelfs al zou je daaraan dood moeten gaan, dan leer je pas wat leven is, dan mag je hopen met Christus op te staan uit de doden. Al die doden die alleen op zichzelf bedacht zijn en geen oog meer hebben voor het leven dat ze zouden kunnen leiden. Een leven zonder angst voor verlies van bezit, zonder angst voor verlies van een baan, zonder angst voor verlies van wat dan ook omdat de gift van liefde voor de naaste een gift is die je voortdurend wordt aangeboden en die je ondanks jezelf mag gebruiken om te ontdekken waar het leven echt geleefd kan worden. En als je dat gaat doen dan ontdek je dat die woorden van Paulus helemaal niet zo ingewikkeld zijn maar van groot praktisch belang. En het mooie is dat je er elke dag weer opnieuw mee mag beginnen, ook vandaag weer.

Ik ben niet bang

Jesaja 12: 1-6

1 Op die dag zul je zeggen: ‘Ik zal U loven, HEER. U bent woedend op mij geweest, maar uw toorn is geweken, U troost mij. 2 God, Hij is mijn redder. Ik heb een vast vertrouwen, ik ben niet bang, want de HEER is mijn sterkte, Hij is mijn beschermer, Hij heeft mij redding gebracht.’ 3 Vol vreugde zullen jullie water putten uit de bron van de redding. 4 Op die dag zullen jullie zeggen: ‘Loof de HEER, roep zijn naam uit. Maak alle volken zijn daden bekend, verkondig zijn verheven naam. 5 Zing een lied voor de HEER, machtig zijn zijn daden. Laat heel de aarde dit weten. 6 Jubel en juich, inwoners van Sion, want groot is de Heilige van Israël, die in jullie midden woont.’ (NBV21)

We zingen vandaag een lied mee van de Profeet Jesaja. Vandaag zingen we een bijzonder loflied. Het bezingt de vreugde van de bevrijding. Op de plaats waar het staat in het boek van de profeet Jesaja is er nog helemaal geen sprake van bevrijding. Jesaja heeft wel geschreven dat die komt die bevrijding, het volk zal ooit terugkeren uit de ballingschap, maar het is nog lang niet zover. Maar Jesaja weet al wel hoe het volk zal gaan zingen als het zover is en dat mogen we vandaag meezingen. Want hier loopt het op uit, op de bevrijding en het zingen van liederen. Nu zul je denken dat er nog een heel boek Jesaja volgt, maar dat lijkt maar zo. Het boek van de profeet Jesaja bestaat uit een paar verschillende boeken die in tijd op elkaar volgen en waarvan de inhoud steeds op elkaar lijkt zodat ze in de loop van de tijd bij elkaar in een boek terecht zijn gekomen. Dit lied sluit het oudste deel van het boek van de profeet Jesaja af.

En net als na de doortocht door de Schelfzee toen het volk Israël ontsnapt was aan de Farao en op de drempel van de woestijn stond wordt er gezongen van bevrijding. Jesaja is namelijk helemaal niet zo somber over de ballingschap. Dat is wel erg, dat had wel niet gemoeten maar het kan ook betekenen dat het volk eindelijk leert zich bij de God van Israël te houden en de weg van de God van Israël te gaan. Die Weg loopt uit op de heerschappij van de God van Israël over heel de wereld. Die heerschappij komt als eerst het volk Israël en vervolgens alle volken geleerd hebben hun naaste lief te hebben als zichzelf. Daarvoor moest het volk Israël eerst door de woestijn. Daar in de woestijn maakte het kennis met de God van Israël en met de richtlijn van heb Uw naast lief als Uzelf. Daar bouwde het de tent der ontmoeting waar het volk of haar afgevaardigden samen kwamen om na te gaan hoe het verder moest door de woestijn. Op de rand van de ballingschap vraagt de profeet Jesaja zich hetzelfde af als het volk op de rand van de woestijn. Kun je je toevertrouwen aan die God die je niet kunt zien maar die beloofd heeft met je mee te gaan de woestijn door?

De profeet zingt hier over een vast vertrouwen dat bij hem niet wankelt. De koning uit zijn tijd, Achaz, had tegen alle waarschuwingen in wel getwijfeld en bondgenootschappen gesloten met de verkeerde wereldmachten. Die hadden verloren en nu was het volk overgeleverd aan een bondgenootschap van Efraïm en Assyrië. Voor ons is de vraag of wij vandaag na de dood van Jezus, en de opstanding, met diezelfde God door willen gaan. Durven wij het aan om in een tijd waarin het individu voorop staat, waar het eigen gelijk overheerst, waar succes en persoonlijke groei de enige godsdiensten lijken, het te doen met het heb Uw naaste Lief als Uzelf ? Durven wij het aan het op te blijven nemen voor de hongerigen op aarde, voor de ontrechten, voor de slachtoffers van oorlog en geweld, voor de verworpenen der aarde? Durven we te blijven geloven dat de dood niet het laatste woord heeft? We weten dat de keuze voor de weg van God zal leiden tot een betere wereld en eigenlijk weten we ook dat er geen andere keuze is. We kunnen persoonlijk nooit zo groot groeien dat die betere wereld gemaakt kan worden, dat maken moeten we aan God overlaten, vanaf vandaag kunnen we het alleen maar voor de mensen opnemen, dat moet genoeg zijn.

 

Een vaandel

Jesaja 11:11-16

11 Op die dag heft de Heer opnieuw zijn hand op om wat van zijn volk nog overbleef vrij te kopen uit Assyrië en Egypte, uit Patros, Nubië en Elam, uit Sinear en Hamat, en van de eilanden in zee. 12 Dan steekt Hij een vaandel op voor de volken. Hij brengt bijeen wie uit Israël verdreven waren, de vluchtelingen uit Juda brengt Hij samen, van de vier uiteinden van de aarde. 13 Efraïms afgunst zal verdwijnen, aan Juda’s vijandschap komt een eind. Efraïm is niet meer afgunstig op Juda, Juda is Efraïm niet meer vijandig. 14 Ze strijken neer op de flank van Filistea, aan de zee, samen beroven zij de stammen in het oosten; ze leggen de hand op Edom en Moab en de Ammonieten zullen hun gehoorzamen. 15 Dan zal de HEER de zeearm van Egypte splijten; de Eufraat bedwingt Hij met zijn machtige adem, Hij slaat het water uiteen in zeven beken waar men droogvoets door kan gaan. 16 Zo baant Hij een weg uit Assyrië voor wat er van zijn volk nog overbleef, zoals eens voor Israël, toen het wegtrok uit Egypte. (NBV21)

Die profeet Jesaja durfde tenminste. Want net was zijn volk voor een groot deel weggevoerd naar Babel of Jesaja stond op en voorspelde dat ze terug zouden keren. Niet alleen dat, het zou nog vrede tussen de vijandige stammen van Israël worden ook en de buurvolken zullen zich in de toekomst onderwerpen aan de wil van Israël. Durf dat eens te voorspellen als je volk net is weggevoerd. Voor dat soort mensen hebben we in onze dagen hele kundige psychiatrische inrichtingen. Maar Jesaja zegt eigenlijk hetzelfde als ooit een Franse Koning zei: de geschiedenis herhaalt zich. Voor Jesaja was er een herinnering aan de uittocht uit Egypte. Toen werd het volk verlost van een slavernij waarvan weldenkende mensen zouden zeggen dat je daar nooit van verlost zou kunnen worden. Het belang dat Egypte had bij dat handvol slaven in de delta van de Nijl was wel erg groot.

Toch, ondanks dat, was het gelukt met have en goed de woestijn in te vluchten en het leger van Egypte met haar strijdwagens en paarden te ontlopen. Maar Jesaja heeft tussen de regels door ook een voorwaarde voor de bevrijding, de terugkeer uit de ballingschap en de vrede tussen de stammen en met de omringende volken. Dat is het volgen van de weg die God zal wijzen aan de ballingen, dezelfde weg als eens voor Israël toen het wegtrok uit Egypte. Die Weg kennen we, dat is de Weg van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf. Pas als het volk leert onvoorwaardelijk alles voor elkaar over te hebben, dat uitstraalt door ook onvoorwaardelijk beschikbaar te zijn voor de armsten, de minsten, dan kan het weer het volk van God worden, dan komt het weer terug in het land overvloeiende van melk en honing, dan vormt het een vaandel voor de volken, een door God opgericht vaandel waar alle volken zich achter kunnen scharen. Het zijn visioenen die ook ons zouden moeten aanspreken.

Want roept ook onze wereld niet om vrede en gerechtigheid? Zijn er ook in onze wereld niet talloze slachtoffers van oorlog en geweld? Wordt het ook in onze wereld niet tijd om de wapens om te smeden tot ploegscharen? Zijn er ook in onze wereld niet duizenden en tienduizenden die honger lijden en geen uitzicht hebben op voedsel? De Weg die Jesaja ons vandaag wijst is dat, hoe diep we misschien ook gezonken lijken, hoe machteloos kleine mensen op weten te kijken naar al die grote ingewikkelde wereldproblemen en de overheersende wereldmachten, op de Weg die God ons wijst ligt ook voor ons zwakke en machteloze kleine mensen de mogelijkheid die wereldvrede en dat stillen van honger en het krijgen van gerechtigheid te bereiken. Het is de enige weg, het is geen gemakkelijke weg. Die Weg, zegt Jesaja, is ook voor ons door God zelf bereid. We hoeven die Weg alleen maar te gaan. Mensen op te zoeken die samen met ons de Weg van heb uw naaste lief als uzelf willen gaan en dan aan de slag. Vandaag mogen wij ook opnieuw met dat werk beginnen.

Niemand sticht onheil

Jesaja 11:1-10

1 Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. 2 De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en ontzag voor de HEER. 3 Hij ademt ontzag voor de HEER; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. 4 Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen. 5 Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen. 6 Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. 7 Een koe en een berin grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw eet stro, net als een rund. 8 Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang. 9 Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg. Want kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt. 10 Op die dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn. (NBV21)

Een prachtig lied zingen we vandaag mee met de profeet Jesaja op de laatste dag van het jaar. Nog mooier wordt dat lied als we bedenken dat volken vaak worden aangeduid met een dier. Welk volk met welk dier hier aangeduid wordt dat is verloren gegaan in het duister van de geschiedenis, maar dat is ook niet zo erg want het gaat ook vandaag in dit lied om de toekomst van onze wereld. Dan zingen we dus dat het ene volk samenwerkt met het andere, dat het ene volk samen deelt met het andere, dat twee volken samen hun kinderen weten op te voeden. Dat angst voor andere volken, voor mensen die er anders uitzien, zich anders kleden en andere opvattingen hebben geen rol meer speelt in het samen leven en samen delen op deze aarde. Niemand doet immers kwaad, niemand sticht onheil. De hele aarde wordt in het lied van Jesaja de Tempelberg waar de grondregel van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf geldt. Die grondregel bedekt de aarde, zingt het lied, zoals het water de bodem van de zee bedekt.

Op die dag zal de Koning van de Vrede, de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Een droom die in de geschiedenis diepe indruk heeft gemaakt. Keizer Constantijn maakte van die indruk gebruik door in de beslissende slag zijn soldaten te inspireren door het kruis als vaandel te gebruiken. De koning van de vrede, de heer van de wereld, Jezus van Nazareth, had volgens de Christelijke soldaten zijn koningschap eerst echt verworven aan het Kruis van Golgotha. Het Romeinse Rijk, de wereld van Jezus van Nazareth, was daarna onder de staatsgodsdienst van Constantijn gekomen die geloofde dat daarmee de wereld onder het vaandel was gekomen dat hier door Jesaja wordt bezongen. Maar zo is het natuurlijk niet. Met de overwinning van Keizer Constantijn was het kwaad niet uit de wereld verdwenen. Ook na de overwinning van Constantijn bleven er volken over die strijd voerden, die een oorlog begonnen omdat ze zich beter vonden dan een ander volk, omdat ze rijker wilden worden ten koste van andere volken, omdat ze hun belangen zwaarder lieten wegen dan de belangen van volken die zwakker waren dan zijzelf.

Als we het lied over de vrede van de dieren zingen in onze wereld dan merken we ook dat de wereld die Jesaja hier bezingt er nog lang niet is. De demonstranten die van de wereld uit dit lied droomden bij de grote milieuconferentie in Egypte zagen dat verschillen in opvattingen tussen landen die niets met het klimaat van doen hadden de conferentie gedeeltelijk deden mislukken, omdat eigenbelang voorop stond, omdat de bereidheid om werkelijk met de zwaksten te delen eigenlijk afwezig was, omdat de kinderen van elkaar groot willen brengen toen nog een ver en onbereikbaar ideaal scheen. Voordat een vaandel als Jezus van Nazareth, de leer van vrede en zorg voor de armen die hij ons heeft nagelaten, als water in de zee de hele aarde bedekt zal er nog veel werk moeten worden verricht. Dat werk begint bij ieder van ons. Ieder zal zelf de zorg moeten dragen voor de minsten, ieder zal daarbij anderen moeten meenemen, ieder zal daarbij volken moeten oproepen. Er is een nieuw klimaatverdrag dat echt verbetering lijkt te brengen. Misschien dat dan die nieuwe aarde die zo hemels zal zijn toch zal komen, morgen begint het.

 

Gil het uit

Jesaja 10:28-34

28 Ze rukken op naar Ajjat, ze trekken door Migron; ze laten de legertros bij Michmas achter, met de hele uitrusting. 29 Ze steken het ravijn over. ‘In Geba zullen we overnachten!’ Rama siddert, Gibea van Saul vlucht weg.30 Gil het uit, Bat-Gallim! Laïs, geef gehoor! Anatot is er slecht aan toe, 31 Madmena slaat op de vlucht, de inwoners van Gebim houden zich schuil. 32 Vandaag nog houden ze halt bij Nob, ze ballen de vuist tegen de Sion, tegen de heuvel van Jeruzalem. 33 God, de HEER van de hemelse machten, houwt met geweld hun takken af; de hoogste bomen worden omgehakt, de statigste stammen neergehaald. 34 Met een bijl kapt Hij de struiken weg. Heel de Libanon wordt door de Machtige geveld. (NBV21)

Vandaag lezen we een lied over verwachting. Het land is bezet of belegerd maar hoe zal dat aflopen? Het lied gaat over een leger dat een machtig rijk inneemt. Een leger dat de tegenstanders van de God van Israël in de pan hakt. Al die vijanden worden geveld. Als je nu stiekem een regel verder leest dan lees je ineens de beroemde zin over de tronk van Isaï, waaruit een twijgje zal ontspruiten en die weer tot bloei zou komen. En dan zit je weer midden in de kerstmuziek, denk maar aan het lied “Er is een roos ontsproten uit Jesse’s oude stam”. Die Jesse uit dat lied is niet Jesaja maar het is dezelfde als die Isaï, dat was de vader van Koning David. Het strijdlied van vandaag loopt dus uit op een hernieuwde heerschappij van het koningshuis van David, de koning van de vrede, de koning die de dienst aan de God van Israël, de kist met de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf in het midden van het rijk zette. Christenen die Kerstfeest vieren, herdenken dan de geboorte van die nieuwe Koning. Maar daar is dus strijd voor nodig, oorlog zelfs in het verhaal zoals Jesaja dat vertelt.

Het kerstfeest was dus geen feest van vrede op aarde. Het verhaal zal uitlopen op vrede op aarde maar dat blijft voorlopig een wens. Dat verhaal van Jozef en Maria en dat kindje in de kribbe zal uitlopen op een vlucht naar Egypte en op de moord op alle pasgeboren jongetjes in Bethlehem. Dat zijn geen leuke verhalen. Wij zingen liever over de herdertjes die bij nachte lagen en wijzen die uit het oosten kwamen. Maar dat soort liedjes staan niet in de Bijbel. In de Bijbel staat het lied van Jesaja dat we vandaag lezen. Dat gaat over sidderen en het uitgillen. Dat gaat over oorlogskreten en over dorpen en steden die worden ingenomen en mensen die op de vlucht slaan. Dat gaat over heilige bossen die worden gekapt, hoge bomen die niet alleen veel wind vangen maar ook ten val komen, koningen en machtigen die hun troon en hun macht verliezen. In de dagen van Jesaja werd heel het volk uiteindelijk naar een ander land gedeporteerd. Dat was zelfs geen vlucht meer maar een gedwongen verhuizing. De profeet Jesaja ziet in dat zij die het houden met het verhaal van de God van Israël weer terug zullen keren.

Al die Koningen van Israël en Juda waren afgedwaald van de weg van de God van Israël. Die kist van David, die Tempel van Salomo, die richtlijnen uit de woestijn waren vergeten en verwaarloosd. Mooie gouden beelden waren er in de Tempel geplaatst van vruchtbaarheidsgoden. Sterke bondgenootschappen waren er gesloten die het volk moesten beschermen. Maar het waren valse goden gebleken en bondgenootschappen met de verkeerde volken. Als er een koning zal komen die het volk er weer toe zou kunnen brengen om die goddelijke richtlijnen weer centraal te zetten in het volk dan zal het gebeuren. Als de koning het volk er toe kan brengen om weer te delen met elkaar zonder om eigen gewin te denken. Dan bloeit dat volk weer op. Jezus van Nazareth zou uiteindelijk zeggen dat die richtlijnen in je hart moeten zijn gegrift. Zijn volgeling Paulus zou zeggen dat die Tempel overal kan staan omdat elk van ons die Tempel kan zijn zodra we met elkaar delen. Daarom is ook elke strijd en elke oorlog een uitdaging voor ons om ons te bekommeren om de slachtoffers en om weer vrede te stichten. Dan maken we van elke nieuwe dag een kerstfeest.

Op die dag

Jesaja 10:20-27

20 Op die dag zullen de overgebleven Israëlieten niet langer vertrouwen stellen in hem door wie ze werden geslagen. Het deel van Jakobs volk dat ontkomen is, zal weer oprecht vertrouwen op de HEER, de Heilige van Israël. 21 Een rest zal terugkeren naar de sterke God, de rest die van Jakob is overgebleven. 22 Want, Israël, al bestond je volk uit zo veel mensen als er zand is bij de zee, slechts een rest zal terugkeren. Je vernietiging staat vast en de gerechtigheid zal overvloedig zijn. 23 Want God, de HEER van de hemelse machten, heeft tot vernietiging van het hele land besloten. 24  Daarom – dit zegt God, de HEER van de hemelse machten: Wees niet bang, mijn volk, dat op de Sion woont, wees niet bang voor Assyrië, dat jullie slaat met zijn stok en zijn staf tegen jullie opneemt, zoals eerder Egypte deed. 25 Want nog een korte tijd, dan is de maat van mijn toorn vol en richt mijn woede zich op zijn ondergang. 26 Dan zal de HEER van de hemelse machten hem met een gesel slaan, zoals Midjan bij de Rots van Oreb is geslagen; Hij zal zijn stok opnemen tegen de zee, zoals Hij eerder bij Egypte deed. 27 Op die dag wordt de Assyrische last van je schouders genomen, je nek wordt van zijn juk bevrijd; het sterke juk zal verbrijzeld worden. (NBV21)

Niet langer vertrouwen stellen in hem door wie je werd geslagen. Voor heel veel mensen moet die dag nog aanbreken. Voor de vrouwen die door hun man en voor de mannen die door hun vrouw worden mishandeld, voor de kinderen die door hun ouders en door de ouders die door hun kinderen worden mishandeld. Voor de arbeiders die worden uitgebuit in fabrieken en kantoren. Voor de onderdanen van dictators. Voor gelovigen in autoritaire leiders die hen de wet voorschrijven in plaats van op de vrijheid van Jezus van Nazareth te wijzen. Zo veel mensen op aarde worden nog onderdrukt en komen daardoor niet tot hun recht. Zo lang ze vertrouwen dat degene die hen slaat zich zal beteren en zich om hen zal bekommeren blijft dat zo. Tot de dag dat ze inzien dat er alleen te vertrouwen is op de God van Israël. Dat je het juk moet afschudden dat mensen je hebben opgelegd. Voor de arme rest die van het eens zo trotse Israël was overgebleven kwam een terugkeer naar het land dat overvloeide van melk en honing weer in zicht. In onze dagen kan die bevrijding van onderdrukking en onrecht leiden tot de ideale samenleving waar geen oorlog en geweld, geen leugen en bedrog, geen zelfzucht en eigenwaan meer zal zijn.

Die gewelddadige aarde waar de een de ander kan uitbuiten waar sterken de overhand hebben en de zwakken onrecht wordt aangedaan zal ten onder gaan. De God van Israël zal die aarde doen vergaan en zorgen voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een aarde waar God zelf zijn tenten zal spannen. We hoeven zelfs voor de onderdrukking en het onrecht niet bang te zijn. De Profeet Jesaja herinnert zijn lezers aan het verhaal zoals dat over Gideon in het boek Rechters wordt verteld. Bij de rots van Oreb stond nog het altaar dat Gideon daar voor de God van Israël had opgericht nadat de rovers uit Midjan waren verslagen. Zo zal het ook vergaan met het machtige Assyrië, zo zal het vergaan met alle dictaturen en onderdrukkers die we nu tegenkomen en ook in de toekomst nog zullen tegenkomen. In de taal van de Bijbel klinken onze verhalen over oorlog en over strijd tussen de volken nogal vulgair.

Maar zelfs bij de uitvoering van het nieuwe klimaatverdrag kun je je afvragen of de God van Israël en het verhaal over zijn zoon Jezus van Nazareth daar niet een rol spelen. Als er een verdrag uitloopt op een beleid dat de armen van de aarde in bescherming neemt tegen de verspilling en vervuiling door de rijken en dat er voor zorgt dat onze kinderen en kleinkinderen maar ook de kinderen en de kleinkinderen van de armsten der aarde in vrede en gezondheid kunnen leven dan is dat goeds te danken aan de God van Israël. Als het de leiders van de aarde niet lukt om dat te bereiken dan kunnen we zeggen dat zij niet geluisterd hebben naar het Woord van de God van Israël. Die dwaasheid zal op hun eigen hoofd neerkomen. De onderdanen van hen die een goed verdrag blokkeren zullen op een dag in opstand komen en andere leiders kiezen. De strijd zal zwaarder zijn om een goede aarde na te laten daarom is het hier en nu belangrijk om ons aan te sluiten bij hen die de armen aan de kant van de weg zien liggen, ook vandaag weer.