Hoeveel broden hebben jullie

Marcus 6:30-44

30 De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden Hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden. 31 Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’ Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten. 32 Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. 33 Maar hun vertrek werd opgemerkt, en velen herkenden hen; uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en ze kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen. 34 Toen Hij uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, want ze waren als schapen zonder herder, en Hij onderwees hen langdurig. 35 Toen er al veel tijd was verstreken, kwamen zijn leerlingen naar Hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. 36 Stuur hen weg, dan kunnen ze naar Stuur hen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ 37 Maar Hij zei: ‘Geven jullie hun maar te eten!’ Ze vroegen Hem: ‘Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te geven?’ 38 Toen zei Hij: ‘Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.’ Ze gingen kijken en zeiden: ‘Vijf, en twee vissen.’ 39 Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten. 40 Ze gingen zitten in groepen van honderd en groepen van vijftig. 41 Hij nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte uit te delen; ook de twee vissen verdeelde Hij onder allen die er waren. 42 Iedereen at en werd verzadigd. 43 Ze haalden de overgebleven stukken brood op, waar wel twaalf manden mee konden worden gevuld, en ook wat er over was van de vissen. 44 Vijfduizend mensen hadden van de broden gegeten. (NBV21)

We leven in de vakantietijd. In onze dagen een tijd om te rusten, om er op uit te gaan, om even los te komen van werken en zwoegen. In de Bijbel is daar het Sabbatsjaar voor, eens in de zeven jaar dan leef je van het land en laat je het bewerken van het land achterwege. Onze zomervakantie is een gevolg van kinderarbeid. Toen de leerplicht werd ingevoerd bleek dat kinderen in de zomer onmisbaar waren bij het oogsten en bij het verwerken van de oogst. Die kinderarbeid is meer en meer verboden geraakt maar de vakantieweken in de zomer zijn gebleven. En in plaats van de kinderarbeid is de arbeid van illegale vreemdelingen gekomen. In het verhaal van vandaag gaat het bijna over vakantie. Jezus van Nazareth wil namelijk met zijn leerlingen op vakantie. Ze kregen zelfs de tijd niet om te eten zo namen de mensen hen in beslag.

De leerlingen waren de dorpen en steden rondgegaan om het goede nieuws te brengen en waren bij de meester teruggekeerd om te vertellen wat ze hadden meegemaakt. Maar van vakantie kwam niet veel. Ze hadden zo’n succes gehad dat een grote menigte hen volgde. Jezus van Nazareth kon niet anders dan al die mensen vertellen over zijn nieuwe Koninkrijk en hen te leren hoe daarin te leven. Maar ja, organisatoren van massabijeenkomsten moeten de catering niet vergeten. Nu niet en toen ook niet. Zelf hadden ze maar vijf broden en twee vissen bij zich. Jezus had echter net de menigte geleerd over delen met elkaar, ook het laatste wat je hebt, al is het je leven, delen met degene die minder of niets heeft. En als iedereen het weinige dat er is met elkaar deelt is er voor iedereen genoeg. De 12 manden die overbleven zeggen dat er voor het hele volk zelfs wel genoeg is. Degenen die de verhalen uit de Hebreeuwse Bijbel hadden bestudeerd die konden dat weten. De profeet Elisa had bijvoorbeeld een arme vrouw eens geadviseerd om alle lege kruiken van de buren bij elkaar te halen en dan van de ene kruik naar de andere de olie over te schenken.

Uiteindelijk hield ze zoveel over dat ze zelf genoeg had en genoeg kon verkopen om er van te leven. Ook wij gooien zoveel weg dat anderen er ruim van zouden kunnen leven. Zelfs tijdens de crisis gingen we daar mee door. Onze voedselbanken krijgen voedsel dat in de supermarkten niet meer verkocht kan worden omdat het over is. Maar de armen in ons land die van de voedselbanken moeten leven zijn er nog wat blij mee. En van wat aan ons huisvuil wordt verbrand worden hele steden van elektra voorzien en zullen wijken en bedrijven de komende winter van warmte kunnen genieten. Dat delen van brood en wijn gebeurd met enige regelmaat in alle kerken in ons land. Dat herinnert ons aan de les van Jezus van Nazareth waarover we vandaag lezen, als we bereid zijn om te delen is er voor iedereen genoeg, we moeten alleen bereid zijn om eventueel onszelf te delen, hij is ons daar in voorgegaan, wij mogen volgen, ook vandaag.

Dat zijn de hoorns

Zacharia 2:1-9

1 Weer sloeg ik mijn ogen op, en daar zag ik vier hoorns. 2 ‘Wat betekent dat?’ vroeg ik de engel die met mij sprak, en hij antwoordde: ‘Dat zijn de hoorns die het volk van Juda, Israël en Jeruzalem uiteen hebben gedreven.’ 3 Toen liet de HEER mij vier smeden zien. 4 ‘Wat komen die doen?’ vroeg ik, en de engel antwoordde: ‘De hoorns hebben Juda uiteengedreven en zijn verzet gebroken, maar nu zijn deze smeden gekomen om de volken op te schrikken en de hoorns neer te slaan die ze hadden geheven om Juda uiteen te drijven.’ 5 Weer sloeg ik mijn ogen op, en daar zag ik iemand met een meetlint in zijn hand. 6 ‘Waar gaat u heen?’ vroeg ik, en hij antwoordde: ‘Ik ga opmeten hoe groot Jeruzalem moet worden.’ 7 Toen verscheen de engel die met mij sprak, en een andere engel kwam hem tegemoet 8 en zei tegen hem: ‘Vlug, zeg tegen die jongeman dat Jeruzalem een open stad zal blijven, niet ommuurd, vanwege het grote aantal mensen en dieren dat er zal wonen. 9 Ik zal zelf rondom de stad een muur van vuur zijn-spreekt de HEER -en haar met mijn luister vullen.’ (NBV21)

Zacharia steekt de bouwers van Jeruzalem en haar Tempel een hart onder de riem. Hij droomt hoe de God van Israël Judea en Jeruzalem zal beschermen. Vanouds sloegen de mensen hun ogen op naar de bergen. Daar werden de goden vereerd, daar woonden de goden die hen zouden hebben moeten beschermen. Maar in de Tempel zong men over de God van Israël waar de hulp vandaan zou moeten komen. Israël had vreemde goden nagelopen. Ze hadden zelfs tempels gebouwd voor die goden op de toppen van die bergen. Ook Mozes had zijn leer immers op een berg van zijn God gekregen? Maar dit is niet een God die je wakker moet maken. Dit is een God die met je meetrekt. Zonder die God kun je als volk overwonnen worden door de wereldmachten, met ijzeren hoorns komen ze uit alle windstreken om je land te veroveren en haar inwoners als slaven in ballingschap te brengen.

Nu had het volk haar God weer gevonden. In Babel hadden ze al die verhalen opgeschreven die vertelden hoe ze een menselijke samenleving konden opbouwen naar de richtlijnen die God had gegeven. En jawel, ze hadden mogen terugkeren met een opdracht de stad en Tempel te herbouwen. Maar is het gevaar van die wereldmachten geweken? Je mag er op rekenen droomt Zacharia. De ijzeren hoorns waarmee de wereldmachten de trots en de sterkte van Israël hadden gebroken worden nu gebruikt om die volken schrik aan te jagen, sterke smeden maakten ze tot goddelijke wapens. Geen wereldmacht is in staat om uiteindelijk de macht van de God van Israël van de aarde te verdrijven. Telkens weer in de geschiedenis is het geprobeerd, maar zo lang er gelovigen zijn die die God aanbidden en elkaar de verhalen vertellen, zolang er mensen zijn die de armen en de minsten blijven liefhebben, blijft de macht van God op aarde.

Geld dat alleen voor Jeruzalem? Zelfs in de dagen van Zacharia wordt daar aan getwijfeld. De stad Jeruzalem waar de Tempel binnen staat wordt weer opgebouwd. Twaalf poorten zou die stad krijgen. Maar zit de macht van de God van Israël daarin opgesloten? Die God gaat immers alle verstand te boven, die God is immers de schepper van hemel en aarde, van alles en iedereen die er is. Het kan dus niet zo zijn dat die God alleen heerst over een klein stukje land met een aardige stad. Alle macht in hemel en aarde komt van die God. Daarom wordt de hele aarde opgemeten om aan de te geven waar het die God om te doen is, daarom neemt die God de hele aarde in bescherming. Aan de gelovigen om te laten zien wat voor gevolg dat kan hebben door de hongerigen te voeden, de dorstigen te laven, de gevangenen de bezoeken, door vrede te stichten tussen de volken, de aarde te bewaren en te bewerken voor iedereen en iedereen daaraan mee te laten doen. Zodat de blinden zien en de doven horen. Elke dag weer.

 

Overal is het vredig

Zacharia 1:7-17

7 Op de vierentwintigste dag van de elfde maand, de maand sebat, in het tweede regeringsjaar van Darius, richtte de HEER zich tot de profeet Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo. Dit is zijn relaas. 8 Vannacht had ik een visioen. Ik zag een man op een voskleurig paard. Hij stond tussen de mirtenstruiken aan de oever van het diepe water, en iets verderop stonden nog meer paarden: roodvossen, goudvossen en schimmels. 9 ‘Wat betekent dat, mijn heer?’ vroeg ik, en de engel die met mij sprak antwoordde: ‘Ik zal je laten zien wat dit betekent.’ 10 De
man die tussen de mirtenstruiken stond zei: ‘Dit zijn de ruiters die de HEER heeft gestuurd om de aarde te doorkruisen.’ 11 De ruiters zeiden tegen de engel van de HEER, die tussen de mirtenstruiken stond: ‘Wij hebben de hele aarde doorkruist. Overal is het vredig en stil.’ 12 Toen riep de engel van de HEER uit: ‘HEER van de hemelse machten, hoe lang zal het nog duren voor U erbarmen toont met Jeruzalem en de steden van Juda, waarop U nu al zeventig jaar verbolgen bent?’ 13 Daarop antwoordde de HEER de engel die met mij sprak met troostende en bemoedigende woorden, 14 en de engel droeg mij op te verkondigen: ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Brandend van liefde neem Ik het op voor Jeruzalem en Sion, 15 maar Ik ben ziedend van woede op de zelfgenoegzame volken. Ik had mijn toorn immers alweer laten varen, maar zij hebben het lijden van mijn volk verzwaard. 16 Daarom-zegt de HEER -keer Ik vol erbarmen terug naar Jeruzalem. Mijn huis zal er worden herbouwd-spreekt de HEER van de hemelse machten-en over de stad zal het meetlint worden gespannen.’ 17 verder moest ik verkondigen: ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Opnieuw zullen mijn steden overvloeien van voorspoed, opnieuw zal de HEER Sion troosten, opnieuw zal Hij Jeruzalem uitverkiezen.’ (NBV21)

De Perzen hadden de Israëlieten in de gelegenheid gesteld Jeruzalem en de Tempel weer op te bouwen. Wat was daar het gevolg van geweest? Zacharia zag dat in een droom. Cyrus was opgevolgd door Darius. Het leven had haar gewone loop weer genomen. Maar iets moet er op aarde toch te merken geweest zijn van de vrijheid die de Israëlieten gekregen hadden om hun God te dienen en te vereren. Het tegendeel bleek, er waren soldaten gestuurd om de herbouw van de Tempel stil te leggen. Ooit hadden de Israëlieten hun lieren in de wilgen gehangen en huilden zij aan de oevers van de rivieren van Babylon. Nu groeiden er geurige struiken, lekkerder konden ze niet zijn. Mirte, het kruid dat de lijkengeur van de dood wegneemt, het werd daarom gebruikt bij het balsemen. Daar stond een man, daar stonden paarden, maar wat was de betekenis. Het moet een boodschap van God geweest zijn vond Zacharia kennelijk.  En boodschappers van God kunnen uitleggen waar het om gaat, wij noemen ze daarom engelen en die naam heeft een hemelse klank gekregen.

De ruiters hadden de hele aarde doorkruist. Alle vier de windstreken van de aarde waren verkend, tot aan de einden der aarde. Een overal was vrede aangetroffen. De geruchten van oorlogen waren verstomd. Een wereld die zich richt naar de Tempel in Jeruzalem, naar de richtlijnen voor de menselijke samenleving kent vrede. Maar de boodschapper van God weet het beter. Israël kreeg wel de ruimte maar de volken hebben het licht dat door Israël werd getoond niet willen zien. En hoe moet het dan als ook de andere steden in Juda moeten worden herbouwd, hoe moet het nu als de akkers van Juda weer vrucht moeten dragen. Het stond al lang geschreven, de God van Israël laat nooit varen het werk dat zijn hand begon. De terugkeer naar de richtlijnen van God was begonnen in Babel met het opschrijven van al die verhalen. Al die verhalen die begonnen bij de Schepping, doorgingen met Noach en Abraham, Izaäk en Jacob.

Die verhalen liepen uit op de bevrijding uit Egypte en het krijgen van de richtlijnen die van het volk een volk van God zouden maken. Dat werk had geleid tot de terugkeer uit de ballingschap. Dat werk had het mogelijk gemaakt tempel en stad te herbouwen. Zacharia had geholpen de bouwers te bevrijden van de angst voor de autoriteiten. Volgens Ezra en Nehemia had heel het volk daar de goddelijke richtlijnen opnieuw gehoord. De Priesters en Levieten hadden ze opnieuw voorgelezen. En zo lang als het volk daarnaar bleef handelen zouden ook de andere steden opgebouwd worden en overvloeien over voorspoed. Pelgrims zouden weer optrekken naar Jeruzalem om de eerstelingen van de oogst te brengen en te delen met de armen, de vreemdelingen en de Priesters van de Tempel. Dat vooruitzicht van vrede is ook voor ons weggelegd, zo lang wij de volken mee proberen te krijgen in het leven volgens de richtlijnen van onze God.

Wees niet als jullie voorouders.

Zacharia 1:1-6

1 In de achtste maand van het tweede regeringsjaar van Darius richtte de HEER zich tot de profeet Zacharia, de zoon van Berechja, de zoon van Iddo: 2 ‘De toorn van de HEER heeft jullie voorouders getroffen. 3 Zeg nu tegen het volk: “Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Keer terug naar Mij, dan zal Ik naar jullie terugkeren-zegt de HEER van de hemelse machten. 4 Wees niet als jullie voorouders. Toen de vroegere profeten hen in mijn naam opriepen om terug te keren van hun dwaalwegen en te breken met hun kwalijke praktijken, luisterden ze niet en gaven ze aan mijn woorden geen gehoor-spreekt de HEER. 5 Waar zijn ze nu, jullie voorouders? En de profeten, leven zij eeuwig voort? 6 Toch hebben mijn woorden en de wetten die Ik mijn dienaren, de profeten, had opgedragen te verkondigen, jullie voorouders getroffen. Zij kwamen tot inkeer en erkenden: ‘De HEER van de hemelse machten heeft vanwege onze handel en wandel met ons gedaan wat Hij zich had voorgenomen.’”’ (NBV21)

Vandaag lezen we een deel uit het 12 profetenboek, het deel van de profeet Zacharia, ook wel Zacharja genoemd. Vroeger noemden we de profeten uit dat boek de kleine profeten. In de Synagoge stonden ze op één rol. Modern onderzoek naar de Bijbel heeft aangetoond dat de 12 delen van dat boek wel naar verschillende profeten zijn genoemd maar dat de delen ook een onderlinge samenhang vertonen. Zacharia was niet zo maar iemand. Hij leefde in het tweede regeringsjaar van de Perzische Koning Darius. Dat betekent dat de Tempel en Jeruzalem werden hersteld zoals de voorganger van Darius, koning Cyrus, had bevolen. Er breekt een nieuwe tijd aan waarin nieuwe profeten optreden om het volk voor te houden hoe de God van Israël de wereld wil zien in die nieuwe verhoudingen. Zacharia was daarbij een tijdgenoot van Haggaï die ook een deel van het 12 profetenboek heeft geschreven.

Zacharia was niet zo maar iemand. Hij was de zoon van Berechja, de zoon van Iddo. Die namen zeggen ons niet zo veel. Maar in het boek Nehemia komt een heel lang register voor van alle mensen die tot het volk Israël gerekend worden. Daar wordt Iddo genoemd als de grondlegger van een van de priestergeslachten. Zacharia was dus een priesterzoon en zo moeten we ook zijn deel van het boek lezen. De nieuwe Tempel stond wel in Jeruzalem en de mensen zouden daar best wel hun offers brengen voor die God die hen volgens zeggen ook uit de ballingschap had bevrijd. Maar de verwoesting van de Tempel was er niet zo maar gekomen, die ballingschap was meer dan gewone pech voor een klein volkje. Zacharia wijst op de voorvaderen van het volk die niet geluister hadden naar de waarschuwingen van de profeten uit hun tijd dat ze moesten leven naar de richtlijnen die God gegeven had.

Uiteindelijk had het volk gesnapt dat al die ellende die hen was overkomen het gevolg was van het afwijken van de richtlijnen van hun God. In Babel hadden ze alle verhalen over hun God weer eens opgeschreven. Hoe was het allemaal begonnen, met de schepping en zo, wat was er waar van de verhalen van de godsdienst van Babel? Je vindt de sporen er van in het begin van Genesis. De mens was niet geschapen om de goden een plezier te doen zoals de godsdienst van Babel verkondigde, maar God had de mens geschapen als geliefden van God. De mens had die vriendschap verstoort door gelijk te willen worden aan God. Die weg leidt tot de dood, God heeft dat steeds herhaalt en Hij houdt zich aan zijn woord. Alleen het volgen van de richtlijnen van die God, richtlijnen voor een menselijke samenleving waaraan iedereen kan deelnemen, leidt tot het leven, uiteindelijk tot een leven in eeuwigheid. Elke dag mogen we die weg opnieuw inslaan, houden van je naaste als van jezelf. Daar mogen we die God dankbaar voor zijn.

Waarop u hopen mag

Efeziërs 1:15-23

15 Daarom, en ook omdat ik gehoord heb over uw geloof in de Heer Jezus en over uw liefde voor alle heiligen, 16 dank ik God onophoudelijk voor u en noem ik u in mijn gebeden. 17 Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader in al zijn luister, u de Geest schenken die inzicht geeft in wat geopenbaard is, opdat u Hem zult kennen. 18 Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is van de erfenis die de heiligen van Hem ontvangen, 19 en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. 20 Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, 21 hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. 22 Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en Hem als hoofd over alles aangesteld, ten behoeve van de kerk, 23 die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult. (NBV21)

Paulus geeft hier wat weer waar hij in zijn binnenste binnenkamer voor bidt als hij denkt aan de mensen in Efeze die geloven, nou ja, als hij denkt aan alle mensen die geloven. Want het is in de waan van alle dag niet gemakkelijk om vol te blijven houden dat onophoudelijke en onvoorwaardelijke liefde eigenlijk het antwoord is op alle problemen waar we mee worstelen. De problemen zelf kunnen we meestal niet oplossen. Het lukt ons nog steeds niet om alle mensen op aarde voldoende te eten te geven, hoewel er eten genoeg is voor iedereen op aarde, bijvoorbeeld. Maar er voortdurend op hameren, niet ophouden met te ijveren voor rechtvaardigheid zal op een goede dag gaan helpen. Hulp aan de voedselbanken, de Fair Trade winkels en verzet tegen onrechtvaardige handelsstructuren om maar eens wat te noemen. Dat zien is wat Paulus voor ons wenst, en daarmee wordt zijn gebed voor de gelovigen een soort algemeen wensenlijstje waar hijzelf niet buiten staat.

Hij benadrukt overigens dat dat hoort tot het terrein van zijn persoonlijke gebeden. Paulus was niet zo’n prediker van tegenwoordig, je vindt ze in elke kerk en stroming, die een viering beginnen met een gebed dat lijkt op hun preek, dat rond de lezingen uit de Bijbel nog even als gebed voortzetten om dan na de preek die preek nog eens uitgebreid te herhalen in de voorbeden en de dankzegging. Zo moet het dus niet en zo is het dus niet bedoeld in de Bijbel. Als we God wat willen voorleggen dan meten we onze wensenlijstjes eigenlijk af aan wat we kunnen en waarmee we andere mensen lief kunnen hebben. Inzicht verschaffen, mensen iets laten zien, dat is wat Paulus kan en waar hij om vraagt. Daar is immers zijn brief aan de mensen in Efeze voor bedoeld. Dat is dus ook waar wij om kunnen vragen, eten voor iedereen.

Wij kunnen direct naar de Fair Trade winkel, om te helpen bij de acties voor een eerlijker betaling van goederen uit de arme landen, we kunnen onze politieke partijen in de gaten houden en aanspreken als het gaat om een eerlijker verdeling van rijkdom over de wereld. In de Protestantse Kerk Nederland is daarvoor ook de beweging Kerk-in-actie waar iedereen van binnen en buiten de kerk mee kan doen om handen en voeten te geven aan het Koninkrijk waar Jezus van Nazareth mee begon en Paulus de hele wereld, zoals hij die kende, voor rondreisde. We kunnen de acties van Amnesty International steunen, elke dag een brief schrijven voor een gevangene als je even tijd hebt. Dat is bidden met handen en voeten, handen om te geven en voeten om te brengen, elke dag opnieuw. En elke dag beginnen met het maken van een wensenlijstje in de stilte van je eigen binnenkamer is dan een goed begin.

Genade zij u en vrede

Efeziërs 1:1-14

1 Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn met Christus Jezus. 2 Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in onze eenheid met Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. 4 In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons uitgekozen om heilig en zuiver voor Hem te staan, en vol liefde 5 heeft Hij ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om door Jezus Christus zijn kinderen te worden, 6 tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon. 7 In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade 8 die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht 9-10 dit geheim onthuld: zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd, Christus, bijeen te brengen, omdat het Hem behaagde de voltooiing van de tijd te verwezenlijken met Christus.11 In Hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld, in overeenstemming met zijn voornemen, 12 dat wij, die reeds onze hoop op Christus gevestigd hebben, zouden bestaan tot eer van Gods grootheid. 13 In Hem bent ook u, toen u de boodschap van de waarheid hoorde, het evangelie van uw redding-in Hem bent u, toen u tot geloof kwam, gemerkt met het stempel van de heilige Geest, die ons beloofd is 14 als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid. (NBV21)

Het lijken wel nieuwjaarswensen van het begin van een nieuw jaar. Veel heil en zegen wordt er dan in menig christelijk gezin aan elkaar gewenst en Paulus wenst alle mensen in Efeze genade en vrede. Nou snappen we dat vrede nog wel maar heil en zegen en genade zijn begrippen die uit ons taalgebruik zijn verdwenen. De verheven taal van Paulus brengt ons ook al niet veel verder moet worden gevreesd. De brief zoals wij die kennen heet gericht aan de mensen in Efeze maar is een rondzendbrief aan alle christelijke gemeenten die hij kende op dat moment. De brief stelt eerst dat God Liefde is. Dat Jezus van Nazareth een beweging is gestart van onvoorwaardelijke liefde en dat we elke dag, ja elk moment daar opnieuw mee kunnen beginnen en ons aan kunnen sluiten bij die beweging. Zo wordt deze brief ook een lied dat we samen kunnen zingen, want samen als gemeente staan we sterk.

Al is er zoveel met dit lied gebeurt dat wij het niet meer als lied herkennen en waarschijnlijk ook de grootste moeite hebben dit nog als belangrijk voor ons dagelijks leven te herkennen. Maar ja, als het over de eindtijd gaat dan storten de geleerden zich over de tekst heen en beginnen te puzzelen tot gewone mensen er niks meer van begrijpen. Terwijl de boodschap zo eenvoudig is. De liefde maakt alles goed, God is liefde en dus ook van God is alles goed. Als alle volken zich richten naar de Liefde voor alle mensen dan is de aarde vervuld van God en is het einde van de tijden aangebroken. Nou dat kan dus nog wel even duren. Daar hoef je dus niet voor te puzzelen. Dan staat er ook nog het een en ander dat de indruk kan geven dat Paulus het heeft over de verhouding tussen God en Jezus van Nazareth. De Christus, of gezalfde, in dit verhaal.

Juist in de kerken is dat vasthouden van elkaar in alle eeuwen niet echt gelukt. Samengaan van kerken is en blijft een uitzondering. De PKN is een fusiekerk, en de Nederlandse Gereformeerde Kerken zijn dat ook. Toch zien we elke dag weer dat samen doen meer oplevert. Elke dag staat er weer iemand op die aandacht vraagt voor mensen in nood. Iemand die op vakantie was op de Balkan zag ineens tal van weduwen die in grote problemen ware gekomen. Door zijn liefde voor mensen is er buiten alles en iedereen om geluk gekomen voor een heleboel vrouwen op de Balkan, alleen in de kerken in Nederland werd dat herkend en ICCO en Kerk-in-actie sprongen bij. Nu maakt het deel uit van de beweging die door Jezus van Nazareth is gestart en onuitroeibaar is geworden. En als ergens een echt grote ramp gebeurt dan zetten we radio en TV in om iedereen in ons land, gelovig of niet, mee te laten doen in de liefde voor de naaste. Daar heeft Paulus het nu over.

 

Rechtvaardig en heilig

Marcus 6:14-29

14 Koning Herodes hoorde van Hem, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt Hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’ 15 Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia,’ en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’ 16 Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’ 17 Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was. 18 Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’ 19 Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem doden, maar ze kreeg er de kans niet toe, 20 want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen. 21 Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feest gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. 22 De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’ 23 En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’ 24 Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’ 25 Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’ 26 Dit bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen. 27 Hij stuurde meteen iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. 28 Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder. 29 Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf. (NBV21)

De Bijbel is zo groot en staat zo vol prachtige verhalen dat het soms lastig is om al die verhalen op de juiste manier te vertellen. In het Nieuwe Testament staan sommige verhalen dan ook nog drie of vier keer op verschillende manieren verteld en dus met verschillende bedoelingen, om ons steeds een ander deel van het verhaal duidelijk te maken. Elke evangelist vertelde het verhaal zo dat de boodschap die ze nodig vonden voor degenen voor wie ze het schreven duidelijk zou worden. Met het verhaal over de onthoofding van Johannes de Doper is dat ook zo gegaan. We kennen natuurlijk het verhaal over koning Herodes die van Johannes de Doper kritiek kreeg op de manier waarop die koning getrouwd was en op verzoek van zijn vrouw en dochter de profeet liet onthoofden en het hoofd op een schaal liet zien. Maar Marcus vertelt het verhaal bijna terloops midden in een ander verhaal.

Marcus heeft het over de leerlingen van Jezus die twee aan twee er op uit gingen, het boze uitdreven en zorgden dat zieken weer mee konden gaan doen met de samenleving. Die manier van optreden van Jezus van Nazareth maakte diepe indruk op de Koning. Die manier van doen maakte dat Jezus van Nazareth ongrijpbaar werd. Niet Jezus van Nazareth als persoon kwam daarbij centraal te staan maar zijn boodschap, het goede nieuws voor de armen. Koning Herodes werd zelfs bang dat die profeet Johannes weer tot leven was gewekt. Die profeet had immers kritiek op de koning geuit ook toen hij al gevangen was genomen en in de boeien was geslagen. Zonder op zijn eigen positie acht te slaan was hij doorgegaan met zijn verkondiging en oproep tot bekering. Jezus van Nazareth had een vergelijkbare weg gekozen, hij had zijn leerlingen er op uit gestuurd. Uiteindelijk zou zijn manier van verkondigen uitlopen op de dood aan het kruis. Maar hij overwon de dood en zijn boodschap, en volgens velen hijzelf ook, overleefde die kruisdood.

Daarom hoeven ook wij dus niet bang te zijn als we het goede nieuws van de bevrijding van de armen blijven rondbazuinen. Steeds weer in de geschiedenis zijn er mensen geweest die de fakkel oppakten en steeds weer zullen er mensen zijn die het verhaal gaan vertellen dat Liefde uiteindelijk regeert en dat recht en gerechtigheid reële mogelijkheden zijn voor het dagelijks leven. Soms moesten die mensen dat met hun leven bekopen, wij denken deze week natuurlijk aan Peter R. de Vries. Maar ook zijn boodschap overleeft het tot op jaren na deze. Als je die boodschap van liefde centraal stelt maakt het ook niet uit wat er met jezelf gebeurt, je zaait en er zal geoogst worden. Vandaag mogen wij die volgelingen van Jezus van Nazareth zijn die om ons heen het verhaal vertellen, het goede doen voor de minsten in de wereld en daarbij onze overheid het goede voorhouden en niets dan het goede.

Trek geen extra kleren aan

Marcus 6:6b-13

6 Hij stond verbaasd over hun ongeloof. 7 Hij trok rond langs de dorpen in de omtrek en onderwees de mensen. Hij riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. 8 Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld in hun gordel, alleen een stok. 9 Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar,’ zei Hij, ‘trek geen extra kleren aan’ 10 En ook zei Hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je weer verdergaat. 11 Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden als getuigenis tegen hen.’ 12 Ze gingen op weg en riepen de mensen op om tot inkeer te komen, 13 en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen. (NBV21)

Altijd zijn er mensen die bereid zijn alles wat ze hebben te delen met iemand die niets heeft. Dat was de vaste overtuiging van Jezus van Nazareth. Mensen geloven dat niet? Om te bewijzen dat hij gelijk had zond hij zijn volgelingen er op uit. Twee aan twee. Op naar mensen die bereid waren met hen te delen, voedsel en onderdak, eerlijke handel, aan die mensen kun je het goede nieuws kwijt dat er een Koninkrijk is waar dat delen de gewoonte van alle dag is, waar je niet bang hoeft te zijn voor veroordelingen maar steeds opnieuw met die gewoonte mag beginnen. Het lukte, ze dreven een hoop gekkigheid uit en zorgden dat veel mensen weer mee konden doen. Het kan dus, als wij volgelingen van die Jezus van Nazareth willen zijn kunnen wij dan ook. Zelfs al ben je gewoon timmerman.

We hebben het er vaak over dat we dat visioen van Jezus van Nazareth in onze eigen omgeving gestalte kunnen geven. In het werk in de Fair Trade winkels, als schrijvende voor Amnesty International, als vrijwillige zorgende in een verpleeghuis of ziekenhuis, als  mantelzorger, als actief buurt bewonende in je eigen wijk, in de diaconale activiteiten van de kerk of in zoveel niet te noemen activiteiten die er zijn om de wereld een beter aanzien te geven. Overal waar er oorlog is of honger, of natuurrampen geweest zijn kom je Nederlandse artsen tegen die niet uit zijn op een glanzende carrière met een hoog inkomen. Ook verpleegkundigen, hulpverleners, timmerlieden, ingenieurs, gepensioneerde managers, landbouwers, tuinders zetten zich zonder betaling of tegen een minimumloon in voor de lijdende medemens in de wereld.

Van hen kun je het beste horen wat het betekent dat wij onze landbouw blijven subsidiëren, dat we veel willen blijven verdienen aan de patenten op onze medicijnen, dat we blijven weigeren eerlijke handelsverhoudingen te scheppen. Al die vrijwilligers die er op uit trekken de wereld in brengen het goede nieuws dat er altijd mensen zijn die bereid zijn alles te delen wat ze hebben, in de eerste plaats zichzelf. Ze drijven nogal wat kwaadheid de wereld uit, ze laten zien hoe mensen van verschillende herkomst, cultuur en geloof toch samen kunnen werken en samen het verschil uit kunnen maken tussen leven en dood.  Zelf aan de slag als vrijwilliger in eigen stad of dorp en als ondersteunende van mensen die naar de armste landen gaat kan allebei. Vandaag nog kun je er mee beginnen, je schrijfstok in de hand nemen en een bankrekeningnummer noteren.

Degenen die tweedracht zaaien

Romeinen 16:17-27

17 Ik spoor u aan, broeders en zusters, op te passen voor degenen die tweedracht zaaien en anderen in de weg staan, en die daarmee ingaan tegen alles wat u hebt geleerd. Ga hun uit de weg, 18 want zulke mensen dienen niet Christus, onze Heer, maar alleen hun eigen lusten, en door fraaie en welluidende woorden misleiden ze argeloze mensen. 19 Uw gehoorzaamheid is overal bekend geworden; ik ben dus vol blijdschap over u en zou graag zien dat u de wijsheid hebt om het goede te doen en dat u zich verre houdt van het kwaad. 20 De God van de vrede zal Satan nu spoedig te gronde richten en aan uw voeten leggen. De genade van onze Heer Jezus zij met u. 21 Timoteüs, mijn medewerker, laat u groeten, evenals Lucius, Jason en Sosipatrus, mijn volksgenoten. 22 Ook ik, Tertius, die deze brief heb opgeschreven, groet u als iemand die in de Heer met u verbonden is. 23 Gajus, die mijn gastheer is en die zijn huis voor de hele gemeente openstelt, laat u groeten. Erastus, die de gelden van de stad beheert, en mijn broeder Quartus laten u groeten. 24 25 Aan Hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, 26 maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen- 27 aan Hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen. (NBV21)

Wees gewaarschuwd. Er zijn altijd godsdienstige leiders, voorgangers, praiseleiders die hun opvattingen tot absolute waarheid verheffen. Ze kunnen mooi praten. En het lijkt zo fraai Christelijk, dat je door het bloed van Christus gered bent en dat je de beloning daarvan krijgt in een leven na de dood. Kijk uit zegt Paulus over zulke predikers. Ze misleiden argeloze mensen. Bij hen gaat het niet over het te eten geven van de hongerenden, het laven van de dorstigen, het kleden van de naakten, het bezoeken van de gevangenen en het begraven van de doden. Bij hen gaat het over de offers die gelovigen aan hen moeten brengen. Hoe meer ze geven hoe meer het woord van de voorganger verspreid kan worden.

De waarschuwing tegen het afdwalen van de woorden van Christus klinkt door de hele brief aan de Romeinen heen. Paulus heeft het over het voortdurend en geheel gericht zijn op de liefde van Christus die zich vertaald in de liefde voor de naaste. Liefde voor jezelf of zelfs voor je eigen gemeente is er niet bij. Je vreugde haal je uit de vreugde van mensen die tot hun recht komen, die weer mee kunnen doen aan de samenleving als zelfstandige mensen. Dat lukt niet altijd. Paulus zegt wel duizend keer op een dag dood te gaan om ook duizend keer met Christus op te staan.

Die eigenliefde en het scheppen van een eigen wereldje voeren tot de dood, van jezelf. En van je gemeenschap gaat niets meer uit dan fraai zingen, geen arme wordt geholpen, geen zieke  verzorgd. Alleen door het navolgen van Jezus in zijn liefde voor het  zwakke brengt weer leven. Paulus maakt ook duidelijk dat hij niet alleen is bij het schrijven van de brief. Het zijn geen woorden van een studeerkamergeleerde. Nee het zijn de opvattingen van de gemeente waar Paulus in verblijft. Die opvattingen heeft hij op al zijn reizen gegeven. Hij was er trots op dat hij in eigen onderhoud voorzag. Hij hoefde niemand naar de mond te praten om zijn maag te vullen. Hij heeft de brief gedicteerd. Hij had een secretaris die het voor hem opschreef maar kennelijk ook zelf een inbreng had, net als al die mensen om hem heen. Laten ook wij met Christus opstaan en zijn liefde voor de naaste verspreiden.

Een heilige kus.

Romeinen 16:1-16

1 Ik beveel Febe bij u aan, onze zuster, die in dienst staat van de gemeente in Kenchreeën. 2 Verwelkom haar als iemand die in de Heer met u verbonden is, zoals dat onder de heiligen gepast is. En sta haar bij wanneer ze uw hulp ergens voor nodig heeft, want zij heeft velen steun en bescherming geboden, ook mij. 3 Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, 4 die voor mij hun leven op het spel hebben gezet. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle niet-Joodse gemeenten. 5 Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. Groet mijn geliefde Epenetus, die als eerste in Asia tot geloof in Christus is gekomen. 6 Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost. 7 Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten, die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden. 8 Groet mijn geliefde Ampliatus, met mij verbonden in de Heer. 9 Groet Urbanus, onze medewerker in de dienst aan Christus, en groet mijn geliefde Stachys. 10 Groet Apelles, wiens trouw aan Christus beproefd is. Groet de huisgenoten van Aristobulus. 11 Groet Herodion, mijn volksgenoot. Groet de huisgenoten van Narcissus die in de Heer geloven. 12 Groet Tryfena en Tryfosa, die zich hebben ingespannen voor de dienst aan de Heer. Groet onze geliefde Persis, ook zij heeft zich veel moeite getroost voor de dienst aan de Heer. 13 Groet Rufus, die door de Heer is uitgekozen, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. 14 Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen. 15 Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zus, en Olympas en alle heiligen die bij hen samenkomen. 16 Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van Christus laten u groeten. (NBV21)

Een lange lijst met mensen uit de gemeente in Rome die de groeten moeten hebben van Paulus. Is dat nu een Bijbelse boodschap? Is dit nu het woord van God? Dat je de groeten moet hebben? Om te beginnen leren we er van dat we binnen de gemeente van Jezus van Nazareth om elkaar moeten denken. Verder is die brief aan de Romeinen niet aan een uitverkoren klasse van mensen gericht maar aan gewone mensen die Paulus ontmoet had, waar hij van gehoord had of die hij speciaal wilde aanbevelen op grond van hun werk en belang voor de gemeente. Dat begint al met zuster Febe. In de NBV21 is ze in dienst van een gemeente, maar volgens alle andere vertalingen was ze ambtsdraagster, diacones, een collega van Stephanus. In de Naardense Bijbel is dat correct vertaald. In die hele lijst die Paulus groet staan overigens opvallend veel vrouwen, zo belangrijk zijn ze en in de dagen van Paulus vervulden ze dus kennelijk ook gewoon kerkelijke ambten, waar mannen ze later van uitgesloten hebben.

Die Febe was niet onbelangrijk volgens het verhaal van de Handelingen. Kenchrea was een havenstad waar Paulus doorheen was getrokken en zijn hoofd had laten kaalscheren op grond van een gelofte. Febe was dus ook getuige van de betrouwbaarheid van Paulus, als hij een belofte deed dan hield hij die ook. Prisca en Aquila had hij vlak daarvoor in Korinthe ontmoet. Zij waren uit Rome verdreven op een Keizerlijk bevel. We hadden al eerder gezien dat Paulus de brief aan de Romeinen heeft geschreven toen de verdreven Joden en Joodse Christenen weer naar Rome hadden mogen terugkeren. Daar hoorden dus ook Prisca en Aquila kennelijk bij. Het gaat te ver om de hele lijst hier te behandelen, we weten ook niet van iedereen wat mee te delen, Maar duidelijk is dat het hier gaat om Joden en Heidenen, mannen en vrouwen, slaven en vrijen, armen en rijken, Grieken en Romeinen, kortom een dwarsdoorsnede uit de gemeente zoals Paulus overal in het Romeinse Rijk gemeenten had gesticht.

In die Christelijke gemeenten waren de etiketten waar wij zo graag onderscheid mee maken verdwenen. Het waren broeders en zusters in Christus en onderscheid werd er niet gemaakt. Natuurlijk de een kon iets anders dan de ander, elk had eigen unieke eigenschappen. Maar Paulus had ze vergeleken met een lichaam. Daar kon de hand ook iets anders dan de voet maar zonder de hand was de voet niks en zonder voet de hand niet. Handicaps moeten altijd gecompenseerd worden en herinneren ons aan de gewenste eenheid tussen mensen met verschillende eigenschappen. Zo is een op het oog saaie lijst met onbekende namen ineens een les geworden waar we ook vandaag uit mogen leven. Samen het goede doen, samen gebruik maken van elkaars verschillende kwaliteiten, want samen aan de nieuwe wereld van God bouwen mogen we elke dag, ook vandaag weer.