Weidegrond vinden.

Johannes 10:1-10

1 Werkelijk, Ik verzeker u, wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. 2 Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. 3 Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. 4 Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. 5 Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’ 6 Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat Hij bedoelde. 7 Daarom vervolgde Hij: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, Ik ben de deur voor de schapen. 8 Zij die vóór Mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar naar hen hebben de schapen niet geluisterd. 9 Ik ben de deur: wanneer iemand door Mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. 10 Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid. (NBV21)

We zijn zo ver met onze liefde voor de natuur en de zorg voor de dieren dat er in ons land een stichting in het leven is geroepen die gaat bevorderen dat koeien weer in de wei lopen. Want koeien in de wei beschouwen we als het meest natuurlijke dat er is. In de Stichting doen ook kaasfabrieken mee en een supermarkt. Kaas gemaakt van melk gegeven door koeien die in de wei gelopen hebben is nu eenmaal lekkerder dan kaas van melk gegeven door koeien die op stal hebben gestaan. Zowel voor de koeien in onze weiden als voor de schapen uit het verhaal van Jezus van Nazareth zijn daarom goeie boeren nodig. Boeren met aandacht voor de beesten, ja zoveel aandacht dat zelfs één schaap dat van de kudde afdwaalt achterna gegaan wordt om het terug te vinden. Jezus van Nazareth noemt zich hier zelf de deur, wij zeggen misschien eerder dat hij de sleutel tot het verhaal is.

Dit weekeinde keren we thuis even terug naar het Evangelie van Johannes om daarin nog eens na te lezen wat de betekenis ook al weer was van Jezus van Nazareth. Doel is kennelijk een vruchtbaar leven te leiden. Een dief immers leidt geen vruchtbaar leven maar teert op hetgeen anderen hebben voortgebracht. Koeien en schapen hebben een eigen groene weide nodig om vruchtbaar te zijn. Zo hebben wij mensen een goede houding naar elkaar nodig om vruchtbaar te zijn. Zelf werken, zelf leren om te werken, zelf zorgen zijn slogans die vruchtbaarheid veronderstellen. Je moet wat weten voort te brengen. Soms moeten we met harde hand leren dat het ontbreken van echte zorg voor elkaar tot groot onheil kan leiden. Dan is er weer een eenzaam mens die in zijn hoofd de wereld naar zijn hand zet en dat gaat vertalen in bloedig geweld.

De manier waarop Jezus van Nazareth onophoudelijk en onvoorwaardelijk zijn liefde toonde hebben wij over het algemeen nog niet geëvenaard. Wij laten iemand die raar doet maar langs de kant staan, wij lopen er het liefst met een boog omheen. Kamergenoten van de dader van een schietpartij op een Amerikaanse universiteit hadden hem in twee jaar nog nooit horen praten. Wie accepteert nu zoiets van iemand met wie je zo nauw samen moet leven. Als Jezus van Nazareth de sleutel is tot ons bestaan, als we kiezen voor hem als herder, of in ons geval als boer die ons weidt, dan moeten we ons elke dag afvragen om wie wij heen gelopen zijn. Wie zagen we niet staan omdat die ons te ingewikkeld was, omdat samen leven met die persoon wel heel erg moeilijk is. Het ging Jezus om de minste van zijn broeders, wij zijn geroepen om het voor hem te doen. Een hand uitsteken, en niet accepteren dat die geweigerd wordt is dan het minste dat we kunnen doen, en het vruchtbaarste.

 

Wat naties beramen

Psalm 33

1 Juich, rechtvaardigen, voor de HEER, de oprechten moeten Hem loven. 2 Huldig de HEER bij de klank van de lier, speel voor Hem op de tiensnarige harp. 3 Zing voor Hem een nieuw lied, speel en zing met overgave. 4 Oprecht is het woord van de HEER, alles wat Hij doet is betrouwbaar. 5 Hij heeft recht en gerechtigheid lief, van de trouw van de HEER is de aarde vervuld. 6 Door het woord van de HEER is de hemel gemaakt, door de adem van zijn mond het leger der sterren. 7 Hij verzamelt het zeewater en sluit het in, Hij bergt de oceanen in schatkamers weg. 8 Laat heel de aarde vrezen voor de HEER en wie de wereld bewonen Hem duchten, 9 want Hij sprak en het was er, Hij gebood en daar stond het. 10 De HEER doet de plannen van volken teniet, Hij verijdelt wat naties beramen, 11 maar het plan van de HEER houdt eeuwig stand, wat Hij beraamt, blijft van geslacht tot geslacht. 12 Gelukkig het volk dat de HEER als zijn God heeft, de natie die Hij verkoos als de zijne. 13 Uit de hemel ziet de HEER omlaag en slaat Hij de sterveling gade. 14 Vanaf zijn troon houdt Hij het oog op allen die de aarde bewonen. 15 Hij die de harten van allen vormt, Hij doorziet al hun daden. 16 Koningen winnen niet door een machtig leger, brute kracht redt krijgsheren niet. 17 Van geen nut zijn paarden voor de overwinning, hoe sterk ook, ze bieden geen uitkomst. 18 Het oog van de HEER rust op wie Hem vrezen en hopen op zijn trouw: 19 Hij zal hen redden in doodsgevaar, bij hongersnood zal Hij hun leven sparen. 20 Wij wachten vol verlangen op de HEER, Hij is onze hulp en ons schild. 21 Ja, om Hem is ons hart verblijd, op zijn heilige naam vertrouwen wij. 22 Schenk ons uw trouw, HEER, op U is al onze hoop gevestigd. (NBV21)

Vandaag zingen we een lied uit de liedbundel van de Bijbel, het boek van de Psalmen. Liederen spelen een grote rol in de godsdienst van Israel, en ook in de godsdienst van de Christenen. Niet alles is in gewone woorden te vatten. Een groot deel van de godsdienst bestaat uit dromen en idealen. Dromen van een wereld waar geen tranen meer zijn, het ideaal van alle mensen die meedoen met de samenleving en voor elkaar zorgen, de droom en het ideaal van de onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige liefde die alle mensen vervult. Daar zingt ook deze Psalm over. Voor het volk Israel waren de zee en de oceanen zeer bedreigend en ze stelden die vaak gelijk met het rijk van de dood. Dan mag je zingen dat God ze in zijn hand sluit en dat je er niet meer bang voor hoeft te zijn. En in onze dagen geldt dat als we werkelijk van de mensen op aarde houden wij gaan zorgen dat de CO2 uitstoot vermindert.

Kerk in actie heeft alle leden van de Protestantse Kerk Nederland ooit opgeroepen Groene Stroom te gaan gebruiken. Als we met elkaar de klimaatverandering weten te stoppen hoeven we inderdaad niet meer bang te zijn voor de smeltende poolkappen en de stijgende zeespiegel. Daarvoor is het wel nodig dat we ophouden de goden van winst en profijt te dienen. Maar het kan, naties en koningen, regeerders en machthebbers, rijken en aandeelhouders hebben het uiteindelijk niet te vertellen op aarde. Het zijn gewone mensen die dagelijks zwoegen en zweten voor hun brood die bepalen wat er gekocht wordt en hoeveel energie er verspild blijft worden. Niet het aanbod van de fabrieken maar de vraag van de consumenten bepaald immers de markt. En als de consumenten zich laten leiden door liefde voor alle mensen dan veranderd de vraag van het gemakkelijkste en goedkoopste naar het zorgzaamste en het eerlijkste. Er zijn nog steeds onderhandelingen tussen rijke en arme landen over de handelsstructuren, de tarieven van invoer en uitvoer en de bescherming van producten ten concurrentie uit de arme landen.

We weten dat bij onderhandelingen tussen arme en rijke landen gekeken kan worden naar alles wat in dienst staat van de Liefde voor de mensen. We kunnen eisen dat recht en gerechtigheid eindelijk geschied aan hen die lijden aan honger en ellende. Maar we horen weinig meer van die onderhandelingen. Als we er van horen dan niet van de zorg voor de armste landen maar van de winst die we in opkomende economieën kunnen maken. Daarom zingen we vandaag dat recht en gerechtigheid zullen overwinnen en dat wij dat echt mogen meemaken. We maken het mee als we het ook echt samen willen. Er zal nog heel veel voor moeten gebeuren. De machtigste naties in de wereld letten meer op hun macht en de uitbreiding er van en minder op het recht van alle mensen op voedsel, drinken en onderdak. Veel van de hulp die vanuit rijke landen komt is liefdadigheid. Rijke mensen steunen projecten in arme landen. Het zullen voorbeelden moeten zijn voor wat een rijk land kan als het zou willen. Elke dag zullen we er om moeten roepen, stem worden van de armen, ook vandaag weer.

Als de wereld u haat

1 Johannes 3:9-17

9 Wie uit God geboren is zondigt niet, want Gods zaad is blijvend in hem. Zo iemand kán zelfs niet zondigen, want hij is uit God geboren. 10 Hieraan is te zien wie kinderen van God en wie kinderen van de duivel zijn: wie niet rechtvaardig leeft, komt niet uit God voort. Hetzelfde geldt voor wie zijn broeder of zuster niet liefheeft. 11 Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben 12 en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig. 13 Wees niet verbaasd, broeders en zusters, als de wereld u haat. 14 Wij weten dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven omdat we elkaar liefhebben. Wie niet liefheeft blijft in de dood. 15 Ieder die zijn broeder of zuster haat, is een moordenaar, en u weet dat een moordenaar het eeuwige leven niet blijvend in zich heeft. 16 Wat liefde is, hebben we geleerd van Hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters. 17 Hoe kan Gods liefde in iemand blijven die genoeg heeft om van te bestaan maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden? (NBV21)

Welk begin zal de briefschrijver in de eerste regel bedoeld hebben? Ondanks het feit dat hij over Kaïn begint te schrijven nemen we over het algemeen aan dat hij bedoelt met het begin van het optreden van Jezus van Nazareth. Dat optreden is een verkondiging op zich. Niet alleen in woorden maar vooral ook in daden. En op die daden komt het aan. Niet de daden van Kaïn, die sloeg zijn broer dood. De briefschrijver merkt op dat Kaïn uit het kwaad zelf voortkwam, maar lees het verhaal van Kaïn en Abel nog eens nauwkeurig door, het staat aan het begin van het boek Genesis. Kaïn was een zoon van Adam en Eva wordt verteld, net als zijn broer Abel. Kaïn was jaloers op zijn broer en zijn handelingen kwamen uit die jaloezie voort.

Daar komt geen duivel aan te pas, dat is iets dat we onszelf toestaan, jaloers te zijn op hen die het beter hebben of op hen die meer succes hebben dan wij. Daarom hoef je niet verbaasd te zijn als de mensen die succes en winst voorop stellen een geweldige hekel hebben aan mensen die de zorg voor de minsten voorop stellen, als de wereld je dus haat. Want niet meedoen aan de Idols race, de wedstrijd om de eerste de beste te zijn betekent dat je onverslaanbaar bent geworden in de ogen van hen die dit soort wedstrijden de zin van het leven vinden. Je zal wel uitkijken om je te laten verleiden mee te doen in een wedstrijd om de beste te zijn. Dat heeft geen enkele zin, dat is leeg, dat leidt tot de dood.

Je hand uitsteken naar de minsten op aarde, het geluk zien in de ogen van iemand die werkelijk geholpen wordt, dat is pas leven, dat vergeet je ook je hele leven niet. Daar hoef je geen dank je wel voor te horen, daar hoef je niet mee in de krant of op de televisie, dat een ander mens weer verder kan in het leven, weer kan opstaan en de zon weer ziet daar gaat niets boven. Je afsnijden van een ander mens, je broeder of zuster, is die kans vermoorden, is dus bijna die mens zelf vermoorden. Daarom staat er dat wie zijn broeder of zuster haat een moordenaar is. Daarom was ooit gezegd dat je niet zou moeten doden. Daarom grijpt oorlog en geweld ons zo aan, daar gaan teveel mensen aan dood, want elk mensenleven telt voor ons even zwaar. Daarom blijven we roepen om vrede, bij elke oorlog op aarde.

 

Kinderen van God

1 Johannes 2:28-3:8

28 Blijf dus in Hem, kinderen. Dan kunnen we vol vertrouwen zijn wanneer Hij verschijnt en hoeven we ons niet te schamen bij zijn komst. 29 U weet dat Hij rechtvaardig is, en u moet daarom wel inzien dat ieder die rechtvaardig leeft uit God geboren is. 1 Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld Hem niet kent. 2 Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zal verschijnen, want dan zien we Hem zoals Hij is. 3 Ieder die dit vol vertrouwen van Hem verwacht maakt zich rein, zoals ook Jezus rein is. 4 Ieder die zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden. 5 U weet dat Jezus verschenen is om de zonden weg te nemen; er is in Hem geen zonde. 6 Ieder die in Hem blijft, zondigt niet. Ieder die zondigt, heeft Hem nooit gezien en kent Hem niet. 7 Kinderen, laat niemand u misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, 8 en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel zondigt al vanaf het begin. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. (NBV21)

Vanuit Perzië kwam bijna tegelijk met het Christendom de leer van Zarathustra op. Die leerde dat er een eeuwige strijd is tussen goed en kwaad en dat je partij moet kiezen in die strijd. Christenen verwerpen eigenlijk die leer. God heeft de macht immers vanaf het begin, de Liefde van God overwint alles maar omdat mensen gelijk aan God willen zijn en alles voor zichzelf willen hebben komt het kwaad in de wereld. Maar als je toch over goed en kwaad als zelfstandige machten zou willen praten, in de filosofie zou dat kunnen, dan leert de briefschrijver van de eerste brief van Johannes ons hier dat Jezus de verpersoonlijking van het goede is die de duivel als verpersoonlijking van het kwade heeft overwonnen. De strijd is dan ook gestreden en wie zegt dat die strijd er nog steeds is komt voort uit de duivel. Wie immers handelt in de Geest van Jezus van Nazareth is bezig de andere mensen lief te hebben als zichzelf en voortdurend oog te hebben voor de minsten in de samenleving.

Rechtvaardig leven noemt de briefschrijver dat. Wie niet rechtvaardig leeft hoort bij de verliezers, komt voort uit de duivel zou je kunnen zeggen. Wie zijn broeder en zuster niet liefheeft hoort bij de verliezers, komt voort uit de duivel. Daaraan kun je dus ook de kinderen van God herkennen. Dat is niet een partij in een strijd die ze gekozen hebben maar een licht dat hen is opgegaan, een liefde die ze hebben leren kennen. Voor hen is het bijvoorbeeld onvoorstelbaar dat homoseksualiteit wordt veroordeelt en dat homoseksuelen minder rechten in een samenleving hebben als zijzelf. Voor hen is het onvoorstelbaar dat je mensen zonder zorg over straat laat zwerven en dat burgerlijke gemeenten een boete krijgen voor medemenselijkheid. Leraren die zich in de plaats van Christus stellen en roepen dat homoseksualiteit veroordeeld moet worden werden eerder al in deze brief van Johannes anti-christenen genoemd.

Dat geldt natuurlijk ook voor iedereen die een ander discrimineert, want jezelf uitnemender of beter achten dan een ander betekent dat je de ander niet liefhebt als jezelf en dus zondigt. In de Geest van Jezus van Nazareth is zoiets onbestaanbaar. Iemand die discrimineert als voortkomende uit de duivel bestempelen klinkt misschien wel heel hard, maar het staat hier wel in de Bijbel. Zo hard moeten we dus in de eerste plaats voor onszelf zijn. Als wij in alle mensen onze broeders en zusters herkennen dan is wat hen wordt aangedaan ook pijnlijk voor ons. Het bestuur van de Protestantse Kerk Nederland schreef dat aan de Christenen in Israël en Palestina. Dat wat mensen wordt aangedaan in de Gazastrook en Israël treft ook ons. De Protestantse Kerk Nederland stapte naar de Europese rechter om zorg te bepleiten voor de zwervende vreemdelingen in ons land. In onze vreedzame westerse samenleving geldt echter tegelijkertijd dat hetgeen homoseksuelen, anders gelovigen en zwervende vreemdelingen wordt aangedaan ook ons treft. Zij zijn onze broeders en zusters en tegen dat wat hen wordt aangedaan hebben wij ons te verzetten. Wij immers willen niet bij de verliezers gaan horen.

 

U echter bent gezalfd

1 Johannes 2:18-27

18 Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. 19 Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. 20 U echter bent gezalfd door Hem die heilig is, en allen kent u de waarheid. 21 Ik schrijf u niet omdat u de waarheid niet zou kennen, maar juist omdat u die kent en omdat uit de waarheid nooit een leugen voortkomt. 22 Bestaat er een grotere leugenaar dan iemand die ontkent dat Jezus de christus is? Wie de Vader en de Zoon niet erkent, is de antichrist. 23 Ieder die de Zoon niet erkent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader. 24 Wat uzelf betreft: wat u vanaf het begin hebt gehoord, laat dat in u blijven. Als in u blijft wat u vanaf het begin hebt gehoord, zult u in de Zoon en in de Vader blijven. 25 En dit is wat Hij ons heeft beloofd: het eeuwige leven. 26 Dit wilde ik u schrijven over hen die proberen u te misleiden. 27 Wat uzelf betreft: de zalving die u van Hem ontvangen hebt is blijvend, u hebt geen leraar nodig. Zijn zalving leert u alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in Hem, zoals zijn zalving u geleerd heeft. (NBV21)

Verrassend, de briefschrijver van de eerste brief van Johannes schrijft aan alle gelovigen dat ze Priester zijn. Ze hebben geen leraren meer nodig. Hoe ouder het Christendom werd, hoe meer er mensen bij kwamen die de macht over de gemeenten wilden grijpen. Niet Jezus van Nazareth was de bevrijder, de Christus, maar zijzelf. Zo werden zij anti-christenen, mensen die de Christus opzij schoven en zelf de leiding van de gemeenten op zich wilden nemen. Dat proces was zo hardnekkig dat we het in kerken en gemeenten al lang niet meer merken. We vinden het heel gewoon dat er leraren zijn die de leiding op zich nemen en vertellen wat er wel en niet mag. Paulus spreekt in de Bijbel wel over een gemeente die bekleed is met een koninklijk priesterschap en Johannes schrijft dat we allemaal gezalfd zijn, dus priester zijn, maar buiten de Bijbel in onze kerkelijke werkelijkheid leeft dat niet.

Maar de leiders die Jezus van Nazareth aan de kant schuiven beperken het geloof, het christendom zeggen we tegenwoordig, vaak tot binnen de kerkmuren. Daar moet de overgave aan God plaatsvinden. Die overgave drukt zich uit in de hoeveelheid geld die je op tafel kunt leggen. Als het bedrag groot genoeg is mag je soms een beetje meedelen in de macht. Het blijft staan dat de schrijver van de eerste brief van Johannes dit soort leiders anti-christenen noemt. Iedere gelovige is Priester en leraar. De offers die worden gebracht zijn de offers die ten goede komen aan de minsten onder ons. Dat wat we elkaar leren is hoe onze naaste lief te hebben als ons zelf. We volgen daarbij de Weg van Jezus van Nazareth, daar hebben we niemand bij nodig, niemand staat tussen God en onszelf als we de Weg van Jezus van Nazareth volgen, die leerde ons bidden, die leerde ons dat alle geboden samengevat kunnen worden in het “Hebt God lief boven alles en het tweede daaraan gelijk is heb Uw naaste lief als Uzelf”.

Die richtlijn volgen als de basis van je handelen gaat niet om onszelf, zulke liefde de wereld in brengen betekent dat het eeuwig blijft leven, alleen door die liefde blijft er immers leven in de wereld. Alleen door Jezus van Nazareth zelf zijn we gezalfd. Hij stuurde ons op weg en zijn verhaal, dat door de dood heen ging, houdt ons op die weg en doet ons keer op keer ons naar die weg toekeren. Elke dag opnieuw mogen we daar weer opnieuw mee beginnen, in Christelijke en kerkelijke termen heet dat genade, Dat betekent ook strijd met de anti-christenen. Niet binnen de kerkmuren of in de zalen vindt de godsdienst van Jezus van Nazareth plaats, maar daar waar mensen in nood zijn, daar waar oorlog is, waar honger geleden wordt, waar ziekte heerst, waar mensen gevangen zijn, waar geweld en onderdrukking zijn, daar waar mensen uit nood gaan zwerven op de straten van de rijke landen, daar zijn de mensen van de Weg. Dat betekent leven alsof elk uur onze Messias kan verschijnen, opdat hij ons vindt waar we horen te zijn., ook vandaag weer.

Is de schijn u lief

Psalm 4

1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van David. 2 Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet. Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed. 3 Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? sela 4 De HEER schenkt zijn gunst aan wie Hem trouw is, de HEER luistert als ik tot Hem roep. 5 Beef voor Hem en zondig niet, bezin u in de nacht en zwijg. sela 6 Breng de juiste offers, heb vertrouwen in de HEER. 7 Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ – HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen. 8 In U vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn. 9 In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want U, HEER, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis. (NBV21)

We kennen ze nog steeds, de singer-songwriters, zangers en zangeressen die met begeleiding van gitaar hun eigengemaakte liederen zingen over wat ze meegemaakt hebben of over wat om hen heen gebeurt. Ook het boek van de Psalmen kent een aantal voorbeelden van zulke liederen. Deze vierde psalm is er zo een. De melodie kennen we niet meer. Er is alleen nog een muzikale term over. Tenminste de meeste geleerden nemen aan dat het woord sela een muziekterm is. Maar of het nou rust of tussenspel betekent is niet voor iedereen even duidelijk. Dat is op zich ook niet zo erg. Het gaat om de boodschap van de Psalm. En de boodschap voor vandaag is dezelfde als de boodschap voor alle andere dagen, het is beter je naaste lief te hebben als jezelf dan alleen maar jezelf lief te hebben. Geluk zit echt niet in lekker eten en drinken, in koren en wijn. Echte vreugde is er pas als de richtlijnen van de Woestijn, de richtlijnen van God gevolgd worden. Er zijn vele zogenaamde gelukbrengers. De machtigen en de rijken beweren dat zij het gevonden hebben.

Maar let eens goed op hoe krampachtig het bezit beschermd moet worden. Hoeveel geld ze uitgeven aan beveiliging. Hoe ze zich moeten laten martelen in schoonheidsklinieken om aan de uiterlijke idealen te voldoen. Hoe zelfs hun winkelen en consumeren gezien moet worden om in de wereld mee te tellen. Pas als je bezit niet meer belangrijk is kun je je veilig ter ruste leggen. En als je weet dat je liefhebt en geliefd wordt is het leven zoet. Toen in 1517 Maarten Luther stelling nam tegen de verloedering in de Rooms Katholieke kerk kwam er een proces van kerkhervorming op gang dat tot vandaag door gaat. Nog in de tijd van Maarten Luther trad in Geneve de kerkhervormer Johannes Calvijn op. Onder zijn invloed zijn alle psalmen op muziek gezet zodat iedereen de psalmen ook mee kon zingen. In de tweede helft van de vorige eeuw zijn op die melodieën nieuwe Nederlandse teksten gemaakt die een berijming vormen van de Bijbeltekst. We kunnen dus nog steeds de gitaar, de citer of de harp pakken en psalm 4 meezingen.

De dichter K.Heeroma heeft de tekst van deze psalm berijmd. Over God zegt hij: “die mij, als ik ben ingesloten, ruim baan maakt en mij weer bevrijdt” Aangezien we toch echt maar één God hebben zijn al die machtigen en rijken die het geluk beloven maar schijnheiligen en leugenaars. Over een aantal weken wordt er weer op alle mogelijke manieren teruggekeken naar de Tweede Wereldoorlog. Terecht we moeten nooit meer toestaan dat volken en mensen op de weg van dat onnoemelijk leed worden verleid. Dat geldt ook voor onszelf. Voor de Tweede Wereldoorlog werd al gesproken over de zoete vogelaars die arme mensen verleiden op de weg van geweld en eigenwaan. Ook nu nog komt dat voor. Het maken van onderscheid tussen mensen van verschillend geloof, van verschillende afkomst, van verschillende nationaliteit doet sterk denken aan dat wat we nu verkeerd vinden aan de vijanden uit de Tweede Wereldoorlog. Die weg moeten we dus ook nu niet op met onze samenleving. De richtlijnen van God nodigen ons uit de vreemdelingen in ons midden actief bij onze samenleving te betrekken. Dat doen maakt dus dat we mogen wonen in een veilig huis. Wat houdt ons nog tegen.

 

Het zwaard trekken

Micha 4:1-8

1 Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Volken zullen daar samenstromen, 2 machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER. 3 Hij zal rechtspreken tussen machtige volken, over grote en verre naties een oordeel vellen. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal meer het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal nog de wapens leren hanteren. 4 Ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt, want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken. 5 Laat andere volken hun eigen goden volgen- wij vertrouwen op de naam van de HEER, onze God, voor eeuwig en altijd. 6 Als die dag gekomen is-spreekt de HEER – zal Ik de kreupelen verzamelen, de verstrooiden bijeenbrengen, verenigen wie Ik onheil heb gebracht. 7 De kreupelen zal Ik
sparen, van de verdrevenen maak Ik een groot volk, en op de Sion zal de HEER hun koning zijn, van nu tot in eeuwigheid. 8 En jij, wachttoren over de kudde, vesting van Sion, jij zult je vroegere heerschappij herkrijgen, aan jou, Jeruzalem, behoort het koningschap toe. (NBV21)

Het boek van de profeet Micha is geliefd bij Christenen omdat een kind uit Bethlehem de vrede zou brengen en dan met zeven herders de vijand verslaan. Dat lijkt wel op het kerstverhaal zoals Lucas ons dat vertelt. Nu is dat niet zo heel vreemd want Lucas kende het boek van Micha natuurlijk heel goed. En dat verhaal over een meisje dat een kind durfde krijgen temidden van de meest zwarte dreiging was ook al door Jesaja verteld. Die Jesaja had er trouwens nog een eeuwig misverstand mee geschapen want zijn woord voor meisje kon ook met het oud Hollandse maagd worden vertaald, zoals dienstmeisje ook dienstmaagd kan heten. Dat heeft niks te maken met een meisje dat nog geen omgang met een man had gehad. Sommige kerkleiders hebben daarmee de seks uit het verhaal gehaald denken ze. Het enige dat ze er mee bereiken is dat ze tot in de slaapkamer macht over hun volgelingen kunnen uitoefenen, en dat is nu net wat de Bijbel verbiedt.

Maar goed, wij lezen de profeet Micha en die heeft het over vertrouwen. Een heel goed teken van vertrouwen is inderdaad de jonge moeder die het aandurft kinderen te krijgen. We leven in een tijd dat ook in ons land de dreiging van een oorlog zo groot is en ondertussen de aarde vergiftigd wordt, dat mensen het niet meer aandurfden een gezin met kinderen te stichten. Dat is nu minder erg maar in landen waar onderdrukking en armoede heersen geldt het nog steeds. Als vrouwen te veel en te zwaar onder stress gezet worden kan de eisprong zelfs uitblijven en worden ze door de onderdrukking, de armoede of het geweld zelfs onvruchtbaar. Als mensen hun liefde het laten winnen van hun angst dan begint de bevrijding willen Micha en Jesaja zeggen. En dat verhaal wordt later ook op die manier door Lucas verteld. Als er dan ook nog herders zijn die zich druk maken over de bescherming van al die zwakke mensen dan moet het echt wel goed komen.

En herders waren er in Bethlehem. Micha herinnert aan de geschiedenis van David en zijn zeven broers. Uit het kleinste dorpje van de kleinste stam kwam de grootste koning, de eerste koning die Israël aanzien gaf en uiteindelijk na een lange tijd van oorlogen, waarover je in het boek Rechters kunt lezen, ook vrede bracht. Zulke herders heb je nodig. Zulke herders zijn er nog steeds. Jan Pronk was ooit zo’n herder die het heeft geprobeerd in Darfur. Hij wees de internationale gemeenschap de weg. Toen hij uit Sudan werd uitgewezen was dat het signaal om eindelijk een echt mandaat voor een echte vredesmacht te ontwerpen. Voor ons blijft het opletten en stem geven aan de huidige slachtoffers in Zuid Soedan zoals dat inmiddels heet. Van hen moeten we echt nog van kunnen gaan zeggen dat zij veilig zullen wonen. Dat is een belofte die we ze met alle landen van de wereld zullen moeten durven doen. Anders kunnen we ooit wel weer kerst vieren, maar wordt het nooit het kerstfeest waar Micha van droomde en waar Lucas van vertelde, ook voor ons niet.

Begeerte, inhaligheid, pronkzucht

1 Johannes 2:12-17

12 Kinderen, ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van zijn naam. 13 Ik schrijf u, ouderen: u kent Hem die er is vanaf het begin. Ik schrijf u, jongeren: u hebt hem die het kwaad zelf is overwonnen. 14 Kinderen, ik schrijf u dus dat u de Vader kent. Ouderen, u schrijf ik: u kent Hem die er is vanaf het begin. Jongeren, u schrijf ik: u bent sterk, het woord van God blijft in u, en u hebt hem die het kwaad zelf is overwonnen. 15 Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem, 16 want alles wat in de wereld is-begeerte, inhaligheid, pronkzucht-,dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld. 17 De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid. (NBV21)

Dat is mooi, dat we het kwade overwonnen kunnen hebben. Dat is dus niet met je hoofd in de wolken gaan lopen, zo van ons kan niks meer overkomen want wij hebben het kwade overwonnen. Je komt die mensen zo af en toe wel eens tegen. Ze zijn in Jezus en kunnen dus geen kwaad meer doen. Ze zijn eigenlijk zielig, want ze hebben het niet begrepen. In deze brief stond toch ook dat wie zegt geen zonde te hebben juist zondigt. De vraag is dus niet of je in Jezus bent maar of Jezus, of de geest van Jezus van Nazareth in jou is. Hetzelfde geldt ook een beetje voor het houden van de wereld. Als Jezus van Nazareth je handel en wandel bepaalt, als je in zijn geest handelt, dan hou je van de wereld, dan zijn alle mensen je broers en zusters en is elk leven op de wereld je alles waard. Hoe dat zich rijmt met wat er over in deze brief staat? Nou, naadloos, want in onze wereld wordt echt niet van mensen gehouden. Mensen zijn arbeiders, of consumenten, of stemvee, of kannonenvoer, of zwervende profiteurs, of vijand, maar geliefde broeders en zusters zijn ze niet.

Dat elk leven van elk mens in deze wereld alles waard is kun je ook niet direct zeggen. Als er niks aan te verdienen valt dan kunnen ze sterven van de honger, als ze een ander geloof of een andere politieke opvatting hebben dan mag je ze ook doodschieten of oorlog met ze voeren, of elke handel met hen verhinderen. Dat is de manier zoals het in de wereld gaat, de rijken worden rijker en de armen worden armer, wie sterk is telt mee, wie zwak is telt niet. Wat Johannes dus bedoeld is dat wie het wel goed vindt zoals het in de wereld gaat die moet dus eigenlijk niks van God weten. De brief noemt het ook allemaal keurig op: zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht. Sla de krant open, kijk naar de televisie, luister naar een radiostation en je leest, ziet en hoort al die zaken aanprijzen die deze eerste brief van Johannes zo duidelijk verwerpt.

De brief verwerpt dus niet leuke muziek, samen dansen, plezier maken, toneel spelen, een mooie film, wandelen in de natuur of al die andere dingen die in onze samenleving of in onze wereld mensen plezier kunnen geven. Maar al die plezierige en waardevolle zaken moet je kunnen en willen delen met elkaar. Voordat je geniet moet je er eigenlijk ook voor zorgen dat iedereen kan genieten, dat iedereen mee kan doen met onze samenleving. Dat iedereen dus te eten heeft gehad, een dak boven het hoofd heeft, gekleed is, warmte heeft en veiligheid. Die iedereen zijn dus ook de zwervende vreemdelingen die we eigenlijk hier niet willen zien. Als het genieten alleen maar voor jezelf is en ten koste van anderen gaat dan hoort het bij de manier van de wereld en hoort het niet bij de manier waarop mensen willen leven die mee willen gaan op de weg van Jezus van Nazareth. Maar als je het kunt delen, als je samen kunt genieten, dan hoort het er echt wel bij. Laten we dus samen er aan werken dat ook iedereen werkelijk mee kan doen.

Wie de ander liefheeft

1 Johannes 2:3-11

3 Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. 4 Wie zegt: ‘Ik ken Hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5 In ieder die zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde werkelijk tot volmaaktheid gekomen; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. 6 Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. 7 Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. 8 Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven. 9 Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis. 10 Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val, 11 maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt. (NBV21)

Wat moet je nu met dat oude gebod zullen veel mensen vragen. Eeuwenlang hebben mensen geroepen dat je je naaste lief moet hebben als jezelf maar kijk eens om je heen. Doe je ogen eens open. Er is toch niemand meer die de naaste lief heeft als zichzelf? Er is toch geen volk dat zich daaraan nog houdt? Een volk als Israël valt de Gazastrook binnen omdat de mensen daar niet boos mogen worden dat er een maanden durende blokkade van alles is geweest. Die Israëli hadden toch zeker met liefde moeten reageren op de woede van hun arme naasten? Het deel van de brief dat we vandaag lezen laat zien dat de vragen terecht zijn. Als de vragen gesteld worden aan de mensen die hun naasten niet lief hebben. Als je er maar van uit gaat dat dat oude gebod het enige is dat de wereld aan vrede kan helpen, dat het echt gaat om in mensen een welbehagen te hebben. Natuurlijk zijn er overal in de wereld mensen die dat oude gebod houden. Je hoort ze vaak niet want ze staan er zich niet op voor.

Maar in onze steden zijn voedselbanken opgekomen, zijn Fair Trade winkels te vinden. Daar werken vrijwilligers in ziekenhuizen en verpleegtehuizen, bij burenhulp, in buurthuizen en wijkcentra, bij scoutinggroepen en sportverenigingen. Maar ook bij Amnesty International, Unesco en Unicef en bij allerlei organisaties die werken voor projecten in arme landen. Bijna de helft van de mensen in ons land is op de een of andere manier bezig van onze samenleving een betere samenleving te maken. Dat is wat dat oude gebod ons voorschrijft. En als we daarin af en toe de minsten overslaan, of de grote monden voorrang geven is dat niet goed maar houdt dat ons ook niet af van het einddoel. Juist met het zicht op Jezus van Nazareth, die het oude gebod door de dood heen volhield en zelfs aan het kruis vergeving vroeg voor hen die hem de dood in stuurden, weten we dat we elk moment weer opnieuw mogen beginnen met dat oude gebod en dat dat oude gebod weer een nieuw gebod kan worden.

Johannes spreekt over de bemiddelaar, maar het Griekse woord dat hij gebruikt wordt ook gebruikt voor de Heilige Geest, de Geest waarin we ons handelen mogen verrichten, de Geest van liefde. Dus als je zegt het goede te willen maar het kwade doet heb je het nog niet door, loop je nog steeds in het duister zegt de brief. Met oorlog bereik je geen vrede weten we uit de geschiedenis. Zelfs aan het eind van Tweede Wereldoorlog was duidelijk dat economische hulp van rijke landen aan de verwoeste landen in Europa uiteindelijk pas echte blijvende vrede zou brengen. Zo zullen ook wij nu moeten willen delen met de slachtoffers van geweld in de wereld. Dat brengt pas echte vrede. Maar met dat delen moeten we nog beginnen. Maar het mooie, we noemen het genade, is dat we er elke dag opnieuw mee mogen beginnen, iedere dag weer, ook vandaag dus.

 

De rechtvaardige.

1 Johannes 1:8-2:2

8 Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. 9 Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van al het onrecht dat wij bedrijven. 10 Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons. 1 Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Maar mocht een van u zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. 2 Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld. (NBV21)

Niemand heeft nooit gezondigd, dus zonde hoeft ons niet te benauwen. De mensen om wie het moet gaan moeten ons iedere keer weer in beweging brengen. Joden in Israel, Palestijnen in de Gazastrook, vluchtelingen in Afrika, hongerenden, gevangenen, uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland, kinderen in onze gevangenissen, boeren in de derde wereld. De lijst kan oneindig worden uitgebreid. Maar elke dag dat we proberen de wereld voor hen een beetje meer op de hemel te laten lijken worden ook wij gereinigd van kwaad.

Wat moet je nu met dat oude gebod uit het Nieuwe Testament zullen veel mensen vragen. Eeuwenlang hebben mensen geroepen dat je je naaste lief moet hebben als jezelf maar kijk eens om je heen. Doe je ogen eens open. Er is toch niemand meer die de naaste lief heeft als zichzelf. Er is toch geen volk dat zich daaraan nog houdt? Een volk als Israël valt de Gazastrook binnen omdat de mensen daar niet boos mogen worden dat er een maanden durende blokkade van alles is geweest. Die Israëli hadden toch zeker met liefde moeten reageren op de woede van hun arme naasten?

Hoe gaan wij om met mensen die onvoldoende papieren hebben om of aan te tonen dat ze vervolgd zijn of onvoldoende papieren hebben om terug naar hun land te kunnen keren? Hoe kan onze belastingdienst zo rot zijn? Het deel van de brief dat we vandaag lezen laat zien dat de vragen terecht zijn. Als de vragen gesteld worden aan de mensen die hun naasten niet lief hebben. Als je er maar van uit gaat dat dat oude gebod het enige is dat de wereld aan vrede kan helpen, dat het echt gaat om in mensen een welbehagen te hebben. Dat heet ook onophoudelijk roepen om gerechtigheid.