Uw gerechtigheid

Psalm 72

1 Van Salomo. Geef, o God, uw wetten aan de koning, uw gerechtigheid aan de koningszoon. 2 Moge hij uw volk rechtvaardig besturen, uw arme volk naar recht en wet. 3 Mogen de bergen vrede brengen aan het volk en de heuvels gerechtigheid. 4 Moge hij recht doen aan de zwakken, redding bieden aan de armen, maar de onderdrukker neerslaan. 5 Moge hij leven zolang de zon bestaat, zolang de maan zal schijnen, van geslacht op geslacht. 6 Moge hij zijn als regen die valt op kale akkers, als buien die de aarde doordrenken. 7 Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien, de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat. 8 Moge hij heersen van zee tot zee, van de Grote Rivier tot aan de einden der aarde. 9 Laten de woestijnbewoners voor hem buigen, zijn vijanden het stof van zijn voeten likken. 10 De koningen van Tarsis en de kustlanden, laten zij hem geschenken brengen. De koningen van Seba en Saba, laten ook zij hem schatting afdragen. 11 Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem, alle volken hem dienstbaar zijn. 12 Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept, wie zwak is en geen helper heeft. 13 Hij ontfermt zich over weerlozen en armen, wie arm is, redt hij het leven. 14 Hij verlost hen van onderdrukking en geweld, hun bloed is kostbaar in zijn ogen. 15 Leve de koning! Men zal hem goud van Seba schenken, zonder ophouden voor hem bidden, hem zegen toewensen, dag aan dag. 16 Er zal overvloed van koren zijn in het land, zelfs op de toppen van de bergen. Rijpe aren zullen golven als de bossen van de Libanon. Vanuit zijn stad zal voorspoed ontluiken als jong groen op de aarde. 17 Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam zal voortleven zolang de zon zal schijnen. Dankzij hem zal men zich gezegend noemen, en alle volken prijzen hem gelukkig. 18 Geprezen zij God, de HEER, de God van Israël. Hij doet wonderen, Hij alleen. 19 Geprezen zij zijn luisterrijke naam, voor eeuwig. Moge zijn luister heel de aarde vervullen. Amen, amen. 20 Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï. (NBV21)

We komen zingend aan bij de vooravond van de derde advent. Hoewel velen nog door moeten werken, zeker de kleine winkeliers en een groot deel van het winkelpersoneel dat een druk weekeinde voor de boeg heeft, Voor ons gaat het vandaag over wijsheid. Daarom wordt deze Psalm aan Salomo toegeschreven. En wijsheid is het gerechtigheid te krijgen van de Koning, van je regering dus. Vooral voor het arme volk moeten recht en wet worden toegepast. Hoe bang de rijken ook zijn voor aanslagen en terreur het gaat niet aan, ook straks bij een nieuwe regering niet, om zonder stevige verdenkingen bij arme mensen binnen te vallen en daar de boel te vernielen. Juist de mensen die hoog geplaatst zijn, de bergen, zouden er extra op gebrand moeten zijn om vrede te brengen. En haat, angst en geweld brengen alleen oorlog en onvrede. Het antwoord op de aanslagen van in Parijs is dus niet meer geweld, roepen dat het oorlog is, het antwoord op geweld is vrede stichten, dat is veel moeilijker.

Een goede regering biedt redding aan de armen volgens deze Psalm en daar mogen we een regering die 1 miljard heeft bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking aan afmeten. Een regering die recht en vrede brengt slaat de onderdrukkers van de armen neer, zorgt voor goede regels in arbeidsverhoudingen en bescherming tegen gevaren. Dan alleen mag een regering lang blijven leven, desnoods zolang de zon bestaat en de maan zal schijnen. Wij hebben regeringen die we op tijd moeten zien te vervangen. Maar een werkelijk rechtvaardige regering, die weet van delen tussen armen en rijken, geeft vruchtbaarheid, zoals regen die valt op kale akkers. Het is een streven dat we uitstrekken tot de hele bewoonde wereld. In deze Psalm wonen de bewoners van de woestijn in het oosten, Tarsis en de kustlanden zijn het westen, de koningen van Seba en Saba vormen het zuiden en in het noorden wonen de vijanden. Voor Israël waren dat Aram, Assyrië en Babel.

En echte vrede krijg je pas als je iedereen daarin mee krijgt. Als alle volken recht en gerechtigheid nastreven en weet hebben van delen met de zwaksten in de wereld. Een wereldregering die daar naar streeft zal vruchtbaarheid brengen voor iedereen in de wereld. Dan zal er eten genoeg zijn voor alle mensen. Dan is de armoede de wereld uit en blijft het niet bij afspraken tussen de volken waarop door rijke volken als de onze bezuinigd kan worden als het de rijken beter uitkomt. Van een regering die eerst oog heeft voor de armsten en de zwaksten gaat goedheid uit, gaat zegen uit zegt de Bijbel dan, die is gezegend. En vergeet niet: het is de God van Israël die ons die droom schenkt, die ons inspireert om in zijn geest aan die droom te werken, die ons de kans geeft ook in het nieuwe jaar elke dag daarmee opnieuw te beginnen. Die ons die kans dus ook vandaag weer schenkt.

Wees niet bang

Sefanja 3:14-20

14 Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde, Israël, juich met heel je hart, vrouwe Jeruzalem! 15 De HEER heeft het vonnis over jou tenietgedaan en je vijand verdreven. De HEER, de koning van Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen. 16 Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen: ‘Wees niet bang, Sion! Laat de moed niet zinken!’ 17 De HEER, je God, zal in je midden zijn, Hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal Hij zwijgen, in zijn vreugde zal Hij over je jubelen. 18 Alle treurenden zal Ik bijeenbrengen, verzamelen wie op je feesten moesten ontbreken. Hun vernedering drukte zwaar op de stad. 19 In die tijd zal Ik afrekenen met je verdrukkers, de kreupelen zal Ik redden, de verstrooiden bijeenbrengen. En hen die in de hele wereld werden veracht zal Ik met eer en roem overladen. 20 In die tijd breng Ik jullie terug. Dan zal Ik jullie verzamelen, en je met eer en roem overladen te midden van alle volken op aarde. Met eigen ogen zullen jullie zien hoe Ik je lot ten goede keer – zegt de HEER. (NBV21)

Vandaag de slotverzen van het kleine boekje van de profeet Sefanja. Vroeger schreven we dat in de Protestantse Bijbelvertalingen met een Z maar nu dus met een S. Soms lijken de veranderingen in de Nieuwe Bijbelvertaling maar klein. Toch zijn ze niet onbelangrijk want in het gebruik van de Bijbel komen door deze kleine veranderingen verschillende Christelijke stromingen, zoals Protestanten en Rooms Katholieken, dichter bij elkaar en kunnen ze gemakkelijker met elkaar in gesprek. Sefanja leefde volgens het begin van het boekje in de tijd van koning Josia. Volgens het verhaal uit het boek Koningen over Josia was hij een van de vroomste en beste koningen van Juda. Het is dan ook zeer voorstelbaar dat Sefanja de nieuwe politiek van de Koning, terugkeer naar de dienst aan God zoals het volk Israel daar in de woestijn mee was begonnen, met zijn geschrift ondersteunde.

Josia werd al Koning toen hij nog pas 8 jaar was maar het verhaal vertelt dat hij zijn Koningschap uitvoerde op de manier van David. Hij liet de Tempel in Jeruzalem restaureren en zette daarmee de goddelijke richtlijnen voor de menselijke samenleving die het volk in de woestijn had ontvangen, de Wet van de Liefde en van delen met elkaar, weer centraal in het hart van de regering. Daar zingt het lied van vandaag dan ook over. Met de restauratie van de Tempel, met het opnieuw centraal stellen van de Liefde in het hart van het rijk hoef je nergens bang meer voor te zijn. Dat is ook de vreugde van Pasen zoals Christenen die veel later zouden beleven. Sefanja had zich eerst tegen de omringende volken uitgesproken en zijn eigen volk gewaarschuwd niet met de afgodendienaars van de vruchtbaarheidsgoden mee te gaan.

Zonder die Tempel was de stad ten prooi aan verachting en de mensen aan verdrukking. Nu is dat voorbij. Dat we dat hier zo kort voor de Kerst lezen komt natuurlijk omdat Sefanja al uitspreekt dat alle volken op de aarde zich naar Jeruzalem moeten keren. Dat het Delen met elkaar, dat de zorg voor elkaar, dat recht en gerechtigheid voor alle mensen op de hele wereld moeten gelden volgens Sefanja. Voor Christenen was het Paasfeest na de dood van Jezus van Nazareth een eerste begin van het zich uitspreiden van de macht van die Wet over de hele aarde. Ook Christenen laten dat overigens net zo vaak liggen als in de geschiedenis over Israel wordt verteld. Maar net zoals Israel in dat verhaal steeds weer opnieuw de Tempel opbouwde en centraal stelde mogen wij het gebod elkaar lief te hebben en alles te doen in naam van de liefde voortdurend weer opnieuw centraal stellen. Dat geeft kracht.

 

Ze zullen geen leugens spreken

Sefanja 3:1-13

1 Wee de opstandige, bezoedelde, gewelddadige stad! 2 Ze luistert naar niemand, neemt geen terechtwijzing aan, vertrouwt niet op de HEER, wendt zich niet tot haar God. 3 Haar leiders zijn brullende leeuwen, haar rechters wolven in de avond die ’s ochtends niets meer te kluiven hebben. 4 Haar profeten zijn leugenaars en bedriegers, haar priesters ontwijden wat heilig is en doen de wet geweld aan. 5 Maar de HEER is in haar midden, Hij is rechtvaardig, Hij doet geen onrecht. Iedere ochtend spreekt Hij recht; als het licht wordt, ontbreekt Hij niet. Maar wie onrecht doet, kent geen schaamte. 6 Volken heb Ik uitgeroeid, hun torens vernield, hun straten verwoest, niemand kan erdoor. Hun steden zijn vernietigd, geen mens kan er meer wonen. 7 Ik zei: ‘Heb toch ontzag voor Mij, neem mijn terechtwijzing aan.’ Dan zou haar woonplaats niet vernietigd zijn, dan had Ik haar niet hoeven te straffen. Maar nee, ze deden telkens weer de schandelijkste dingen. 8 Wacht maar – spreekt de HEER –, wacht op de dag dat Ik mijn buit kom halen. Ik heb besloten volken te verzamelen en koninkrijken bijeen te halen, en mijn toorn, mijn laaiende woede over ze uit te storten. Het vuur van mijn woede verteert heel de aarde. Vreugde voor Jeruzalem 9 Dan zal Ik de lippen van de volken rein maken, zij zullen de naam van de HEER aanroepen, ze zullen Hem dienen, zij aan zij. 10 Van over de rivieren van Nubië zullen zij die Mij vereren maar die Ik verstrooid had, Mij hun offergaven brengen. 11 Op die dag hoef je je niet meer te schamen voor alle daden waarmee je tegen Mij in opstand kwam. Wie van overmoed vrolijk is laat Ik uit je midden verdwijnen, op mijn heilige berg zul je niet meer hoogmoedig zijn. 12 Ik zal een arm en zwak volk binnen je muren achterlaten dat in de naam van de HEER een toevlucht vindt. 13 Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen, ze zullen geen leugens spreken, uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken. Ze zullen weiden en rustig liggen, door niemand opgeschrikt. (NBV21)

Je weet dat je elke morgen weer opnieuw mag opstaan. Opnieuw beginnen aan een splinternieuwe dag. Dat is ook het moment om je af te vragen wat je anders wil doen. Op welke manier je vanaf nu richtlijn van heb Uw naaste lief als Uzelf wil volgen. Wie je daarvoor in de komende dag wil inschakelen, wie daartoe opwekken. Het is een prachtig beeld in de Bijbel dat God elke ochtend rechtspreekt en nooit ontbreekt. Want er is immers elke ochtend weer een nieuwe dag en dat we weer opnieuw mogen beginnen is dus een geschenk van God. We hoeven de fouten van de vorige dag en van de vorige dagen niet te herhalen. We hoeven de armen niet opnieuw te verwaarlozen en mogen opnieuw proberen de onrechtvaardige handelsverhoudingen om te buigen tot rechtvaardige.

Het gedeelte dat we vandaag lezen begint met zich kwaad te maken op de stad waar alles altijd maar doorgaat. Wat wij noemen de vierentwintig uurs economie. Waar mensen dag en nacht als slaven van de economie gehouden worden. Daar wordt geen Sabbat meer gehouden, geen zondagsvrijheid is er meer te vinden. Alles is er gericht om de rijken te beschermen en te voorkomen dat bezit eerlijk wordt gedeeld. De rechters zorgen daarvoor maar ook de zogenaamde profeten en priesters, ook zij praten goed wat de armen onrecht aandoet. Maar ook de God van Israël is in die stad aanwezig en elke ochtend geeft hij de mensen van die stad weer een nieuwe kans. Een nieuwe kans om zich te bevrijden van de slavernij van winst en profijt, zich te ontdoen van de mechanismes van geweld en uitbuiting, een nieuwe kans de hongerigen te voeden, de dorstigen te laven en de gevangenen te bevrijden.

Het lijkt op een klaaglied dat we vandaag zingen, maar het is het lied dat in Noord Afrika wordt gezongen tegen de machten die de armen uitbuiten en hen de rijkdom onthouden die hen toekomt. Daarmee is het ook het lied van de hoop, de hoop op de nieuwe morgen die in de nacht kan ontwaken als er alleen nog maar duisternis lijkt te zijn. Wij lezen het begin van dit lied van Sefanja als een aanklacht tegen een opstandige bezoedelde gewelddadige stad, zo kennen wij onze steden die dag en nacht doorgaan zonder een moment zelfs van rust. Maar in het Hebreeuws staat er een woordspeling, je zou ook kunnen lezen: “beroemde, bevrijde stad, duivenstad”, dat is de andere kant van dezelfde stad, is wat je er nu leest de stad van gisteren, de stad van de afgelopen nacht, wat je tot slot van het Bijbelgedeelte kan lezen is de stad van vandaag, de stad waarvoor we vandaag weer aan het werk gaan. De stad die God ons als nieuwe kans heeft gegeven, een kans die we elke dag mogen grijpen, ook vandaag weer.

Geef hun wat ze verdienen

Psalm 28

1 Van David. U, HEER, roep ik aan, mijn rots, houd u niet doof. Als U blijft zwijgen, word ik een dode met de doden in het graf. 2 Hoor mijn smeekbede als ik U om hulp roep, als ik mijn handen ophef naar het hart van uw heiligdom. 3 Ruk mij niet weg met de kwaadwilligen, met hen die onrecht doen, die hun vrienden vrede wensen, maar in hun hart zinnen op kwaad. 4 Geef hun wat ze verdienen, vergeld hun naar hun daden, naar het werk van hun handen, laat hen voor hun misdrijven boeten. 5 Voor de daden van de HEER hebben ze geen oog, noch voor het werk van zijn handen. Daarom zal Hij hen afbreken en nooit meer opbouwen. 6 De HEER zij geprezen, Hij heeft mijn smeekbede gehoord. 7 De HEER is mijn kracht en mijn schild, op Hem vertrouwde mijn hart, ik werd geholpen en mijn hart jubelde, Hem wil ik loven in mijn lied. 8 De HEER is de kracht van zijn volk, een burcht van redding voor zijn gezalfde. 9 Red het volk dat U toebehoort, zegen het, wees zijn herder en draag het voor eeuwig. (NBV21)

We zoeken de Schriftgedeelten die we dagelijks hier lezen en bespreken niet zelf uit. We volgen het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap dat op de site van de PKN is te downloaden en dat in heel veel kerken dagelijks gelezen wordt. Toch valt het op hoe vaak de keuze van het Bijbelgedeelte aansluit bij de actualiteit van het leven. Vandaag zingen we van Psalm 28. In deze Psalm wordt God aangeroepen als een Rots, een rots waarop je kunt bouwen. In een tijd van financiële en economische crisis, maar zeker in tijden van een pandemie, kun je zo’n rots wel gebruiken. Want wat zal de toekomst brengen. Heb je nog wel werk na de kerstperiode? Komt er wel pensioen als je uitgewerkt bent? Is er een uitkering als je door ziekte of ongeval ongeschikt wordt om te werken? Blijf je wel verzekerd tegen alle risico’s van ziekte ook voor degenen die van jou afhankelijk zijn? Wordt het vinden van een huis straks mogelijk of nog moeilijker?

Voor heel veel mensen is het leven heel wat onzekerder geworden en dan kan je zo’n rots wel gebruiken. Maar we moeten oppassen van het geloof in de God van Israël geen vluchtweg voor ellende te maken. Als je in die God geloofd ben je niet verzekerd tegen ellende. Het overkomt je even goed. Alleen die ellende is wat beter te dragen. Christenen wijzen graag op het kruis en het lijden van Jezus van Nazareth. Dat is bijna altijd erger dan wat ons kan overkomen. Maar daar had de dichter van deze Psalm geen weet van. Hij is bang weggerukt te worden met de kwaadwilligen, met hen die onrecht doen, die hun vrienden vrede wensen, maar in hun hart zinnen op kwaad. Je moet het dus zoeken bij het tegendeel van het kwaad, het tegendeel van onrecht. De liefde voor de naaste kan je door het diepste dal heen helpen. Niet eens zozeer de liefde die mensen voor jou hebben als je het moeilijk hebt. Dat kan een hele steun zijn, maar soms ook een last.

Mensen zijn soms oppervlakkig, denken dat een enkel woord al genoeg is om het lijden weg te nemen. Ze glimlachen je alvast toe maar jouw pijn blijft, ja het lijkt er soms op dat ze je verbieden je pijn te tonen. Die liefde kan helpen maar daar moet je niet te vast op rekenen. Wat echt helpt is zelf je naaste lief te hebben als jezelf. Dat begint met het liefhebben van jezelf. Ook al wordt je werkloos, ook al verlies je bezit en aanzien, je blijft evenveel waard als je waard was. Wie afhankelijk wordt van ambtelijke instanties loopt de kans diep vernederd te worden. Je laten vernederen door ambtelijke instanties is nog erger, dan doe je het jezelf ook nog een keer aan. Er tegen opstaan kan jou helpen maar ook anderen, niemand is immers door eigen schuld werkloos. En ook als je nog werk hebt dan kun je je bewust worden van het feit dat je zusters en broeders gemakkelijk vernederd worden en onrecht wordt aangedaan. Kleine foutjes hebben voor armen vaak grote gevolgen. Doe mensen recht en heb ze lief. Dat is de rots waarop een samenleving gebouwd kan worden, dat is het gebod van onze God, ook vandaag, ook in deze dagen.

Brandend als een oven

Maleachi 3:19-24

19 Die dag zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen dan slechts stoppels zijn die door de hitte van die dag worden verschroeid – zegt de HEER van de hemelse machten. Geen wortel of tak zal er van hen overblijven. 20 Maar voor jullie die ontzag voor mijn naam hebben zal de zon van de gerechtigheid, die genezing in haar vleugels draagt, stralend opgaan. Huppelend als kalveren die op stal hebben gestaan zullen jullie naar buiten komen. 21 Dan vertrappen jullie de wettelozen; op de dag die Ik voorbereid, zullen zij niet meer zijn dan stof onder jullie voeten – zegt de HEER van de hemelse machten. 22 Houd je aan het onderricht van Mozes, mijn dienaar, aan wie Ik op de Horeb wetten en geboden heb gegeven die gelden voor heel Israël. 23 Voordat de dag van de HEER aanbreekt, die groot is en ontzagwekkend, stuur Ik jullie de profeet Elia, 24 en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders. Anders zou Ik het land volledig moeten vernietigen.(NBV21)

Zo eindigt de profetie met een hoopgevende boodschap. En omdat deze profetie, die de naam Maleachi, van de boodschapper, heeft gekregen, in de Christelijke Bijbel het laatste boek van het Oude Testament is geworden eindigt ook het Oude Testament met een hoopgevende boodschap. Onrecht zal niet eeuwig duren, conflicten duren niet voor altijd. Er komt altijd een dag waarop het onrecht over zal zijn, er komt altijd een dag dat partijen verzoend worden en conflicten over zijn. Ooit dacht iedereen dat het streven voor de vrijlating van Ingrid Betancourd vergeefs zou blijken. Meer dan zes jaar zat ze gevangen in het oerwoud van Colombia. De berichten over haar gezondheid werden steeds somberder. De situatie voor de opstandelingen die haar gevangen hielden werd steeds nijpender, er waren berichten over tekorten aan voedsel en kleding. Maar het volharden van velen in Latijns Amerika en Europa die onophoudelijk bleven vragen om gerechtigheid bracht uiteindelijk een regering er toe geld en energie uit te geven aan haar bevrijding.

En zoals de zon elke dag opkomt werd ook zij een teken van hoop, hoop voor al die slachtoffers van onrecht. Zoals Nelson Mandela de gevangenis in Zuid Afrika verliet om president van zijn land te worden en een geweldloze overgang van Apartheid naar democratie te leiden, zo mogen de armen in de hele wereld hoop hebben op de dag die zeker zal komen dat gerechtigheid zal gedaan worden en onderdrukking en onrecht verdwijnen. Vrees niet voor de macht van de wettelozen, zegt de profetie, want ze zullen vertrapt worden, sterker nog ze zijn het stof onder de voeten van de ontrechten. Het enige wat gedaan moet worden is volhouden met eerlijk delen, met zorgen voor elkaar als voor jezelf, dat is immers de kern van de Wet die ooit midden in de woestijn op de berg Horeb aan het volk werd gegeven. Wees niet bang voor generatieconflicten die onderdrukten onderdrukt houden, het ongeduld van de jeugd doorkruist nogal eens het behoedzame pad dat ouderen willen bewandelen.

Altijd zal er iemand zijn die als een Elia de leiding neemt en de ontrechten tot een eenheid smeed en er voor zorgt dat die eenheid zo sterk is dat het onrecht verdwijnt. Een blijvende generatiekloof betekent immers vernietiging van ook het zwakste. Zo sluiten we hier de lezing van deze profetie af. Een profetie die de waarheid laat schijnen over idealisten die een Tempel bouwden maar vergaten een volk te vormen. Godsdienst  zonder maaltijd te houden met de armen, de tempeldienaars, je eigen familie en de vreemdelingen die in je midden zijn is geen Godsdienst. Maar er zal een dag komen dat iedereen op de hele wereld een plaats aan de tafel van God krijgt, die dag zal komen, brandend als een oven. Dat begint in een nacht, als herders er voor kiezen de wacht te houden bij hun kudde en boodschappers van God hen beloven dat in die nacht voor hun de Heiland is geboren.

Wat heeft het voor nut

Maleachi 3:13-18

13 Jullie hebben tegen elkaar harde woorden over Mij gesproken – zegt de HEER –, en jullie vragen: ‘Wat hebben we dan over U gezegd?’ 14 Jullie hebben gezegd: ‘Wat heeft het voor nut om God te dienen, wat hebben we eraan dat we zijn voorschriften in acht nemen en ons in een boetekleed hullen voor de HEER van de hemelse machten? 15 We moeten de hoogmoedigen wel gelukkig prijzen, want wie zich goddeloos gedraagt gaat het voor de wind, en wie God beproeft komt er goed vanaf!’ 16 Zo spraken de mensen die ontzag voor de HEER hadden tegen elkaar, en de HEER hoorde het en luisterde met aandacht. Ten overstaan van de HEER werden in een boek de namen van de mensen opgetekend die ontzag voor Hem hadden, die zijn naam hoogachtten. 17 Op de dag die Ik voorbereid – zegt de HEER van de hemelse machten – zullen zij mijn eigendom zijn. Ik zal hen sparen zoals je een kind spaart dat je gehoorzaam is. 18 Dan zullen jullie het verschil weer zien tussen rechtvaardigen en wettelozen, tussen mensen die God gehoorzamen en wie dat niet doen. (NBV21)

Telkens weer proberen predikers en evangelisten mensen ervan te overtuigen dat het met de mensen die God dienen goed gaat en met de mensen die God verwerpen slecht gaat. Dat is meer dan jammer, het is erg. Want telkens weer raken mensen die naar dat soort predikers en evangelisten luisteren teleurgesteld. Als ze in hun wereld en hun maatschappij rondkijken dan zien ze het tegendeel. De mensen die zich niets aantrekken van de richtlijn eerlijk te delen, van je naaste liefhebben als jezelf, die gaat het goed. Die hopen hun rijkdom op en kunnen zich alles permitteren om hun lusten te bevredigen. Mensen die zich om de minsten in de wereld bekommeren worden uitgelachen en beschimpt, hen wordt verweten lid te zijn van een linkse kerk en voor de mensen die zo’n beschuldiging uiten moet dat wel heel erg zijn.

Uitgescholden worden is in elk geval nooit een plezierige ervaring. Niet geloven in een betere wereld die zou ontstaan door ontzag voor God, door een hand uit te steken naar de minsten in de wereld, lijkt vruchtbaarder te zijn dan wel bezig te zijn met vrede brengen, met het voeden van de hongerigen en het kleden van de naakten. De profetie vertelt over een dag waarop de wereld omgekeerd zal worden en dat de mensen, die trouw bleven aan de richtlijnen van God, in een boek staan opgetekend en zullen zien dat het slecht zal aflopen met de mensen die zich verrijkt hebben ten koste van de armen. Daar heb je nogal wat aan. De profetie is opgeschreven eeuwen voor Jezus van Nazareth ons kwam vertellen dat het niet alleen zou gelden voor het volk van Israel maar voor de hele bewoonde wereld. Maar misschien moeten we dat beeld van die ouder en dat kind meer serieus nemen.

Een kind dat gehoorzaam is krijgt het er niet beter door als een ouder het kind niet straft maar spaart, een kind dat ongehoorzaam is wil nog wel eens wat extra aandacht van de verzorgende en dus straffende ouder weten te krijgen. En als we als kinderen zijn die gespaard worden dan merken we dus helemaal niet hoe God ons spaart. Dan gaat ons leven door zoals het altijd al ging. Rijk worden we immers niet omdat we delen wat we kunnen delen. Aanzien verwerven we niet omdat we ons bezig houden met de minsten in de samenleving. Uitgescholden blijven we omdat we voor de rijken en hun dienaren altijd het verkeerde voorbeeld zullen geven. En daarbij komt dat wat we doen niet voor onszelf is maar voor God. Daarbij komt dus dat een profetie als deze ons roept en aanspoort om vol te houden ook al lijkt het doen van het tegendeel vruchtbaarder. Uiteindelijk gaat het dus alleen maar goed met ons als we ook vandaag in staat blijken van onze naasten te houden als van onszelf.

Een heerlijk land

Maleachi 3:6-12

6 Ik, de HEER, ben niet veranderd, en jullie gedragen je nog altijd als nakomelingen van Jakob. 7 Jullie voorouders hielden zich al niet aan mijn geboden, en ook jullie doen dat niet. Keer terug naar Mij – zegt de HEER van de hemelse machten –, dan zal Ik naar jullie terugkeren; en jullie zeggen: ‘Hoezo moeten we terugkeren?’ 8 Vinden jullie dat een mens God mag bestelen? Toch bestelen jullie Mij, en zeggen dan: ‘Hoezo bestelen we U?’ Door de tienden en de andere heffingen achter te houden! 9 Jullie zijn vervloekt en nogmaals vervloekt, en toch blijft het hele volk Mij bestelen. 10 Stel Mij maar eens op de proef – zegt de HEER van de hemelse machten. Breng alle tienden naar mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in mijn tempel is, en zie dan of Ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op je land laat neerdalen. 11 Ik zal de sprinkhaan onschadelijk maken zodat hij de opbrengst van je akkers niet meer kan verwoesten, en de druiventros zal niet meer verdorren in je wijngaarden – zegt de HEER van de hemelse machten. 12 Alle volken zullen jullie gelukkig prijzen, want jullie zullen wonen in een heerlijk land – zegt de HEER van de hemelse machten.(NBV21)

Er verandert niet veel aan de mensen door de eeuwen heen. In deze profetie wordt al gewezen op het volk Israel, de nakomelingen van Jacob die sinds de intocht in het land dat overvloeide van melk en honing niet veranderden. Waarin niet? In het volgen van de richtlijnen voor de menselijke samenleving die ze in de woestijn van God hadden gekregen. Dat konden ze dus niet volhouden. Samen delen en zorgen voor je naaste als voor jezelf. Daarbij hoort dan ook de afdracht aan de Tempel, de tienden. Niet iedereen kan immers altijd hetzelfde opbrengen. Toch zal iedereen de rituele maaltijd moeten kunnen vieren met de Levieten, de familie, de armen de vreemdelingen. Daarvoor is een Tempelschat, een belasting die dient om het delen van het hele volk mogelijk te maken. En het niet betalen van belasting wordt in deze profetie “stelen van God” genoemd. Een zware misdaad. Vandaag de dag lijkt die misdaad soms wel verworden tot een nationale sport. Hoe zorgen we dat we weinig of geen belasting betalen over ons inkomen.

Hoe rijker men is hoe meer de sport wordt bedreven en hoe handiger het ontduiken van belasting gedaan wordt. De armsten in ons land betalen dus naar verhouding de meeste belasting en de rijken krijgen naar verhouding de meeste subsidie. Geen wonder dus dat de inkomensverschillen toenemen en de sociale onvrede oploopt. Het wordt tijd om dat te bestrijden. De accijnsverhogingen op fossiele brandstoffen worden met drogredenen bestreden. De opbrengst zou niet aan de wegen worden besteed of aan CO2 reductie. De opbrengst zou in de algemene middelen verdwijnen. Maar CO2 reductie moet gebeuren door bomen te planten en die bomen worden betaald uit de algemene middelen. Om de subsidie voor de rijken veilig te stellen moeten de huizenprijzen dalen, dan blijft de hypotheekrenteaftrek behouden en we horen dus over inzakkende prijzen voor huizen.

Om de werknemers te dwingen later met pensioen te gaan moet het slecht gaan met de pensioenfondsen die hun geld in aandelen hebben belegd. Dus horen we over dalende aandelenprijzen waardoor de waarde van pensioenfondsen daalt. Eerlijk delen tussen arm en rijk gebeurt dus nog steeds niet. Niet alleen is er sinds de dagen van Jacob weinig verandert ook sinds de dagen van de ballingschap, eeuwen later, is er tot op de dag van vandaag niet veel verandert. Pas als we eerlijk willen delen, echt willen zorgen voor elkaar dan zal honger verdwijnen en is het mislukken van een oogst op de ene plaats niet meer zo erg doordat van een andere plaats hulp komt. Dan kunnen we vluchtelingenstromen voorkomen, mensen hoeven dan niet meer te vluchten voor honger, armoede en uitzichtloosheid. Dan moeten we niet bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, zeker niet de hulp overlaten aan de bedrijven en dus aan de rijken, maar dan moeten we onze inspanningen te helpen verdubbelen. Dan wordt de hele wereld een heerlijk land.

Vreemdelingen geen plaats gunnen

Maleachi 2:17-3:5

17 Met jullie gepraat vallen jullie de HEER lastig, en dan vragen jullie: ‘Hoezo vallen wij Hem lastig?’ Door te zeggen: ‘Iedereen die kwaad doet, is goed in de ogen van de HEER, zulke mensen bevallen Hem.’ Of: ‘Waar is nu de God die rechtspreekt?’ 1 Let op, Ik zal mijn bode zenden, die voor Mij de weg zal effenen. Opeens zal Hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien, de engel van het verbond naar wie jullie verlangen. Komen zal Hij – zegt de HEER van de hemelse machten. 2 Wie zal die dag kunnen doorstaan? Wie zal overeind blijven wanneer Hij verschijnt? Hij is als het vuur van een edelsmid, als het loog van een wolwasser. 3 Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal Hij zuiveren en zeven als goud en zilver, en dan zullen ze op de juiste wijze offergaven brengen aan de HEER. 4 De offers van Juda en Jeruzalem zullen de HEER met vreugde vervullen, zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van weleer. 5 Ik zal naar jullie toe komen om recht te spreken, en Ik zal niet aarzelen te getuigen tegen tovenaars en echtbrekers, tegen mensen die meineed plegen en mensen die hun dagloners uitbuiten, en tegen allen die weduwen en wezen onderdrukken en vreemdelingen geen plaats gunnen, want geen van allen hebben zij ontzag voor Mij – zegt de HEER van de hemelse machten. (NBV21)

Het is een vraag die vaak wordt gesteld. Er is oorlog, er is onderdrukking, er is uitbuiting, er is discriminatie, er is marteling, er is belediging, maar waar is nu de God die dat alles niet zou dulden? De vraag wordt hier beantwoord met het wijzen op de bode die zal komen. Die gaat naar het hart van de samenleving, daar waar de richtlijn van heb je naaste lief als jezelf wordt bewaard. Die bode zal de weg voor God effenen. En met het woord “bode” is Maleachi gegeven. De Profetie zelf zal de weg voor God effenen. Dat betekent ook vandaag dat we niet moeten zwijgen. Dat betekent dat we de gedachtevorming over het opvangen van vluchtelingen niet moeten overlaten aan mensen die geen enkele verandering in hun omgeving willen en alleen gedreven worden door angst en eigen belang.  Het verhindert ons immers een weg te zoeken om in vrede met anderen samen te leven, om maaltijd te houden in het hart van de samenleving met de vreemdelingen in ons midden.

De profetie die we hier lezen spreekt van het smelten van zilver en zuiveren en het zeven van goud en zilver. Op hardhandige wijze worden de praalhanzen met hun populistische taal de samenleving uitgeveegd, zodat de armen, de zieken, de hongerigen en de vreemdelingen weer centraal komen te staan en God gediend kan worden boven alles. Het gaat er daarbij niet zachtzinnig toe. Nu is het niet zo dat iedereen maar geweld mag gebruiken als dat wat een ander zegt niet zint. Integendeel. Juist mensen die de vrede nastreven, die de regel van eerlijk delen en houden van je naaste als van jezelf willen toepassen zullen van geweld afzien. Maar ze zullen niet zwijgen omdat het zo lelijk klinkt. De taal zal hard zijn, als het vuur van een smid of het loog van een wolwasser. Dat laatste kennen we niet meer zo goed, maar bleekwater om het bad te reinigen, of chloor voor het zwembad wel, en dat heeft hetzelfde effect, het beneemt je de adem.

Denk nu niet dat het gaat om gelovigen tegen ongelovigen, om christenen, of Joden, tegen de rest, nee het gaat om de veroordeling van tovenaars, van echtbrekers, van mensen die meineed plegen, van de exorbitante zelfverrijkers, van werkgevers die hun dagloners uitbuiten, die illegalen in dienst hebben zonder dat ze fatsoenlijk betalen, tegen allen die de weduwen en de wezen onderdrukken en lees goed: “tegen hen die de vreemdelingen geen plaats gunnen” . Juist in deze tijd van de discussies over de opvang van vluchtelingen klinken de woorden uit Maleachi niet alleen actueel maar ook als waarschuwing dat de onterechte afkeer van vreemdelingen en vluchtelingen van alle tijden is. Terugsturen van vreemdelingen en vluchtelingen , uitsluiten en verplicht laten inburgeren is dus hetzelfde als geen ontzag voor God hebben. Gelukkig dat er advocaten zijn die doorgaan recht te zoeken daar waar in het parlement onrecht wordt gepleegd. Gelukkig dat er vrijwilligers zijn die concreet willen helpen, gelukkig dat er mensen zijn die hun geld en goed willen delen met de ontheemden, gelukkig dat er mensen zijn die een ander geluid laten horen dan de angstige schreeuwers, Laten we ze steunen.

 

Hete tranen

Maleachi 2:10-16

10 Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen? Waarom behandelen wij elkaar dan zo trouweloos en schenden wij het verbond dat Hij met onze voorouders sloot? 11 Juda heeft trouweloos gehandeld, en in Israël en Jeruzalem heeft men zich gruwelijk misdragen. Juda heeft ontwijd wat de HEER heilig is en wat Hij liefheeft; Juda is getrouwd met een vrouw die een vreemde god vereert. 12 Moge de HEER iedereen uit het volk van Jakob stoten die zoiets doet, wie het ook is, ook al brengt hij offergaven aan de HEER van de hemelse machten. 13 En verder: jullie storten hete tranen op het altaar van de HEER, jullie jammeren en kreunen omdat Hij geen aandacht schenkt aan jullie offers en ze niet aanvaardt. 14 En jullie vragen je af: Waarom toch? Omdat je de vrouw met wie je je leven deelde trouweloos behandeld hebt, de vrouw met wie je in je jeugd een verbintenis bent aangegaan, waarvan de HEER getuige is geweest. 15 Wie ook maar een beetje verstand heeft doet zoiets niet, want iedereen wil toch een nageslacht dat door God gewild is? Speel niet met je leven en behandel de vrouw van je jeugd niet trouweloos. 16 Want Ik verafschuw het wanneer een man zijn vrouw wegstuurt – zegt de HEER, de God van Israël. Wie zoiets doet besmeurt zichzelf met onrecht – zegt de HEER van de hemelse machten. Speel niet met je leven en gedraag je niet langer trouweloos.(NBV21)

Soms is het handig om gedeelten uit de Bijbel maar even als niet geplaatst te bestempelen. De Bijbel ontneemt je soms het zicht op wat gebruikelijk is en wat je normaal vindt. Het leven is geen spelletje. Je mag best genieten van het leven en alles wat het leven te bieden heeft, maar het leven is zeker geen spelletje. De mensen om je heen zijn geen objecten waarmee je je lust kunt bevredigen. In de vruchtbaarheidsgodsdiensten, zoals ook deze Profeet die kennelijk heeft gekend, was die verleiding groot. Als je jezelf fysiek offerde door gemeenschap te hebben met een tempeldienaar of tempeldienares dan werd je vruchtbaarheid vergroot. Bij de offers in de Tempel van de God van Israel was daar niets van te merken. Daar werden maaltijden van bereid en ging het uiteindelijk helemaal niet zo plechtig en magisch toe. De verleiding om het meer in magische godsdiensten te zoeken was, en is, daarom groot. Stenen met magische krachten, kruiden, de opkomsten van zon en maan, instralingen, handopleggingen, de stand van de sterren, het vallen van kaarten, er is van alles te verzinnen om greep te krijgen op het leven.

Ziekten kunnen worden vermeden. Hoezo? De Bijbel kent tal van regels om gezond te blijven en besmetting te vermijden. Wij kennen de vaccins die God ons gegeven heeft om massa sterfte van zijn kinderen tegen te gaan. Ze beschermen ook de naaste. Maar eindtijdprofeten beweren dat de toekomst voorspeld kan worden en je kunt volgens anderen contact blijven houden met hen die gestorven zijn. In de Bijbel vindt je niets van dat alles terug. Zo hier en daar, in het bovenstaande Bijbelgedeelte bijvoorbeeld, worden deze praktijken scherp veroordeeld. In de Bijbel telt maar één ding, God liefhebben boven alles en dat is je naaste liefhebben als jezelf. Dat was zo voor het volk Israel en dat is door de volgelingen van Jezus van Nazareth zo geworden voor iedereen op aarde. Nu moeten we niet denken dat het hier in deze passage om het huwelijk tussen twee mensen gaat die dan niet zouden mogen scheiden. Profeten willen symbolen nog wel eens als werkelijkheid gebruiken om hun bedoeling weer te geven. We moeten dan eerst op zoek naar de betekenis van de symbolen om de boodschap te kunnen begrijpen. Voor ons is het bijvoorbeeld niet voor de hand liggend dat de Wijsheid een vrouw is.

Voor ons is het beeld ongewoon dat als je op jonge leeftijd begint met het bestuderen van de Wijsheid als het ware met een vrouw trouwt die je het hele leven trouw behoort te blijven. Het begin van alle Wijsheid is immers het ontzag voor God en het doen van de Wet van je naaste liefhebben als jezelf. Die Wijsheid geef je door, dat wil je ook graag doorgeven en daarmee krijg je een nageslacht dat God blijft dienen, dat zorg blijft hebben voor de minsten op de aarde. Juist in het volgen van die richtlijnen voor de menselijke samenleving ligt het recht doen aan mensen, laat je dat los dan kom je direct terecht in het onrecht. Je doet mensen geen recht als je ze behandelt als voorwerpen waarmee je je eigen lust kunt bevredigen, of waarmee je je eigen winsten kunt vergroten. Je speelt dan als het ware met je eigen leven. Als je andere mensen behandelt als dode voorwerpen dan ga je er zelf op de duur dood aan, je speelt dus echt met je eigen leven. Een man die zich de macht toe-eigent zelf te bepalen hoe lang een huwelijk kan duren handelt dus tegen de wil van God. Maar het kan ook anders. Je kunt de omgang met anderen laten bepalen door liefde, door de gedachte dat ze net zijn als jij en dat je ze lief mag hebben zoals je van je zelf houdt. En samen kun je beslissen wat in je relatie het beste is voor elkaar.

 

Vervloekt de bedrieger

Maleachi 1:10–2:9

10 Het zou beter zijn als een van jullie de tempeldeuren zou sluiten en jullie het vuur op mijn altaar niet langer zouden aansteken, want dat heeft toch geen nut. Ik wijs jullie af – zegt de HEER van de hemelse machten – en de offers die jullie brengen aanvaard Ik niet. 11 Van waar de zon opgaat tot waar ze ondergaat staat mijn naam bij alle volken in aanzien, overal brengt men Mij reukoffers en reine offergaven. Mijn naam staat bij alle volken in aanzien – zegt de HEER van de hemelse machten –, 12 maar jullie ontwijden hem door te beweren dat mijn altaar verontreinigd mag worden, door te denken dat je er minderwaardig voedsel heen kunt brengen. 13 Jullie halen je neus op voor de dienst aan mijn altaar – zegt de HEER van de hemelse machten –, jullie zeggen: ‘Dit alles kost ons te veel moeite.’ Jullie brengen Mij gestolen dieren, en kreupele en zieke dieren – zegt de HEER –, dat is wat jullie Mij als offergave aanbieden, en Ik moet dat aanvaarden? 14 Vervloekt de bedrieger die de Heer een mannelijk dier zonder enig gebrek uit zijn kudde belooft maar Hem een geschonden dier offert! Ik ben een groot koning – zegt de HEER van de hemelse machten –, en alle volken zijn vervuld van ontzag voor mijn naam! 1 Dit is wat Ik over jullie, priesters, heb besloten. 2 Als jullie niet luisteren, en als jullie niet ter harte nemen dat je mijn naam in ere moet houden – zegt de HEER van de hemelse machten –, dan zal Ik jullie met mijn vloek treffen en vervloek Ik alles waarmee jullie gezegend zijn; Ik zal jullie zéker vervloeken, want jullie nemen het toch niet ter harte. 3 Ik zal jullie nageslacht treffen en jullie de mest van de offerdieren in het gezicht gooien. Jullie zullen uiteindelijk zelf op de mesthoop belanden! 4 Weet dat Ik dit besloten heb op grond van mijn verbond met Levi – zegt de HEER van de hemelse machten. 5 Ik beloofde Levi leven en vrede, en die heb Ik hem gegeven; van Levi verwachtte Ik eerbied, en hij, vervuld van diep ontzag voor mijn naam, eerde Mij. 6 Het onderricht dat hij gaf berustte op waarheid, er kwam niets verkeerds over zijn lippen. Hij was rechtschapen en leefde in vrede met Mij; velen hield hij af van het kwaad. 7 Kennis ligt op de lippen van de priester en uit zijn mond verlangt men onderricht, want hij is een bode van de HEER van de hemelse machten. 8 Maar jullie zijn afgeweken van de weg die Ik je wees, veel mensen zijn gestruikeld door wat jullie hun leerden. Jullie hebben mijn verbond met Levi geschonden – zegt de HEER van de hemelse machten. 9 Daarom zal Ik ervoor zorgen dat heel het volk jullie minacht en op je neerkijkt, want jullie volgen de weg niet die Ik je wijs maar steunen in je onderricht op eigen inzichten. (NBV21)

Ze kunnen dan wel een mooie Tempel bouwen, zo een als ze gewend waren te zien in Babel. En de priesters hadden ongetwijfeld fraaie gewaden waaraan je direct kon zien dat ze Priester waren. Ook zullen de rituelen met de nodige plechtigheid en pracht en praal zijn uitgevoerd. Maar toch deugde het niet. Er zijn weinig geleerden die in de bode, die als schrijver van de profetie wordt genoemd, een van de Priesters heeft gezien. Toch zou het zomaar kunnen als je nauwkeurig dit gedeelte uit de Profetie leest. Maar de priesters worden hier ook wel uiterst negatief afgeschilderd. De Profetie gaat er vanuit dat van de oproep om zich te keren naar het uitvoeren van de oorspronkelijke wet niets terecht zal komen. Ze zullen zeker vervloekt worden want ze nemen het vermaan toch niet ter harte. Erger nog, de mest van de offerdieren zullen ze in het gezicht geworpen krijgen en ze zullen op de mesthoop belanden. Zij zijn het die in de eerste plaats de Wet moesten bewaren, bewaken en uitvoeren. De stam van Levi kreeg daarom geen grond in Israel maar leefde van rechtspreken en het mee eten van de offers die in de Tempel gebracht werden.

Als het volk zich van de godsdienst zou afwenden zou het slecht vergaan met de Priesters en zouden ze wel gedwongen worden het volk weer bij de Wet te betrekken. Dat gaat natuurlijk niet op als de Priesters zelf de Wet aan hun laars zouden lappen. Dan hoefde het volk het ook niet zo nauw met de Wet te nemen en zou de godsdienst ten gronde gaan. Daarom moesten Priesters betrouwbare mensen zijn die de waarheid zouden spreken, niet ten eigen bate, maar volgens de Wet van de Woestijn, de Wet van eerlijk delen, de Wet van heb je naaste lief als jezelf. Priesters die dat niet zorgvuldig en integer doen halen de minachting van het volk op hun hals. Vandaag de dag geldt het zelfde voor autoriteiten. Politieagenten die drugs gebruiken, zich niets aantrekken van verkeersregels of hun naasten mishandelen halen de naam van het politiekorps omlaag en zorgen dat het publiek er minder vertrouwen in krijgt.

De politieorganisatie doet er daarom veel aan de korpsen te zuiveren van slechte elementen. Het zelfde geldt voor het openbaar ministerie en de rechterlijke macht. Moeilijker ligt het bij volksvertegenwoordigers en leden van het Openbaar Bestuur als Burgemeesters en Commissarissen van de Koningin. Die volksvertegenwoordigers zijn gekozen door het volk. Als een volksvertegenwoordiger veroordeeld is omdat die de buurman mishandeld heeft duurt het tot de volgende verkiezingen voor het duidelijk wordt of die volksvertegenwoordiger nog voldoende volk vertegenwoordigt. In onze democratie is het daarom zaak ook als burger op te letten op de zuiverheid van autoriteiten en bestuurders. Als het daar gaat afglijden dan gaat het in de samenleving als geheel van kwaad tot erger. En we moeten koste wat kost het goede blijven kiezen, ook als het pijnlijk is voor autoriteiten en bestuurders, de Priesters van vandaag.