Begrijp, mensenkind

Daniël 8:15-27

15 Toen ik, Daniël, het visioen zag en het probeerde te begrijpen, verscheen er iemand voor me die eruitzag als een man.16 En over het Ulaikanaal hoorde ik een menselijke stem roepen: ‘Gabriël, zorg dat hij het droomgezicht begrijpt.’ 17 Hij kwam vlak bij me staan. Ik schrok en viel voorover. Hij zei: ‘Begrijp, mensenkind, dat het visioen naar de tijd van het einde verwijst.’ 18 Terwijl hij tegen me sprak, verloor ik het bewustzijn en viel op de grond. Hij raakte me aan, hielp me overeind 19 en zei: ‘Ik zal je vertellen wat er gebeurt als Gods toorn is uitgewoed, want het gaat over het tijdstip van het einde. 20 De ram met de twee horens die je zag, duidt op de koningen van de Meden en de Perzen. 21 De harige geitenbok is de koning van Griekenland. De grote horen tussen zijn ogen is de eerste koning. 22 De horen brak af en er kwamen vier andere voor in de plaats; dat betekent dat er vier koninkrijken uit het volk zullen ontstaan, maar niet met dezelfde kracht. 23 Aan het einde van hun heerschappij, als de tijd van de overtreders voorbij is, zal er een meedogenloze koning opstaan, bedreven in listen. 24 Zijn kracht zal groot zijn-maar het is niet zijn eigen kracht-en hij zal een ongehoorde verwoesting aanrichten. Alles wat hij onderneemt zal hem lukken; machtigen zal hij in het verderf storten, ook het volk van de heiligen. 25 Door zijn listigheid slaagt hij in elk bedrog. Hij zal hoogmoedig zijn en velen onverhoeds in het verderf storten. Tegen de vorst der vorsten zal hij opstaan, maar zonder dat er een mensenhand aan te pas komt zal hij gebroken worden. 26  Het visioen waarin over de avonden en ochtenden werd gesproken, is waar. En jij, houd dit droomgezicht voor je, want het verwijst naar een verre toekomst.’ 27 Ik, Daniël, was uitgeput en enige dagen ziek. Toen ik hersteld was, diende ik de koning weer. Maar ik was verbijsterd over het droomgezicht en ik begreep het niet. (NBV)

Jeruzalem was voor Daniël niet zomaar een stad. Ooit was daar de Tempel gebouwd. Door Salomo zo was het verhaal. In die Tempel woonde God zelf. Niet dat daar een beeld van God stond zoals bij alle andere godsdiensten maar als gelovigen het over hun godsdienst hadden dan keerden ze zich naar Jeruzalem. Daar waren de richtlijnen die je op weg konden zetten naar het Rijk van God. En zo doet ook Daniël. Als Jeruzalem weer de stad van God kon worden dan was het voor de gelovigen ook minder moeilijk om naar recht en rechtvaardigheid te streven. Dan was de heidense koning niet meer God maar dan was God daar waar de richtlijn van eerlijk delen werd gevolgd. Maar door de geschiedenis lopen mensen na verloop van tijd toch weer vreemde goden na en begint de ellende weer van voor af aan. Hoe moet je je daar in vredesnaam tegen wapenen. Jeruzalem is vandaag de dag een godsdienstige stad bij uitstek. De restanten van de Tempel zijn er nog, maar ook de sporen van allerlei soorten christendom zijn er te vinden, en dat de Islam ook met de oorsprong van het Jodendom te maken wil hebben is er te zien. Alleen door een moeizaam proces van eerlijk delen en zorgen dat iedereen en bij kan blijven horen is er vrede voor Jeruzalem te krijgen.

De volkeren van de wereld zeggen steeds vaker dat ze vrede in de wereld willen. Eerst was er kort de Volkenbond en nu is er al 75 jaar de Verenigde Naties. Volgens het verhaal van de Bijbel zullen ooit alle volken zich naar Jeruzalem keren. Misschien gaat het ook vandaag daar wel om. Dat het ons met z’n allen in de wereld lukt om echt vrede voor Jeruzalem te bereiken. Vrede tussen Joden, Christenen en Moslims. De Christenen hebben daarbij nog wat goed te maken. Dat wat de Joden is aangedaan in de vorige eeuw is niet uit te wissen. In onze eigen samenleving zullen we moeten laten zien dat Moslims en Christenen werkelijk in vrede met elkaar kunnen samen leven. Als het Sint Maarten is geweest en Sinterklaas is weer aangekomen dan weten we het zeker, de kersttijd komt er weer aan. De tijd van licht en warmte. Dat licht en die warmte moeten we zelf maken want buiten worden de dagen korter en daalt de temperatuur. In het Bijbelverhaal staat de man Gabriël aan het begin van die bevrijdingstijd. We kennen de man als de engel die in het kerstverhaal aan Maria komt vertellen dat ze ondanks de Romeinse onderdrukking een kind zal krijgen. Een boodschap die Maria zal laten zingen dat machtigen van de troon gestoten worden.

En net als een vrouw weet hoe lang de zwangerschap zal duren weet Gabriël aan Daniël te vertellen hoe lang het nog zal duren voordat Jeruzalem herbouwt zal worden. Hoe lang de koningen aan de macht zullen blijven en dat zoals altijd de macht van koningen alleen maar ellende met zich mee brengt. In deze donkere dagen ervaren ook wij dat dag in dag uit. De voedselbanken in ons land groeien nog steeds. Corona slaat het meest toe in wijken met mensen met een laag inkomen. Gabriël bracht aan Daniël en Maria een boodschap over de goede afloop maar hij voorspelde geen gemakkelijke toekomst. Duistere tijden staan ons te wachten maar we weten nu al zeker dat, tegen de stroom van deze regering in, als we bezig blijven met eerlijk delen en zorgen dat iedereen mee kan doen uiteindelijk het licht zal doorbreken. Nog maar een paar meer voedselbanken dus en misschien heeft U een paar uur tijd om er als vrijwilliger te helpen, geld is ook welkom. Ook de mensen die thuishulp nodig hebben om te overleven moeten steeds vaker een beroep doen op vrijwilligers, Christenen kunnen niet anders dan te hulp schieten, ook om een samenleving duidelijk te maken dat zorg geen last is maar een eer.

Naar het Sieraadland

Daniël 8:1-14

1 In het derde regeringsjaar van koning Belsassar kreeg ik, Daniël, na het visioen dat ik eerder had ontvangen weer een visioen. 2 In dat visioen-ik bevond me op dat moment in de burcht van Susa, in de provincie Elam-stond ik bij het Ulaikanaal. 3 Ik sloeg mijn ogen op en zag bij het kanaal een ram. Hij had twee horens; lange horens waren het, de ene was langer dan de andere, en de langste kwam het laatste op. 4 Ik zag de ram stoten naar het westen, het noorden en het zuiden. Er was geen dier dat tegen hem standhield; er was niemand die zich uit zijn macht kon redden. Hij deed wat hij wilde en maakte zich groot. 5 Terwijl ik ernaar keek, zag ik vanuit het westen een geitenbok aankomen, hij snelde over de uitgestrekte vlakte zonder de grond te raken. De bok had een opvallende horen tussen zijn ogen. 6 Hij naderde de ram met de twee horens die ik bij het kanaal had zien staan, en schoot met een razende kracht op hem af. 7 Ik zag hoe hij op de ram afstormde, hem woedend aanviel en al stotend beide horens van de ram wist te breken. De ram had te weinig kracht om weerstand te bieden. De bok wierp hem omver en vertrapte hem; er was niemand die de ram uit zijn macht kon redden. 8 De geitenbok maakte zich bijzonder groot, maar op het toppunt van zijn macht brak zijn grote horen af. Daarvoor in de plaats kwamen vier opvallende horens, die naar de vier windrichtingen wezen. 9  Uit één daarvan kwam nog een horen op, die eerst klein was, maar geweldig uitgroeide naar het zuiden, naar het oosten en naar het Sieraadland. 10 Hij groeide tot aan de hemelmachten en zorgde ervoor dat een deel van het sterrenleger naar de aarde viel, en hij vertrapte het. 11 Hij verhief zich zelfs tegen de vorst van het leger, waardoor de vorst het dagelijks offer werd ontnomen en zijn heiligdom werd neergehaald. 12 Hij bracht een leger op de been tegen het dagelijks offer, hij overtrad de wet en richtte de waarheid te gronde. Alles wat hij ondernam lukte hem. 13 Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zei tegen degene die gesproken had: ‘Hoe lang zal het duren, wat in het visioen is gezegd over het dagelijks offer en de verwoestende overtreding, de ontwijding van het heiligdom en het vertrapte leger?’ 14  Hij zei tegen mij: ‘Drieëntwintighonderd avonden en ochtenden; daarna zal het heiligdom in ere worden hersteld.’(NBV)

Het is al weer een paar jaar geleden dat op het rooster van het Nederlands Bijbelgenootschap stukjes uit het boek Daniël stonden. Een boek dat achterin de Hebreeuwse Bijbel terecht was gekomen. Een verhaal over de ballingschap. Voor Christenen een profeet omdat in dat boek nogal wat weggedroomd wordt over hoe het zal aflopen met de mensen. Het verhaal van Daniël zelf is snel verteld. Hij werd met een aantal vrienden als zeer jonge man naar Babel gebracht en kreeg een opleiding aan het hof van de koning. Langzaam was hij opgeklommen tot een belangrijk raadgever van de Koning. Maar hij had nooit zijn afkomst als Judeese jongen verloochend. Die Daniël bleef ook maar dromen over hoe het in de geschiedenis verder zou gaan met de mensen. In ballingschap is dat ook wel nodig. Je kunt bijna niet geloven dat het ooit vrede zal worden en dat je ooit in een land zal wonen waar willekeur vervangen is door gerechtigheid en uitbuiting door zorgen voor elkaar. Tussen 1914 en 1918 had bijna heel Europa die angst, dat er nooit een einde zou komen aan die verschrikkelijke oorlog die bij ons de Eerste Wereldoorlog zou gaan heten. Dezer dagen herdenkt men in België en Engeland de wapenstilstand die op 11 november 1918 gesloten werd.

Het feit dat deze grote oorlog meer dan 100 jaar geleden is begonnen maakt ook nog steeds grote indruk. Deze zondag was het weer “Poppy” Sunday in Engeland en dan worden de gevallenen herdacht. Wij hebben deze week ook een feestdag. In sommige delen van ons land tenminste. Daar wordt nog het feest van de heilige Maarten gevierd. Dat was een soldaat die toen hij op een koude herfstdag naar huis keerde buiten de poort een arme bedelaar zag liggen rillen van de kou. Hij wierp zijn mantel af, trok zijn zwaard en kliefde de mantel in tweeën. Van oorlog naar eerlijk delen, het lijkt soms een kleine stap. Om ons te herinneren aan het delen met de armen in de komende donkere tijd zingen in sommige delen van Nederland de kinderen huis aan huis met een lampion over Sinte Maarten. Dit jaar blijven ze thuis vanwege Corona. De droom van Daniël laat ons zien dat grootmachten zich graag opblazen tot schijnbaar onoverwinnelijke krachten. Dat ze dan ook de godsdienst willen verbieden hoort er kennelijk bij. Het gebeurde in de dagen van Daniël en het lijkt vandaag de dag in ons land en elders ook de gebeuren. Voor mensen die de godsdienst beleven als dienst aan de medemens blijft al helemaal geen ruimte over. Softies van wie alles maar mag zo heet het al gauw.

Maar de waarschuwing dat macht en onderdrukking alleen maar tot chaos en wanorde leiden hoeven we niet eens uit de Bijbel te leren dat zien we elke dag om ons heen. Na de tweede wereldoorlog viel Duitsland in twee delen uit een. In het communistische deel werd ook geprobeerd religie, geloven in de God van Israël, tot een gepasseerd station te maken. Mensen konden zelf wel een heilstaat bouwen. Dezer dagen wordt ook gevierd dat er uiteindelijk vanuit de kerken een beweging begon die zou lijden tot de val van het regiem en een hereniging van Duitsland. De val van de muur was het eerste signaal dat de droom van vrijheid waarheid zou worden. De mensen in de kerken waren zo sterk op elkaar aangewezen geworden dat de kreet “Wij zijn het volk” voor velen als een geloofsbelijdenis klonk. Daniël droomde er van dat zij die onrecht hadden bedreven daarvoor gestraft zouden worden en dat zij die onder onrecht hadden geleden uiteindelijk goed terecht zouden komen. Ook wij blijven dus maar geloven dat het anders kan en dat het anders moet. En met Sint Maarten oefenen in delen samen met de kinderen.

De ware betekenis

Daniël 7:15-28

15 Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring. 16  Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring: 17 “Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. 18 Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden-voor eeuwig en altijd.”19 Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; 20 en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken-de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. 21 Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, 22 totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. 23 Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. 24 Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. 25 Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. 26 Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden. 27 Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen.” 28 Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.’ (NBV)

De rare dromen die Daniël heeft gehad hebben hem danig in verwarring gebracht. Men kan dan wel zeggen dat uiteindelijk de mensen die blijven geloven in die nieuwe hemel en nieuwe aarde dat nieuwe koninkrijk zullen beërven maar al die oorlogen tussen al die machtige koningen sluiten meer aan bij de werkelijkheid van alle dag dan die mooie droom. Angst is altijd maar weer een machtig wapen. Daniël zal uiteindelijk voor het geloof in de goede afloop kiezen maar in onze dagen zijn de mensen daar nog niet zo direct van overtuigd. Godsdienst is ook vaak een handige reden om je handelen achter te verschuilen, zeker als het met geweld, onrecht en onderdrukking gepaard gaat. Zelfs ongelovigen verschuilen zich vaak achter hun levensovertuiging om de slechte dingen die ze doen te rechtvaardigen, dan gaat de onderdrukking onder het mom van de een of andere vrijheid. Tegenwoordig zegt men het vaak over Moslims, anderen zeggen het soms over christenen. Altijd is het een onzin verhaal alleen bedoeld om in te spelen op de angst voor het onbekende. Samen werken met respect voor elkaar is veel moeilijker.

Dwars door de hebzucht van de rijken en machtigen blijven strijden voor eerlijk delen en het laten meedoen van iedereen aan de samenleving is moeilijk. Zeker als die haatzaaiers ook nog gelijk gaan krijgen. We zien dat maar al te vaak om ons heen. Als jou geloof niet deugt volgens de heersende overtuiging dan moet je een weg zoeken om je geloof te verdedigen. Die weg is er bijna altijd, voor jonge moslims is het nu de Islamitische Staat, vergelijkbaar met iets als het Koninkrijk van God. Die jonge moslims zijn vaak jongeren uit Nederlandse gezinnen die niet als moslim geboren zijn maar die zich tot de Islam hebben bekeerd. Daar waren de regels duidelijk, daar weet men met elkaar om te gaan zonder ruzie te maken. Daar ken je de weg, de waarheid en de beloning. Christenen kunnen leren van de bekering van die jongeren tot de Islam. Is de weg binnen het Nederlandse Christendom onduidelijk geworden? Is de Waarheid van Christus niet meer herkenbaar maar wordt die nog al te vaak verpakt in zeventiendeeeuwse of negentiendeeeuwse  taal en is die niet meer relevant voor de manier waarop we het leven van alledag leven?

Daniël ziet die opstand tegen zijn God in zijn eigen omgeving. Waar was die God toen het volk in ballingschap werd gebracht? Was het niet duidelijk dat die God verslagen was door de machtige goden van Babel? Waarom greep die God niet in toen het volk Israël begon met het afwijken van de weg die ze hadden geleerd van Mozes? Die God stuurt geen donderslagen zoals de oppergod van Babel deed, de dondergod Mardoek. Die God stuurt profeten waar niemand naar luistert. Die God stuurt dromers zoals Daniël was. Die God laat de machtige volken met elkaar oorlog voeren en neemt het voor lief dat de zwaksten daar iedere keer weer het eerste slachtoffer van worden. Die God van Joden en van Christenen kan nooit de goede God zijn volgens jongeren die zich tot een andere godsdienst bekeren. Als de God van Abraham en Hagar werkelijk had omgezien naar de kinderen van Hagar dan hadden de kinderen van Abraham en Izaäk hun broeders wel herkent en hen een vruchtbaar land gegund. De droom van Daniël eindigt hier niet. Die gaat door tot er een eind komt aan geweld en onderdrukking en de mensen echt geleerd hebben te leven volgens de Liefde, volgens de richtlijnen voor de menselijke samenleving zoals die in de woestijn aan Israël waren gegeven. Dat einde mag ons doen werken aan een samenleving waar echte vrede heerst en iedereen  mag meedoen, ook vandaag weer.

Hij schreef die droom op

Daniël 7:1-14

1-2 In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus: ‘Ik had een nachtelijk visioen waarin ik zag hoe de vier winden van de hemel de grote zee in beroering brachten. 3 Vier grote dieren rezen op uit de zee, elk met een andere gestalte. 4 Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg. 5 Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: “Sta op, eet veel vlees.” 6 Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld. 7 Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens. 8 Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak. 9 Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. 10 Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend. 11 Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de horen, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven. 12 De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund. 13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. 14 Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan. (NBV)

Door de eeuwen heen zijn er hele volken van het ene deel van de aarde naar het andere verplaatst door machthebbers omdat dat politiek nu eenmaal beter uitkwam. Het volk Israël werd in haar geschiedenis naar Babylon gedeporteerd. En daar hebben we eigenlijk ook de Bijbel aan te danken. Het is voor zo’n volk in een vreemde omgeving belangrijk om de eigen cultuur en gewoonten vast te houden. Voor Israël was dat de godsdienst. Uit allerlei delen van Israel kwamen delen van het verhaal over de godsdienst. Priesters hadden delen meegenomen uit de tempel in Jeruzalem en sommigen hadden hele stukken uit het hoofd geleerd. Dat schreven ze op, daar discussieerden ze over en zo ontstond een verzameling geschriften en verhalen die we nu terugvinden in wat we het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel noemen. Het boek Daniël verteld hoe in ballingschap het geloof werd behouden. Onder meer dus door je dromen op te schrijven. Want ooit was gezegd dat een volk zonder visioen teugelloos zou worden.

Waar het met je leven heen moet of heen zou kunnen is een belangrijk gegeven. Daniël leert ons in dit hoofdstuk dat de tekenen van de tijd waarover je kunt dromen ook wel eens angstaanjagend kunnen zijn. Een goede toekomst voor iedereen komt niet vanzelf, daar moet je samen aan werken. Het is even wennen misschien die vreemde taal over dieren en tronen maar als je er aan gewend bent is het toch een fantastisch mooi visioen dat van Daniël. Die dieren die hij de ene na de andere ziet verschijnen zijn rijken, beschavingen zelfs misschien. Wie kijkt naar de geschiedenis weet dat we de Babylonische, de Egyptische, de Griekse, de Romeinse en nog veel meer beschavingen hebben gehad. De ene machthebber komt op en de andere gaat ten onder. In Duitsland herdenken ze de val van de muur, ooit voor onmogelijk gehouden. Soms lijkt het of er veel van die machthebbers zijn die tegen elkaar opbieden maar altijd weer gaan uiteindelijk hun rijken ten onder. Ongetwijfeld zal ook ons Koninkrijk der Nederlanden niet eeuwig blijven bestaan. langzaam gaan we misschien wel op in een Europa als één land.

En als het langzaam gaat zal het ook vreedzaam kunnen gaan. Maar ook die beschaving is niet blijvend. Uiteindelijk is natuurlijk God de Heer van hemel en aarde. Mooi gezegd maar waar dient dat toe. Vergeet niet dat Daniël dit visioen kreeg toen hij met heel het volk gevangen zat in Babylon. Slaven waren ze, onderworpen aan Koningen die zichzelf regelmatig tot God uitriepen. En dan de verleiding te weerstaan om die koningen in godsnaam maar te gaan aanbidden daar kwam het op aan. Dat visioen kon daarbij helpen, niet de godkoning, het beest dat zo machtig leek, had het laatste woord maar de mens die uit de hemel kwam. Je houden aan het verbond met God, eerlijk delen dus, en rechtvaardig zijn, je naaste liefhebben als jezelf, daar kwam het op aan want uiteindelijk ligt daar alle macht. Babylon lag volgens geleerden daar waar nu Irak ligt. Het rijk van de absolute heerser daar is ten onder gegaan. Maar ook het rijk van Amerika zal ten onder gaan, met of zonder geweld. Op het eind van de Bijbel staat dat uiteindelijk alle volken zich naar de richtlijnen van God voor een menselijke samenleving zullen keren en God zelf op deze aarde een tent zal spannen. Maar zover is het nog niet. Voorlopig zullen we moeten volhouden en het moeten doen met het visioen dat ons gegeven is. En we moeten er voor zorgen dat we anderen dat visioen niet ontnemen maar juist weer uitzicht geven op gerechtigheid en vrede, dan komt het dichterbij.

Witgepleisterde graven

Matteüs 23:25-39

25 Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, de buitenkant van bekers en schalen spoelen jullie af, maar de binnenkant blijft vol roofzucht en onmatigheid. 26 Blinde Farizeeër, spoel eerst de binnenkant van de beker om, dan wordt de buitenkant vanzelf ook schoon. 27 Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie lijken op witgepleisterde graven, die er vanbuiten wel fraai uitzien, maar vol liggen met doodsbeenderen en andere onreinheden. 28 Zo lijken ook jullie voor de mensen uiterlijk op rechtvaardigen, terwijl jullie innerlijk vol huichelarij en wetsverachting zijn. 29 Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie bouwen grafmonumenten voor de profeten en versieren de graven van de rechtvaardigen, 30 en jullie zeggen: “Als wij geleefd hadden in de tijd van onze voorouders, zouden wij ons niet zoals zij schuldig hebben gemaakt aan de moord op de profeten.” 31 Daarmee erkennen jullie zelf dat jullie kinderen zijn van hen die de profeten vermoord hebben. 32 Maak de maat van jullie voorouders dan maar vol! 33 Slangen zijn jullie, addergebroed, hoe denken jullie te kunnen ontkomen aan een veroordeling tot de Gehenna? 34 Dat is de reden waarom ik profeten en wijzen en schriftgeleerden naar jullie zal sturen. Jullie zullen sommigen van hen doden, kruisigen zelfs, en anderen in jullie synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen. 35 Al het onschuldige bloed dat op aarde is vergoten zal jullie worden aangerekend, vanaf het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zecharja, de zoon van Berechja, die jullie vermoord hebben tussen het heiligdom en het brandofferaltaar. 36 Ik verzeker jullie: op deze generatie zal dit alles neerkomen. 37 Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens verzamelt onder haar vleugels, maar jullie hebben het niet gewild. 38 Jullie stad wordt eenzaam aan haar lot overgelaten. 39 Ik verzeker jullie: vanaf nu zullen jullie mij niet meer zien, tot de tijd dat je zult zeggen: “Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’ (NBV)

Recht, barmhartigheid en trouw wegen in de richtlijnen van God zwaarder dan wat het opbrengt. Je kunt netjes aan veel goede doelen veel geld geven maar als je blijft gedogen dat mensen in de straten van je stad sterven van de honger dan heb je van de richtlijnen van God en van goed doen niets maar dan ook helemaal niets begrepen. En natuurlijk sterven er in onze straten geen mensen. Zoiets werd ooit verteld over Calcutta. Daar trok de Albanese non Moeder Theresa heen om de stervenden van de straten te halen en ze in hun stervensuur te verzorgen. Goed werk natuurlijk. Maar de verering van Moeder Theresa heeft een bedenkelijk kantje. Haar als voorbeeld stellen lijkt op een niet Christelijke persoonsverheerlijking. Het ging haar toch niet om haarzelf maar om die stervenden? Door die stervenden in de straten van Calcutta zichtbaar te maken voor de westerse wereld, voor de rijke wereld, zou de vraag moeten rijzen hoe we kunnen voorkomen dat er mensen sterven in de straten van steden in arme landen. Jezus van Nazareth rekent radicaal af met al die religieuze leiders die fraaie verhalen weten te vertellen, die mooie religieuze gewaden dragen en oproepen de kerken veel te geven, maar die niets doen aan de situatie van de armen.

Integendeel. Er zijn zelfs protestantse predikanten die waarschuwen voor de Islamisering van ons land. Ze horen in een christelijke kerk niet thuis. Daar zou juist in het licht van het verhaal dat we vandaag lezen de kritiek op de fraaie verhalen moeten klinken. Jezus van Nazareth beschuldigt de religieuze leiders van zijn tijd van roofzucht en onmatigheid. Witgepleisterde graven zijn het die aan de buitenkant keurig geschilderd zijn maar van binnen rotten en stinken. Heidenen die zichzelf beter vonden dan de Joden hebben in het verhaal dat we vandaag lezen vaak aanleiding gevonden zogenaamd te bewijzen dat alle Joden niet zouden deugen. Dat staat er niet en kan er ook niet bedoeld worden. Jezus van Nazareth was zelfs immers een Jood, een gelovige Jood en vervult van het Joodse ideaal van een voorbeeld volk dat alle volken zou brengen tot het eer bewijzen aan God door te zorgen voor de armen en voor de minsten. Jezus van Nazareth laat die geschiedenis door gaan tot het verhaal van Zacharia, Dat verhaal kun je teruglezen in 2 Kronieken, daar wordt hij overigens de zoon van Jojada genoemd en hij werd vermoord in de voorhof.

Vanaf die tijd was ook de voorhof van de Tempel niet meer de vrijplaats waar vervolgden een plek konden vinden om zich beschermd te weten. Juist die bescherming van de armen, juist de bescherming tegen geweld zou Jeruzalem en de Tempel een zo unieke plaats in de samenleving hebben moeten geven dat ook bezetters er respect voor zouden hebben. Kerken hebben soms nog steeds die functie van vluchtplaats. In België vluchten mensen die geen papieren hebben en bedreigd worden opgesloten en gedeporteerd te worden vaak kerken in. Vrijwilligers en advocaten krijgen daardoor de kans en de tijd op een eerlijke wijze hun zaak te onderzoeken en het recht te verkrijgen dat mensen verdienen. Een paar jaar geleden heeft ook in Den Haag een tijdlang dat Kerkasiel gefunctioneerd voor mensen die hier zonder toestemming van de overheid lang hadden gewerkt en die bedreigd werden met opsluiting en uitzetting. Kinderen waren hier opgegroeid, gingen hier naar school en studeerden hier aan een universiteit. Door dat kerkasiel mochten ze blijven. Die bescherming mogen kerken dus wel wat vaker bieden.

Wat is nu van meer waarde

Matteüs 23:13-24

13 Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe. 14-15 Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie bereizen landen en zeeën om één enkele proseliet te winnen, en wanneer je hem eenmaal voor je gewonnen hebt, wordt hij dankzij jullie tot een hellekind in het kwadraat. 16 Wee jullie, blinde leiders, jullie zeggen: “Wanneer iemand zweert bij de tempel, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij het goud van de tempel, is aan die eed gebonden.” 17 Dwaas zijn jullie en blind, wat is nu van meer waarde: het goud of de tempel die het goud geheiligd heeft? 18 Zo zeggen jullie ook: “Wanneer iemand zweert bij het altaar, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij de offergave die daarop ligt, is aan die eed gebonden.” 19 Blind zijn jullie, wat is nu van meer waarde: de offergave of het altaar dat de offergave heiligt? 20 Wie dus zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat daarop ligt.21 En wie zweert bij de tempel, zweert daarbij en bij degene die hem bewoont. 22 En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij hem die daarop gezeten is. 23 Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie geven tienden van munt, dille en komijn, maar veronachtzamen wat in de wet zwaarder weegt: recht, barmhartigheid en trouw, terwijl men het een zou moeten doen zonder het andere te laten. 24 Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken. (NBV)

Soms is het verfrissend zo’n scheldkanonnade te lezen tegen de leiders van het volk. Huichelaars, blinde leiders, dwazen, slangen, addergebroed, het kan niet op. Alles wat de religieuze leiders hebben te melden komt neer op het uiterlijk vertoon en het belangrijkste wordt vergeten. In de Tweede Kamer barst er van tijd tot tijd een discussie los over fatsoenlijk taalgebruik. Ook in de campagne voor de verkiezingen is die discussie soms te horen. Vroeger zei men nog dat iemand zich parlementair uitdrukte als kritiek in keurige taal was verwoord. Tegenwoordig lijkt de Tweede Kamer zich soms meer van Jezus van Nazareth aan te trekken. Ook daar worden ministers blinde leiders genoemd. Maar is dat terecht? Moet je zo spreken om de waarheid te zeggen?

Het gaat hier in het verhaal van Matteüs om religieuze leiders die extra regels hebben gemaakt die je zou moeten volgen om God gehoorzaam te kunnen zijn. Leiders die sommige regels zo ingewikkeld hebben gemaakt dat niemand ze meer kan navolgen. En dan wordt het heil van God alleen nog bereikbaar voor een zeer klein exclusief clubje. Voor Jezus van Nazareth is dat soort gedrag een vloek. Wie mensen buitensluit van de samenleving deugt niet, nooit niet. Daarom klinkt het hard en medogenloos, slangen, addergebroed. Wat klinkt als bedoeld om mensen tot God te brengen brengt hen van God af. In de regels die veroordeeld worden klinken dan ook geen mensen mee. Het gaat in die regels om de onderstreping van de rijkdom en de macht van de priesterkaste. Het goud van de Tempel, de offergave op het altaar. Maar wie zweert bij God zelf doet het kennelijk verkeerd. Het is de mentaliteit waarbij bezit en aanzien belangrijker zijn dan de liefde voor de mensen.

Het is de marktwerking waarin op alle terreinen van het leven de winst en het profijt moet worden getoond. Dat er mensen sterven door gebrek aan steriele operatiekamers en personeel doet in de zorg dan niet ter zake. Dat in de geestelijke gezondheidszorg mensen soms jaren in isoleercellen worden opgesloten omdat er te kort aan zorg is telt niet mee. Als de boekhouding maar klopt, als we maar minder hoeven te betalen voor de noodzakelijke zorgverzekeringen. Hoe vaak is ons voorgehouden dat de bonusregelingen bij banken en bedrijven een noodzakelijk onderdeel waren bij beloningssystemen. Tot de bankwereld ten onder gaat aan onverantwoorde producten die slechts kort de winst leken te doen stijgen. Tot de bonussen zelf een molensteen werden die banken en instellingen de afgrond introkken. Dan wordt het tijd om addergebroed te roepen. Daarom is de vraag waarom de nationalisatie van de ene bank en de zeggenschap bij de andere bank maar van korte duur waren. Leren mensen vanzelf? Zijn de armen automatisch beveiligd tegen de hebzucht van de rijken? Of moeten we blijven schelden?

Dat de volken u loven

Psalm 67

1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm, een lied. 2 God, wees ons genadig en zegen ons, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen, sela 3 dan zal men op aarde uw weg leren kennen, in heel de wereld uw reddende kracht. 4 Dat de volken u loven, God, dat alle volken u loven. 5 Laten de naties juichen van vreugde, want u bestuurt de volken rechtvaardig en regeert over de landen op aarde. sela 6 Dat de volken u loven, God, dat alle volken u loven. 7 De aarde heeft een rijke oogst gegeven, God, onze God, zegent ons.  Moge God ons blijven zegenen, zodat men ontzag voor hem heeft tot aan de einden der aarde. (NBV)

Vandaag zingen we volgende het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap met het lezen van een kleine psalm uit het boek van de Psalmen. Op de kerkelijke kalender staat de dankdag voor gewas en arbeid. We zingen een psalm die bij de harp werd gezongen, tegenwoordig zou je zo’n liedje bij een gitaar zingen, misschien wel in een café, in elk geval in een ruimte waar rust heerst en mensen bij elkaar komen voor plezier met elkaar en voor vrede en rust. Het lied begint met een gebed om genade en zegen. Al die dingen die tegen de weg van recht en gerechtigheid in gaan, die de vrede tussen mensen verstoren, moeten ons nu maar vergeven worden, ze waren niet zo bedoeld en we hebben er spijt van. Wat we willen is dat we gezegende mensen zijn, dat er goeds van ons uitgaat, dat we vredestichters zijn en oog hebben voor de minsten op onze weg.

Waarom een dergelijk gebed? Opdat we zelf behouden of gered zouden worden? De dichter van de psalm zou raar opkijken als hem dat gevraagd zou worden. Wat nu, het gaat niet om de dichter, of om de zanger, of om de speler op de snaren. Het gaat er om dat men op de aarde de weg van de God van Israël leert kennen, in heel de wereld de reddende kracht van de God van Israël, die volken redt van onderdrukking en geweld, die zijn volk uitgeleid heeft uit de slavernij, die vrede brengt en recht en gerechtigheid klaar heeft voor alle volken. Het gaat dus om de volken op de aarde, hoe die geregeerd worden, hoe die het bestuur van de God van Israël aanvaarden. Het gebedsliedje is een politiek manifest geworden. Want politiek is de manier waarop gemeenschappen van mensen bestuurd worden, om te beginnen de polis, de stad waarin je woont.

Wie deze kleine psalm durft te zingen neemt nogal wat op zich. De zegen die je voor jezelf vraagt is bedoeld om alle volken God te laten loven. Is daar reden toe? Als het lukt wel! De aarde heeft een rijke oogst gegeven, ook vandaag de dag hebben geleerden uitgerekend dat er meer dan genoeg voedsel verbouwd wordt om iedereen te behoeden voor honger en hongerdood. We verdelen dat voedsel alleen op een heel verkeerde manier. Willen we dat God ons blijft zegenen, dat men ontzag voor die God heeft tot aan de uiteinden der aarde dan zullen we dit jaar er voor moeten zorgen dat de verdeling van voedsel over de wereld zo wordt dat er niemand meer van honger sterft. Doen we dat niet, bidden we om eigen redding, om het heil voor ons persoonlijk, dan zijn we huichelaars en wacht vervloeking ons, maar als we de weg van de God van Israël zichtbaar weten te maken en als we dat samen doen met allen die er in durven geloven dan zal dit jaar zegen brengen voor alle mensen op de hele bewoonde wereld, aan de slag dus.

Op de stoel van Mozes

Matteüs 23:1-12

1 Daarna richtte Jezus zich tot de menigte en tot zijn leerlingen 2 en zei: ‘De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. 3 Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden. 4 Ze bundelen alle voorschriften tot een zware last en leggen die de mensen op de schouders, terwijl ze zelf geen vinger uitsteken om die te verlichten. 5 Al hun daden zijn erop gericht om door de mensen gezien te worden. Ze verbreden immers hun gebedsriemen en maken de kwastjes aan hun kleren langer, 6 ze verlangen een ereplaats bij feestmaaltijden en in synagogen, 7 en hechten eraan op het marktplein eerbiedig te worden begroet en door de mensen rabbi te worden genoemd. 8 Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. 9 En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. 10 Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. 11 De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn. 12 Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd. (NBV)

Het is al weer een aantal jaren geleden dat vakbondsvrouw en politica Karin Adelmund werd gecremeerd. Zij kwam in 2005 plotseling te overlijden. Een hartaanval. Dat overkomt ons. Mensen zoals Karin Adelmund werken te hard en leven te ongezond. Ze was kamerlid voor de Partij van de Arbeid. Ze was staatssecretaris geweest en daarvoor ook vicevoorzitster van de FNV. Voor echt bewogen en betrokken mensen een uitermate ongezond leven. Want na een vergadering kunnen de brieven nog even getekend worden, en voordat vergaderingen beginnen kunnen de stukken nog even doorgenomen worden. En tijdens het eten kan er overlegd worden met de medewerkenden. En als je dan ’s avonds laat thuiskomt is er nog aandacht voor de andere gezinsleden. Van zo’n leven slijt je hart. Ontspannen, bewegen, lol, het schiet er allemaal te vaak en te veel bij in.

Karin Adelmund was een bewogen vrouw. Bewogen met de armsten in de samenleving, met mensen die door ziekte en handicap niet meer aan het arbeidsproces kunnen deelnemen. Voor die mensen stond ze op de bres. Bij het afscheid dat van haar genomen werd in de Amsterdamse Kerk de Duif sprak ook de toenmalige Minister President Balkenende. “Ze stond voor een goede zaak” was het thema van zijn toespraak. En bij het lezen van het bovenstaande Bijbelgedeelte kun je aan die toespraak denken. Dat wat Jezus van Nazareth over de Farizeeën en Schriftgeleerden zegt leek wel op maat gesneden voor Jan Peter de minister-president. Jan Peter had natuurlijk gelijk. Karin Adelmund stond zeker voor een goede zaak. De zorg voor zieken, gehandicapten, armen en zwakken. Een zorg die zo zorgvuldig door het eerste kabinet van Jan Peter werd afgebroken en wat voortgezet wordt door het huidige kabinet Rutte. Op de hoeken van de straten staan ze te pronken met hun goedheid de leiders als Rutte en Samsom.

In de wereld van de economie stonden de voorspellers op. De ene econoom na de andere had de financiële crisis aan zien komen. Alleen de domme spaarders wisten het niet. Die hadden niet moeten vertrouwen op de toezichthouders die namens hen in de boeken hadden mogen kijken of het goed was met de banken op IJsland. Want je kunt toch nagaan dat als die toezichthouders iets verkeerd zien ze het niet kunnen vertellen, ze zouden maar schade aan kunnen richten. Dat je als minister president of als toezichthouder op banken dienaar bent van de armsten in de samenleving komt niet bij hen op. Het was iemand als Karin Adelmund die zich niet bekommerde om haar imago, maar zich openlijk bekommerde om de armsten. In deze dagen waar de leiders en toezichthouders in de financiële wereld de verantwoordelijkheid op gewone mensen afschuiven mogen we wel weer eens haar denken. En aan Jezus van Nazareth die het ons al had voorgeleefd. In zijn geest mogen wij er aan werken.

Het tweede is daaraan gelijk

Matteüs 22:34-46

34 Nadat de Farizeeën hadden vernomen dat hij de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. 35 Om hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: 36 ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ 37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’ 41 Nu de Farizeeën om hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: 42 ‘Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?’ ‘Van David, ‘antwoordden ze. 43 Jezus vroeg: ‘Hoe kan David hem dan, geïnspireerd door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: 44 “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’ ” 45 Als David hem dus Heer noemt, hoe kan hij dan zijn zoon zijn?’ 46 En niemand was in staat hem een antwoord te geven, noch durfde iemand hem vanaf die dag nog een vraag te stellen. (NBV)

Zelfs voor de Kerken is het grote gebod vaak heel spannend. God liefhebben boven alles klinkt zo mooi. Het is abstract en je kunt er snel ja op zeggen. Als je dan vraagt hoe dat moet, klinken al gauw zaken als je keurig gedragen, geen misdrijven plegen en op zondag naar de Kerk om ook samen te zingen. Maar Jezus van Nazareth geeft er zelf een andere invulling aan. Hij sluit daarbij aan bij de oorspronkelijke samenvatting van de Tora die in de boeken Deuteronomium en Leviticus zijn verwoord. God liefhebben boven alles is je naaste liefhebben als jezelf. Hierop zijn alle andere wetten en voorschriften, alle uitspraken in de Bijbel gebaseerd. En dat maakt het spannend. Je naaste liefhebben dat gaat nog, dat klinkt sympathiek, maar als jezelf. Als je dus werkelijk je naaste flink wil liefhebben en daarmee God boven alles dan moet je dus jezelf ook wel zeer liefhebben. Helemaal aan het begin van de Bijbel staat het lied over de schepping. Daar worden licht, aarde, water, lucht, planten en dieren geschapen en als laatste de mens. En bij elk couplet staat in het refrein dat God zag dat het goed was. En bij de mens staat zelfs dat die geschapen werd naar Gods beeld en gelijkenis, man en vrouw, en God zag dat het goed was.

Als je dat goed tot je door laat dringen weet je dat het meest kostbare op aarde de mens is. Elk mens, ook jij, niet alleen de mensen die duur doen. De mensen die duur kunnen doen hebben hun deel al gehad zegt Jezus van Nazareth ergens, maar vooral de mensen die het niet breed hebben zijn de mensen die je liefde nodig hebben. De wegwerpmensen aan de onderkant van de samenleving. De armen, de zieken, de slachtoffers van natuurrampen, de slachtoffers van misdrijven, de mensen die misbruikt zijn. Als je naar hen kijkt zie je dat het niet goed is en daar moet wat aan gedaan worden. Vooral als het met jezelf wel goed gaat. En als het niet goed met je gaat mag je dus vragen om zorg, mag je je verzetten tegen hen die je de noodzakelijke hulp onthouden. Het grote gebod, je naaste liefhebben als jezelf, is er voor bedoeld om ons in gang te zeten, ons in beweging te zetten naar een aarde die goed is. Maar wie is die Jezus van Nazareth dan wel? Om uit te maken hoeveel je kunt houden van je naaste als je veel van jezelf houdt vraagt Jezus van Nazareth aan de deskundigen van wie de Messias, de verwachte bevrijder van Israël, afstamt. Van Koning David dus. Om maar even vast te stellen dat “bevrijder” of messias zijn niet even zomaar wat is. Jezus voelde wel mee met die Farizeeërs.

Eeuwenlang is ons voorgehouden dat die Farizeeërs maar een stelletje huichelaars waren maar zo eenvoudig lag ook dat niet. Het waren mensen die hartstochtelijk hun geloof zuiver wilden houden. Dat zuiver houden van geloof in God was iets wat ook Jezus van Nazareth wilde. Alleen Jezus van Nazareth stelde niet de wet maar de liefde centraal. Vandaar ook die discussies over de wet. Jezus wijst dan op de Bijbel die zegt dat liefhebben het belangrijkste gebod is, God liefhebben en dat is gelijk aan je naaste liefhebben. Die messias zou dat tot het uiterste doorvoeren was voorzegd en zou daarmee het volk bevrijden. Als koning zou die messias regeren. En daar draait Jezus de zaak weer om. Hoe kan een nieuwe koning nu meer zijn dan koning David, dat stond er wel in de Bijbel en op die vraag was dus geen antwoord. Het had te maken met dat liefhebben. Als het meer moest zijn ging het over de hele aarde, over ons dus ook, En ons gaat het daar vandaag de dag ook over, wij zijn eigenlijk van een Koninkrijk zonder grenzen, burgers van de hele aarde zoals die door God is geschapen. Met alle mensen als broeders en zusters, let er dus op en zorg er voor dat het met hen allen goed gaat, pas dan gaat het goed met de aarde zoals God die bedoeld heeft.

Een zuiver hart

Psalm 24

1 Van David, een psalm. Van de HEER is de aarde en alles wat daar leeft, de wereld en wie haar bewonen, 2 hij heeft haar op de zeeën gegrondvest, op de stromen heeft hij haar verankerd. 3 Wie mag de berg van de HEER bestijgen, wie mag staan op zijn heilige plaats? 4 Wie reine handen heeft en een zuiver hart, zich niet inlaat met leugens en niet bedrieglijk zweert. 5 Zegen zal hij ontvangen van de HEER en recht verkrijgen van God, zijn redder. 6 Dat valt hun ten deel die u zoeken, die zich tot u wenden-het volk van Jakob. sela 7 Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef u, aloude ingangen: de koning vol majesteit wil binnengaan. 8  Wie is die koning vol majesteit? De HEER, machtig en heldhaftig, de HEER, heldhaftig in de strijd. 9 Hef, o poorten, uw hoofden omhoog, verhef ze, aloude ingangen: de koning vol majesteit wil binnengaan. 10  Wie is hij, die koning vol majesteit? De HEER van de hemelse machten, hij is de koning vol majesteit. sela (NBV)

Op 1 november viert de Kerk al heel lang dat er mensen zijn geweest waarvan je mag aannemen dat hun leven en hun gedrag iets vertelt over de bedoeling van Jezus van Nazareth met het Koninkrijk van God. Deze psalm hoort daarom eigenlijk bij die feestdag. De dag heet “Allerheiligen” maar de Roomse neiging tot afgoderij en mensverheerlijking heeft het begrip “Heiligen” in een verkeerd daglicht gesteld. Nog steeds hoor je in Roomse Kringen dat de zogenaamde Heiligen het gebed van de gelovigen tot God zouden kunnen versterken, dat zij voorspraak kunnen zijn voor de eenvoudige gelovigen. Zo is het niet, ze staan niet boven ons, niets staat er tussen ons en onze God. Maar er zijn altijd mensen in de geschiedenis die zich uitzonderlijk hebben gedragen. Moeder Theresa die in Calcutta de stervenden opnam in haar huis en hen verzorgde in hun laatste uren.

Martin Luther King die opstond tegen onrechtvaardige en gewelddadige discriminatie van zwarten en ondanks het geweld dat tegen hen werd gebruikt zijn volgelingen geweldloos verzet leerde bieden tot hij zelf door geweld om het leven kwam. Maar ook Nelson Mandela die ondanks een half leven in gevangenschap op Robbeneiland na zijn vrijlating vrede en verzoening bracht in een tot op het bot verscheurd en verdeeld Zuid Afrika. Jimmy Carter die zijn aanzien als ex president van de Verenigde Staten gebruikt om overal op de wereld democratische processen te begeleiden en helpt er voor te zorgen dat regeringen op vreedzame en democratische wijze aan de macht komen. Carter vraagt daarmee ook voortdurend aandacht voor de onrechtvaardige verdeling tussen arm en rijk. Het zijn de namen uit onze dagen van hen die we kennen en van hen aan wie we een voorbeeld kunnen nemen of die ons kunnen inspireren.

Majoor Boschardt was zo iemand die riep dat God dienen mensen dienen is en dat mensen dienen God dienen is. Zo zijn er nog ontelbaar veel meer van deze heiligen van wie wij de naam niet kennen. Wie reine handen heeft en een zuiver hart, zich niet inlaat met leugens en geen valse eed aflegt hoort er bij. En dan weten we wie bedoeld wordt. Eigenlijk wij dus allemaal. Want zijn we niet allemaal bezig te proberen het goede te doen en niet dan het goede. Zoeken we niet de naaste lief te hebben als onszelf en hongeren en dorsten we niet naar gerechtigheid, bij dag en bij nacht? Roepen we niet tegen het onrecht en tegen de onrechtmatige tolmuren die ons gevangen houden? Vertrouwen we er niet op dat uiteindelijk het recht zal zegevieren, dat Liefde op de aarde zal overwinnen, dat het Koninkrijk van God de aarde zal regeren? Daarom kunnen we zingen met de Psalm dat de stad van het recht de poorten mag openen om de Koning van de aarde binnen te laten. Alle Heiligen mogen daar binnen, en wij zullen volgen.