Op de vastgestelde tijd

Daniël 11:25-35

25 Hij zal zijn krachten verzamelen en met een groot leger optrekken tegen de koning van het Zuiden. De koning van het Zuiden zal zich opmaken voor de strijd met een zeer groot en krachtig leger, maar hij zal geen stand kunnen houden, want men zal een aanslag tegen hem beramen. 26 Zijn eigen disgenoten bewerkstelligen zijn ondergang, zijn leger wordt onder de voet gelopen en er vallen vele doden. 27 Beide koningen hebben kwaad in de zin, al zitten ze samen aan één tafel. Ze misleiden elkaar maar het baat hun niet, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken. 28 Dan keert de koning van het Noorden beladen met rijkdommen naar zijn land terug, vol haat tegen het heilig verbond. Zo zal hij optreden en naar zijn land terugkeren. 29 Op de vastgestelde tijd zal hij opnieuw het Zuiden binnenvallen, maar de tweede keer verloopt anders dan de eerste. 30 Schepen van de Kittiërs vallen hem aan, zodat hij wordt afgeschrikt en rechtsomkeert maakt. Eenmaal terug richt hij zijn woede tegen het heilig verbond en besteedt hij zijn aandacht aan hen die het heilig verbond verzaken. 31 Hij brengt strijdkrachten op de been; die zullen het heiligdom, de vesting, ontwijden, het dagelijks offer afschaffen en een verwoesting brengend afgodsbeeld oprichten. 32 Degenen die zich niet houden aan het verbond, verleidt hij op listige wijze tot afvalligheid, maar degenen die hun God trouw zijn zullen zich met kracht verzetten. 33 De verlichten onder het volk brengen velen tot inzicht, maar een tijd lang worden zij te vuur en te zwaard bestreden, gevangengezet en beroofd. 34 Tijdens hun onderdrukking krijgen ze enige hulp, al zullen velen zich onder valse voorwendselen bij hen aansluiten. 35 Maar ook sommige van de verlichten komen ten val; mogen zij worden gelouterd, gereinigd en gezuiverd tot aan de eindtijd, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken.(NBV)

Er wordt wat afgerekend in de Christelijke wereld. Telkens in de geschiedenis duiken er weer mensen op die precies hebben uitgerekend wanneer het eind van de geschiedenis bereikt zal zijn. Meestal duurt het volgens de rekenmeesters nog maar een korte tijd. Ze verschillen soms in de uitleg over wat er dan zal gaan gebeuren. Sommigen zeggen dat Christus op de wolken komt en de gelovigen opneemt en de ongelovigen nog achterlaat, anderen zeggen dat alle volken geoordeeld zullen worden. De Bijbel zegt ons dat we niet weten wanneer het eind van de geschiedenis zal zijn bereikt. De geheimzinnige taal waarin Daniël zijn profetieën verstopt, koning van het Zuiden, koning van het Noorden, Kittiërs die zeevaarder zouden zijn, heeft een heel andere betekenis dan een toekomst in een mist te laten en alleen te verklaren door ingewijden die wel even zouden zeggen wanneer het zo ver is, dat einde van de geschiedenis.

Het verhaal over Daniël werd gelezen tijdens een opstand tegen de vergrieksing van de Judeese samenleving. Er brak een oorlog uit tussen Judeërs die de cultuur van de nieuwe Griekse Koning wel mooi vonden, die dienst aan de God van Israël had de bezetting immers niet kunnen tegenhouden, en de aanhangers van de Tora, de leer van Mozes. Voor die laatsten was het plaatsen van een groot beeld van de Griekse oppergod Zeus en het brengen van offers aan die God wel het meest gruwelijke dat men de aanhangers van de Tora kon aandoen. Dit was zo gruwelijk dat de Tempel van de God van Israël in hun ogen verwoest was en dat er in zijn plaats een Tempel van Zeus was gecreëerd. De schrijver van het boek Daniël kiest heel duidelijk partij, hij kiest partij voor de aanhangers van de Tora. Maar kiezen voor de God van Israël betekent nog niet dat je dan beschermd bent tegen leed en onderdrukking. Geloof in de God van Israël is niet een soort van verzekering tegen kwaad en ellende. Integendeel, de mensen die het licht hebben gezien worden evengoed gevangen gezet en beroofd. Maar hun houding wekt bewondering en er zijn mensen die zich bij hen aansluiten.

Nu zijn er altijd vele motieven voor mensen om in verzet te komen tegen onderdrukkers. Ze worden zelf onderdrukt, ze denken dat de opstandelingen zullen winnen en dat ze dan een mooi baantje krijgen. Ze houden zelf ook van oorlog voeren en geweld gebruiken. Ze willen wraak nemen voor het onrecht dat hen is aangedaan, of waarvan ze vinden dat het hen in aangedaan. Ook al zijn er verkeerde motieven men sluit zich aan bij een goede beweging. Pas na de overwinning blijkt wie er oprecht het kwaad heeft bestreden ten behoeve van allen en wie er in opstand kwam uit eigen belang. Wie de geschiedenis van de strijd tegen de gruwel der apartheid in Zuid Afrika heeft gevolgd en gezien heeft hoe het na de afschaffing verder ging zal veel uit het verhaal van Daniël herkennen. Uiteindelijk werd een bloedbad voorkomen door het streven naar waarheid en verzoening van enkelen. Daar waren het de voormalige tegenstanders die op een nieuwe manier met elkaar verder moesten. Dat was een pijnlijk proces, maar het was noodzakelijk. Ook wij moeten bij steun aan bevrijders van mensen die lijden onder onrecht en onderdrukking beseffen dat er na het afschaffen van de onderdrukking, het opruimen soms van de onderdrukkers een nieuwe samenleving gevormd moet worden waar mensen tot hun recht kunnen komen. Dat gaat niet vanzelf, daar is werk voor nodig dat we elke dag opnieuw kunnen beginnen of steunen, ook vandaag weer.

Wie zich met hem verbindt

Daniël 11:13-24

13 Opnieuw brengt de koning van het Noorden een menigte op de been, groter nog dan de eerste. Na enige jaren trekt hij op met een groot leger dat geweldig is toegerust. 14 In die tijd komen velen tegen de koning van het Zuiden in opstand; wettelozen uit je eigen volk komen in verzet om een visioen te verwerkelijken, maar zij komen ten val. 15 De koning van het Noorden zal komen, een bestormingswal opwerpen en een versterkte stad innemen. De strijdkrachten van het Zuiden kunnen geen stand houden, zelfs hun keurtroepen slagen er niet in weerstand te bieden. 16 De aanvaller doet wat hij wil, er is niemand die tegen hem standhoudt. Zo vestigt hij zich ook in het Sieraadland, waar hij verderf zal zaaien. 17 Hij neemt zich voor nog verder op te trekken tegen zijn vijand en spreekt daarvoor de hele kracht van zijn koninkrijk aan. Om diens rijk te gronde te richten, treft hij een vergelijk met hem; hij geeft hem een dochter tot vrouw, maar het loopt anders en het baat hem niet. 18 Dan laat hij zijn oog vallen op de kustlanden en verovert er vele, maar een bevelhebber maakt een einde aan zijn hoogmoedig optreden zonder dat dit vergolden kan worden. 19 Daarna keert hij zich tegen de vestingen van zijn eigen land, maar hij komt ten val en verdwijnt. 20 In zijn plaats staat een heerser op die er iemand op uitstuurt om schatting te innen tot meerdere eer van het koninkrijk, maar hij wordt binnen enkele dagen gebroken, al is het niet door toorn of strijd. 21 In zijn plaats staat een verachtelijk man op, aan wie geen koninklijke waardigheid is verleend. Hij komt uit het niets en weet het koningschap door sluwheid te verwerven. 22 Binnenvallende strijdkrachten worden door hem overrompeld en gebroken, zo ook een leider van het verbond. 23 Wie zich met hem verbindt, wordt door hem bedrogen. Zo werkt hij zich omhoog en wordt hij machtig, al heeft hij maar weinig aanhangers. 24 Onverhoeds komt hij in de vruchtbaarste delen van de provincie en doet wat geen van zijn voorouders ooit heeft gedaan: roofgoed, buit en rijkdom strooit hij voor zijn aanhangers uit. Ook tegen versterkte plaatsen smeedt hij plannen, maar dat duurt slechts korte tijd. (NBV)

Vandaag vertelt de boodschapper van God verder over de geschiedenis na koning Darius, koning Cyrus en de herbouw van Jeruzalem en de Tempel. Veel van het verhaal vinden we ook terug in geschiedenisboekjes. De volken hadden sinds de komst van Babel leren schrijven en elk hun eigen schrift ontwikkeld. Het Aramees was de verkeerstaal van de toenmalige wereld geworden zoals een paar eeuwen geleden het Frans de diplomatieke taal van Europa was en tegenwoordig het Engels de verkeerstaal van de hele wereld is geworden. Maar de schrijvers van het boek Daniël schrijven geen geschiedenisboekje waarvan de namen van koningen en hun rijken uit het hoofd moeten worden geleerd. In dit verhaal staan die namen niet eens. Er wordt gesproken over een koning uit het Noorden en een koning uit het Zuiden en het land waar de koning van het Noorden gaat wonen heet hier Sieraadland. Het moet wel gaan over de opvolgers van Alexander de Grote die ten Noorden van Israël een groot rijk stichtten en die in het Zuiden Egypte tot hun hoofdrijk maakten. Maar wie al te ijverig rond dit verhaal in de geschiedenisboekjes speurt dreigt toch een belangrijk element te missen. Er is sprake van een opstand van wettelozen uit het eigen volk van Daniël. Dat is een merkwaardige opmerking.

Het kan immers niet anders dan dat er Judeeërs zijn die een opstand beginnen tegen de overheersing van hun dagen om Jeruzalem weer helemaal te brengen onder de heerschappij van de God van Israël. Nu is zo’n opstand uit de geschiedenisboekjes wel bekend. De macht van het rijk dat zetelde in Egypte en waar ook Israël toe behoorde raakte in de loop van de tijd verzwakt. De bestuurders van Jeruzalem probeerden toen een verdrag te sluiten met de Koning van het Noordrijk. Dat verdrag kwam er en natuurlijk brak er weer een oorlog uit tussen Syrië en Egypte, waartussen Israël klem kwam te zitten. Er volgde een grote veldslag bij de bronnen van de Jordaan die gewonnen werd door Syrië, het Noordrijk. Het gevolg was niet dat Israël zelfstandig werd, maar dat de grens verschoof en Israël nu werd bezet door het Noordrijk. Een bloedige opstand en een bloedige oorlog had dus alleen tot gevolg dat Israël niet langer door de kat maar nu door de hond gebeten werd. Wie de koningen ook zijn, wie de machthebbers ook zijn, bondgenootschappen met de machtigen der aaarde maken je alleen maar afhankelijk van die machtigen. Je roept de bezetting over jezelf af ten koste van de minsten in de samenleving die plundering, verkrachting en oorlog over zich heen krijgen.

Het verhaal dat aan Daniël wordt verteld bevat dus een duidelijke waarschuwing. Een waarschuwing die al gegeven was in de richtlijnen die het volk bij de uittocht uit Egypte en de bevrijding uit de slavernij diep in de woestijn van de God van Israël had ontvangen. “Gij zult niet doden” De wreedheid waarmee de Griekse bezetter het volk Israël trof in de dagen dat het boek Daniël voor het eerst werd gelezen had gemakkelijk een opstand uit kunnen lokken, die wreedheid vroeg er bijna om. Maar het verhaal van Daniël waarschuwt er tegen. Ook Jezus van Nazareth zou zijn volk waarschuwen voor opstanden tegen het machtigste Rijk op aarde. Hij liet zich liever kruisigen dan een opstand te ontketenen. Die daad zou het zaad zijn waarmee overal in dat Rijk gemeenten van vrede en recht zouden worden gesticht. De opstand die er toch kwam leidde tot de verwoesting van de herbouwde Tempel en de verspreiding van het volk over het hele Romeinse Rijk. Die waarschuwing tegen militaire bondgenootschappen en opstanden geldt dus ook voor ons. Het “Gij zult niet doden” houdt zelfs in dat je je vijanden lief moeten hebben, hoe moeilijk dat soms ook is. Maar het kan, ook vandaag nog.

Hij trekt ten strijde

Daniël 11:2b-12

2b Als hij door zijn rijkdom macht verworven heeft, zal hij alles en iedereen opzetten tegen het Griekse rijk. 3 Daarna staat er een heldhaftige koning op, die met groot gezag regeert en doet wat hij wil. 4 Maar nauwelijks is hij opgestaan, of zijn koninkrijk stort ineen en wordt opgedeeld naar de vier windrichtingen. Zijn rijk valt niet aan zijn nakomelingen toe en is niet zo machtig als toen hijzelf heerste, want het wordt uiteengerukt, het komt aan anderen dan de zijnen toe. 5 De koning van het Zuiden zal machtig worden, maar een van zijn vorsten wordt nog machtiger dan hij en zal in zijn plaats heersen; zijn heerschappij zal zich over een groot gebied uitstrekken. 6 Na verloop van jaren sluiten zij een verbintenis: de dochter van de koning van het Zuiden zal huwen met de koning van het Noorden om de vrede te bezegelen, maar zij zal haar invloed niet behouden en zijn macht zal evenmin blijven bestaan. Op zeker moment wordt zij uitgeleverd, evenals haar gevolg, de man die haar verwekte en de man die haar tot vrouw nam. 7 Een van haar verwanten treedt in diens plaats, trekt op tegen het leger en dringt de vesting van de koning van het Noorden binnen; hij komt als overwinnaar uit de strijd. 8 Zelfs hun goden, hun gegoten beelden en hun kostbare voorwerpen van zilver en goud voert hij als buit naar Egypte. Daarna laat hij de koning van het Noorden enkele jaren met rust. 9 Deze op zijn beurt zal het rijk van de koning van het Zuiden binnenvallen, maar daarna zal hij naar zijn eigen land terugkeren. 10 Zijn zonen zullen zich wapenen voor de strijd en een menigte grote legers ronselen. Hun legermacht trekt op, voortrazend als een vloedgolf, en komt bij een tweede veldtocht tot aan de vesting van de vijand. 11 Dit verbittert de koning van het Zuiden, hij trekt ten strijde tegen de koning van het Noorden. Deze brengt een grote menigte op de been, maar die valt in handen van zijn tegenstander. 12 En wanneer de menigte is weggevaagd wordt de koning van het Zuiden hoogmoedig; tienduizenden velt hij, maar toch is hij niet machtig. (NBV)

Van oorlog komt oorlog en het eerste slachtoffer van een oorlog is de waarheid. De eerste lezers van het boek Daniël, die zo leden onder een Griekse bezetting, zullen zich vaak afgevraagd hebben waarom ze zo moesten lijden. De broers die de dienst  in de Tempel en de aanbidding van de God van Israël wilden verdedigen tegen de wens van de Griekse koning om beelden van Zeus in de Tempel te zetten werden voor de ogen van hun moeder gevild en ter dood gebracht. Ontrouw aan de God van Israël kon hen niet verweten worden. Aan de rand van de Bijbel hebben we nog een boek met dat gruwelijke verhaal, het eerste boek van de Maccabeeën. Het gedeelte dat we vandaag uit het boek Daniël lezen geeft een beetje een antwoord op die vraag, een antwoord waar wij misschien in onze dagen ook nog wat aan kunnen hebben. Zeker als we beseffen dat de Bijbel geen geschiedenisboek is maar een boek over de manier waarop mensen omgaan met de God van Israël. De Koningen die hier genoemd worden gingen zeker niet om met de God van Israël. Het begint verhaal van vandaag begint met Koning Darius, die kennelijk een tijdje werd beschermd maar uiteindelijk gewogen werd en te licht bevonden.

Dan volgen er Perzische Koningen, koningen van het Noorden en het Zuiden, Griekse koningen, Egyptische koningen en noem maar op. De regio waarin Israël lag moet tussen de herbouw van Jeruzalem na de ballingschap en de komst van de Romeinen een voortdurend oorlogsgebied zijn geweest waarin de vreemde heersers elkaar in een snel tempo opvolgden. Natuurlijk zijn de geleerden op zoek geweest naar de namen van de koningen die hier bedoeld zouden kunnen zijn. Als je oude geschiedenis van het Midden Oosten studeert is dat een heel boeiend studieonderwerp, maar gewone mensen zeggen al die namen niets. Op één na misschien: Alexander de Grote. Daar zijn in onze dagen films over gemaakt. Een knaap uit een obscuur rijkje in het noorden van Griekenland stichtte en veroverde een rijk zoals de wereld tot dan toe nooit had gezien. En de boodschapper die Daniël het verhaal vertelde kreeg gelijk. Na zijn dood viel het rijk van Alexander uiteen. De leden van zijn staf, zijn hofhouding kregen elk een stukje van het Rijk en zij konden het oorlogvoeren voortzetten. Wij kijken nog steeds naar het grootse dat Alexander gedaan lijkt te hebben. We kijken niet naar de slachtoffers die hij maakte, de vrouwen die verkracht werden, de kinderen die door de oorlog wees geworden waren.

Want dat is de eigenlijke boodschap die aan Daniël wordt gegeven en daarmee aan de lijdenden onder de latere Griekse bezetting en ook aan ons. Die oorlogen zijn geen verdediging tegen pogingen tot overheersing maar ze ontstaan voortdurend als de ene koning zich uitnemender acht dan de andere. De laatste Perzische koning was volgens het verhaal ook gelijk de rijkste. Er had een opeenhoping van goederen en macht plaatsgevonden, ten koste van de armen in het Rijk. En dat leidde vanzelfsprekend tot opstand en oorlog, tot een klassenstrijd als men wil. Maar ook die werd geleid door machthebbers die uit waren op persoonlijke macht en rijkdom en daarvoor volken moesten uitbuiten en onderdrukken. Wie niet wil leren van de geschiedenis is veroordeeld haar te herhalen. En de geschiedenis die hier door een boodschapper van God wordt geschetst herhaald zich tot in onze dagen. Misschien niet met koningen en opvolgers van koningen, maar denk eens aan de bankencrisis toen het geld zich ophoopte bij enkelen en velen probeerden daarvan te profiteren. Uiteindelijk stortte dat in elkaar net als het rijk van Alexander. En de vrijheid die banken wordt gegeven lijkt al weer af te stevenen op de volgende crisis, inmiddels zitten we in de coronacrisis. De waarheid en de zorg voor de minsten worden het eerste slachtoffer, Kennelijk zullen we toch moeten naar een samenleving van zorg en delen. Zorg voor de minsten en delen met hen die het nodig hebben. We mogen hoop putten uit het verhaal van vandaag, uiteindelijk zal dat Koninkrijk van God komen, we mogen er elke dag opnieuw aan werken, ook vandaag.

Vrede zij met je, wees sterk

Daniël 10:12-11:2a

12 Toen zei hij: ‘Wees niet bang, Daniël, want vanaf de eerste dag dat je inzicht probeerde te verkrijgen door in deemoed te buigen voor je God, is je gebed verhoord, en daarom ben ik gekomen. 13 Maar de vorst van het Perzische koninkrijk heeft mij eenentwintig dagen tegengehouden voordat Michaël, een van de voornaamste vorsten, mij te hulp schoot toen ik daar, bij de koningen van Perzië, zo alleen stond. 14 Ik ben gekomen om je inzicht te geven in wat er aan het einde van de tijd met je volk zal gebeuren; want dit is opnieuw een visioen dat over de toekomst gaat.’ 15  Terwijl hij zo tegen me sprak, hield ik mijn ogen op de grond gericht en was verstomd. 16 Toen raakte de menselijke gedaante mijn lippen aan. Ik opende mijn mond en begon te spreken. Ik zei tegen degene die voor me stond: ‘Mijn heer, door het visioen verkrampt mijn lichaam, mijn kracht verlaat me. 17 Hoe kan ik, uw dienaar, met u spreken? Ik heb helemaal geen kracht meer, er rest mij geen levensadem.’ 18 Toen raakte hij, die eruitzag als een mens, mij nogmaals aan en schonk me kracht. 19 Hij zei: ‘Wees niet bang, geliefde man, vrede zij met je, wees sterk, wees sterk!’ En doordat hij tegen me sprak, werd ik gesterkt, en ik zei: ‘Mijn heer, spreek, u hebt mij gesterkt.’ 20  Toen zei hij: ‘Weet je waarom ik naar je toe gekomen ben? Ik moet spoedig terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden, en zodra ik hem overwonnen heb, wacht mij de vorst van Griekenland. 21  Maar eerst zal ik je zeggen wat er in het geschrift van de waarheid geschreven staat. Niemand steunt mij in mijn strijd tegen deze vorsten, behalve je vorst Michaël. 1 In het eerste jaar van Darius de Mediër steunde en beschermde ik hem. 2a En nu zal ik je de waarheid vertellen. (NBV)

Er is maar één God, de God van Israël. Zo geloofde Daniël in zijn God, hoor Israël de Heer is één. was de belijdenis van het volk die ook Daniël vaak zal hebben uitgesproken. Maar de heidenen om hem heen geloofden dat elk volk haar eigen goden had  en dat die goden met elkaar streden om de heerschappij in de hemel en op aarde. Als je dan in ballingschap bent dan lijken die vreemde goden toch zo zwak nog niet. Zij hadden immers gewonnen. Maar er is meer tussen hemel en aarde. Dat was de overtuiging van iedereen. Er waren goden en halfgoden, nimfen en geesten en engelen die als boodschappers en soldaten voor hun God optraden. Engelen kende het volk Israël ook. Er waren immers genoeg verhalen waar boodschappers van de God van Israël optraden. Hagar, de moeder van Ismaël had er één ontmoet bij de bron waar ze heen was gevlucht voor Sara. En Abraham had er twee op bezoek gehad die samen met God naar Sodom ging om de rechtvaardigen daar te zoeken. Dus engelen waren er. En waarom zou de God van Israël niet voor ieder volk een eigen beschermengel hebben aangewezen.

En zo is het in het visioen van Daniël. Er is een boodschapper van God, een engel voor Perzië, die moet worden verslagen, een engel voor Israël, Michaël, die aarzelt te hulp te komen, maar toch de strijd aangaat. En er is een engel voor Griekenland die misschien ook wel eens zou worden verslagen. Daniël staat er van te rillen. Hemelse machten die met elkaar strijden en waar je dan maar van afhankelijk bent. Alle kracht was al uit zijn lichaam gevloeid toen hij zo fanatiek aan het vasten was geslagen. En de schrik was hem om het hart geslagen toen hij ineens de geweldige gestalte had gezien die hem in het visioen was verschenen. Die verschijning kon dan wel zeggen dat hij niet bang hoefde te zijn maar daar kwam zijn kracht niet mee terug. Maar toen de verschijning hem eindelijk op Joodse wijze begroette: Sjaloom, vrede zij met je wordt dat altijd vertaald, kon de kracht eindelijk terugkomen. Deze verschijning vertelde dat je voor hem niet bang hoefde te zijn, dat hij voor Daniël en zijn volk zou vechten en dat hij daarbij hemelse steun zou krijgen. Dat klonk al bijna naar een overwinning.

De lezers van het boek Daniël, die zo leden onder een Griekse bezetting, kenden de afloop van het gevecht. Koning Cyrus van Perzië had de ballingen de opdracht gegeven terug te keren en Jeruzalem en de Tempel weer op te bouwen. Dat die wrede Griekse koning vervolgens kans had gezien het land Israël aan zich te onderwerpen en beelden van zijn goden had geplaatst in de Tempel zou dus niet einde betekenen van het volk Israël. De beschermengel van Griekenland zou ook aan de beurt komen, dat was al aan Daniël beloofd en een beschermengel van Israël die in staat was geweest de beschermengel van het machtige Perzië te verslaan zou ook in staat zijn om de Griekse beschermengel te verslaan. Daar krijg je hoop van. En hoop maakt je sterk, hoop geeft je de kracht om door te gaan met het goede te doen en niet dan het goede, zoals God vraagt, ook al verklaart iedereen je voor gek. Ook al gaat iedereen in je samenleving weer voor materiële winst en wordt het delen van hetgeen je toevalt als zwakheid gezien, de zorg voor zieken en bejaarden als een last ervaren en gaat het er om de bijdrage aan de samenleving, belasting genoemd, te verminderen of te ontwijken. Die hoop hebben wij ook nodig, verhalen uit de Bijbel kunnen ook bij ons de hoop versterken en ons de kracht geven door te gaan, elke dag opnieuw, elke week weer verder.

Toen raakte een hand mij aan

Daniël 10:1-11

1 In het derde jaar van koning Cyrus van Perzië werd aan Daniël, die Beltesassar werd genoemd, een boodschap geopenbaard. Het was een betrouwbaar bericht over een grote strijd. Door een visioen begreep hij het bericht. 2 In die dagen was ik, Daniël, drie volle weken in de rouw. 3 Smakelijk voedsel at ik niet, vlees en wijn kwamen niet in mijn mond, en ik wreef mij niet in met olie tot er drie weken verstreken waren. 4 Op de vierentwintigste dag van de eerste maand, toen ik mij aan de oever van de grote rivier de Tigris bevond, 5 sloeg ik mijn ogen op en zag een man, gekleed in linnen, met om zijn lendenen een gordel gemaakt van goud uit Ufaz. 6  Zijn lichaam was als turkoois, zijn gezicht leek een bliksem en zijn ogen waren als fakkels van vuur. Zijn armen en voeten glansden als gepolijst koper en zijn stemgeluid leek door een mensenmenigte te worden voortgebracht. 7 Alleen ik, Daniël, zag de verschijning. De mannen in mijn gezelschap zagen de verschijning niet, maar werden wel bevangen door een grote angst, zodat zij wegvluchtten en zich verborgen 8 en ik alleen overbleef. Toen ik die indrukwekkende verschijning zag, verloor ik al mijn kracht; ik werd lijkbleek en was niet in staat nog iets te doen. 9 Ik hoorde zijn stem, maar zodra ik die hoorde verloor ik het bewustzijn en viel voorover op de grond. 10 Toen raakte een hand mij aan en deed me al bevend op handen en knieën steunen. 11  Hij zei tegen me: ‘Daniël, geliefde man, luister naar de woorden die ik tot je spreek en sta op, want ik ben naar je toe gestuurd.’ Nadat hij dit gezegd had, stond ik bevend op. (NBV)

Er zijn mensen die zich afvragen waar die visioenen vandaan komen. Komen ze vanzelf of kun je ze ook opwekken. Het is een tijdje mode geweest om te experimenteren met drugs. Een drug als LSD zou je beelden geven waar je in het gewone leven wat mee zou kunnen. Onder strikte medische begeleiding heeft het een aantal mensen geholpen om van oude herinneringen af te komen. Die herinneringen, vooral aan gruwelijkheden die die mensen waren tegengekomen, hadden diepe wonden geslagen en steeds opnieuw beleven van die herinneringen sloeg steeds opnieuw diepe wonden. Maar uiteindelijk waren de zeer schadelijke bijwerkingen van LSD reden om gebruik verder te verbieden. En visioenen kreeg je er al helemaal niet van. Daniël was gaan vasten, hij at niet meer, tenminste niet veel, waste zich niet en dat drie weken lang. Het is bekend dat honger ook waanbeelden kan veroorzaken. Honger kan ook angsten oproepen en Daniël had het proces kennelijk niet alleen meegemaakt. Hij was wel de enige die het visioen zag maar zijn metgezellen gingen er vandoor bevangen door angst. Ook bij Daniël vloeide alle kracht uit zijn lichaam.

Als je de oorlogen en ellende, die je nog te wachten staat, op je in laat werken kan de schrik je om het hart slaan. We horen natuurlijk voortdurend over een ophanden zijnde burgeroorlog tussen Moslims en niet Moslims in ons land. Hoe vaker daar over gesproken wordt hoe waarschijnlijker die oorlog wordt. Er zijn een aantal politici, die er voor pleiten. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die beseffen dat als we tegen elkaar opstaan de ellende in onze omgeving alleen maar groter kan worden. Toch dreigt er ook een scheiding in de samenleving tussen arm en rijk. Onder het huidige kabinetsbeleid worden de rijken in snel tempo nog rijker en de armen in snel tempo nog armer. Dat kan ook nooit goedgaan en kan alleen maar geweld en ellende tot gevolg hebben. En dan zijn er buitenlanden waar nationalisme net zo sterk wordt beleefd als door sommigen onder ons en die dus mensen die naar een nieuw land zijn getrokken in hun greep willen houden. Ook nationalistische politici hier trekken soms naar een emigratieland om hun politiek van wij en zij, van angst voor een oorlog, daar willen overbrengen.

In het verhaal van Daniël blijkt dat de angst helemaal niet nodig is. Dit gedeelte van het verhaal begint met het uitdrukkelijk vermelden van koning Cyrus van de Perzen. Dat lijkt op het eerste gezicht de zoveelste onderdrukker van het volk Israël. In de dagen dat dit verhaal zich afspeelt zal hij aanvankelijk ook zo overgekomen zijn. Maar de lezers van dit verhaal kennen de afloop. Het verhaal van Daniël werd immers geschreven nadat het volk was teruggekeerd, Jeruzalem en de Tempel waren herbouwd en Israël onder de macht was gekomen van een zeer wrede Griekse koning. En het noemen van koning Cyrus, in oudere vertalingen Kores genoemd, was een teken van hoop. Boven dit verhaal over duistere tijden wordt als het ware een stralend licht gezet. In de Bijbel wordt Cyrus zelfs een messias genoemd, de verwachte bevrijder van Israël. Die koning Cyrus gaf namelijk de Israëlieten de opdracht om terug te keren naar Jeruzalem en de stad en de Tempel daar te herbouwen. Die Cyrus geloofde namelijk dat als je van overwonnen volken bondgenoten maakt je macht over hen langer zal duren. Het verhaal over de angst, over de schrikwekkende verschijningen verlt ons, nu zelfs in onze dagen, dat het helemaal niet nodig is om bang te worden van vreemde verschijningen. Gewoon vasthouden aan de richtlijnen voor het inrichten van de menselijke samenleving, te vinden in de Hebreeuwse Bijbel, is genoeg, elke dag opnieuw, zelfs vandaag.

Hij begon mij uitleg te geven.

Daniël 9:15-27

15 Nu dan, Heer, onze God, die uw volk met krachtige hand uit Egypte hebt weggeleid en daarmee uw naam hebt gevestigd tot op deze dag-wij hebben gezondigd, wij hebben ons misdragen. 16 Heer, u bent rechtvaardig, bevrijd toch uw stad Jeruzalem, uw heilige berg, van uw hevige toorn; want om onze zonden en om de overtredingen van onze voorouders worden Jeruzalem en uw volk te schande gemaakt bij alle volken om ons heen. 17 Luister daarom, onze God, naar het gebed en de smeekbeden van uw dienaar en zie uw verwoeste heiligdom met mededogen aan, ook omwille van uzelf. 18 Geef, mijn God, gehoor aan ons en luister naar ons; open uw ogen en zie de verwoesting van de stad waaraan uw naam verbonden is. Niet omdat wij rechtvaardig zouden hebben gehandeld leggen wij onze smeekbeden aan u voor, maar omdat uw barmhartigheid groot is. 19 Heer, luister naar ons! Heer, vergeef ons! Heer, verhoor ons gebed! Wacht niet langer en grijp in, mijn God, ook omwille van uzelf, want uw naam is verbonden aan uw stad en aan uw volk.’ 20 Terwijl ik nog sprak en bad, mijn zonde en de zonde van mijn volk Israël beleed, en mijn smeekbede omwille van de heilige berg van mijn God richtte tot de HEER, mijn God, 21 terwijl ik mijn gebed nog uitsprak, vloog de man Gabriël, die ik eerder in het visioen had gezien, snel naar mij toe. Het was de tijd van het avondoffer. 22 Hij begon mij uitleg te geven. Hij zei: ‘Daniël, ik ben nu gekomen om je een helder inzicht te geven. 23 Er is een woord uitgegaan toen je je smeekbede begon en ik ben gekomen om het over te brengen, want je bent zeer geliefd. Luister naar het woord en sla acht op het visioen. 24 Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad, voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd. 25 Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. 26 Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld. 27 Hij zal een sterk bondgenootschap sluiten met velen, één week lang. De helft van de week zal hij offers noch gaven laten brengen, en boven op het altaar zal een verwoesting brengende gruwel te zien zijn, totdat het aangekondigde einde van die verwoestende kracht komt.’ (NBV)

Er zijn twee argumenten waarmee Daniël probeert God te verleiden Jeruzalem en de Tempelberg weer te herstellen in de oude glorie en het volk terug te laten keren. Dat zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid. Eigenschappen die overal in de Bijbel aan God worden toegekend. De God van Israël ziet niet neer op mensen zoals de goden van Babel deden. Geen beelden hoorden in die Tempel, maar de tekst van het verbond dat kon worden samengevat in het heb uw naaste lief als uzelf. Daar hoort barmhartigheid bij. Moeten we dan de ander niet doen wat zouden willen dat aan ons wordt gedaan? Zou de God van Israël dat ook niet doen, de God die mensen liefheeft? Die wil immers dat zijn volk weer met hem gaat en dat kan alleen als de dingen die fout gegaan zijn worden vergeven, dat kan alleen als er een nieuwe start wordt gemaakt. Dat is dus geen nieuwe start van zand er over en we praten er niet meer over. In de eerste plaats moet vast staan dat het volk echt een nieuwe weg is ingeslagen. Daniël was begonnen met vasten en rouw, maar ook met het bestuderen van de oude geschriften zoals die in de ballingschap bijeen waren gebracht en bewerkt waren tot bruikbare eenheden, wij kennen die nu voor een groot deel als het Oude Testament. Na de ballingschap zijn er nog maar een paar boeken aan toegevoegd die ons vertellen hoe het met de ballingen is afgelopen.

Daniël weet ook, en dat lezen we hier tussen de regels door, dat de fouten uit het verleden het volk moeten behoeden voor het maken van dezelfde fouten. Bewustzijn van die fouten en wat er zo fout aan was is een voorwaarde voor vergeving, vergeving en bekering liggen daarom in elkaars verlengde. Je keert je om van de weg die niet de weg is van de God van Israël en dan kan het gaan van die foute weg vergeven worden. Christenen hebben dit gedeelte van het boek Daniël dan ook van begin af aan uitgelegd als een voorzegging van de komst en het lot van Jezus van Nazareth. Niet voor niets heet de boodschapper van de God van Israël die Maria kwam vertellen dat ze een kind zou krijgen Gabriël, net als Daniël was Maria immers zeer geliefd. En dat kind kwam en werd de gezalfde, de Messias die het volk zou bevrijden van overheersing. Maar een nieuwe Koning, de Keizer te Rome werd dat, zou hem ter dood brengen zonder dat het volk daartegen in opstand zou komen. Daarna zullen er verwoestingen komen en jawel na de dood van Jezus van Nazareth breken er opstanden uit in Israël tegen de Romeinse bezetting die uiteindelijk zullen leiden tot de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem en de verspreiding van het volk over de hele wereld. Het bewijs dat we terecht geloven in Jezus van Nazareth als de beloofde zoon van God, als God zelf op aarde, is dus geleverd.

Maar de details kloppen niet. De tijden kloppen niet, het verhaal over offers klopt niet. Er zijn er die zeggen dat het nog zal komen, er zijn er meer die zeggen dat we niet moeten proberen de tekst van Daniël nog toe te passen op de loop van de geschiedenis zoals wij die kennen en op een toekomst die wij nog niet kunnen kennen. Daniël droomt van de terugkeer van zijn volk naar Jeruzalem. Daniël geloofd in een God die niet alleen zijn gebeden hoort maar ze ook verhoort. Wat we ook vaak vergeten zijn de omstandigheden waaronder een boek uit de Bijbel is geschreven. Veel van de boeken uit de Bijbel zijn pas veel later geschreven dan de tijd waarover ze gaan. In die boeken zit dan ook vaak het commentaar verborgen op de tijd waarin een boek geschreven is. Zeker als er sprake is van onderdrukking van een volk, van beperking van de vrijheid van meningsuiting is het veiliger een verhaal te vertellen dat in het verleden speelt dan een verhaal dat in het heden speelt. Bij het boek Daniël is dat met name het geval. Het is ontstaan in de tijd dat een Griekse bezetting in Israël aan de macht was. Die Griekse bezetter had een zeer wrede koning. We kennen de wreedheid uit de eerste twee boeken van de Makkabeeën. Daniël geeft commentaar op die tijd, een tijd waarin veel mensen de Griekse gewoonten en zeden wel aardig vonden en overnamen, modern nietwaar en hip. Maar een God die je de weg wijst om vrede te krijgen op aarde, om ellende en onderdrukking, honger en ziekten te overwinnen is een dwaasheid. Toch, ondanks alles blijven gelovigen die weg gaan. Elke dag opnieuw mag je daarvoor kiezen, ook vandaag.

U, Heer, staat in uw recht

Daniël 9:1-14

1 In het eerste jaar nadat Darius, zoon van Xerxes en Mediër van geboorte, tot koning was gekroond over het rijk van de Chaldeeën, 2 in het eerste jaar van zijn koningschap, leidde ik, Daniël, uit de boeken af hoeveel jaren het zou duren voordat de puinhopen van Jeruzalem verdwenen zouden zijn. Zoals de HEER aan de profeet Jeremia had gezegd, waren dat er zeventig. 3 Ik wendde mij tot God, de Heer, en gaf me over aan gebed en smeekbeden, al vastend en rouwend. 4 Ik bad tot de HEER, mijn God, en beleed schuld: ‘Heer, grote en geduchte God, die zijn beloften nakomt en trouw is aan wie hem liefhebben en doen wat hij gebiedt; 5 wij hebben gezondigd en ons misdragen. Wij zijn slecht en opstandig geweest, wij zijn van uw geboden en regels afgeweken 6 en wij hebben niet geluisterd naar uw dienaren, de profeten, die in uw naam tot onze koningen, onze vorsten, onze oudsten en tot het hele volk gesproken hebben. 7 U, Heer, staat in uw recht, maar tot op deze dag staat de schaamte ons op het gezicht, ons, de mannen van Juda, de inwoners van Jeruzalem, alle Israëlieten, of ze nu dichtbij zijn of ver weg, in alle landen waarheen u hen hebt verdreven vanwege hun ontrouw jegens u. 8 HEER, ons en onze koningen, onze vorsten en onze oudsten staat de schaamte op het gezicht, omdat wij tegen u gezondigd hebben. 9 De Heer, onze God, is vol erbarmen en vergeving, hoewel wij tegen hem in opstand zijn gekomen 10 en niet hebben geluisterd naar de HEER, onze God. We hebben de lessen die hij ons door zijn dienaren, de profeten, heeft laten leren in de wind geslagen. 11 Alle Israëlieten hebben uw wet overtreden, zijn daarvan afgeweken en hebben niet naar u geluisterd. De met een eed bekrachtigde vervloekingen die opgetekend staan in de wet van Mozes, de dienaar van God, zijn over ons uitgestort, want wij hebben tegen u gezondigd. 12 God heeft groot onheil over ons gebracht en het dreigement uitgevoerd dat hij tegen ons en onze leiders had geuit; in de hele wereld is nog niet gebeurd wat Jeruzalem is overkomen. 13 Het kwaad dat over ons gekomen is, staat al beschreven in de wet van Mozes, en toch hebben wij de HEER, onze God, niet gunstig gestemd door afstand te nemen van onze overtredingen en uw waarheid in acht te nemen. 14 Welbewust bracht de HEER onheil over ons, want de HEER, onze God, is rechtvaardig in alles wat hij doet, maar wij hebben niet naar hem geluisterd. (NBV)

Vandaag lezen we uit het hart van de ballingschap van Israël. Daar waar het volk treurend zit aan de oevers van de rivieren de Eufraat en de Tigris. Ooit symbolen voor het paradijs nu de grenzen van de ballingschap. En zal die ballingschap ooit voorbij zijn? Daniël leest nog eens terug in de boeken van de profeten wat die er van gezegd hebben. Hij leest bijvoorbeeld in het boek van de profeet Jeremia en komt daar tegen dat het zeventig jaar zal duren na de val van het Babylonische rijk voordat de ballingen terug zullen mogen keren naar Jeruzalem. Er is hoop maar het zal nog een tijd duren. Maar in dat boek van de profeet Jeremia leest Daniël ook nog wat anders. Jeremia had ook opgeschreven waarom het volk in ballingschap werd gestuurd en waarom het generaties, tot in het derde en vierde geslacht, zou duren voordat de God van Israël het opnieuw zou willen wagen met het volk. In het boek van de profeet Jeremia staat beschreven hoe het volk afgodsbeelden had geplaatst in de Tempel in Jeruzalem, hoe op de akkers de palen van Asjera, de Kanaänitische vruchtbaarheidsgodin, waren geplaatst, hoe Baäl werd aanbeden en kinderen leven in een vuur werden geworpen als offer aan de god Moloch. Als je dat leest dan begrijp je waarom de God van Israël niet langer met dat volk verbonden wilde blijven.

Daniël besluit tot een erkenning van schuld, vasten en rouwen, de rituelen die bij schuld en boete horen. Rouwen om de doden die door de schuld van het volk zijn gevallen. Lezend in het boek van de profeet Jeremia beseft Daniël dat het volk niet heeft geluisterd naar de waarschuwingen van profeten als Jesaja en Jeremia, dat het nog steeds moeilijk is voor profeten als Ezechiël om gehoor te krijgen bij het volk. Daniël hoort zelf bij de leiders van het volk in ballingschap. Hij bekleedde een hoge positie aan het hof. Hij kan dus getuigen dat de schaamte op zijn gezicht staat, dat hij en de oudsten, de koningen van Israël, de leiders van de ballingen, zich schamen voor de manier waarop het volk zich gedragen heeft. Daniël zal ook hebben beseft dat pas vanuit het inzicht in wat er fout gegaan is hoop kan komen op een nieuwe start, op een terugkeer naar Jeruzalem. Zo heeft Daniël de verhalen over de God van Israël gelezen. Dat was een God die de hemel en aarde geschapen had voor de mensen. Dat was een God die niet alleen de aarde liet overstromen maar er zelf voor zorgde dat er met mensen een nieuw begin gemaakt kon worden en met Noach een verbond sloot dat de aarde nooit meer onder water zou komen.

Dat was een God die Abraham deed uittrekken uit het land van zijn vaderen en aan Abraham niet alleen land beloofde maar ook dat die de vader zou worden van vele volken. Dat was de God die het volk Israël bevrijdde uit de slavernij van Egypte en met hen een verbond sloot in de Woestijn en hen een land gaf dat overvloeide van melk en honing. Maar dat volk had de regels van dat verbond in de wind geslagen. Ze waren nu gevangenen van Babel en daarom waren ze de godsdienst van Babel niet achterna gelopen maar zouden ze dat ook volhouden als ze weer teruggekeerd zouden zijn naar Kanaän? Het zijn het soort vragen die ook in onze dagen klinken. Hebben wij werkelijk afstand genomen van Auschwitz en de Holocaust? Weigeren wij voortaan onderscheid te maken tussen mensen in ons land op grond van geloof of etnische afkomst? Laten wij elk mens die verdacht wordt van crimineel gedrag beoordelen door een onafhankelijk rechter en beschouwen wij dat mens tot het oordeel van die rechter is uitgesproken als onschuldig? Hebben wij eerbied en respect voor onze naasten en stellen wij de hulp aan de zwaksten in onze samenleving voorop? Ook wij kunnen lezen dat onze God vol erbarmen en vergeving is, maar wel wanneer wij verwerpen wat voor ons is fout gegaan, wanneer wij afstand nemen van haatzaaien en in plaats het recht van de sterkste het recht van de zwakste zetten. Maar net als Daniël kunnen wij er opnieuw mee beginnen, vandaag nog en elke dag weer opnieuw.

Alleen de Vader weet het

Matteüs 24:29-44

29 Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. 30 Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. 31 Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere. 32 Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. 33 Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is. 34 Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 35 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 36 Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het. 37 Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. 38 Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, 39 en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt. 40 Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. 41 Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten. 42 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt. 43 Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken. 44 Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht. (NBV)

Kleine grapjes staan ook in de Bijbel. Als het lente is lopen de takken van de bomen uit, komen er weer bladeren en verschijnt de bloesem. Als dus de takken gaan uitlopen, de bladeren verschijnen en de bloesem uitbot dan wordt het lente. Als het regent worden we nat. Door de hele geschiedenis heen zijn mensen bezig geweest om uit te rekenen wanneer het einde der tijden gekomen zal zijn. Steeds als het wat slechter met de mensen gaat komen er meer mensen die zeggen te weten wanneer het afgelopen zal zijn. Ook bij zogenaamd bijzondere jaartallen gaan mensen op bergtoppen zitten of met een hele groep in een afgesloten huis in de overtuiging dat het einde der tijden is gekomen. Vandaag kunnen we zeggen dat ze ongelijk hebben maar de vaste overtuiging van de bewering brengt je nog wel eens aan het twijfelen. En dat hoeft niet want er staat ook dat dag en uur niet geweten worden. Waar het om gaat is de vraag of we klaar zijn voor het einde van de geschiedenis en de nieuwe hemel en aarde die ons zijn beloofd. Dat na de donkere winter de lente zal komen is iets dat vast staat. Het antwoord op de vraag of we klaar zijn voor de eeuwige lente is helder.

Er is nog veel vrede te winnen, er is nog veel armoede uit te bannen, er moeten nog veel mensen mee mogen doen. Niet iedereen is in de zomer in de gelegenheid voldoende te verzamelen voor de winter. In onze samenleving is dat ook niet meer letterlijk te nemen en is de overheid er voor om dat wat verzameld wordt eerlijk her te verdelen. En natuurlijk doet de overheid dat nooit echt goed. De rijken hebben hun eigen partijen om er voor te zorgen dat ook bij de verdeling door de overheid de rijken rijker worden en de armen arm blijven. Voor mensen die de winter echt niet meer door kunnen komen hebben we voedselbanken en de hulp aan mensen in arme landen die niet meer te eten hebben moet via particuliere organisaties komen. Die oefening in eerlijk delen hebben we dus meer dan nodig. Die oefening is voor Christenen een godsdienstoefening, je naaste liefhebben als jezelf was immers hetzelfde als God liefhebben boven alles. Zoals je oefent voor de schooluitvoering, een sportwedstrijd, de speech op een bruiloft of jubileumfeest kunnen we ook oefenen voor de nieuwe wereld van God. Jezus van Nazareth zegt zelfs ergens dat we alvast maar moeten leven alsof die nieuwe wereld er al is. We moeten waakzaam zijn staat er.

Jezus van Nazareth vergelijkt de tijd waarin we leven met de tijd van Noach, nog voor de zondvloed. Ook toen sloeg niemand acht op de naderende ramp die bijna al het leven op aarde zou uitwissen. Zijn we nu anders aan het leven dan in de tijd van Noach? Misschien wel misschien niet. Oordelen over wat anderen doen is niet eenvoudig. Natuurlijk als je je overgeeft aan het najagen van winst en genot dan is het gemakkelijk, dat is niet wat de Bijbel van mensen vraagt, dat was wat de mensen in de dagen van Noach deden staat hier. Maar in onze dagen zijn veel mensen met de samenleving bezig. Ze proberen de samenleving zo in te richten dat vrede heerst en welvaart. En dat kan zijn wat de Bijbel van ons vraagt. Dat hoeft niet zo te zijn, want is er vrede voor alle mensen? Is geweld over de hele aarde uitgebannen en spannen we ons daarvoor in? Dat de een er mee bezig is en de ander niet is duidelijk, maar het is niet aan ons te oordelen wie mee mag naar die nieuwe aarde en wie niet. Het is aan ons om alvast iets van die nieuwe aarde zichtbaar te maken, in de zorg voor de armen, in de aandacht voor mensen die in ons land gevangen zitten zonder veroordeeld te zijn wegens een misdrijf. We kunnen onze dagen er meer dan mee vullen, ook vandaag weer.

Er zullen valse messiassen komen

Matteüs 24:15-28

15 Wanneer jullie dus de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (lezer, begrijp dit goed), 16 dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; 17 wie op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om nog spullen te halen, 18 en wie op het land is moet niet terugkeren om zijn mantel te halen. 19 Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! 20 Bid dat jullie niet in de winter zullen moeten vluchten en ook niet op sabbat.
21 Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen. 22 En als die tijd niet verkort zou worden, dan zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen zal die tijd worden verkort. 23 Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias, ”of: “Daar is hij, ”geloof dat dan niet. 24 Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. 25 Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. 26 Wanneer ze dus tegen jullie zeggen: “Kom mee, hij is in de woestijn, ”ga er dan niet heen, of als ze zeggen: “Kijk, hij is daarbinnen, ”geloof dat dan niet. 27 Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen. 28 Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen. (NBV)

Jomanda is ooit voor de rechter gedaagd. Door haar optreden als medium en de pretentie boodschappen te krijgen zou ze medeschuldig zijn aan de dood van Sylvia Millecam. Het zelfbenoemde medium uit Deventer woont nu in Canada maar was in Tiel een tijd geleden een en al show, roepend over instralen en het midden te zijn tussen hemel en aarde. Vooral het midden zijn tussen mensen in nood en de bevrijding van de ellende. Jezus van Nazareth waarschuwt tegen dit soort valse messiassen. Ook al lijkt het dat ze grote werken kunnen doen geloof ze dan niet drukt Jezus zijn leerlingen op het hart. Zelf drukte hij de mensen op het hart te zwijgen als ze genezen waren. Natuurlijk gebeuren er dingen die we niet verklaren kunnen, maar zeker niet in grote daarvoor opgezette shows en met behulp van toverwater, zoals ook in Lourdes.

Het zijn uiteindelijk zaken die afleiden van de komst van het Koninkrijk. Daar gaat het om rechtvaardigheid en vrede. Om eerlijk delen met armen. Niet om sommige mensen wel te genezen en anderen niet. Daar mag iedereen meedoen. Jezus is hard tegen dit soort valse messiassen. Waar een lijk is zullen de gieren komen luidt het bij hem. En inderdaad de souvenirwinkel en de collecteschaal zijn nooit ver weg bij dit soort valse messiassen. Het Hallelujageroep is er niet van de lucht en pas op, iemand die in een rolstoel zit kan best onder trance soms een paar meter lopen, iemand met krukken kan ze weggooien en naar zijn plaats lopen. Dat hoeft niets met genezing te maken te hebben. Er was ooit ook iemand die de volgende ochtend aan de andere kant van een weg werd gevonden waar zo’n genezer werkzaam was geweest. Toen het gezang en geroep was verstomd was de trance verdwenen en daarmee de genezing.

De oorlog en de ellende zullen ons blijven omringen tot plotseling iedereen het inziet dat er maar één weg is die ons allemaal gelukkig kan maken. Voor het zover is zal het nog lang duren maar dat die tijd komt staat vast. En die komt ook als we er aan willen werken, als we er echt deel aan willen hebben. Tot die tijd komt zijn er vluchtelingen, zijn er slachtoffers, zijn er armen die op drift raken. Tot die tijd lopen we ook het gevaar zelf mensen uit te roepen tot messias, tot bevrijder van onrecht en geweld. In Amerika liep men het gevaar Barack Obama tot messias te maken. Hijzelf doet het niet. Maar er zijn mensen die van hem een ideale wereld hadden verwacht, hij beloofde immers de wereld te veranderen. Deze president zou een eind maken aan alle oorlogen, zou de honger in Afrika oplossen, zou het klimaatprobleem kunnen oplossen. Niets is minder waar. Ook Barack Obama kon alleen wat als iedereen op de hele wereld mee doet, als alle volken zich naar Jeruzalem wenden om de Wet van eerlijk delen uit te gaan voeren. Iedereen die zegt het zelf te kunnen is een valse messias.

Alles zal worden afgebroken!

Matteüs 24:1-14

1 Nadat Jezus de tempel had verlaten, wendden zijn leerlingen zich onderweg tot hem en vestigden zijn aandacht op de tempelgebouwen. 2 Hij zei tegen hen: ‘Hebben jullie dat alles goed gezien? Ik verzeker jullie: geen enkele steen zal op de andere blijven, alles zal worden afgebroken!’ 3 Op de Olijfberg ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen, en nu ze onder elkaar waren vroegen ze: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ 4 Jezus antwoordde hun: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. 5 Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias, ”en ze zullen veel mensen misleiden. 6 Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. 7 Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven: 8 dat alles is het begin van de weeën. 9 Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. 10 Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. 11 Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. 12 En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen. 13 Maar wie standhoudt tot het einde, zal worden gered. 14 Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen. (NBV)

Velen hebben geloofd dat Jezus het had over de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem in het jaar 70. Maar als je het stuk goed leest is dat niet het geval. Het gaat over de kwade tijden die je kunnen overkomen en het volhouden van het geloof dat op een dag de wereld goed zal zijn. Oorlogen zullen er zijn en berichten over oorlogen. Natuurlijk in de loop van de tijd gaan alle gebouwen ten onder, geen steen blijft voor eeuwig op de andere maar oorlogen en onrecht lijken te blijven. Dat is na al die tijd nog steeds zo. Dat heeft ook de president van de Verenigde Staten niet kunnen veranderen, ondanks de hoop die hij mensen gaf op een wereld met meer vrede en rechtvaardigheid. Gelovigen in de VS hebben soms sterk de neiging voor de oorlogen en oorlogsdreiging die in dit Bijbelgedeelte worden genoemd naar anderen te kijken.

Er is een prachtig lied van Johnny Cash over dit bijbelhoofdstuk dat de Sowjet Unie en haar macht aanwijst als bewijs voor de ophanden zijnde ondergang van de wereld. De Sovjet Unie is er niet meer en de wereld is nog steeds niet veranderd. We kunnen dan ook in de eerste plaats beter naar onszelf kijken. Jezus roept op stand te houden voor zijn verhaal van rechtvaardigheid en vrede, zijn verhaal van liefde voor de hele wereld. Dat is geen lief gedoe, dat gaat vaak tegen de heersende opvattingen in. Dat veroordeelt voedselbanken als schandvlek voor een rechtvaardige samenleving en werkt er hard aan mee omdat er te veel mensen zijn die de voedselbanken maar al te hard nodig hebben. Dat strijdt tegen armoede en helpt de armen. Tot het uiterste, tot aan de einden der aarde als het nodig is. Dat stelt de voedselcrisis en de coronacrisis in de wereld boven de financiële wereld. Dat blijft kijken naar een eerlijke verdeling van kennis, rijkdom en macht.

Natuurlijk kan een president van de Verenigde Staten daarbij helpen, net als een Paus in Rome. De bevrijding van de armen moet in de hele wereld verkondigd worden en wie de binnensteden van Amerikaanse steden bekijkt weet dat daar vaak die boodschap nog lang niet is doorgedrongen. Want het verkondigen van die boodschap als getuigenis voor alle volken betekent niet dat je op de hoek van een straat gaat staan en roept dat Jezus redt, of dat je dat in grote letters op je dak moet zetten, of in kleurige blaadjes die je van huis tot huis verspreidt, maar het betekent dat je op weg gaat om gemeenschappen van mensen te vormen die delen met elkaar, die niet rusten voor aan de armsten onder hen recht wordt gedaan. Daarvoor stuurde Jezus van Nazareth zijn leerlingen er op uit, daarvoor worden wij er op uit gestuurd. Vandaag dus net zo goed als gisteren en morgen.