Vraag de Israëlieten

Exodus 25:1-9

1 De HEER zei tegen Mozes: 2 ‘Vraag de Israëlieten mij geschenken te geven; neem van ieder die daartoe bereid is een bijdrage in ontvangst. 3 Je moet het volgende van hen vragen: goud, zilver en koper, 4 blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol, fijn linnen garen en geitenhaar, 5 rood geverfde ramsvellen, vellen van zeekoeien, acaciahout,6 lampolie, geurige specerijen voor de zalfolie en voor de reukoffers, 7 onyxstenen voor de priesterschort en edelstenen voor de borsttas.8 De Israëlieten moeten een heiligdom voor mij maken, zodat ik te midden van hen kan wonen. 9 Ik zal je een ontwerp laten zien van de tabernakel en van alle voorwerpen die bij deze tent horen; houd je daar nauwkeurig aan. (NBV)

In het boek Exodus wordt benadrukt dat het volk dat door de woestijn trekt maar één koning kent. De God van Israël die met zijn sterke arm het volk uit het slavenhuis had bevrijd. Nu wordt hoorbaar en zichtbaar gemaakt dat die God inderdaad de koning is, de Godkoning zoals ook de andere koningen van de wereld zich graag als goden voordoen. Eerst is er een verbond gesloten tussen de Godkoning en zijn volk. Bij opgravingen zijn diverse voorbeelden gevonden van teksten van verbonden tussen een koning en zijn onderdanen. Teksten die voor wat de verplichtingen van het volk niet eens veel afwijken van de tekst van het verbond zoals dat in de hoofdstukken hiervoor wordt beschreven. Er is wel een groot verschil. De Godkoning van Israël beloofd het volk in vrijheid te houden. De koningen van de rest van de wereld vragen alleen gehoorzaamheid.

Maar een koning heeft een paleis. Daar is een grote zaal waar onderdanen problemen en geschillen kunnen voorleggen, hun belasting kunnen aanbieden en waar de koning dan rechtspreekt. Veel koningen bezwijken dan voor de verleiding om recht te spreken in het voordeel van de grootste belastingbetalers, de rijken. Ook de Godkoning van Israël verdient een dergelijk paleis. Omdat het volk nog door de woestijn trekt op weg naar het land dat de God van Israël hen heeft beloofd moet ook dat paleis verplaatsbaar zijn. Het is hier niet de koning die het volk beroofd om een zo mooi mogelijk paleis te bouwen maar het is het volk dat voor het ontmoeten van hun Godkoning een paleis bouwt. Hun Godkoning gaat immers alle verstand te boven en woont dus niet zelf in de Tent der Ontmoeting maar weet waar het volk hem zal willen ontmoeten.

In het gedeelte dat we vandaag lezen worden de materialen genoemd die horen bij een paleis van de Godkoning van het kaliber van de God van Israël. Dat paleis is tegelijk een heiligdom, bij Israël is de God koning geworden en niet de koning God geworden. De nadruk ligt dan ook op de godsdienst die in dat paleis centraal zal staan. Recht wordt er door de levieten gesproken, de hulpen van de priesters. In dat nieuwe land zullen die levieten in elke stad te vinden zijn. Zij zullen zich moeten baseren op de tekst van dat verbond. Maar ook op de verhalen die daarbij horen. Uiteindelijk zullen de eerste vijf boeken van wat wij de Bijbel zijn gaan noemen de basis gaan vormen voor de omgang tussen mensen en volken en voor de omgang van het volk met haar God. Als het volk een koning vraagt zoals de andere volken hebben dan is het eerste antwoord dat Israël al een koning heeft de God van Israël. Ook Christenen geloven dat die God uiteindelijk via zijn zoon alle macht in hemel en aarde heeft. De regel die wij daarbij mogen volgen is het liefhebben van onze naaste als onszelf, elke dag opnieuw.

Dat zal de straf zijn

Zacharia 14:12-21

12 De volken die tegen Jeruzalem ten strijde zijn getrokken, zullen door de HEER worden getroffen met een afgrijselijke plaag: terwijl ze nog levend rondlopen zal hij hun vlees laten wegteren van hun botten, hun ogen laten wegrotten in hun kassen en hun tong laten wegrotten in hun mond. 13 De HEER zal op die dag zo’n paniek onder hen zaaien dat ze elkaar beetgrijpen en slaags raken. 14 Ook Juda zal zich mengen in de slag om Jeruzalem. De rijkdommen van de belagers zullen als buit bijeen worden gebracht: grote hoeveelheden goud, zilver en kostbare gewaden. 15 En alle dieren in het vijandelijke kamp, paarden, muildieren, kamelen en ezels, zullen door dezelfde plaag worden getroffen als de mensen. 16 De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren. 17 En is er op aarde een volk dat niet naar Jeruzalem komt om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren, dan zal er in dat land geen regen vallen. 18 Ook Egypte zal, wanneer zijn volk niet naar Jeruzalem komt, stellig worden getroffen door deze plaag, waarmee de HEER de volken straft die het Loofhuttenfeest niet komen vieren. 19 Dat zal de straf zijn voor Egypte en de andere volken die niet deelnemen aan het Loofhuttenfeest. 20 Als die tijd aanbreekt, zal zelfs op de bellen van de paarden gegraveerd staan: ‘Aan de HEER gewijd’. De kookpotten in de tempel zullen dienen als offerschalen voor het altaar. 21 Alle kookpotten in Jeruzalem en Juda zullen aan de HEER van de hemelse machten gewijd zijn; ieder die wil offeren, kan ze gebruiken om er zijn offer in te bereiden. Als die tijd aanbreekt, zullen er nooit meer handelaars zitten in de tempel van de HEER van de hemelse machten. (NBV)

Het slot van het boek van de profeet Zacharia. Je weet bijna niet wat je leest. Het gaat kennelijk over een plaag  waarbij van de mensen die er door getroffen wordt het vlees zal wegteren van hun botten, hun ogen wegrotten in hun kassen en hun tong in hun mond. Afschuwelijk, moeten we ons daardoor laten leiden? Is angst voor dit soort plagen dat wat ons drijft naar wat we “het geloof” zijn gaan noemen? Dan hebben we dit Bijbelgedeelte toch niet helemaal begrepen en zijn we misschien blijven steken in de beelden die we niet kennen maar waarbij we ons de meest gruwelijke voorstellingen kunnen maken. Het Bijbelgedeelte gaat over een feest waaraan iedereen mee kan doen. Het Loofhuttenfeest. Een oogstfeest aan het einde van de warme, hete en vooral droge zomer in Israël waarbij gebeden wordt om regen. Het is dan zo droog dat het land wel veranderd lijkt te zijn in een woestijn.

En die woestijn herinnert aan de Tora die in de woestijn werd ontvangen. De Tora die zegt dat je eerlijk moet delen en je naaste moet liefhebben als jezelf. Als herinnering aan de tocht door de woestijn gaat iedereen buiten wonen, op straat, in het veld en als er geen ruimte is op de hoek van het dak. Daar wordt de loofhut gebouwd, een hut van takken en stro. Daarmee verdwijnt ook het onderscheid tussen arm en rijk, want al dat soort hutten gaat al snel op elkaar lijken. In de hitte kun je je voorstellen dat als mensen niet met elkaar delen de honger en de dorst toeslaat. Wie de beelden heeft gezien van de zware hongersnoden die de Sahel in de loop van de jaren hebben getroffen zal de afschuwelijke beelden die Zacharia beschrijft gemakkelijk herkennen. Die beelden waren zo afschuwelijk dat de magere Ethiopiërs bijna spreekwoordelijk werden en veel mensen zelfs de Biafrakindertjes zich nog kunnen herinneren. Die hongerslachtoffers waren er niet zozeer omdat in hun land de mensen niet wilden delen maar omdat wij vergeten dat de hele wereld tot ons land hoort en dat al die mensen ook onze broeders en zusters zijn.

Daarom staat er ook dat zelfs Egypte zal moeten meedoen, daar waren ze niet afhankelijk van regen, maar wel van delen. We hebben dus nog steeds de plicht de voedselcrisis in de wereld op te lossen. En die voedselcrisis zal volgens de Bijbel een veel hogere prioriteit moeten hebben dan de crisis van de steenrijke bankdirecteuren en presidenten van grote ondernemingen. De coronacrisis herinnert ons nog eens aan het wereldwijde karakter van onze samenleving. Als we kerstfeest vieren zingen we over een kindje dat in een stal werd geboren. Zo’n stal verschilt niet zoveel van een loofhut. Ook dat kindje in de stal is een uitnodiging om samen te gaan delen, om stands en machtsverschil maar te laten voor wat het is en te zorgen dat de zwaksten en de minsten in de wereld mee kunnen komen en mee kunnen feesten, omdat er voor iedereen genoeg is. En er is pas voor iedereen genoeg als we bereid zijn met iedereen te delen. Gelukkig dat we er elke dag opnieuw mee kunnen beginnen, ook vandaag, vooruitlopend op het kerstfeest, als oefening.

Jullie zullen wegvluchten

Zacharia 14:1-11

1 Er komt een dag dat de HEER zal ingrijpen, Jeruzalem, dat de buit binnen je muren wordt verdeeld. 2 Ik zal alle volken samenbrengen-zegt de HEER om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken. De stad zal worden ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen verkracht. De helft van de inwoners wordt in ballingschap weggevoerd, maar het deel dat overblijft zal niet worden uitgeroeid. 3 Daarna zal de HEER uittrekken en de strijd tegen die volken aanbinden, net als weleer. 4 Die dag zal hij zijn voeten op de Olijfberg planten, ten oosten van Jeruzalem. De Olijfberg zal in tweeën splijten: de ene helft glijdt weg naar het noorden en de andere naar het zuiden, zodat er een breed dal ontstaat van oost naar west. 5 Jullie zullen wegvluchten, het dal in tussen die twee bergketens die zullen reiken tot aan Asel, zoals jullie ook gevlucht zijn bij de aardbeving in de tijd dat koning Uzzia regeerde over Juda. En de HEER, mijn God, zal verschijnen met al de zijnen. 6 Op die dag zal er geen licht zijn; de hemellichamen verliezen hun glans. 7 Op die ene dag, die alleen de HEER kent, zal er geen onderscheid zijn tussen dag en nacht. Pas tegen het vallen van de avond zal er weer licht gloren. 8 Als die tijd aanbreekt, zal er in Jeruzalem zuiver water ontspringen: de ene helft zal in het oosten in zee uitmonden en de andere helft in het westen, zowel in de zomer als in de winter. 9 En de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de HEER de enige God zijn en zijn naam de enige naam. 10 Het hele land wordt zo vlak als de Jordaanvallei, van Geba in het noorden tot aan Rimmon in het zuiden. Maar Jeruzalem zal zijn hoogverheven plaats behouden. Van de Benjaminpoort tot aan de oude poort, de Hoekpoort, en van de Chananeltoren tot aan de koninklijke perskuipen 11 zal de stad bewoond zijn. Jeruzalem zal weer een veilige woonplaats zijn, want er zal nooit meer vernietiging over worden afgeroepen. (NBV)

Denk nu niet dat alles wel goed zal komen. We hebben een coronacrisis en we hadden een graaicrisis en we moeten er van leren maar volgend jaar gaat alles al weer beter. Dat wordt ons voorgehouden. De mannen in de deftige pakken die de graaicrisis hebben veroorzaakt, die ons hebben voorgehouden dat ze hun gang moesten kunnen gaan, dat hun creativiteit ons welvaart zou brengen, houden ons nu voor dat ze zelf de rotzooi die ze veroorzaakten kunnen opruimen en dat we ons geen zorgen hoeven maken. Het tegendeel is het geval volgens Zacharia. Niet dat de profeet de crises die we nu hebben heeft voorspeld, want profeten voorspellen niet, ze spreken de waarheid. En de waarheid is dat als je niet meer de weg van God bewandeld als volk je dan rampspoed op rampspoed zal tegenkomen. Dat was zo in de dagen van Zacharia, de stad werd ingenomen, de huizen geplunderd en de vrouwen verkracht, de helft van de inwoners werd in ballingschap weggevoerd, we maken nu zoiets opnieuw mee in de banken en pensioenfondsen.

Maar dat is niet het einde van het verhaal. Als mensen in nood komen, als de mannen in de deftige pakken in de gevangenis zijn verdwenen of op de vlucht gejaagd dan kruipen de overgebleven mensen bij elkaar. Dan herinneren ze zich weer dat ze moeten delen van wat ze hebben om te kunnen overleven. Dat elk voor zich leven en graaien en grijpen alleen maar voert tot de dood. De werkers in de gezondheidszorg kunnen hier vandaag over meespreken. Daarom kan Zacharia zeggen dat de weg van de Heer weer de overhand zal krijgen. Dan zal iets gewoons als de landbouw, de Olijfberg, een bergketen worden die bescherming biedt, wij weten dan weer dat het niet gaat om flatscreens en golfbanen, maar om graan en groente. Dan herkennen we weer dat de hele wereld er eigenlijk om draait dat iedereen te eten heeft, van Jeruzalem tot aan de Asel. Dat zijn best duistere tijden, maar als het donker het sterkst wordt dan gaat ons weer een licht op.

Dan kan de wereld weer een paradijs worden. In het verhaal over het paradijs, de tuin waarin de mensen met God wandelden, werd verteld dat die tuin door twee rivieren omringt werd, hier wordt verteld dat er uit Jeruzalem twee rivieren ontspringen. God zal dan echt koning worden over de hele wereld. Overal zal het delen met elkaar, je naaste liefhebben als jezelf, als eerste regel gelden, liefde zal het leidend beginsel voor de volken zijn. Daarom kan er gezegd worden dat Jeruzalem hoog verheven zal zijn. Daar werd immers die Wet bewaard, gegraveerd op harde rotsen, onuitwisbaar in het hart van de wereld. Dat principe van de liefde voor allen is niet stuk te krijgen. Dat principe is te zien in de zorg voor de zwaksten, de minsten op de aarde. En het allermooiste is dat we allemaal mee mogen doen, niet op een dag in een onzekere toekomst, maar vandaag nog, het begint vandaag voor ieder die mee wil werken.

Zwaard, ontwaak!

Zacharia 13:7-9

7 Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder, tegen de man met wie ik mij verbonden heb-spreekt de HEER van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Weerloos als ze zijn zal ik ze treffen. 8 In heel het land-spreekt de HEER -zal twee derde worden uitgeroeid en omkomen; slechts een derde deel zal worden gespaard. 9 Dat deel zal ik louteren in het vuur: ik zal hen smelten als zilver en zuiveren als goud. Zij zullen mijn naam aanroepen en ik zal antwoorden. Ik zal zeggen: ‘Dit is mijn volk, ‘en zij zullen zeggen: ‘De HEER is onze God.’(NBV)

Soms lijkt de Bijbel maar een bloederig geschrift. Een aantal van de teksten zoals we die vandaag lezen achter elkaar en je kunt een Fitna film maken. Met behulp van gelijksoortige teksten uit de Koran is immers de film Fitna door Geert Wilders gemaakt. En als je je vijanden zwart maakt ben je snel vriend met de vijanden van jouw vijanden. Geert Wilders werd in Israël dan ook met open armen ontvangen. Maar het land zou te klein zijn als iemand een film maakt over de oproep die Zacharia aan God toeschrijft om de wapens op te nemen en de leider van het volk, ja het parlement om te brengen. Want dat staat hier : “Dood de herder. ” We zijn gewend dit soort oproepen tot geweld te veroordelen. In dit gedeelte gaat het zelfs verder want de orde in de samenleving moet worden omver geworpen, het volk moet in verwarring worden gebracht en weerloos rondlopen zodat twee derde van het volk kan worden gedood.

De gemiddelde terroristische organisatie zal watertandend naar een film over dit Bijbelgedeelte kijken. Lezen we dat dus wel goed? Moeten we ons de ogen uitwrijven omdat we de Bijbel altijd verkeerd hebben gelezen? Jazeker. Als je geloofd dat de teksten uit de Koran zoals die verfilmd zijn door Geert Wilders ook werkelijk de Koran hebben weergegeven dan zou je ook zomaar kunnen denken dat je de woorden van Zacharia goed hebt gelezen en verstaan. Maar beide is onjuist. Wat Geert Wilders in de Koran meent te lezen staat er niet en zijn film slaat dan ook nergens op. Net zomin staat die oproep tot geweld en anarchie hier in Zacharias en alle beroepen die in de geschiedenis op dit Bijbelgedeelte werden gedaan om religieus geweld te rechtvaardigen waren ten onrechte. Wat hier geschetst wordt is de radicale omkeer die een volk moet doormaken om weer een volk van God te worden.

Dat is een revolutie die met pijn gepaard gaat. Later zou het een wedergeboorte genoemd worden. Volgens Jezus van Nazareth zouden kinderen tegen hun ouders opstaan en als er twee op het land samen aan het werk zijn zou er maar één overblijven. Gelouterd heet dat, als goud dat weer zuiver wordt gemaakt en waaruit alle verontreinigingen verwijderd zijn. Dan blijft er een volk over dat als enige Heer de God van Israël erkent. De God die zegt dat je je naaste moet liefhebben als jezelf, dat je moet delen van wat je hebt met de minsten, dat je moet zorgen voor de zwaksten. Dat je dus niet mag doden en geen vals getuigenis mag afleggen. Dat zijn het soort onzuiverheden waarvan een volk gereinigd moet worden. Wij kunnen daar alvast mee beginnen door het goede te doen, te zorgen voor armen en de vreemdelingen in ons midden ook echt op te nemen, die 500 kinderen uit Griekse kampen zouden een goede start zijn. Dan beginnen we met het zuiveren van slechte gewoonten.

Ik ben helemaal geen profeet

Zacharia 13:2-6

2 Als die tijd aanbreekt-spreekt de HEER van de hemelse machten-zal ik alle afgoden uit het land laten verdwijnen; hun namen zullen niet meer worden genoemd. Ik zal ook de profeten uitbannen, en met hen de geest van onreinheid die het land bezoedelt. 3 Wanneer er dan nog iemand een profetie uitspreekt, zullen zijn eigen vader en moeder, die hem zelf hebben voortgebracht, tegen hem zeggen: ‘Jij moet sterven, want je verkondigt leugens in de naam van de HEER.’ Ze zullen hem doorsteken, zijn eigen vader en moeder, die hem zelf hebben voortgebracht, wanneer hij een profetie uitspreekt. 4 Dan zullen ze zelfs niet meer voor hun visioenen durven uitkomen, die profeten. Ze zullen de profetenmantel niet meer aantrekken om de mensen te bedriegen. 5 Ze zullen zeggen: ‘Ik ben helemaal geen profeet; al van jongs af aan bewerk ik als slaaf de grond.’ 6 En wanneer zo iemand gevraagd wordt: ‘Hoe kom je dan aan die striemen op je rug?’, dan zal hij antwoorden: ‘Die heb ik opgelopen in het huis van mijn meesters.’(NBV)

Profeten hebben in de geschiedenis van Israel een grote indruk gemaakt. Iedereen wilde op een gegeven moment wel profeet zijn want daarmee waren geld en aanzien te verdienen. Toen de Koningen Achab en Jochanan van Noord en Zuid Israel ten strijde wilden trekken tegen de koning van Assyrië hadden ze wel 300 profeten ingehuurd om hen een goede afloop te voorspellen. Alleen de profeet Micha moest toegeven dat ze misleid werden omdat de God van Israël wilde dat Achab in de strijd zou omkomen. Heel langzaam was de functie van profeet daardoor in discrediet geraakt. Niet langer werden mensen meegenomen op de weg van de God van Israël, de God die hen bevrijdt had uit Egypte en in de woestijn de weg gewezen had waarlangs het volk een volk van God zou kunnen worden en blijven. De mensen waren meer en meer voor zichzelf aan de slag gegaan. De Wet van eerlijk delen, van je naaste liefhebben als jezelf was vergeten.

Vlak bij Jeruzalem, in de vlakte van Meggido kon je elk jaar het gehuil horen om Hadad-Rimmon, de Kanaänitische god van de plantengroei en de vruchtbaarheid. Die god stierf elk jaar in de droge en hete zomer van Kanaän en stond weer op in de herfst. Het “heengaan” van deze god ging gepaard met massale rouwdiensten. Dit soort afgoderij was zo bekend in Israël dat de profeet Zacharia het niet eens uit hoeft te leggen als hij daarheen verwijst. Geen wonder dat de liefde voor profeten was omgeslagen in haat. Godsdienst was iets voor de show en de geldbuidel. Wat dat betreft is er tot in onze dagen niets veranderd. Oplichters worden aangegeven door hun eigen kinderen. Familieleden vragen andere namen aan uit schaamte voor de najagers van winst en profijt die ontmaskerd zijn. Pas als er werkelijk gedeeld wordt met de armen, de minsten op de aarde, wordt duidelijk wie met God wil wandelen of wie een eigen weg wil gaan.

In ons land staat in de politiek de ontwikkelingssamenwerking ter discussie. Dat miljoenen mensen dreigen om te komen door hongersnood speelt daarbij geen rol, of er geld genoeg is om nog een rijbaan langs een snelweg aan te leggen is de vraag van hen die de zorg voor de armsten afwijzen. In het gedeelte van vandaag uit het boek van de profeet Zacharia staat dat ouders hun kinderen zullen doorboren als ze het wagen toe te geven profeten te zijn. Zelfs de striemen op de rug die profeten in extase zichzelf hadden toegebracht moeten ontkend worden en geduid worden als de striemen van slaven. Bij ons is het nog niet zo ver dat mensen hun SUV verbergen onder een hooiberg om de wraak van de armen te ontlopen. Laten we het niet zover laten komen door iedereen op te roepen en mee te slepen in het delen met de minsten op aarde. Die korting op ontwikkelingssamenwerking kan dus echt niet.

Het hele land zal rouwen

Zacharia 12:9-13:1

9 Op die dag zal ik alles in het werk stellen om de volken uit te roeien die Jeruzalem belagen. 10 Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind; hun verdriet zal zo bitter zijn als het verdriet om een oudste zoon. 11 Op die dag zal men in Jeruzalem zo luid weeklagen als er in de vlakte van Megiddo wordt geweeklaagd om Hadad-Rimmon. 12 Het hele land zal rouwen: de nakomelingen van David en die van Natan, 13 de nakomelingen van Levi en die van Simi, 14 en alle overige families, elke familie afzonderlijk en de vrouwen steeds afzonderlijk van de mannen. 1 Op die dag zal er een bron ontspringen waarin de nakomelingen van David en de inwoners van Jeruzalem hun zonde en onreinheid kunnen afwassen. (NBV)

Er zijn zo af en toe mensen in de Bijbel die niet worden wat ze zouden moeten worden. Ze lijken te verdwijnen in het duister van de geschiedenis en de veelheid van verhalen. Maar onverwacht kunnen ze toch weer opduiken. Vandaag lezen we over twee van die mensen. Velen zullen hun namen nauwelijks kennen. Simi en Natan. Nu kennen we een Natan de profeet, maar die wordt hier niet bedoeld en die Simi kennen we beter als Simei en dan nog, wie kent nu nog dat verhaal van dat stenengooiende jongetje. Het verhaal van vandaag vertelt ons dat bij God mensen nooit vergeten zijn. Altijd weer komt er voor mensen, of hun nakomelingen, een dag dat de geschiedenis als het ware opnieuw begint. In de Bijbel is dat niet het moment dat de natuur zich hernieuwt, dat de winter overgaat in de lente, maar het omgekeerde is het geval, zoals de winter overgaat in de lente komt er voor de verdrukten, de vergeten mensen, de zwaksten en de minsten een moment dat de geschiedenis zich omkeert en zij boven komen drijven.

Het kwaad dat mensen is aangedaan zal worden berouwd. Hier gaat het om de doorboorde en veel en veel later zal men dit verhaal citeren als het gaat over Jezus van Nazareth en hoe die zijn verhaal door droeg door de dood heen. Ook Jesaja had het al over een doorboorde gehad die gewroken zou worden. Mensen krijgen spijt van hun wreedheden. Ze leren vaak dat het helemaal anders moet. Kindsoldaten worden leraren die weeskinderen onderwijzen zo zien wij in onze dagen. Dat gaat niet vanzelf, daarvoor moeten we veel geld en ondersteuning in projecten steken die hen de kans geven. Maar de geschiedenissen van Simi en Natan leren ons dat het niet vergeefs hoeft te zijn. Simi was de jongste zoon van Saul. Toen Saul en de broers van Simi de dood op het slachtveld hadden gevonden bleef Simi niet anders dan uit woede stenen te gooien naar David. David had medelijden met hem en zo kon Simi een familie stichten en nakomelingen krijgen.

Met Natan gebeurde net zo iets, hij was een zoon van David maar kreeg nooit het recht op troonsopvolging. Toch ging zijn nageslacht niet verloren. In het geslachtsregister van Jezus van Nazareth zoals Matteüs dat opgeschreven heeft komt hij voor al was er ooit over hem verteld dat hij als baby al gestorven was. Hier in dit Bijbelgedeelte komt hij dus ook voor, daar waar verteld wordt dat de zwaksten sterk worden als David, dat alle volken uitgeroeid worden die zich niet aan de Wet van eerlijk delen willen houden en die Wet van de aardbodem willen wegvagen. Die weerstand zal de bron worden van mededogen en inkeer. Wanhoop dus niet als mensen je voor gek verklaren als je vasthoud aan recht en gerechtigheid, aan het voeden van hongerigen, kleden van naakten, bezoeken van gevangenen, en opnemen van vreemdelingen. De dag zal komen dat er een omkeer komt, een dag waarop de armen bevrijdt zullen worden.

Zo sterk zijn als David

Zacharia 12:1-8

1 Profetie. De woorden van de HEER over Israël. Zo spreekt de HEER, die de hemel heeft uitgespannen en de aarde heeft gegrondvest, die de mens het leven heeft gegeven: 2 Ik zal van Jeruzalem een beker wijn maken die de omringende volken bedwelmt. Als Jeruzalem wordt belegerd, zal ook Juda onder de voet gelopen worden. 3 Op de dag dat alle volken op aarde tegen Jeruzalem oprukken, zal ik van de stad een zware steen maken waaraan haar belagers zich vertillen. 4 Op die dag-spreekt de HEER maak ik de paarden schichtig en zaai ik paniek onder hun berijders. Terwijl ik de paarden van de vijand verblind, zullen mijn ogen over het volk van Juda waken. 5 Dan zullen de stamhoofden van Juda bij zichzelf zeggen: Onze kracht ligt bij de inwoners van Jeruzalem, dankzij de HEER van de hemelse machten, hun God. 6 Op die dag maak ik de stamhoofden van Juda tot een fakkel in een takkenbos, tot een vonk in een korenschoof, zodat de vlammen om zich heen grijpen en de omringende volken verzengen. Jeruzalem zal blijven staan waar het staat. 7 Eerst zal de HEER de dorpen van Juda de overwinning schenken, opdat de roem van het huis van David en van de inwoners van Jeruzalem niet groter zal zijn dan die van de Judeeërs. 8 Maar de HEER zal tegelijkertijd de inwoners van Jeruzalem steunen: de zwakste onder hen zal op die dag zo sterk zijn als David en het huis van David zal hen leiden alsof God zelf hen leidde, alsof er een engel van de HEER voor hen uit ging. (NBV)

Vandaag geen voorspelling van een profeet maar een belofte. Er is nog al vaak gezocht naar een gebeurtenis na Zacharia die er op zou wijzen dat de voorspelling van Zacharia zou zijn uitgekomen. Maar die gebeurtenis is nooit gevonden. Heeft de profeet het dan bij het verkeerde eind? Welnee, het is geen voorspelling en wie de profeten leest als voorspellers heeft het niet goed begrepen. Wat de profeet het volk van Israel voorhield houdt de Bijbel vandaag ook ons voor. En we hebben die boodschap maar al te hard nodig in onze dagen. Alles om ons heen hebben we en weten we immers te waarderen omdat we het lief hebben. Wie heeft nu niet de blauwe hemel met de witte wolken lief, wie kan nu niet genieten van alles wat de aarde aan goed te bieden heeft en wie heeft nu niet het leven lief. Alle liefde komt van God en alles wat we lief hebben kregen we van God.

Maar die liefde dreigt onder de voet te worden gelopen. Door die liefde weten we te delen met onze naaste, degene die we liefhebben als onszelf. Daarmee volgen we de Wet die in Jeruzalem wordt bewaard, de Wet waar alle volken zich aan zouden moeten spiegelen, ze moeten zich naar Jeruzalem wenden. Maar Jeruzalem dreigt onder de voet te worden gelopen. In plaats van delen met elkaar proberen de volken elk voor zichzelf te zorgen en elkaar daarvoor te gebruiken en te misbruiken. De profeet belooft nu dat de volken zich zullen vertillen aan de poging om de liefde tussen de volken uit te bannen. Juist als de pogingen het sterkst lijken dan kijkt God met liefde naar zijn volk, dan kijken mensen met liefde naar de slachtoffers, daar waar de Wet van eerlijk delen geldt daar ligt onze kracht. Dan gaat er een licht op over de minsten, een licht dat ook warmte geeft, het licht van de liefde, dan wordt er gedeeld van wat er is.

Daarvoor heb je geen grote machtige steden voor nodig, geen machtige landen, dorpen, kleine leefgemeenschappen zijn daarvoor genoeg. Daar waar mensen elkaar nog kennen en bereid zijn voor elkaar in te staan zal het beginnen. Het verhaal van recht en gerechtigheid zoals dat in het verhaal van Koning David werd verteld zal het leidend verhaal zijn. Dan zullen de zwaksten net zo sterk zijn als David. Dat is een belofte waar we ons aan kunnen vasthouden. Nu de leiders van de wereld bezig zijn hun financiële systeem te redden en geen oog lijken te hebben voor de geldwoestijnen waarin miljoenen armsten van de wereld leven. Nu economische en financiële crises de voedselcrisis overschaduwen kunnen we met verdubbelde ijver streven naar eerlijke handelsverhoudingen waarin echt iedereen mee kan doen en ook de armsten in de wereld tot hun recht komen. Juist in deze donkere dagen van economische onzekerheid kunnen we het licht laten schijnen van eerlijk delen, recht doen aan mensen en iedereen mee laten doen.

Hij is toch de zoon van de timmerman?

Matteüs 13:47-58

47 Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. 48 Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. 49 Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, 50 en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden. 51 Hebben jullie dit alles begrepen?’ ‘Ja, ‘antwoordden ze. 52 Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt.’ 53 Toen Jezus deze gelijkenissen had uitgesproken, verliet hij die plaats. 54 Hij kwam aan in zijn vaderstad en gaf de bewoners onderricht in hun synagoge, zodat ze stomverbaasd waren en zeiden: ‘Hoe komt hij aan die wijsheid en hoe kan hij die wonderen doen? 55 Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? 56 En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? Waar heeft hij dat alles dan vandaan?’ 57 En ze namen aanstoot aan hem. Maar Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’ 58 En hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof. (NBV)

We spotten wel eens met de betekenis van Jezus. Als iemand doet of hij de wijsheid in pacht heeft, eigenwijs blijft doordrammen, dan zeggen we dat hij denkt dat hij Jezus is maar hij is slechts de zoon van een timmerman. Zo ging het met Jezus zelf ook toen hij op rondreis door het land in zijn eigen stad kwam. Waar haalt hij de wijsheid vandaan vroegen de mensen zich af, het is toch maar de zoon van Jozef en Maria. Er is echter een spreekwoord uit die tijd dat zegt dat niemand de schriften kent zoals een timmerman. Dat waren kennelijk slimme mensen die de Thora en de Profeten, wij noemen dat nu het Oude Testament, goed hadden bestudeerd. Jezus zette zichzelf in die traditie. Daar hoorden overigens ook de zogenaamde Farizeeën bij, ook zij bestudeerden de wet en de profeten, met dit verschil dat bij Jezus de wet er voor de mensen was en bij de Farizeeën soms de schijn werd gewekt dat de mensen er voor de wet zijn.

Nu is die houding een stuk gemakkelijker en voor machthebbers ook een stuk aantrekkelijker. Machthebbers bepalen hoe de wet moet worden toegepast en dus moet dat altijd zo dat hun macht er groter door wordt. Machthebbers die rechters kunnen benoemen zijn dan ook gevaarlijk. In de ontwikkeling van de democratie, trouwens lang voor de democratie bestond zoals wij die kennen, was er al de leer van de scheiding van de machten. Wie de wetten maakten moesten anderen zijn dan die de wetten uitvoerden en beiden behoorden niet tot de rechters die het nakomen van de wetten beoordeelden. Maar in de discussie tussen Jezus van Nazareth en de Farizeeën speelde een ander conflict een rol. Wij hebben wetten waar we ons allemaal onder alle omstandigheden altijd op dezelfde manier aan moeten houden. De Thora, de richtlijnen die het volk Israël had ontvangen voor de menselijke samenleving kan ook anders gelezen worden. Die Thora zet mensen in beweging om die ideale samenleving ook voor elkaar te krijgen en het oordeel is niet over mensen, maar over de samenleving, pas als mensen een samenleving vol onrecht en onderdrukking beter gaan vinden dan volgt een oordeel over die mensen.

Voor leerlingen van Jezus is daarom het voorgaan in de synagoge wat moeilijker, dan put je wel uit de oude geschriften maar laat je er een nieuw licht over schijnen, want voor dat koninkrijk heb je alles over. Voor dat Koninkrijk moeten mensen in beweging komen. Als een pot met goudstukken die je in een stuk grond vindt, eerst de grond kopen en dan de schat opgraven, of als de handelaar die eindelijk de langgezochte waardevolle parel vindt, alles wegdoen en zorg dat je die parel krijgt, of als de vissers die hun net vol hebben, ze zoeken echt de goede en de slechte vissen uit en nemen daar dan de tijd voor. Het gaat er dus om voortdurend bezig te zijn met de vraag of het gaat om anderen lief te hebben als jezelf of alleen om er zelf beter van te worden. En haal je mensen dan naar beneden, het is maar…. zeg maar de zoon van de timmerman, dan wordt het niks, dan wordt de wereld er niet beter van. Daar wist zelfs Jezus maar weinig wonderen te verrichten.

Daar zullen ze jammeren en knarsetanden.

Matteüs 13:36-46

36 Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: ‘Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’ 37 Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, 38 de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, 39 de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. 40 Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 41 de Mensenzoon zal zijn engelen erop uitsturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen 42 en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 43 Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren! 44 Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen. 45 Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels.
46 Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen. (NBV)

Je hebt de keus of je onkruid of graan wil zijn. Uiteindelijk krijgen beiden de kans op te groeien. maar als de dag van de oogst komt dan wordt het onkruid bijeen gebonden en in het vuur gegooid, verbrand. Jezus legt in het bovenstaande uit dat het met name geldt voor hen die de Thora hebben verkracht, mensen uitgebuit en vermoord en misdrijven tegen de menselijkheid hebben gepleegd. Sommige van die misdadigers weten dat ook zelf wel. Van de Nazi’s kon uiteindelijk maar een handjevol leiders worden berecht, de rest had er zelf een einde aan gemaakt en maar een enkeling wist te ontkomen. Tot op de dag van vandaag wordt op de ergste van die misdadigers jacht gemaakt tot in de verste hoeken van de aarde. Ook in Japan heeft zo’n berechting plaatsgevonden. Er waren bijzondere rechtbanken voor Rwanda en voor voormalig Joegoslavië zijn tribunalen nog aan het werk. En inmiddels hebben we een internationaal strafhof waar zelfs zittende machthebbers worden aangeklaagd.

Die berechtingen zelf zijn niet zonder betekenis. Lange tijd is er gedacht dat de berechtingen in Duitsland en Japan uitzonderingen zouden zijn. De vonnissen en de rechtszaken van vlak na de Tweede Wereldoorlog hebben de normen gezet voor wat wel en niet kan op het gebied van mensenrechten. De Verenigde Naties als organisatie is er een gevolg van maar ook de Veiligheidsraad, met de regel dat geen land een gewapend conflict mag beginnen zonder toestemming van de VN. Die toestemming is verleend om Korea te beschermen, die toestemming is verleend om Koeweit te bevrijden maar die toestemming werd niet gevraagd, dus ook niet verleend om Irak binnen te vallen. Nu is er ook wel een regel dat je je eigen land gewapenderhand mag verdedigen en daar beroepen Amerika en Engeland zich op maar dat is dubieus. Die bijzondere tribunalen, die inmiddels zijn opgericht, hebben ook geleid tot het inzicht dat berechting van internationale misdadigers, tegen criminelen die het ontstaan van een meer ideale wereldsamenleving in de weg staan, een meer permanent karakter moet hebben.

Daarom is er dus in Den Haag het internationale strafhof. Nog niet alle landen doen daar aan mee, Amerika houd zich er angstig buiten. Dat Amerikaanse beslissingen om oorlog te voeren of mensen zonder vorm van proces jarenlang gevangen te houden en te verhoren buiten de regels van internationale verdragen om, waardoor ze niet door een onafhankelijke rechtbank beoordeeld kunnen worden is duidelijk, maar dat die beslissingen en die acties ook niet goedgekeurd kunnen worden zou ten nadele van de Amerikanen kunnen zijn. Juist daar waar rechtvaardigheid wordt gedaan gaan rechtvaardigen stralen als de zon. We maken dus stappen vooruit naar een samenleving waarin uiteindelijk het onkruid wordt vernietigd. De keus tussen graan zijn of onkruid ligt daarom voor de hand, al is het niet eenvoudig je niet te laten verstikken.

Een andere gelijkenis

Matteüs 13:24-35

Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. 25 Terwijl de24  mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. 26 Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid te voorschijn. 27 De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” 28 Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” 29 Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. 30 Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’ ”’ 31 Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. 32 Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’ 33 Hij vertelde hun een andere gelijkenis: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’ 34 Al deze dingen zei Jezus in gelijkenissen tot de menigte; hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot hen. 35 Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet: ‘Ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was.’ (NBV)

De gelijkenissen tuimelen over elkaar heen in dit Bijbelgedeelte. Zo graag wilde Jezus van Nazareth duidelijk maken hoe het zit met de komst en de groei van dat Koninkrijk waar hij het steeds over heeft. Je denkt dat je het goede woord hebt verkondigd en dan zie je in een kerk de prachtige gewaden, de machthebbers, de show en je hoort dat de armen en hun bevrijding verdwijnen achter eigenbelang en eerzucht. Hoe kan dat toch? Dat is het kwade dat altijd het goede zal vergezellen, pas als het Koninkrijk er echt is zal het kwade ten onder gaan. Moet je dan wanhopen en maar ophouden met de vertellen over dat Koninkrijk van eerlijk delen waar de minsten de belangrijksten zijn en er voor iedereen een plaats is? Welnee. Het groeit vanzelf uit tot het mooiste en het grootste dat we ooit hebben gezien. Zoals dus die mosterdboom die wij niet meer in die vorm kennen maar die we ons best kunnen voorstellen.

Die gelijkenis met dat zuurdesem kunnen we ons misschien nog het beste voorstellen. Want wie wel eens brood bakt weet dat je van de gist maar een heel klein beetje nodig hebt om een heleboel lekker brood te kunnen bakken. Zuurdesem is net als gist en daar heb je eigenlijk nog minder van nodig. Zo kun je dus ook een ideale samenleving maken. Je hebt naar verhouding maar een paar mensen nodig die er echt in geloven, die het tot het bittere einde ook weten vol te houden. Deze vergelijking is van Jezus van Nazareth zelf. De vergelijking die er aan vooraf gaat is op dit moment eigenlijk nog veel actueler. Die van het zaad en het onkruid. Biologen zeggen dan direct dat onkruid niet bestaat. Alle planten hebben hun doel en bestemming. maar de boer zal zeggen dat dat mooi is, maar als je graan hebt gezaaid dan wil je ook dat er graan groeit en geen distels of papavers of andere struiken. Van graan moet die boer z’n huishouding draaiende houden. Jezus wijst er op dat het voor de boer geen zin heeft om het onkruid er uit te gaan trekken.

Lang hebben we gedacht dat we het onkruid wel konden vergiftigen maar daar komen we ook van terug. Uiteindelijk vergiftigen we onszelf daarmee. Laat het onkruid dus maar staan en verwijder het na het maaien. Het verwijderen van onkruid uit de samenleving nu heeft dus geen zin, en straffen moeten we maar aan de rechters overlaten, want dat wat verkeerd is moet benoemd worden en wie verkeerd doet verdient straf. Het enige wat we kunnen doen is bezig blijven voor een betere samenleving, dus moeten we steeds opnieuw mensen de kans geven opnieuw te beginnen maar dan op de goede weg. Jezus wijst daarbij op het mosterdzaadje, ongeveer het kleinste zaadje dat er is, maar het groeit uit tot een geweldige struik. We hebben daarom ook zelf de keus of we een mosterdzaadje willen zijn, als zuurdesem werken in onze stad, ons land, onze eigen wereld, of dat we onkruid willen zijn dat snel groeit, het grootste en het mooiste wil zijn maar dat het goede verstikt.