De oude is beter.

Lucas 5:27-39

27 Daarna vertrok Hij en zag bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij!’ 28 Levi stond op, liet alles achter en volgde Hem. 29 Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor Hem aan, waarbij een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanlagen. 30 De farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden morrend tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars?’ 31 Maar Jezus antwoordde: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; 32 Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot inkeer op te roepen, maar zondaars.’ 33 Ze zeiden tegen Hem: ‘De leerlingen van Johannes vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de farizeeën doen, maar die van U eten en drinken maar.’ 34 Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is? 35 Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.’ 36 Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Niemand scheurt een lap van een nieuwe mantel om daarmee een oude mantel te verstellen, want dan scheurt hij de nieuwe, terwijl de lap niet bij de oude past. 37 En niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren de zakken door de jonge wijn en wordt de wijn verspild, terwijl de zakken verloren gaan. 38 Jonge wijn moet in nieuwe zakken worden gedaan. 39 Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge; hij zegt immers: “De oude is beter.”’ (NBV21)

We vallen vandaag met onze neus in de boter want het gaat vandaag in onze dagelijkse lezing uit de Bijbel om een feestmaal. Of daar in elke gemeente in ons land evenveel aanleiding voor is blijft natuurlijk een vraag. Maar maaltijden zijn voor Joden en Christenen de belangrijkste religieuze gebeurtenissen. En omdat het belangrijke godsdienstige handelingen zijn moet je er voorzichtig mee omgaan. Je kunt dat wat je eet en drinkt vergoddelijken en dus dat wat je eet en drinkt gaan aanbidden. Dat is afgoderij en dat verwijt klinkt dan soms ook tussen kerken vandaag de dag vooral als kerken willen gaan uitmaken wie wel en wie niet aan de maaltijd in de kerk kan deelnemen op andere gronden dan dat men wel of niet lid is van de betreffende kerk. In de tijd van Jezus van Nazareth klonk de waarschuwing dat je moet uitkijken met wie je de maaltijd nuttigt. Dat kan niet met iedereen. Vandaag klinkt die waarschuwing ook aan advocaten bijvoorbeeld. Ze kunnen niet voor hun plezier gaan eten met zware criminelen die van ernstige misdrijven worden verdacht en voor wie ze in processen als verdediger moeten optreden. Ze krijgen dan het etiket maffiamaatje opgeplakt en dat schaadt hun optreden en geloofwaardigheid als advocaat.

We moeten dus voorzichtig zijn. Jezus van Nazareth at met Jan en alleman. In dit verhaal wordt de maaltijd hem aangeboden door een belastinginner. Langs de kant van de weg stonden tolhuisjes en iedereen die daar langs kwam moest belasting betalen. Tollenaars betaalden aan de Romeinse bezetter een pachtsom voor het mogen heffen van de tol en moesten om te leven winst maken op het heffen van die belasting. Ze werden er meestal niet arm van en waren daarom ook niet geliefd. Zo’n belasting, die voor iedereen gelijk was, drukte ook nog het zwaarst op de armsten. Bovendien werkten ze voor de bezetter en dat maakte hen nog minder geliefd. Jezus van Nazareth ging echter niet voor niks bij hen eten. Hij had al eens zo’n tollenaar zover gekregen de helft van diens bezit onder de armen te laten verdelen en terug te geven aan hen van wie te veel was afgeperst. Liefde voor mensen betekent dus mensen die niet geliefd zijn weer op het rechte pad te krijgen en te zorgen dat ze in plaats van een gehaat medemens weer een geliefd medemens worden. Als dat lukt is het feest, pas als je verdriet hebt ga je vasten.

Niet eten en drinken, of heel sober eten en drinken. Bij de volgende feestmaaltijd waardeer je die maaltijd des te meer en kan je er dubbel van genieten. Ter voorbereiding op het grootste feest van de Christelijke Kerk, Pasen, zijn mensen in de veertig dagen voor Pasen daarom ook gaan vasten, alleen de zondagen slaan ze over, dan wordt al vast een beetje Pasen gevierd. Maar op de andere dagen even terug in overvloed en wat je bespaart opzij leggen voor de armen in de wereld, om er met Pasen en na Pasen weer tegenaan te kunnen en weten welke rijkdom je eigenlijk hebt. Volgende maand begint die periode van onthouding. Ondanks alle feestgedruis die daar aan vooraf gaat weten we heel goed dat er in de wereld nog lang niet genoeg wordt gedeeld, weten we dat er in de wereld nog lang geen vrede is. Maar als je weet met minder toe te kunnen wordt het ook wat makkelijker om te delen en als je weet hoe vervelend het is helemaal niets te hebben gun je dat een ander ook helemaal niet en deel je vanzelf met die ander. Dan heb je samen feest. En vandaag kunnen we dus een feest bouwen, zorgen dat er voor anderen genoeg is.

 

Godslasterlijke taal

Lucas 5:17-26

17 Toen Hij op een dag onderricht gaf, bevonden zich onder zijn gehoor ook farizeeën en wetsleraren die uit allerlei plaatsen in Galilea en Judea en uit Jeruzalem waren gekomen. De kracht van de Heer was werkzaam in Hem, opdat Hij zieken zou genezen. 18 Er kwamen een paar mannen met een verlamde op een draagbed, die ze naar binnen wilden brengen om hem voor Jezus neer te leggen. 19 Maar ze zagen geen kans om door de mensenmassa heen te komen, en dus gingen ze het dak op en lieten hem op het bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus. 20 Toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen de man: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ 21 De schriftgeleerden en de farizeeën begonnen zich af te vragen: Wie is die man dat Hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen? 22 Maar Jezus wist wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Vanwaar toch al die bedenkingen? 23 Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op en loop”? 24 Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ En Hij zei tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 25 En onmiddellijk stond hij voor de ogen van alle aanwezigen op, pakte het bed waarop hij altijd had gelegen en vertrok naar huis, terwijl hij God loofde. 26 Allen stonden versteld en ze loofden God, en zeiden, vervuld van ontzag: ‘Vandaag hebben we iets ongelooflijks gezien!’ (NBV21)

Een les om nooit te vergeten krijgen we vandaag te lezen. Als je echte vrienden hebt die ook wat voor je over hebben dan kun je in je leven ook echt opnieuw beginnen. Bijna zou je in dit verhaal lezen dat opstaan uit een verlammende situatie alleen kan als je echte vrienden hebt. De zonden worden namelijk niet vergeven aan de verlamde man die ze door het dak hadden laten heen zakken maar aan de vrienden die met hem op sjouw waren gegaan. Die staan in het eerste deel van het verhaal centraal. De les wordt uitgedeeld aan de schriftgeleerden en Farizeeën. Meestal kijken we heel negatief tegen hen aan. Dat waren mensen die het onze Jezus van Nazareth moeilijk wilden maken zo leerden we. Maar zo is het niet. De beweging van de Farizeeën was ook de uitvinder van de Synagogen. Het bestuderen van de leer van Mozes en het naleven van die leer was niet langer alleen in Jeruzalem mogelijk. In elk dorp en in elke stad werd een synagoge gesticht waar de leer kon worden bestudeerd.

Jezus van Nazareth leerde, onderwees, vaak in de Synagogen, hij las daar uit de Tora of de Profeten, de oude Hebreeuwse Bijbel. In de verhalen hiervoor benadrukt de schrijver van het Lucasevangelie dat optreden van Jezus van Nazareth in vele synagogen. De discussie die Jezus van Nazareth voert is er één binnen de synagogen en niet één van voor en tegenstanders van een bepaalde leer. Natuurlijk hebben de schriftgeleerden en Farizeeën gelijk als ze zeggen dat we niet op de stoel van God moeten gaan zitten. Alsof wij het voor het zeggen hebben als het gaat om goed en kwaad, juist het streven naar die kennis, het eten van de boom van kennis van goed en kwaad, was de wortel van de zonde. Maar Jezus van Nazareth gaat een stap verder. Bij hem gaat het altijd om de mensen zelf. De Liefde voor de mensen bepaalt zijn leer. En dan is vergeven een werkwoord. Voor vergeven moet het een en ander gebeuren. Er is iets gebeurd waardoor mensen buiten de samenleving zijn komen te staan. De vrienden konden er immers niet meer bij.

Pas als mensen weer volwaardig mee kunnen en mogen doen is er sprake van vergeving. Dus toen die vrienden zich via het dak naar binnen vochten werd hun uitsluiting opgeheven. Dat mag je best vaststellen zegt Jezus. Dat heft zelfs de meest verlammende situatie op. Sta op en loop is dan ook het bevel. Juist in het verhaal van Jezus van Nazareth moet je je altijd afvragen wie je als jouw vriend zou willen hebben als je gedwongen bent langs de kant te liggen. De mens die je als jij als vriend zou willen hebben moet je dan zelf worden voor de ander. Dat deden die vrienden hier toen ze hun verlamde vriend koste wat kost bij Jezus van Nazareth wilde brengen. Tijd dus om vrienden de worden met hen die worden buitengesloten, met mensen die geen stap meer kunnen zetten in onze samenleving. Tijd om ons naar binnen in de samenleving te vechten, desnoods via het dak. Want de mensen die ons als vrienden nodig hebben horen niet in de rand van de samenleving, die horen niet aan de kant te blijven staan of rond te zwerven in de onbruikbare delen van de samenleving, maar die horen in het hart van de samenleving geplaatst te worden. Tijd om op te staan voor de verdrukten zodat ze weer volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. Dat is vergeving. Dat kan met name vandaag.

 

Grote mensenmassa’s

Lucas 5:12-16

12 In een van de steden waar Hij kwam, stond er plotseling een man voor Hem wiens hele huid was aangetast door een ziekte die onrein maakt. Toen hij Jezus zag, liet hij zich languit op de grond vallen en smeekte Hem om hulp met de woorden: ‘Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken.’ 13 Jezus stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein!’ En meteen verdween zijn ziekte. 14 Hij beval hem er met niemand over te spreken en zei: ‘Ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen een reinigingsoffer, zoals Mozes heeft voorgeschreven.’ 15 Maar het nieuws over Hem verspreidde zich juist verder, en grote mensenmassa’s verzamelden zich om naar Hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen. 16 Hijzelf trok zich geregeld terug op eenzame plaatsen om er te bidden. (NBV21)

Het hielp niet, dat vragen om genezingen niet door te vertellen aan anderen. Zelfs als Jezus van Nazareth mensen vriendelijk vraagt hun mond te houden over hun genezing en gewoon weer mee te gaan doen volgens de regels zoals ook Mozes die heeft opgeschreven dan nog spreekt het zich rond en zit hij weer aan die massa’s vast. Dat offer brengen en dat laten zien door de priester staat namelijk gewoon in de wet. De leprastichting vindt het vast jammer dat de Nieuwe Bijbelvertaling over huidvraat spreekt want Lepra vreet wel heel wat meer weg als het niet op tijd behandeld wordt. Met de omschrijving van de NBV21 “een ziekte die onrein maakt” wordt dat niet beter voor de Lepra stichting. En met een voor ons klein bedrag kunnen heel veel mensen die besmet zijn met lepra tegenwoordig gered worden en weer gewoon mee doen in hun samenleving. Voor mensen voor wie die redding aan de late kant komt is er dan altijd nog revalidatie en aangepaste arbeid mogelijk. Alleen echter als wij ook bereid zijn via instellingen als de leprastichting een klein beetje te delen van onze rijkdom.

Of de ziekte die onrein maakt, waar in de Bijbel sprake van is en in de vorige vertaling Huidvraat werd genoemd, ook nog Lepra genoemd kan worden wordt tegenwoordig betwijfeld, het zou ook een andere huidziekte kunnen zijn. Een Rabijn opperde zelfs de mogelijkheid dat het de ziekte van roddel is. Maar hoe die genezing door Jezus van Nazareth zich ook rond sprak en een menigte mensen op de been bracht, de goedkope medicijnen van tegenwoordig brengen heel wat minder mensen in beweging en de Leprastichting moet nog dagelijks bedelen om al die mensen in arme landen te helpen, terwijl er toch heel wat meer mensen genezen kunnen worden dan in de dagen van Jezus van Nazareth door hem van huidvraat werden genezen. Want Lepra is een ziekte van armen. Ooit liepen ook in de straten van onze steden de melaatsen te bedelen. Ze droegen een ratel om medeburgers op afstand te houden en besmetting te voorkomen. Die afstand en dat buiten de gemeenschap staan speelt ook in het verhaal van Jezus van Nazareth een grote rol. Pas als Jezus van Nazareth die afstand opheft door zijn hand uit te steken kan er genezing volgen.

Zo kan dat ook bij ons, als wij onze hand uitsteken naar de armen kan genezing volgen. Voor ons breekt ook weer de tijd aan om eerlijk na te denken wat we kunnen doen voor armen in de arme landen. Zullen wij in elk geval een beroep doen op partijen in ons parlement zich extra in te spannen voor een eerlijke ontwikkelingssamenwerking, geen aalmoezen maar gerechtigheid, zeker niet de bezuinigingen die worden voorgesteld, de brengen alleen maar meer asielzoekers. Ideeën als die om extra geld voor ontwikkelingssamenwerking te delen met defensie zijn niet vruchtbaar. Integendeel, dat extra voor ontwikkelingssamenwerking moet gelijk opgaan met het afschaffen van oneerlijke importbeperkingen op producten uit ontwikkelingslanden. Zij willen wel, wij moeten onze hand willen uitsteken en dan gaat de leer van Mozes, de richtlijnen van de God van Israël, de leer van eerlijk delen ook werkelijk voor ons werken. Dan kleeft er geen bloed aan onze handen omdat we de armen uitpersen maar dan zijn we pas echt rein. Dan steken we net als Jezus van Nazareth echt een hand uit om mensen bij de samenleving van de wereld te betrekken. Dan kunnen ook zij delen van wat ze hebben, offeren dus en dat stellen in het teken van die wet van samen delen. Wij kunnen er vandaag mee beginnen.

 

Vanuit de boot

Lucas 5:1-11

1 Toen Hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om Hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, 2 zag Hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. 3 Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; Hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot. 4 Toen Hij was opgehouden met spreken, zei Hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ 5 Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als U het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ 6 En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. 7 Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken. 8 Toen Simon Petrus dat
zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ 9 Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; 10 zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ 11 En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden Hem. (NBV21)

Het verhaal dat Lucas vertelt over het optreden van Jezus van Nazareth begon met het verhaal over Johannes de Doper die de mensen opriep een ander leven te gaan leiden, de mensen die dat wilden doopte in de Jordaan, en die vanwege zijn kritiek op Koning Herodes in de gevangenis belandde. Ook Jezus van Nazareth had zich laten dopen en met hem zou er een nieuwe wereld opengaan. Thuis in zijn eigen stad was er geen gehoor en in Kafarnaüm waar hij heengetrokken was stroomden de mensen in zulke grote getale toe dat hij het er af en toe benauwd van kreeg. Er moest dus wat anders gebeuren. Het verhaal dat we vandaag lezen vertelt welke nieuwe wending de beweging van Johannes de Doper en Jezus van Nazareth kreeg. Opnieuw werd Jezus van Nazareth in de knel gebracht door het grote aantal mensen dat op hem af kwam. Om de ruimte te krijgen, om in elk geval te kunnen spreken, charterde hij de boot van Simon die net terug was van een nacht tevergeefs vissen. Die Simon kende hij al want hij had er voor gezorgd dat de schoonmoeder van Simon weer mee kon gaan doen nadat ze een zware koortsaanval had gehad.

Simon raakte ook nu danig onder de indruk van deze vreemde leraar. Maar toen die over het vissen begon trok er een glimlach over zijn gezicht. Wij kunnen het niet meer nalezen want de vertalingen vertalen keurig met “meester”, maar de schrijver van het Lucasevangelie gebruikt hier een zeer algemeen woord voor “heer”. Een dominee uit de stad vertaalde voor zichzelf dan ook met “chef”, in een vissersdorp zou men wellicht “jawel schipper” hebben gezegd. Simon deed wat hem werd gevraagd en ving meer dan hij ooit had gedaan, niet één maar twee schepen vol. En zo goed was Simon nu ook weer niet. Langs de kant het beter weten is gemakkelijk, Petrus accepteerde liever dat hij het ook wel eens fout had. Dat was het keerpunt, als je gelooft in jezelf, zoals Simon geloofde dat hij tenminste een goede visser was, en er niet op uit bent van een ander te profiteren maar het zelf wil redden in het leven, dan kun je andere mensen overtuigen mee te doen in het Rijk van recht en vrede. Daarmee staat Jezus van Nazareth niet meer alleen als leraar, maar begint de opleiding van zendelingen die de wereld rondtrekken om iedereen er bij te betrekken.

Vandaag worden ook wij daartoe geroepen, doe het goede en overtuig de mensen om je heen ook om het goede te doen. In onze samenleving laten mensen zich nogal eens leiden door angst, vooral door angst voor mensen die anders doen en anders geloven. Voor angst was in de dagen van Jezus van Nazareth ook genoeg reden. Het zou uiteindelijk Johannes de Doper zijn leven kosten. Maar Jezus van Nazareth trekt zich kennelijk niks aan van mensen die angst zaaien en ook zijn nieuwe volgelingen zoals Simon laten zich niet leiden door de angst voor de gevolgen. Waarom laten wij ons dan wel leiden door angst? Zijn we niet meer in staat om over het goede te praten? Of geloven we niet meer in het goede, in de mogelijkheid met andere mensen samen te leven en samen een samenleving op te bouwen waar iedereen mee kan doen. Gemakkelijk is het niet, door dat haatzaaien is er veel wantrouwen. Maar elke nieuwe dag kan het begin van een heel nieuw leven zijn, elke nieuwe dag is immers net zo nieuw als eens de eerste

De heilige van God

Lucas 4:31-44

31 Hij ging naar Kafarnaüm, een stad in Galilea, waar Hij de inwoners steeds op sabbat onderwees. 32 Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak met gezag. 33 Er was in de synagoge een man die bezeten was door een geest, een onreine demon, en deze schreeuwde luidkeels: 34 ‘Aaah! Wat hebben wij met Jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben Je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie Je bent: de heilige van God.’ 35 Maar Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ De demon smeet de man op de grond, midden tussen de mensen, en ging uit hem weg zonder hem te verwonden. 36 Allen waren verbijsterd. Ze bespraken het voorval met elkaar en zeiden: ‘Wat zijn dat voor dingen die Hij zegt? Hoe komt het dat Hij het gezag en de macht heeft om onreine geesten zijn bevelen te geven zodat zij de mensen verlaten?’ 37 Het nieuws over Hem verspreidde zich overal in de streek. 38 Na het verlaten van de synagoge ging Hij naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Jezus om haar te helpen. 39 Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen. 40 Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar Hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. 41 Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat Hij de messias was. 42 Bij het aanbreken van de dag vertrok Hij en ging naar een eenzame plaats. De mensen gingen Hem zoeken, en toen ze Hem gevonden hadden probeerden ze Hem ervan te weerhouden bij hen weg te gaan. 43 Maar Hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet Ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben Ik gezonden.’ 44 En Hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea. (NBV21)

Het dorp waar Jezus van Nazareth zich terugtrekt heet eigenlijk “het dorp van rust”. Maar rustig was het allerminst. Zelfs op de rustdag wordt er nog een beroep op hem gedaan. Als hij werkt als leraar valt dat niemand op, maar als hij iets doet voor een lijdende medemens maakt dat de tongen los. Het is nu eenmaal gemakkelijker te praten over dat wat anderen raakt dan over dat wat je zelf eigenlijk los moet laten. De manier waarop je de wereld om je heen benadert, de manier waarop je met mensen omgaat is vaak verkeerd. Je weet het dan wel maar een heilig boontje zoals Jezus van Nazareth dat van de mensen verlangt wil je nu ook weer niet zijn. Jezus van Nazareth zorgde er voor dat mensen weer mee kunnen doen in de samenleving als gewaardeerde mensen. En je hoeft niet bang te zijn dat mensen je daarvoor uitlachen of bespotten. En een heilig boontje hoef je al helemaal niet te zijn.

In dit gedeelte gaat het over de vele genezingen die Jezus van Nazareth verrichte in zijn dorp. Ze hebben de schrijver van dit evangelie dan ook wel arts of medicijnmeester genoemd. Geleerden strijden er soms nog over. Eigenlijk weten we niet precies wie het evangelie geschreven heeft omdat er geen eigen naam van de schrijver in voorkomt en de brief waarin Lucas als arts genoemd wordt is ook al niet van Paulus al doet de schrijver van wel, maar dat je goed doet door mensen weer in de samenleving mee te laten doen is een heldere boodschap. Rust is er dan niet meer bij, overal blijken ineens mensen buiten de boot te vallen. Zelfs als Jezus van Nazareth zich terugtrekt op een eenzame plaats weten mensen hem te vinden. Maar het gaat Jezus van Nazareth niet om de wonderen, maar om de mensen. De bevrijding van de armen is immers aangebroken. Door mensen ertoe te brengen te delen, zoals Johannes de Doper al had gezegd, verdwijnt de armoede en worden mensen bevrijd van hun ellende. Dat goede nieuws wordt op alle plaatsen verkondigd waar nog uit de Hebreeuwse Bijbel werd gelezen. Op al die plaatsen waar nog de verhalen klonken over de richtlijnen van God en de profeten die de ellende van het volk opmerkten en de weg wezen om die ellende op te heffen, de Weg van de God van Israël.

Die bevrijding was het goede nieuws dat verkondigd moet worden. Ja moet worden, want ook vandaag kunnen we beginnen door eerlijk te delen de armoede in de wereld op te heffen. Onze leiders in de wereld hebben we niet gehoord over eerlijke handelsverhoudingen met de arme landen in de wereld dus moeten we er zelf maar aan beginnen. Natuurlijk kunnen we een deel van onze boodschappen doen in de Fair Trade winkels. Maar veel gemeenten willen gelukkig ook een Fair Trade gemeente zijn waar het inkoopbeleid rekening houd met eerlijke beloning voor producenten, boeren, en een duurzame productie. En natuurlijk snappen we best dat als we zorgen voor eerlijke handelsverhoudingen, als mensen in eigen omgeving een toekomst voor hun kinderen, zorg voor hun gezondheid, goede huisvesting en elke dag te eten vinden ze niet hoeven te vluchten. Als we dan ook nog in plaats van bommen vrede weten te brengen onder de volken dan begint de wereld een beetje te lijken op de wereld die in de synagogen door Jezus van Nazareth werd verkondigd.

Het goede nieuws

Lucas 4:14-30

14 Vervuld met de kracht van de Geest keerde Jezus terug naar Galilea. Het nieuws over Hem verspreidde zich in de hele streek. 15 Hij gaf de mensen onderricht in hun synagogen en werd door allen geprezen. 16 Hij kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge. Toen Hij opstond om voor te lezen, 17 werd Hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en Hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: 18 ‘De Geest van de Heer rust op Mij, want Hij heeft Mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij Mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, 19 om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’ 20 Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht. 21 Hij zei tegen hen: ‘Vandaag is de schrifttekst die jullie gehoord hebben in vervulling gegaan.’ 22 Allen betuigden Hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’ 23 En Hij zei tegen hen: ‘Ongetwijfeld zullen jullie Me dit gezegde voorhouden: Geneesheer, genees uzelf. Doe alles waarvan wij gehoord hebben dat het in Kafarnaüm gebeurd is, ook hier in uw vaderstad.’ 24 Hij vervolgde: ‘Luister, Ik zeg jullie dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad. 25 Maar Ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël. 26 Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. 27 En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël met een huidziekte die hen onrein maakte. Toch werd niemand van hen gereinigd, maar wel de Syriër Naäman.’ 28 Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede. 29 Ze sprongen op en dreven Hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om Hem in de afgrond te storten. 30 Maar Hij liep midden tussen hen door en vertrok.(NBV21)

Toen Nelson Mandela werd vrijgelaten waren er veel mensen bang dat het geweld in Zuid-Afrika tegen de blanken een ongekende omvang zou aannemen. Niets was minder waar. Het was juist aan Nelson Mandela te danken dat er geen burgeroorlog in Zuid Afrika uitbrak. Men begon, met alle problemen van dien, te proberen samen een nieuwe samenleving op te bouwen waar geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen mensen op grond van hun afkomst en waarin iedereen kan meedoen. Het grote van Nelson Mandela is niet zozeer dat hij 30 jaar in gevangenschap heeft gezeten zonder zijn opvattingen te hebben opgegeven, maar dat hij daarna verzoening wist te krijgen met zijn onderdrukkers. We moeten de Bijbel wel heel goed kennen om te begrijpen dat er in dit verhaal met Jezus van Nazareth net zo iets gebeurt. Jezus van Nazareth onderwijst in de synagogen, leren noemt men dat. Synagogen zijn plaatsen van bijeenkomst in de dorpen en steden buiten Jeruzalem opgezet door de Farizeërs om er voor te zorgen dat de kennis van de Joodse Bijbel niet verloren zou gaan door alle Romeinse en andere heidense invloeden in het land. Ze bestaan tot op de dag van vandaag en je vindt ze overal in de wereld.

Jezus van Nazareth leest in de synagoge van de stad van zijn jeugd uit het boek Jesaja. Maar hij stopt waar iedereen nog een halve zin zou doorlezen. Na “het genadejaar zou uitroepen” staat namelijk “en de dag der wrake”. In plaats van de opstand uit te roepen tegen de Romeinen wijst Jezus van Nazareth er op dat er in de geschiedenis van het volk Israel ook momenten waren dat het nodig was om je aan de rand van de samenleving op te houden zoals Elia had gedaan, of zelfs je bezig te houden met bezettende buitenlanders zoals bij Naäman, de Syrische generaal, was gebeurt. Dan is het mooi dat je aandacht en begrip voor de armen vraagt en hen bevrijding belooft maar gewone dorps en stadsbewoners zijn over het algemeen niet arm maar ze zijn wel slachtoffer van een wrede bezetting. Jezus van Nazareth sluit aan bij opvattingen van profeten als Jeremia die betoogde dat het niet zoveel zin had tegen machten te vechten waar je het niet van kon winnen maar dat het goede doen en de Liefde betonen, die de Wet van de Liefde vraagt, altijd tot overwinning leidt.

We hebben het in onze dagen waar zien worden in Zuid-Afrika al hebben de mensen daar ons medeleven en onze hulp soms dubbel hard nodig. Niet alleen in geld, of kennis over medicijnen en huisvesting maar ook in voorbeeld van vreedzaam samenleven. Aan dat laatste wil het hier bij ons nog wel eens ontbreken, en aan dat laatste kunnen we allemaal zelf iets doen door vandaag te beginnen naar vrede met elkaar te streven. Dat is het echte goede nieuws voor de armen. Zo kunnen we ook onze zorg voor de vele vluchtelingen op een goede manier vormgeven. We lijken overspoeld te worden door mensen op de vlucht niet alleen voor geweld maar ook voor armoede en uitzichtloosheid. Dat onze rijkdom voor een deel rust op de armoede van anderen hoor je maar weinig. Opvang in eigen regio, terugsturen naar land van herkomst heeft alleen zin als er daar ook een toekomst voor mensen wordt geboden. Dat zou opnieuw het goede nieuws voor de armen betekenen. Daar zouden we in de eerste plaats aan moeten werken, maar ondanks de vluchtelingen blijven we bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en de vraag is wie dat ter discussie zou willen stellen. Volgens Jezus van Nazareth kunnen we met die toekomst vandaag nog beginnen.

 

Waar Hij veertig dagen bleef

Lucas 4:1-13

1 Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn geleid, 2 waar Hij veertig dagen bleef en door de duivel op de proef gesteld werd. Al die tijd at Hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had Hij grote honger. 3 De duivel zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.’ 4 Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.”’ 5 Toen bracht de duivel Hem naar een hooggelegen plaats en liet Hem in één ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. 6 De duivel zei tegen Hem: ‘Ik geef U de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; 7 als U in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van U zijn.’ 8 Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen Hem.”’ 9 De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem, zette Hem op het hoogste punt van de tempel en zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. 10 Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om over U te waken.” 11 En ook: “Op hun handen zullen zij U dragen, zodat U uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ 12 Maar Jezus antwoordde: ‘Er is gezegd: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ 13 Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij Hem vandaan. (NBV21)

Een overbekend verhaal lezen we vandaag, dat van de verzoeking in de woestijn. Mooi ook zo’n afloop dat Jezus van Nazareth al die verzoekingen heeft weerstaan. Maar wat moeten we in de eenentwintigste eeuw nog met een figuur als de duivel. Misschien wel net zoveel als Jezus van Nazareth, namelijk helemaal niks. Jezus van Nazareth was kennelijk voor de duivel niet bang en waarom zouden wij dat dan wel zijn? Bovendien geloven we in God en dus niet in de duivel. Het is een verhaal en dat verhaal wil ons iets vertellen. Dat verhaal vertelt ons in elk geval niks over het al of niet bestaan van een duivel. Het vertelt ons over de manier waarop Jezus van Nazareth begon met het vertellen van zijn boodschap. Hij ging eerst terug naar de woestijn. Daar waar ooit het volk Israël haar God had ontmoet en had ontdekt dat het belangrijkste van haar religie de zorg voor elkaar is. Daarmee kwam aan alle religie eigenlijk een einde.

Als “God dienen” hetzelfde is als “van je naaste houden als van jezelf”, blijft er van religie weinig meer over. In dit verhaal komen het absoluut goede, de God van Israël, en het absoluut kwade, de duivel genoemd, tegenover elkaar te staan. Mensen zijn kinderen van het Goede had Lucas in het geslachtsregister van Jezus van Nazareth al geschreven. Jezus van Nazareth zelf is daar geen uitzondering op. Maar we weten dat mensen ook graag het kwade doen. Als iedereen voor elkaar zorgt waarom laat jij dan niet voor jou zorgen en de zorg voor anderen aan de anderen over? Geen wonder dat aardige mensen vaak het gevoel hebben dat er misbruik van ze gemaakt wordt. Tot ze ontdekken dat het kansen geven aan een ander om zich te ontplooien als liefdevolle en zorgzame mens ook tot zorg voor die ander hoort. We leven immers niet bij brood alleen. Zo zit het ook met de macht. Alleen het kwade kan een mens absolute macht over anderen geven. En een mens die het goede wil doen en niets dan het goede waakt er wel voor al te lichtvaardig om hulp te vragen, dagelijks brood is ons immers genoeg. Zo weten we het kwade te weren, door aan het goede vast te houden.

We kunnen het ook lezen in de brief van Paulus aan de mensen in Efeze: “trek de wapenrusting aan”. We herkennen na dit verhaal het kwade ook, wie misbruikt maakt van jou dient het kwade, wie macht over je wil uitoefenen dient het kwade, en wie je verleidt tot meer vragen dan je nodig hebt dient het kwade. En als je het goede wilt doen en niets dan het goede dan hoef je voor de duvel niet bang te zijn. Aanpakken en benoemen dat kwade dus vanaf vandaag. We weten immers wat de Bijbel zegt over oorlog. Stond er niet geschreven dat gij niet doden zult? We weten immers wat de Bijbel zegt over ons verlangen rijker en nog rijker te worden. Want stond er niet geschreven dat we niet zouden begeren het huis van onze naaste en al het andere dat van onze naaste is? We weten dat we van mensen moeten houden en niet van een ander mens als van een voorwerp, een object dat onze lusten kan bevredigden, we weten ook dat we niet liegen moeten en niet stelen. We weten bovenal dat we niets en niemand tot god moeten verheffen en moeten aanbidden, want de God die ons die regels heeft voorgehouden had ons juist bevrijdt van de slavernij van hebben en houden en van meer en steeds meer. Benoem dus het kwade als je het tegenkomt want dan verdwijnt het op den duur.

 

De schatkamers

2 Kronieken 4:11–5:1

11 Churam maakte ook nog potten, scheppen en offerschalen, en daarmee was het werk dat koning Salomo hem voor de tempel van God had opgedragen voltooid. 12 De twee zuilen met de twee bolvormige kapitelen erop, het vlechtwerk waarmee die kapitelen op de zuilen waren omhuld, 13 de vierhonderd granaatappels die in twee rijen aan het vlechtwerk om de bolvormige kapitelen op elk van de zuilen hingen, 14 de onderstellen met de spoelbekkens erop, 15 de Zee, waarvan er maar één was, met de twaalf runderen eronder, 16 en de potten, scheppen, vorken en alle bijbehorende voorwerpen die meester Churam in opdracht van koning Salomo voor de tempel van de HEER had gemaakt, alles was van gepolijst brons. 17 De koning liet ze gieten in de Jordaanvlakte, tussen Sukkot en Seredata, waar volop vette klei te vinden was. 18 Salomo liet zo veel van deze voorwerpen maken dat het gewicht ervan aan brons te groot was om het te kunnen bepalen. 19 Ook voor het interieur van de tempel van God liet Salomo allerlei voorwerpen maken: het met een laag goud bedekte altaar en de tafels voor het toonbrood; 20 de vergulde kandelaars die voor de achterste zaal stonden, waarop volgens voorschrift lampen brandden 21 die, evenals hun bloemversieringen en de bijbehorende snuiters, van goud, zuiver goud waren gemaakt; 22 en de vergulde messen, offerschalen, kommen en vuurbakken. Ook de toegangsdeuren, zowel de binnenste deuren die toegang gaven tot het allerheiligste als de deuren van de tempel zelf, waren met goud overtrokken. 1 Toen al het werk dat koning Salomo aan de tempel van de HEER had laten verrichten voltooid was, liet hij de wijgeschenken van zijn vader David naar de tempel overbrengen. Hij borg het goud en zilver en de andere voorwerpen in de schatkamers van de tempel van God. (NBV21)

Nog een keer wordt alles wat er in de Tempel van de God van Israël beschreven. Koper en brons, zoveel dat het niet eens meer gewogen kon worden. De Jordaanvlakte met haar vette klei werd gebruikt om de voorwerpen te gieten. Het staat er zo terloops maar die vette klei werd in Egyptische en Kanaänitische godsdiensten als een geschenk van de goden gezien. Zonder die goden was er geen leven. Salomo maakte er nu een bronsgieterij van met een hele hoge productie. En waarvoor? Voor een beeld ter ere van die God? Dat zou in die andere godsdiensten zeer acceptabel zijn. Welnee, het gaat om spoelbekkens, om een wasbad voor de priesters, en de stieren waarop dat wasbekken rustte. Het was bestemd voor de vuurbekkens, de vuurscheppen, de drietandige voorwerpen en zo voort. Maar een beeld van die God was er niet. Een kist met cherubijnen er op en stenen platen er in. Dat was het.

Je leest er gemakkelijk over heen, maar de heiligheid van de Tempel voor het volk Israël wordt ook in dit gedeelte nog eens extra benadrukt. We hadden al gelezen dat Salomo één van de beste kunstenaars van zijn tijd uit een naburig land als hulp bij de tempelbouw had gekregen. Deze Churam had Joodse wortels maar hoorde niet bij het volk Israël. In dit gedeelte lezen we hoe hij bij uitstek de koperen voorwerpen die in de Tempel werden gebruikt heeft gemaakt. Alle gouden zilveren voorwerpen, die in het hele verhaal over de inrichting van de Tempel in Kronieken wordt verteld, zijn toegeschreven aan Koning Salomo zelf. Die maakte zich verantwoordelijk voor de schatten van de Tempel. In die Tempel had hij schatkamers laten aanleggen, daar ging het goud en het zilver heen. Overigens niet om gewoon te bewaren zonder dat er wat mee gedaan werd. Als de oogst in Israël eens mocht mislukken en de voorraadschuren in de dorpen en de steden leeg waren geraakt dan was er altijd nog zilver en goud genoeg om het volk te blijven voeden.

Alles is dus uiteindelijk gericht op het verbond dat het volk had gesloten met haar God. Dat was totaal iets anders dan de volken in de omgeving van Israël geloofden. Wij zijn ons daarvan niet zo bewust. Voor ons is het gewoon. Wij kennen vanuit onze jeugd maar één God. De meeste gelovigen hebben zelfs geleerd dat die ene God uit drie personen bestaat, Vader, Zoon en Heilige Geest. Maar die uitwerking van het geloof in de God van Israël is een uitzondering. De Joodse Godsdienst kent deze uitwerking niet en ook de Islam kent alleen maar één God, de God van Abraham. Jezus is voor beide godsdiensten een profeet die wijze woorden heeft gezegd, maar zeker geen God was. In onze dagen wordt dan gezegd dat we meer naar overeenkomsten moeten zoeken dan naar verschillen. De overeenkomst is snel te vinden. Alles is van God en je krijgt het om te delen. Dat geld bij alle drie. En alle drie hebben gastvrijheid daarbij hoog in het vaandel staan. Alleen die Christenen, die willen steeds hun verhaal over God aan anderen opdringen en met hen die daar niet van gediend zijn willen ze niet delen. Misschien moeten we ons van die zonde nog eens bewust worden.