Alles wat u onderneemt zal mislukken.

Deuteronomium 28:27-44
27  De HEER zal u treffen met zweren als Egypte destijds, met builen, uitslag en schurft, met ongeneeslijke ziekten. 28  De HEER zal u treffen met krankzinnigheid, blindheid en verstandsverbijstering. 29  U zult op klaarlichte dag in het duister tasten, zoals een blinde op de tast zijn weg moet zoeken. Alles wat u onderneemt zal mislukken. Dag in dag uit zult u worden beroofd en uitgebuit, en er is niemand die u komt redden. 30  U zult een bruid hebben gevonden, maar een ander zal met haar slapen. U zult een huis bouwen, maar er niet in wonen. U zult een wijngaard planten, maar niet zelf van de eerste vruchten genieten. 31  Uw runderen worden voor uw ogen geslacht, maar van het vlees zult u geen stukje krijgen. Uw ezel wordt u afgenomen en u ziet hem niet meer terug. Uw schapen en geiten worden aan uw vijand gegeven, en er is niemand die u te hulp komt. 32  U zult moeten aanzien dat uw zonen en dochters aan een ander volk uitgeleverd worden. Met smart wacht u op hun terugkeer, elke dag opnieuw, maar u staat machteloos. 33  Een onbekend volk zal zich te goed doen aan alles wat uw land voortbrengt en waarvoor u zich hebt ingespannen. En u wordt mishandeld en uitgebuit, dag in dag uit. 34  U zult gek worden van alles wat u voor uw ogen ziet gebeuren. 35  De HEER zal u treffen met vreselijke, ongeneeslijke zweren aan knieën en dijen, die u ten slotte van voetzool tot kruin bedekken. 36  De HEER zal u, met de koning die u hebt aangesteld, laten wegvoeren naar een land dat u vreemd is en dat ook uw voorouders onbekend was. Daar zult u andere goden vereren, goden van hout en van steen. 37  U zult voor de inwoners van al die landen waarheen de HEER u verbant een schrikbeeld zijn, en een doelwit voor hun spotwoorden en schimpscheuten. 38  U zult uw akkers overvloedig inzaaien, maar doordat de sprinkhanen ze kaalvreten zal het een schrale oogst worden. 39  U zult wijngaarden planten en bewerken, maar door vraat van rupsen zal er geen druivenoogst zijn en zult u geen wijn kunnen drinken.
40  U zult overal olijfbomen hebben staan, maar doordat ze hun vruchten voortijdig verliezen zal uw huid het zonder olie moeten stellen. 41  U zult zonen en dochters verwekken, maar ze niet zien opgroeien, want ze zullen in ballingschap worden weggevoerd. 42  Sprinkhanen zullen zich meester maken van uw bomen, van alles wat op uw land groeit.
43  De vreemdelingen die bij u wonen zullen u volkomen voorbijstreven, en u raakt steeds verder achterop.44  Zij zullen u leningen verschaffen, maar u zult zelf nooit iets te leen kunnen geven. Zij zullen de eerste plaats bekleden en u de laatste. (NBV)

Lekker is dat, heb je een hele week hard gewerkt krijgt je uit de Bijbel te lezen dat je alles kwijt zult raken, dat het je overal tegen zal zitten, dat anderen je voorbij zullen streven en dat je er niks maar dan ook helemaal niks van zal bakken. Juist in dit soort Bijbelgedeelten lijken de Bijbelschrijvers maar door en door te kunnen gaan, niks maar dan ook helemaal niks meer lijkt er te gaan deugen. En waarom? Omdat je je niet gaat houden aan de wet van houden van je naaste als van jezelf. Laat je nou niet wijsmaken dat dat houden van de Wet van God een soort geestelijke reis zou zijn. Nog erger zijn de gelovigen die er van uit gaan dat je niks kan en dat er van je streven niks deugt en dat al een goede genade van God is, je verdient ook niks dus je moet niet zeuren. Zij denken dat het houden van de wet in de Bijbel hetzelfde is als het houden van de wet in onze op het Romeinse Recht gebaseerde samenleving. Het houden van de Wet in onze samenleving heeft tot gevolg dat alles bij het oude blijft, het vervullen van de Wet waar in de Bijbel om wordt gevraagd veranderd de hele bewoonde wereld in een Paradijs.
Juist dit soort Bijbelgedeelten maken duidelijk dat het echt gaat om het leven van alle dag. Niet om de zondagse luxe van meditatie en bezinning maar van het harde leven van de rest van de week. Het leven met je gezin, je ouders en kinderen, je huis, je buurt, je dorp en stad, je land en volk, je werk en je eten en drinken. Bij al die zaken gaat het er om ze in het teken te zetten van zegen te zijn voor een ander, voor de vreemdeling, de weduwe en de wees zoals Deuteronomium niet ophoud te onderstrepen, wij zeggen dan tegenwoordig voor de zwakke in de samenleving, voor de zieke, de werkloze, de onderdrukte. Een opgave waar je weer een hele werkweek mee bezig kan zijn. Maar niet vergeefs. De waarschuwingen zijn wel grondig, niets wordt er overgeslagen, zodat je weet dat uiteindelijk de beloning ook even groot zal zijn. Zoals jij van anderen houdt zal er ook van jou gehouden worden en elke keer als je tot de ontdekking komt dat je je er niet helemaal aan hebt kunnen houden, dan mag je opnieuw beginnen. Niemand hoeft je daarbij te vertellen wat je verkeerd doet want je bent zelf de eerste die weet wanneer je niet tevreden kunt zijn met wat je hebt gedaan.
Als iemand kritiek heeft deze week dan vertelt dat iets over die iemand zelf en misschien dat je die iemand kunt helpen. Bezig zijn met de Bijbel en het leven uit het Koninkrijk van recht en vrede kan jou helpen. Er is wat dat betreft een wereld te winnen. Zelfs als het recht aan jou kant staat, dan nog loop je de kans tot crimineel verklaard te worden. Dan worden kinderen uitgezet die hier geboren en opgegroeid zijn, dan worden vreemdelingen gevangen gezet zonder dat ze voor een misdrijf veroordeeld zijn. Dan weten we dat het anders kan, dat het anders moet, dat ons werken en handelen niet bijvoorbaat tot mislukken gedoemd is maar dat er een kracht is die ons kan voortdrijven om het goede te doen en niet dan het goede. Daar verdienen we niet anders mee dan een rechtvaardige samenleving, daar worden we materieel niet beter van, daar kan ook niemand ons voor op de schouders kloppen en belonen, die kracht was er al voordat wij er gebruik van maakten, die droom van een rechtvaardige wereld was er al voordat wij die droom wilden realiseren. Maar wie zoekt naar de zin van ons bestaan vindt geen ander antwoord dat de zin van ons bestaan ligt in het geluk van de ongelukkigen, in het voeden van de hongerigen en het kleden van de naakten. Laat daar de komende week ons werken en streven en handelen op gericht zijn, dan komt er werkelijk wat van te recht.

Vervloekt is de oogst

Deuteronomium 28:15-26
15 Maar als u de HEER, uw God, niet gehoorzaamt en zijn geboden en wetten, zoals ik ze u vandaag heb voorgehouden, niet nauwkeurig naleeft, zullen deze vervloekingen u treffen: 16  Vervloekt zult u zijn in de stad en vervloekt op het land. 17  Vervloekt is de oogst die u binnenhaalt en het deeg dat u kneedt. 18  Vervloekt is de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de dracht van uw runderen, schapen en geiten. 19  Vervloekt zult u zijn in uw komen en uw gaan. 20  De HEER zal aan alle arbeid die u verricht een vloek laten kleven; hij sticht verwarring en vijandschap. Omdat u zich slecht hebt gedragen en zich van hem hebt afgekeerd, zult u spoedig ten onder gaan. 21  De HEER zal u met de pest treffen, tot u geheel en al bent weggevaagd uit het land dat u in bezit zult nemen. 22  De HEER zal u treffen met tering en ontstekingen, met koorts en waanzin, met droogte, korenbrand en meeldauw, die u zullen achtervolgen en te gronde richten. 23  De hemel boven uw hoofd zal van koper zijn en de grond onder uw voeten van ijzer. 24  De HEER zal het stof laten regenen op uw akkers: fijn zand zal uit de hemel op u neerdalen. Zo zult u ten onder gaan. 25  De HEER zal de overwinning aan uw vijanden schenken: als één man gaat u op hen af, maar naar alle kanten zult u uiteenstuiven. Voor alle koninkrijken op aarde zult u als afschrikwekkend voorbeeld gelden. 26  Vogels en roofdieren zullen zich aan uw lijken te goed doen, zonder dat iemand ze verjaagt. (NBV)
Het tegendeel van het gezegende, waar we het gisteren over hadden, is het vervloekte. Rampen  zullen je treffen als je niet de liefde de grondslag van je leven en van je handelen maakt. Ten onrechte wordt dit vaak omgekeerd. Als een ramp of ziekte je treft dan klinkt het: “zie je wel, je hebt niet gedaan wat God wil”, maar zo is het niet. Ziekte, ongeval, rampen horen nu eenmaal vaak bij het leven. Soms echter zijn ze te vermijden en zijn er mensen aan te wijzen die mee verantwoordelijk waren. Scheepsbouwers die hun schepen verkeerd bouwen uit zucht naar geldelijk gewin, reders die hun schepen slecht onderhouden, zodat zij verdienen maar de vis duur betaald wordt, of de overtocht wel heel erg duur wordt. Verstokte rokers weten ook vaak wel hoe het komt dat ze ziek worden, net als drinkers weten hoe het komt dat ze last van hun lever krijgen. En als je ruzie zoekt krijg je die ook, al betekent dat niet dat je tot elke prijs ruzie moet vermijden. Je bewust zijn dat rampen en ellende soms te vermijden zijn maakt over het algemeen dat je ze ook zult vermijden.
Dat het voorop zetten van geldelijk gewin soms een hoge prijs heeft is met enig nadenken ook nog te begrijpen. Toch is van je fouten afkomen niet altijd eenvoudig. Een verslaving als roken of drinken opgeven kan veel energie kosten en daar is vaak hulp bij nodig. Ook het terugbrengen van je overgewicht gaat vaak niet in je eentje. Hulp vragen is heel gewoon maar wat soms ook wil helpen is je gedrag in het teken zeten van het tot zegen zijn voor een ander, dan loop je wat harder, eet je wat minder, rook je niet waar anderen bij zijn en blijf je bij voorkeur nuchter. De keuze tussen veiligheid en winst wordt ook eenvoudiger als je je keuzes maakt op basis van het tot zegen willen zijn. Ook hier geldt weer dat er geen regels zijn die je tegen houden, dat angst voor straf  je gedrag je gedrag niet hoeft te bepalen maar dat de geest van het goede de richting mag aanwijzen en dat daardoor het leven een stuk vrolijker wordt. Vervloekt zijn dan alleen nog degenen die van je zwakheden willen profiteren en daar geld uit willen slaan. Er staan heel wat vervloekingen in het gedeelte dat we vandaag lezen. Dank zij de moderne wetenschap weten we inmiddels dat veel van de epidemieën die hier genoemd zijn inderdaad voorkomen kunnen worden als we maar een beetje op elkaar letten.
We moeten onze omgeving schoon houden, hygiëne bedrijven en daar onze kinderen in opvoeden en onhygiënische toestanden bestrijden. We doen dat niet alleen voor onszelf maar voor iedereen. Het merkwaardige is dat we de mensen die we het schoonmaken als baan hebben aangeboden daar niet voor willen betalen. De vuilnisophalers bij de gemeenten, de schoonmakers van treinen en stations, de schoonmakers van straten en pleinen, de schoonmakers van voetbalstadions, van vakantiebungalows, van kantoren en fabrieken, zij allen zorgen er met vereende krachten voor dat we in een gezond leefklimaat blijven vertoeven. De staking bij de spoorwegen  van enige jaren geleden liet ons dat nog eens duidelijk zien en ruiken. Toch behoren deze belangrijke gezondheidswerkers tot de laagst betaalden in de samenleving. Wie de vervloekingen uit het gedeelte van Deuteronomium op zich laat inwerken weet dat ze bij de hoogst betaalden zouden moeten horen. Er wordt in de vertaling gesproken over Wetten en verordeningen maar dat is een gebrekkige vertaling. Wie zich aan Wetten en verordeningen houdt laat de samenleving voortbestaan zoals die was en is, in het Hebreeuws staat er “Torah” de regels voor de menselijke samenleving, wie die volgt komt in beweging en blijft in beweging net zolang tot elke mens tot zijn recht komt en de aarde zo mooi is geworden dat God zelf zijn tenten op deze aarde zal willen spannen. Aan het werk dus.

Gezegend zult u zijn

Deuteronomium 28:1-14
1 Mozes sprak: ‘Als u de HEER, uw God, gehoorzaam bent en al zijn geboden, zoals ik ze u vandaag heb voorgehouden, zorgvuldig naleeft, zal hij u hoog boven alle andere volken op aarde verheffen. 2  En omdat u hem gehoorzaamt, zullen u deze zegeningen toevallen: 3  Gezegend zult u zijn in de stad en gezegend op het land. 4  Gezegend is de vrucht van uw schoot, de vrucht van uw land en de vrucht van uw vee: de dracht van uw runderen, schapen en geiten. 5  Gezegend is de oogst die u binnenhaalt en het deeg dat u kneedt. 6  Gezegend zult u zijn in uw komen en uw gaan. 7  De HEER zal u de overwinning schenken op alle vijanden die u aanvallen: als één man zullen ze op u afkomen, maar naar alle kanten stuiven ze uiteen. 8  De HEER zal zijn zegen laten rusten op uw voorraadschuren en op alle arbeid die u verricht. Hij zal u zegenen in het land dat hij u geeft. 9  De HEER zal zijn plechtige belofte gestand doen en u tot een volk maken dat aan hem is gewijd; u leeft immers de geboden van de HEER, uw God, na en volgt de weg die hij wijst. 10  Alle andere volken zullen opmerken dat u de HEER toebehoort, en ze zullen hoog tegen u opzien. 11  De HEER zal u ruim bedelen met kinderen en ook uw vee en uw akkers overvloedig zegenen, wanneer u straks het land bewoont dat de HEER u zal geven, zoals hij uw voorouders onder ede heeft beloofd. 12  De HEER zal de rijk gevulde schatkamer van de hemel openen om uw akkers op de juiste tijd regen te geven. Hij zal uw arbeid op het land zo zegenen dat u aan veel volken leningen kunt verschaffen, zonder ooit zelf te hoeven lenen. 13  De HEER zal u altijd de eerste plaats laten bekleden en nooit de laatste. U zult iedereen voorbijstreven en nooit achteropraken, als u de geboden van de HEER, uw God, gehoorzaamt en ze strikt naleeft. 14  Wijk dan ook op geen enkele manier van de geboden af zoals ik ze u vandaag heb voorgehouden, door achter andere goden aan te lopen en die te vereren. (NBV)
Als je leeft volgens de richtlijnen voor de menselijke samenleving, je naaste liefhebt als jezelf, zorgt voor de vreemdeling, de weduwe en de wees, zorgt voor recht en vrede dan zul je gezegend worden is de samenvatting van het stuk uit de Bijbel dat we vandaag lezen. Die richtlijn voor de menselijke samenleving, de leer van Mozes,  is dus niet een Wet waaraan je je moet houden in de zin waaraan wij ons aan wetten moeten houden maar die Wet moet je zien te vervullen, zo zal de wereld er uit moeten gaan zien. Alles wordt dan gezegend, je huis, je oogst, je werk, je rust, ja zelfs de vrucht van je schoot. Maar wat is dat gezegend dan eigenlijk. Leuk natuurlijk dat iemand het zegent, we herinneren ons nog wel dat het iets goeds is, maar wat moet je er mee? Veel mensen hebben vroeger leren bidden voor het eten, “Here zegen deze spijze amen” Dit bidden is veel mensen vergaan en aarzelend zei iemand eens dat de zegen wel in het brood zat ingebakken. In de Bijbel wordt gezegend vaak gebruikt in de zin van “tot heil”, dat brengt iets goeds, het beantwoordt dan ook aan de wezenlijke bestemming.
En daarmee is de uitspraak dat je gezegend zult zijn, geworden tot de boodschap dat je tot zegen zult zijn. Je kan iets goeds betekenen,  je vervult ook je bestemming. Alles wat je meebrengt kan iets goeds betekenen. En dan mag je ook anderen zegenen. In de kerken is het uitspreken van de zegen nogal iets plechtigs, wat maar het liefst overgelaten wordt aan gestudeerde voorgangers, maar dat is ten onrechte. Zorgen dat ook je naaste iets goeds gaat betekenen en alles wat je naaste meebrengt, is immers het gevolg van het vervullen van de richtlijn tot Liefde. En daarmee krijgt dat rare woord “zegen” een heel nieuwe betekenis voor het dagelijks leven. Brengt wat we doen iets goeds teweeg, worden de armen er beter van, bevrijdt het de onderdrukten, heeft het iets te betekenen voor de vreemdeling, de weduwe en de wees? Vragen die we van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat kunnen stellen. Vragen ook die we aan anderen mogen stellen. Is het tot zegen wat je doet? Is het tot zegen wat je bezit? Is het tot zegen wat je op deze zaterdag koopt? Is het tot zegen waarmee je je op deze zaterdagavond vermaakt? Niet dat er allerlei wetjes en regeltjes van fatsoen zijn waar je je aan moet houden, nee integendeel, het gaat om de vraag of het andere mensen net zoveel goed doet als het jou doet.
De zegen zit dus niet in het brood gebakken, de zegen komt pas als het brood is gebroken en gedeeld met anderen. Daarom vieren ze morgen in veel kerken, ook Protestantse kerken, een maaltijd, om dat zegenen van elkaar te oefenen. Wie de Wet bekijkt zoals de Heidenen de Wet bekijken, je moet je er aan houden dus alles moet eigenlijk hetzelfde blijven, weet dat je ook wel eens Wetten breekt en op het breken van de Wet staat straf. In de Kerk doet men dan of God die straf uitdeelt en als je berouw hebt van het breken van de Wet je genade geeft. Maar dat is geen Bijbelse manier van kijken. Genade is het dat God het zo heeft ingericht dat de richtlijnen waarvoor je in beweging moet komen ook echt vervuld kunnen worden, dat je echt ziet dat de hongerigen gevoed zijn en de gevangenen bevrijd. Genade is ook dat je elke dag er weer opnieuw mee mag beginnen, beginnen mag de Wet van de Liefde te vervullen, ook vandaag weer. Voor die genade mogen we ook dankbaar zijn, het maakt je toch blij dat je weet dat je de samenleving zo mag veranderen dat recht en gerechtigheid, dat Liefde, haar grondslag wordt.

Bid voor wie jullie vervolgen

Matteüs 5:38-48
38 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” 39 En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren. 40  Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af. 41 En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op. 42 Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen. 43  Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” 44 En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, 45  alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? 47  En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? 48  Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is. (NBV)
De manier waarop je kwaad zou kunnen bestrijden volgens Jezus van Nazareth, zoals we in het gedeelte van vandaag lezen, noemt men ook wel het kwade verdrijven door het goede te doen, of vurige kolen stapelen op je tegenstander door voortdurend het goede voor die tegenstander te blijven doen. We zijn zo gemakkelijk bereid kwaad met kwaad te bestrijden. Wordt er een kerk in brand gestoken, moeten er sancties volgen en sluiting van moskeeën. Maar dat je dan een andere kerk kunt openstellen voor je tegenstanders komt bij haast niemand op, bij Jezus van Nazareth dus. Dat je je vijanden lief moet hebben is een meer dan bekende opvatting van Jezus van Nazareth. Uiteindelijk zijn je vijanden ook je naasten, sterker nog, je broeders en zusters. Dat het gekoppeld is aan het bidden voor wie je vervolgen is wellicht minder bekend.
Bidden is niet dat je die vervolgers met je handen gevouwen en je ogen dicht onder de aandacht van God moet brengen door ze hardop te noemen of sterk aan ze te denken. Bidden betekent in dit geval er alles aan te doen hen op de weg van het goede te brengen. Dat is heel wat moeilijker dan alleen hen lief te hebben die jou ook liefhebben of te bidden voor het leed dat je eigen verwanten overkomt. Nee, als we geloven dat God wil dat iedereen mee gaat doen in het Koninkrijk van God, wie zijn wij dan dat we daar mensen van uit zouden sluiten? Als God die anderen wil, waarom zouden wij ze dan ook niet liefhebben is de boodschap van dit stukje uit de Bijbel. In moderne termen heet dit inclusief denken. Altijd proberen in je denken en handelen ook anderen in te sluiten. Wie zo doet is altijd sterker dan de tegenstander, blijft altijd de baas over het kwade, wordt nooit als de geweldgebruiker. Het gaat er om het andere, het bijzondere te blijven zien in de Weg die Jezus van Nazareth heeft gezien.
Opkomen voor geestverwanten, voor je eigen volk, eerst Amerika en dan de rest zoals een politicus zei, is heidens, dat doet iedereen, daarvoor hoef je niet te geloven. Maar de armen eerst zetten. Eerst Afrika en dan Wassenaar, dat is bijzonder. Goede en slechte mensen doen daarbij in gelijke mate mee. Dat is al helemaal bijzonder in ons denken. We geven ook ontwikkelingshulp aan slechte mensen, we zorgen ook voor dieven en moordenaars. Maar we proberen voortdurend dat kwade te benoemen en er het goede tegenover te stellen. We lopen niet weg voor het kwade, we veroordelen mensen niet en laten ze barsten, maar we proberen iedere keer weer mensen mee te krijgen in het opbouwen van die wereld waar alle tranen gedroogd zijn en waar aan iedereen recht wordt gedaan, het Koninkrijk van God. Gelukkig maar dat we daar elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen, ook vandaag weer.

Laat jullie ja ja zijn

Matteüs 5:27-37
27 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.” 28  En ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd. 29  Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt. 30  En als je rechterhand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam naar de Gehenna gaat. 31Er werd gezegd: “Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven.” 32  En ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw verstoot, drijft haar tot overspel-tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel. 33  Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.”34 En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, 35 noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; 36 zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. 37 Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad. (NBV)
Je kunt van de regels in dit gedeelte gemakkelijk algemeen geldende morele voorschriften maken. Vervolgens steek je je vinger op en wijst al die anderen aan die er zich niet aan gehouden zouden hebben. Je steekt dan vanzelf zeer voordelig af bij al die anderen. Zo wordt dit gedeelte uit de Bergrede maar al te vaak gebruikt. Ook worden de regels aangedragen als bewijs hoe slecht het met de wereld wel niet gaat. Maar daar zijn die regels dus niet voor bedoeld. “Overspel” is dus zo’n mooi modern woord, lekker neutraal, wordt in de sport ook vaak gebruikt: fraai overspel. Vroeger stond hier “bedrieglijke echtbreuk”en het gaat natuurlijk om het bedrog. Mannen maken zich daar nog al eens schuldig aan. Vrouwen worden bekeken als voorwerpen om je eigen lust mee te kunnen bevredigen. Maar vrouwen zijn geen voorwerpen, het zijn mensen net als mannen. Als je de ander dus net zo behandelt als jij wilt worden behandelt dan bekijk je elkaar niet als voorwerp die je naar believen kunt gebruiken en weer weg kunt werpen.
Je mag dus ook best schrikken van de kwade gedachten die je overvallen, voor je het weet sta je slechte grappen te maken waarin andere mensen als voorwerpen worden beschouwd en ga je de samenleving indelen in mensen en voorwerpen die jou moeten dienen. Als die voorwerpen daar niet van gediend zijn dan moeten ze maar weg, terug naar hun eigen land of stilletjes achter het fornuis. En denk nu niet dat hier een verbod tot echtscheiding staat. . Hier gaat het over verstoten. Als een man zijn vrouw verstoot kan dat alleen omdat ze niet trouw is geweest zegt Jezus van Nazareth, als ze zich dus schuldig gemaakt heeft aan bedrieglijke echtbreuk. Als ze samen tot de conclusie komen dat ze beter niet hadden kunnen trouwen, dat het huwelijk, de liefde over is, dan was er sprake van een ongeoorloofd huwelijk, want het is duidelijk dat je niet moet trouwen uit lust of winstbejag maar alleen uit liefde. Dan was er dus eigenlijk geen huwelijk en dan volgt er dus eigenlijk ook geen scheiding, moet je voor de burgerlijke samenleving nog wel wat regelen maar de verbintenis waar de Bijbel het over heeft bestond niet eens.
De Liefde tot je naaste en de Liefde van God tot de mensen wordt niet voor niets zo vaak vergeleken met een huwelijk. Voor al die mensen die tegenwoordig gaan scheiden zou dus de nadruk veel meer moeten liggen op het samen gaan scheiden in plaats van samen oorlog voeren. Heel langzaam dringt ook door dat het oorlog voeren voor de kinderen zeer schadelijk is en wie houdt er nu niet van de kinderen. Daarom moet je God ook niet te hulp roepen als je wil aantonen de waarheid te spreken, zweren noemen we dat. Die waarheid is van jezelf. Het gaat niet aan om soms wel de waarheid te spreken en soms niet. Dat maakt je onbetrouwbaar, dan kun je ook God nog aanvoeren als getuige van je leugens. Het gaat dus in dit gedeelte om wat jezelf denkt en doet, hoe je zelf met mensen omgaat. En op dat omgaan met mensen mag je anderen aanspreken door ze tot voorbeeld te zijn. Dat mogen we gelukkig elke dag opnieuw proberen, ook vandaag weer.

Jullie zijn het zout van de aarde

Matteüs 5:13-26
 13 Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt. 14 Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15  Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. 16 Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. 17 Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. 18 Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. 19 Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan. 20 Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan. 21 Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.” 22 En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan. 23  Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, 24  laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. 25  Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet. 26 Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt. (NBV)
Hoe kun je nu het zout van de aarde zijn en pas in de hemel toegejuicht worden. Dat lijkt niet echt met elkaar te kloppen. Tenminste als je de hemel na de dood van de mensen plaatst. En waarom zou je dat doen? De hemel kan op aarde aanbreken als overal vrede en gerechtigheid heerst, als alle volken zich tot Jeruzalem keren en ieder de Wet van Liefde aanhangt en in praktijk brengt. We hebben het al zo vaak in de Bijbel kunnen lezen. Op ons avontuur door de Bijbel aan de hand van het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap hebben we dat eigenlijk elke dag wel een keer gelezen. We kennen de helden uit het heden die vernedering en smaad uithielden omdat ze overtuigd waren de rechtvaardigheid van hun opvattingen. Het uithoudingsvermogen van iemand als Nelson Mandela zou uiteindelijk de afschaffing van Apartheid in Zuid Afrika mogelijk maken. Zijn idealen maakten zelfs een vreedzame overgang mogelijk. Maar we hoeven niet zulke grote persoonlijkheden als hij te hebben. Matteüs heeft het over het “zout der aarde”Zout zie je niet in je eten, maar zonder smaakt het meeste eten flauw. Pas als er zout in zit krijgt het smaak. Met dat onzichtbare zout worden de volgelingen van Jezus van Nazareth vergeleken.
Maar soms brengen losse teksten en verhalen uit de Bijbel je in verwarring. We kennen de twistgesprekken van Jezus van Nazareth met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Vaak gaat het dan over wat mag en wat niet mag. Dat zou dan staan in de Wet van Mozes maar volgens zijn tegenstanders hield Jezus van Nazareth zich niet zo nauwkeurig aan de Wet. In het gedeelte van vandaag lezen we zijn uitspraak dat je die Wet niet zomaar naast je neer kunt leggen. Maar die Wet is er voor de mensen en de mensen zijn er niet voor die Wet, daarmee is die Wet niet een Wet zoals wij die kennen maar wordt die wet tot een richtlijn voor een menselijke samenleving. Niet voor niets is de samenvatting het heb uw naaste lief als uzelf. Als je zo die Wet volgt dan hoor je in dat Koninkrijk van God. Want moorden doen we in de regel niet. Maar iemands persoon ontkennen, “niets-nut” roepen, iemand kleineren, dat overkomt ons nog wel eens. Volgens Jezus van Nazareth is dat pas moord. Als je de intelligentie, de inzet van iemand ontkent, de ander “dwaas” noemt dan verlaag je die ander zo laag dat je de hel op aarde brengt voor die ander.
Dan wacht ook jou het vuur van de afvalhoop buiten Jeruzalem, het Gehenna, voor tijdgenoten van Jezus van Nazareth het beeld van de hel waar het eeuwig brand. Hier werd het afval van de hele stad verbrand, inclusief dode dieren. Dag en nacht brandde er een vuur en hoe het stonk kan iedereen zich er waarschijnlijk wel bij voorstellen. Als je offert, en offeren is delen met iemand die dat nodig heeft, en je hebt nog iets tegen iemand, dan is er dus iemand met wie je op dat moment niet wilt delen, dat moet je dus eerst goedmaken, want wat je de minste van de mensen hebt gedaan heb je aan God zelf gedaan. Zo ook een geschil, zorg dat het uit de wereld is voor het uit de hand loopt is het advies. Je merkt aan de manier van spreken van Jezus van Nazareth dat het hier niet gaat om wetten in de zin waarin wij het over wetten hebben. Over dit soort regels kun je geen rechtszitting houden, kun je iemand niet oordelen. Integendeel hoe een ander hiermee omgaat dat kun je al helemaal niet beoordelen, dat moet je dus aan God overlaten. Voor ons blijft de vraag: zorgen we samen voor een volwaardige plaats voor de armen in onze samenleving? Of schelden we de armen uit voor dwaas en moeten we er van uitgaan dat ze zelf schuld hebben aan hun armoede? Wij mogen elke dag weer opnieuw met die regels op pad, ook vandaag weer.

Gelukkig

Matteüs 5:1-12
1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2  Hij nam het woord en onderrichtte hen: 3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. 4  Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden. 5  Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. 6  Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. 7  Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. 8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. 9 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. 10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. 11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. 12Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vòòr jullie de profeten. (NBV)
Er was een tijd dat we dit de zaligsprekingen noemden. Er werd over gesproken als over een soort toverformules die de doelgroepen hier genoemd een plaats in de hemel zouden bezorgen. Je moest voor dat plaatsje in de hemel hard je best doen en zorgen dat je bij één van die groepen ging behoren. Maar in de Nieuwe Bijbel Vertaling is dat zalig vervangen door “Gelukkig” en daarmee krijgt het verhaal een andere klank, het is een les, want Jezus van Nazareth ging op een berg zitten met zijn leerlingen om zich heen. Wat heeft Jezus van Nazareth ons dan willen leren? Hetzelfde als hij geleerd heeft aan die twee mannen die na het Paasfeest van Jeruzalem naar Emmaüs liepen. Daar staat dat hij de schriften ging uitleggen. Dat is hier ook het geval. In vers drie staan de nederigen van hart, die kennen we beter als de armen van geest, maar dit is wellicht een betere vertaling want voor hen is het Koninkrijk. De mensen die zich dus niet laten voorstaan op wat ze doen en kunnen staan vooraan in het Koninkrijk van God.
Dat hadden we al kunnen leren uit Psalm 34 die hier aangehaald wordt. In vers 4 wordt het boek van de profeet Jesaja aangehaald waar in hoofdstuk 61 al wordt opgemerkt dat de treurenden getroost zullen worden en wat is er mooier dat er tenminste iemand is die je troost als je treurt. In Psalm 37 gaat het over de zachtmoedigen die niet alleen het land terugkrijgen dat ze bij de verdeling door Jozua is toegezegd maar uiteindelijk de hele aarde zullen beërven, al dat landveroveren heeft dus geen enkele zin. Bij het hongeren en dorsten naar gerechtigheid denken velen aan Psalm 42 waar gesproken wordt over dat hijgende hert dat dorst naar verfrissend water zoals mijn ziel dorst naar God. Bij de barmhartigen kun je denken aan het gebed van het Onze Vader waar gebeden wordt om vergeving van schulden zoals je zelf ook anderen hun schuld vergeeft. De reinen van hart, zuiveren in de Nieuwe Bijbel Vertaling, vindt je al in de Psalmen 24 en 51, als er helemaal niks kwaads meer in je is dan zul je God zien, zoveel hebben maar heel weinig mensen echt voor een ander over gehad
.
Bij de vredestichters kun je denken aan Koning David die, zoals in het boek Kronieken wordt beschreven, weigerde tegen zijn eigen volk te vechten toen hij vervolgd werd en verbannen was en voor een vreemde koning moest vechten. En als je dat allemaal gedaan hebt dan kun je er zeker van zijn dat je vervolgd wordt. Mensen die onvoorwaardelijk opkomen voor de minsten in de samenleving, tegen onrecht spreken en daar niet mee ophouden die worden vervolgd. Dat gebeurt in al die landen en samenlevingen waar machtigen en rijken zich beter achten dan de rest. Vandaag zul je het zien in landen waar het eigen volk eerst wordt gezet, desnoods ten koste van dat eigen volk, als het maar lijkt. Als je vanwege het geloof in de komst van een nieuwe, eerlijke, samenleving wordt vervolgd weet je zeker dat je hoort bij de Weg van Jezus van Nazareth, de Koninklijke Weg. En als je daarbij hoort dan ben je pas echt gelukkig, wat er verder ook met je gebeurt.

Hij kroont de vernederden

Psalm 149
1 Halleluja! Zing voor de HEER een nieuw lied, roem hem te midden van zijn getrouwen.2 Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker, het volk van Sion juichen om zijn koning. 3 Laten zij dansend zijn naam loven, bij lier en tamboerijn voor hem zingen. 4 Ja, de HEER vindt vreugde in zijn volk, hij kroont de vernederden met de zege. 5 Laten zijn getrouwen juichen in triomf, nog jubelen als zij te ruste gaan, 6  met lofzang voor God uit hun kelen, een tweesnijdend zwaard in hun hand. 7 De volken laten boeten, de naties bestraffen, 8 hun koningen in boeien slaan, hun leiders met ketenen binden, 9 het geschreven recht aan hen voltrekken: dat is de glorie voor al zijn getrouwen. Halleluja! (NBV)
Vandaag zingen we mee met Psalm 149, een Psalm die begint met een Joods woord: GodLof betekent dat. De Psalm is een vreugdepsalm voor het einde der tijden. Hier loopt de geschiedenis op uit. Al die machthebbers en dictators zullen van hun machtsposities en tronen gestoten worden en de onderdrukten zullen bevrijd zijn en kunnen dansen in de straten en feestvieren op de pleinen. Geleerden nemen soms aan dat de Psalm gezongen werd toen onder Nehemia Jeruzalem herbouwd was en het volk Israël weer een eigen land met een eigen hoofdstad had en de Tempel weer het centrum van het leven was gaan vormen. Voor die nieuwe wereld die open gaat is een nieuw lied nodig. En als je op deze manier een nieuw lied zingt krijg je een nieuwe kijk op de wereld. Als wij kijken naar onze wereld terwijl we deze Psalm zingen merken we dat er nog heel veel veranderd moet worden voordat we met al onze broeders en zusters deze Psalm in vreugde kunnen zingen.
Vandaag mogen we zingen van de tijd die komen gaat en blij zijn dat we er over kunnen zingen. In deze Psalm wordt gesproken over een tweesnijdend zwaard. De bouwers aan Jeruzalem in de dagen van Nehemia moesten bouwen met een troffel in de ene en een zwaard in de andere hand. Maar de Bijbel spreekt ook over het woord van God als een tweesnijdend zwaard. Als wij onze wereld vergelijken met de wereld die de Psalm beschrijft dan merken we wat dat betekent. Als met een tweesnijdend zwaard wordt het goede glashelder van het kwade gescheiden. De vernederden worden gekroond met de zegen, niet langer zijn er vernederden, niet langer is er honger, moeten kinderen onnodig sterven omdat er niet voor hen gezorgd wordt, niet langer zijn er armen die bedelend rondgaan, niet langer zijn er gevangenen die opgesloten zijn vanwege hun overtuiging, niet langer worden godsdiensten en overtuigingen bespot en gekleineerd, niet langer wordt de ene bevolkingsgroep opgezet tegen de andere.
Al die koningen en leiders zal recht gedaan worden, aan wie straf verdient zal straf voltrokken worden wie moet leren een rechtvaardige wereld op te bouwen zal les krijgen. In de Bijbel krijgen mensen die het verkeerd hebben gedaan nu eenmaal een tweede kans. Nu al hebben we tribunalen voor misdadigers tegen de mensheid maar aan het eind van de tijden zal God zelf recht spreken en kunnen ook de zogenaamde winnaars hun straf niet ontlopen als ze misdaden hebben gepleegd om te kunnen overwinnen. De enige maat is dan het lot van de minsten, van de zwaksten op aarde. Wie daar ook het afgelopen jaar mee bezig is geweest zal in het lopende jaar met verdubbelde ijver Gods Woord verkondigen, Gods licht laten schijnen over zijn aarde, over zijn mensen. Zodat het geschrei van de verdrukten gehoord wordt en hun lot gezien wordt en de lof van God met recht verkondigd kan worden. Elke dag, elke week. mag dat opnieuw beginnen. En als je steun zoekt bedenk dan dat op de eerste dag van de week, de zondag, overal mensen bijeen komen om zich daartoe te laten inspireren. Stap gerust een PKN kerk in de buurt binnen, je bent er welkom.