Vastberaden en standvastig

Deuteronomium 31:1-8

1 Hierna sprak Mozes de Israëlieten opnieuw toe. Hij zei: 2 ‘Ik ben nu honderdtwintig jaar oud en niet in staat om nog langer leiding te geven. Bovendien heeft de HEER me gezegd dat ik de Jordaan niet mag oversteken. 3 De HEER, uw God, zal zelf voor u uit gaan en de volken aan de overkant voor u uitroeien, zodat u hun land in bezit kunt nemen. Jozua zal u daarbij aanvoeren, zoals de HEER heeft gezegd. 4 De HEER zal hen het lot laten delen van de Amoritische koningen Sichon en Og, die Hij met heel hun land heeft vernietigd. 5 Wanneer Hij u de overwinning op die volken geschonken heeft, moet u met hen precies zo handelen als ik u heb opgedragen. 6 Wees vastberaden en standvastig. Wees niet bang en laat u niet afschrikken, want het is de HEER, uw God, die met u meegaat. Hij zal niet van uw zijde wijken en u niet verlaten.’ 7 Toen riep Mozes Jozua bij zich en ten overstaan van alle Israëlieten zei hij tegen hem: ‘Wees vastberaden en standvastig, want jij zult het volk het land binnenleiden dat de HEER onder ede aan hun voorouders heeft beloofd, en onder jouw leiding zullen ze het in bezit nemen. 8 De HEER zelf gaat voor je uit, Hij zal je bijstaan en geen moment van je zijde wijken. Wees niet bang en laat je door niets ontmoedigen.’ (NBV21)

Twee maal klinkt de oproep om vastberaden en standvastig te zijn vandaag. Eerst tot het volk en dan tot de nieuwe leider Jozua. Jozua heet niet voor niets Jozua, de naam betekent Jhwh is hulp. Die vier letters zijn de naam van God, ze worden nooit uitgesproken, vertalers zetten meestal Heer. De naam heeft wel een betekenis, “Ik zal er zijn” is de naam van God. Aan de rand van het beloofde land heeft de naam Jozua dus een belangrijke betekenis. Mozes neemt afscheid. Vanuit Egypte heeft hij het volk door de gevaren van de woestijn geleid. Hij was het die het volk een identiteit gaf. Een godsdienst, wetten, een organisatie en een doel, het beloofde land. Ooit was er wel een moment geweest dat het volk zelf God had horen spreken maar dat was ze niet goed bevallen. Dat was zo ontzagwekkend dat ze Mozes gesmeekt hadden het voor hen te doen. Het avontuur van de woestijn loopt nu ten einde.

Dat beloofde land komt er, wie het niet wil delen zal verslagen worden is de boodschap. Jozua is overigens een Hebreeuwse naam. Er bestaat ook een Griekse vertaling van die we heel goed kennen, Jezus. Dat is ook niet toevallig. Jozua zal het land verdelen onder het volk. Die verdeling is ook voor de toekomst van belang want elke 50 jaar begint het volk weer opnieuw heeft Mozes verordend. En als Jozef en Maria naar hun “eigen plaats” moeten gaan ze naar de plaats die Jozua aan hun familie heeft toegewezen in Bethlehem. Niet de Keizer bepaalt waar je meetelt maar God, dat is de boodschap van Jozef en Maria. Daar op de akker die Jozua heeft toegewezen, de akker van God gekregen, wordt de nieuwe Jozua, Jezus in het Grieks, geboren. Die zal ons leiden naar het beloofde land, en wie niet wil delen wordt verslagen.

De oproep om vastberaden en standvastig te zijn klinkt vandaag dus ook voor ons. Ook wij staan op de rand van het beloofde land. Wij zijn in staat de vreemdelingen onder ons echt op te nemen, we kunnen delen met de armen, ja we zijn zelfs in staat recht te doen aan de allerarmsten in de hele wereld en overal recht en gerechtigheid te brengen. We moeten het alleen nog allemaal doen, iedereen mee zien te krijgen. We zijn al zo ver dat we samen met een heleboel volken in Europa het voorbeeld van vreedzaam samenleven kunnen geven. Eeuwenlang gaven we het voorbeeld van onderlinge strijd en steeds weer opnieuw oplaaiende oorlogen die uiteindelijk de hele wereld mee sleepten. Nu gaat Europa de weg van vrede. Elke dag kunnen we weer op pad gaan. Met Jozua, met Jezus op weg naar het land overvloeiende van melk en honing. Ook vandaag kunnen we gaan, vastberaden voorwaarts.

 

U kunt ze volbrengen.

Deuteronomium 30:11-20

11 De geboden die ik u vandaag heb gegeven, zijn niet te zwaar voor u en liggen niet buiten uw bereik. 12 Ze zijn niet in de hemel, dus u hoeft niet te zeggen: “Wie stijgt voor ons op naar de hemel om ze daar te halen en ze ons bekend te maken, zodat wij ernaar kunnen handelen?” 13 Ook zijn ze niet aan de overkant van de zee, dus u hoeft niet te zeggen: “Wie steekt de zee voor ons over om ze daar te halen en ze ons bekend te maken, zodat wij ernaar kunnen handelen?” 14 Nee, die geboden zijn heel dicht bij u, in uw mond en in uw hart; u kunt ze volbrengen. 15 Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood. 16 Wanneer u zich houdt aan de geboden van de HEER, uw God, zoals ik ze u vandaag heb gegeven, door Hem lief te hebben, door de weg te volgen die Hij wijst, en zijn geboden, wetten en regels in acht te nemen, dan zult u in leven blijven en in aantal toenemen, en dan zal de HEER, uw God, u zegenen in het land dat u in bezit zult nemen. 17 Maar als u Hem de rug toekeert en weigert te luisteren, als u zich ertoe laat verleiden neer te knielen voor andere goden en die te vereren, 18 dan zeg ik u op voorhand dat u te gronde zult gaan. Dan zal u aan de overkant van de Jordaan, in het land dat u in bezit zult nemen, geen lang leven beschoren zijn. 19 Ik roep vandaag hemel en aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen, 20 door de HEER, uw God, lief te hebben, Hem te gehoorzamen en Hem toegedaan te blijven. Dan zult u lang blijven wonen in het land dat Hij uw voorouders Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft beloofd.’ (NBV21)

Wat is het geloof anders dan consequent kiezen voor de liefde, voor het leven dus. Niet voor de dood van het hebben van geld of goederen. Geld of goederen houden niet van jou, ze schenken niks terug, ze zorgen niet voor je, ze voeden je niet als je honger hebt, ze geven je niet te drinken als je dorst hebt en ze verzorgen je niet als je ziek bent. Je ware geliefde doet dat wel en elke dag is de dag om je liefde te verklaren. Niet met geld of goederen, want liefde is niet te koop, liefde is alleen te krijgen met liefde. En dan nog, het geven van echte liefde betekent dat je er niks voor terug wilt hebben. Dat de liefde ontvangen wordt is je genoeg. De glimlach in de ogen van iemand voor wie je iets goeds gedaan hebt is de rijkste beloning die je je kunt voorstellen. Moeilijk is het dus niet de wet van de liefde te houden, die wet is ook niet ver weg of ingewikkeld. Je hoeft er niet voor gestudeerd te hebben, ook levenservaring is niet nodig. Je hoeft alleen maar van jezelf te houden en te beseffen dat je maar één keuze hebt, de keus tussen leven en dood, kies dus het leven zegt het Bijbelverhaal van vandaag.

Dat hele verhaal gaat over het leven, het leven dat voortkomt uit de liefde en dat met geen mogelijkheid van die liefde vandaan te krijgen is. Zelfs de dood betekent niet het einde van de liefde voor jou, maar ook niet het einde van jouw liefde voor hen die je liefhebt. Die liefde blijft altijd bestaan, daarin schuilt het geheim van het eeuwige leven. Zonder liefde gaat alles dood, zonder liefde blijft er niks over, zonder liefde gaat zelfs alles stuk waaraan je waarde hecht. Kies dus vandaag voor het leven en laat hen die je liefhebt weten hoeveel je wel niet van ze houdt. Het verhaal van vandaag stelt je niet voor een vrijblijvende keuze. Het zijn twee wegen die elkaar niet kruisen. Het is niet van nu doe ik gewoon mijn eigen zin en straks zien we wel weer. Het is tot nu toe ging ik een weg van leegheid die uitloopt op de dood, alleen ik telde en al die anderen niet. Uiteindelijk sterf ik van angst. Angst voor mijn baan, angst voor een echtscheiding, angst voor de vreemdelingen in mijn buurt, angst voor al die vreemde landen die over mij willen meepraten, angst voor die andere manieren van geloven in de God, manieren die mij misschien wel met geweld worden opgelegd.

De Bijbel roept op heel veel plaatsen niet bang te zijn. Het is het hart van het Kerstverhaal als de engelen naar de herders roepen “Wees niet bang” En als je de weg van het leven volgt dan ben je niet meer bang, dan durf je te delen van wat je hebt zodat geld weer gaat circuleren in de economie en er voor iedereen werk is, dan durf je ook de ander een plaats te geven in je huwelijk zodat liefde je samen sterker maakt, dan eet je samen met de vreemdelingen in je buurt zodat je de buurt samen vorm geeft en samen de problemen op kan lossen, dan spreek je ook andere landen aan op hun zorg voor de armen en de vreemdelingen, dan leer je de overeenkomsten in andere manieren van geloven in een God die je oproept tot vrede en gerechtigheid. Het is niet zo moeilijk zegt het boek Deuteronomium, je kunt er zomaar mee beginnen, vandaag is daar een goede dag voor.

 

Er weer vreugde in vinden

Deuteronomium 30:1-10

1 Wanneer alles werkelijkheid is geworden wat ik u beschreven heb, de zegeningen en de vervloekingen, en wanneer u ten slotte, door de HEER, uw God, uiteengejaagd en verstrooid onder alle volken, daar lering uit getrokken hebt 2 en samen met uw kinderen naar de HEER, uw God, terugkeert en Hem weer met hart en ziel gaat gehoorzamen-daartoe heb ik u vandaag aangespoord-, 3 dan zal de HEER, uw God, in uw lot een keer brengen: Hij zal zich over u ontfermen en u, na u eerst verstrooid te hebben, weer uit al die landen bijeenbrengen. 4 Zelfs al zijn sommigen verbannen naar het eind van de wereld, de HEER, uw God, zal u terughalen en weer bij elkaar brengen. 5 Hij zal u terugbrengen naar het land dat uw voorouders ooit bezaten en het u weer in bezit geven. Hij zal u meer nog dan uw voorouders zegenen en in aantal doen toenemen. 6 De HEER, uw God, zal uw hart besnijden en ook dat van uw nakomelingen, zodat u Hem weer met hart en ziel zult liefhebben en in leven zult blijven. 7 De vervloekingen zal Hij bestemmen voor uw vijanden en voor allen die u haatten en jacht op u maakten. 8 En u zult de HEER weer gehoorzaam zijn en al zijn geboden, zoals ik ze u vandaag heb voorgehouden, in acht nemen. 9 De HEER, uw God, zal u voorspoed geven in alles wat u onderneemt, u kinderrijk maken en uw vee en uw land vruchtbaar maken. Hij zal er weer vreugde in vinden om u te zegenen, zoals voorheen bij uw voorouders. 10 Want u toont de HEER, uw God, dan uw gehoorzaamheid door de geboden en bepalingen in dit wetboek in acht te nemen, en u wilt Hem weer met hart en ziel toebehoren. (NBV21)

Mooi is dat, zo aan het eind van de week. Als je alle ellende hebt gehad komt alles weer goed is de belofte uit de lezing van vandaag. Waar zou je je nog druk om maken? Waarom al die moeite doen van je naaste te houden als van jezelf? Waarom steeds vragen om recht en gerechtigheid? Waarom aandacht schenken aan de armen, de vreemdelingen, de weduwen en de wees? Waarom al die moeite doen als je weet dat het je voortdurend niet helemaal zal lukken en alles uiteindelijk toch goed zal komen? Nou, er zijn wel een paar redenen. Dat alles goed komt ondanks de ellende die we zelf veroorzaken maken we niet meer mee. Natuurlijk breken de mensen uiteindelijk de plutoniumfabrieken af, in plaats van er nieuwe bij te bouwen. Omdat plutonium zo giftig is en de opslag zo veel kost op de lange duur dat het niet op te brengen is. Maar voor het zover is zitten wij wel met de huidige plutoniumproductie, die ons als kernenergie wordt verkocht..

Het mag dan wel leuk lijken dat er veel warmte vrij komt bij de productie van plutonium en dat je daarmee stoom kunt maken om stoomturbines aan te drijven die elektriciteit  maken, met een heel verkeerd woord noemen ze die fabrieken “kerncentrales”, maar de kosten van zo’n fabriek en de producten zijn vele malen hoger dan de winst aan energie die je krijgt. Zoals het met plutonium is zo is het met veel zaken. Of je nu zegt dat Nederland vol is en je vreemdelingen weert, zodat onze kinderen geen pensioen meer kunnen krijgen, of dat we allemaal in auto’s moeten rijden, zodat Nederland geasfalteerd gaat worden en we geen ruimte voor gras, bomen en koeien overhouden en de producten van de fabrieken niet meer vervoerd kunnen worden door de files, bij al die zaken waarvan we weten dat die wel gemakkelijk en aantrekkelijk klinken maar uiteindelijk verkeerd zijn snijden we onszelf in de vingers. Dat het dus allemaal goed komt geeft hoop en troost.

Als we weer eens fouten maken, maar we kunnen het beter gelijk goed doen en ons ook de komende week houden aan de wetten van recht en gerechtigheid en liefde uitstralen waar we kunnen en zorgen dat iedereen met onze samenleving kan meedoen. Want uiteindelijk komt het met de wereld pas goed als we allemaal door hebben dat winst en profijt niet maatgevend zijn maar wat er met mens en dier gebeurd. Het deel dat  we vandaag uit Deuteronomium hebben gelezen vertelt het volk over het einde van de ballingschap. Over de dagen dat God zelf zijn Tora in de harten van de mensen heeft gesneden. Want die Tora is het begin van de geschiedenis van mensen die een goede aarde nastreven en die geschiedenis kan elke dag opnieuw beginnen, van die geschiedenis kunnen we elke dag opnieuw deel uit gaan maken, wie we ook zijn en waar we ook vandaag komen zegt de tekst, al is het van de uiteinden van de aarde. Dan zorgt de Tora van God, dan zorgt God zelf dat er voor iedereen op aarde genoeg is om te eten, genoeg om gezond te blijven, dan heerst overal vrede en wil God zelf zijn tenten op deze aarde spannen. Doe mee dus, begin vandaag het goede te doen en niet dan het goede.

Zo’n giftige kiem

Deuteronomium 29:15-28

15 U herinnert u de tijd dat we in Egypte woonden en hoe we daarna door het gebied van andere volken trokken. 16 U hebt toen kennisgemaakt met de gruwelijke afgodsbeelden van hout, steen, zilver en goud die zij erop na hielden. 17 Mogelijk is er hier een man of vrouw, of zelfs een familie of stam, die op dit moment liever de HEER, onze God, zou willen verlaten om de goden van die volken te gaan vereren; mogelijk sluimert er zo’n giftige kiem in ons midden. 18 Mocht zo iemand bij het horen van de vervloekingen menen: Als ik mijn eigen koppige hart volg zal het me evengoed voor de wind gaan, en zichzelf daarmee geruststellen, dan zet hij alles wat hij is en heeft op het spel. 19 Want de HEER zal het hem niet willen vergeven; de HEER zal zijn gekrenkte liefde wreken en al zijn woede tegen hem laten losbarsten. Alle vervloekingen die in dit boek beschreven zijn zullen hem treffen, en de HEER zal zijn naam onder de hemel uitwissen. 20 De HEER zal hem afzonderen van de stammen van Israël en hem voor het ongeluk bestemmen overeenkomstig de vervloekingen van het verbond dat in dit wetboek is opgetekend. 21 Wanneer de komende generaties, zowel uw eigen nakomelingen als buitenlanders uit verre streken, zien hoe uw land te lijden heeft en met welke plagen de HEER het heeft getroffen 22 -heel de bodem door zwavel en zout vergiftigd, zodat zaaien geen zin meer heeft en er helemaal niets meer wil groeien, net zoals toen de HEER in zijn grote woede Sodom en Gomorra, Adma en Seboïm weggevaagd had-, 23 dan zal bij hen de vraag rijzen, net als bij ieder volk: “Waarom behandelt de HEER dit land zo? Waarom is zijn toorn zo hevig opgelaaid?” 24 Dit zal het antwoord zijn: “Zij hebben het verbond geschonden dat de HEER, de God van hun voorouders, met hen sloot toen Hij hen wegleidde uit Egypte; 25 ze zijn andere goden gaan vereren en hebben neergeknield voor goden die ze nog niet kenden en die de HEER niet voor hen had bestemd. 26 Dat is de reden waarom de HEER in woede tegen dit land is uitgebarsten en alle vervloekingen die in dit boek beschreven staan over hen heeft uitgestort. 27 Zo kwaad, zo woedend, zo razend was de HEER dat Hij hen van hun eigen grond heeft gerukt en naar een ander land heeft weggeslingerd. Zover is het nu gekomen.” 28 Wat verborgen is, behoort de HEER, onze God, toe; wat openbaar is, komt ons toe. Wij en onze kinderen dienen ons altijd te richten naar alle bepalingen van deze wet. (NBV21)

Je bent uit de slavernij bevrijd, je hoeft niet meer de goden van anderen na te lopen, je hoeft niet meer de meningen van anderen uit te dragen en dan ga je toch dat soort gruwelijke afgodsbeelden nalopen. Het moet je ingepeperd worden dat dat alleen maar ellende kan brengen. Het verhaal van Deuteronomium laat zien dat het in de Bijbel niet gaat om een geschiedenis van het verleden, maar dat het gaat om onze eigen geschiedenis in het heden. Welke keuzes maken wij? We hebben voorbeelden. Ook onze ouders en grootouders maakten keuzes. Die keuzes worden ons weer voorgehouden als we herdenken. Zo herdenken we de Tweede Wereldoorlog, dit jaar met extra aandacht. Ook toen maakten mensen keuzes, voor of tegen de Nazi’s, of ze maakten de keuze voor onverschilligheid. Toen na de Tweede Wereldoorlog doordrong wat voor ontzettend verschrikkelijks zich had afgespeeld werd die keuze voor onverschilligheid als fout aangemerkt. Als er mensen uit je omgeving vermoord worden dan moet je toch niet stil blijven zitten, doorgaan met je leven alsof er niks gebeurd en niks gebeurd is.

Deuteronomium noemt dat een giftige kiem in ons midden. De afgod van rust, reinheid en regelmaat. De Egyptenaren hadden die afgod in de Nijl. Het waterpeil van de Nijl steeg en de Nijl trad buiten haar oevers om het land er om heen te bevloeien. Dan zakte het peil van het water weer en konden op de vruchtbaar geworden akkers de producten verbouwd worden die het volk in leven hielden. Dat stijgen en dalen van het waterpeil ging gelijk op met de stand van de sterren. Volgens de Egyptenaren hielden die twee verband met elkaar en werden ze bestuurd door hun goden. Die goden waren in hout, in steen, in goud en zilver weergegeven en werden aanbeden. Die goden moesten met offers tevreden worden gesteld. Iedere keer als we bang zijn onze welvaart te verliezen lopen we ook zulke goden achterna. Alles moet bij hetzelfde blijven, vroeger was alles beter. Het volk Israël was bevrijd van een wrede slavernij, maar als het in de woestijn even tegenzat dan wilde een deel van het volk weer terug naar de vleespotten van Egypte, dan wilden ze de Euro weer inruilen voor de gulden.

In de woestijn was het volk echter tot de ontdekking gekomen dat niet de stand van de sterren of een hemel vol zelfgemaakte goden voedsel en welvaart bracht maar een God die ook met je meetrok door de woestijn en eigenlijk maar één ding van je vroeg: zorg voor de minsten. Ben je niet bereid de opbrengst van je vruchtbare akkers te delen dan wordt er ook met jou niet gedeeld als je oogst tegenvalt, als de akkers door zwavel en zout vergiftigd worden. Dat delen je rijker maakt is niet vanzelfsprekend. Telkens weer houden de Heidenen ons voor dat je niet moet delen. Dat je de grenzen moet sluiten voor vreemdelingen, dat je niet moet delen met de hongerenden in de wereld, dat je eigen volk op de eerste plaats gesteld moet worden. Dat terwijl de Thora, het verhaal van de God van Israël je een andere kant op probeert te krijgen. Delen staat voorop, als er geen arme landen zouden zijn zou niemand voor honger vluchten, als er overal vrede en gerechtigheid zou zijn zou er niemand voor oorlog en onrecht hoeven te vluchten. Ook in onze dagen gelden de principes die Israël in de woestijn en tijdens de ballingschap in Babel hadden ontdekt. Ook wij moeten gewoon elke dag opnieuw beginnen met vrede brengen, de hongerigen voeden en de naakten kleden. Ons land is daarbij de hele bewoonde wereld, ook vandaag weer.

 

Niet alleen met u

Deuteronomium 29:1-14

1 Mozes riep het hele volk van Israël bijeen en sprak het als volgt toe: ‘U hebt in Egypte met eigen ogen gezien wat de HEER allemaal heeft gedaan met de farao en al zijn dienaren, en met heel zijn land. 2 U was getuige van zijn grootse daden en tekenen en wonderen, 3 maar tot op de dag van vandaag heeft de HEER u geen inzicht gegeven, u de oren en ogen niet geopend. 4 Veertig jaar lang heeft Hij u door de woestijn geleid en in al die tijd raakten uw kleren en uw sandalen niet versleten, 5 en had u geen brood en geen wijn of bier nodig. Dat moest u ervan doordringen dat Hij, de HEER, uw God is. 6 Toen wij vervolgens hier aankwamen, trokken koning Sichon van Chesbon en koning Og van Basan tegen ons ten strijde. Maar wij versloegen hen 7 en namen hun land in bezit; dat hele gebied werd aan de stammen Ruben en Gad en aan de helft van de stam Manasse toegewezen. 8 Houd u daarom aan de regels van dit verbond, opdat u slaagt in alles wat u doet. 9 Hier bent u allen nu bijeen, ten overstaan van de HEER, uw God: de stamhoofden, de oudsten, de schrijvers, alle mannen, 10 vrouwen en kinderen van Israël, en alle vreemdelingen die als houthakker of waterputter in het kamp werken- 11 bijeen om toe te treden tot het verbond dat de HEER, uw God, vandaag met u sluit, en de sancties die erbij horen te aanvaarden. 12 Zo wil Hij u vandaag tot zijn volk maken, en dan zal Hij uw God zijn, zoals Hij u heeft beloofd en zoals Hij ook uw voorouders Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft toegezegd. 13-14 Niet alleen met u, die hier nu ten overstaan van de HEER, onze God, bijeen bent, sluit ik dit verbond, maar ook met degenen die er nu nog niet bij zijn. (NBV21)

Het aardige van die Bijbelverhalen is dat ze altijd doen of de geschiedenis niet vorig jaar, of in vorige generaties was, maar gisteren. De Joden zijn dat altijd zo blijven beleven. Op de avond van de herdenking van de uittocht uit Egypte klinkt nog steeds de vraag “Waarom is deze avond anders dan de andere” en het antwoordt: “Wij waren slaven in Egypte”. Ook wij mogen meetrekken met het volk, uit het slavenhuis, door de woestijn, op naar het beloofde land. Mits we ons maar houden aan de grondhouding die voor alle volken is neergezet: heb Uw naaste lief als Uzelf. Daarmee zijn de verhalen uit de Bijbel ineens geen oude troep meer maar actuele werkelijkheid. Als we wat willen ondernemen zullen we eerst terug moeten naar het hart van de werkelijkheid, hebben de armen er wat aan, worden de verdrukten bevrijdt, gaan de vreemdelingen onder ons meetellen.

Bij de volksvergadering waar Mozes volgens dit verhaal de vermaningen en spelregels voor het nieuwe land, de menselijke samenleving, nog eens uiteenzet zijn de vreemdelingen uitdrukkelijk aanwezig. Heel lang is er in de kerken niet gesproken over de vreemdelingen onder ons. Vreemdelingen woonden in vreemde landen, daar moest je naar toe om te vertellen over het verhaal van Jezus. Af en toe kwamen er mensen terug die dat hadden gedaan en die vertelden dat die vreemde mensen in die vreemde landen ook hulp nodig hadden, hulp voor een eigen schooltje, een eigen ziekenhuis, een eigen akker die net zo vruchtbaar zou worden als onze akkers. Als die verhalen wat al te enthousiast werden, over goud en vruchtbare landstreken dan stuurden we er soldaten heen om er ook ons bestuur en onze handel heen te brengen. Het liefst maakten we de mensen wijs dat de manier waarop wij samenleven, ieder voor zich, de beste manier was en dat zij hun stamverbanden en dorpsgemeenschappen moeten opgeven om net als ons te worden, dromend van rijkdom die onbereikbaar werd.

We zijn echter vergeten dat het verhaal in de Bijbel ook gaat over vreemdelingen die onder ons wonen, die bij ons horen, die net zo goed mogen en moeten meedoen in het verhaal van een rechtvaardige samenleving. Werkgevers die discrimineren op achternaam horen in zo’n samenleving hun bedrijf te verliezen, zij zijn een gevaar voor onze samenleving. Maar dat gebeurt niet, ook de vreemdelingen die onder ons wonen moeten net zo worden als wij, dromend van rijkdom die onbereikbaar is, ieder voor zich levend. Een samenleving waar de een zorgt voor de ander hebben we nog niet, bezit is belangrijker dan vrede en recht, maar zover moet het wel komen. Vakbonden, medezeggenschapsraden, UWV’s, gemeenten, sociale diensten, welzijnsorganisaties, allen moeten ze er mee aan de slag. We zullen moeten zorgen dat iedereen mee mag doen, dat iedereen er op mag rekenen in onze samenleving tot zijn of haar recht te komen, Niemand mag aan de kant gezet worden, opdat we slagen in alles wat we doen.

Hij doorziet al hun daden

Psalm 33

1 Juich, rechtvaardigen, voor de HEER, de oprechten moeten Hem loven. 2 Huldig de HEER bij de klank van de lier, speel voor Hem op de tiensnarige harp. 3 Zing voor Hem een nieuw lied, speel en zing met overgave. 4 Oprecht is het woord van de HEER, alles wat Hij doet is betrouwbaar. 5 Hij heeft recht en gerechtigheid lief, van de trouw van de HEER is de aarde vervuld. 6 Door het woord van de HEER is de hemel gemaakt, door de adem van zijn mond het leger der sterren. 7 Hij verzamelt het zeewater en sluit het in, Hij bergt de oceanen in schatkamers weg. 8 Laat heel de aarde vrezen voor de HEER en wie de wereld bewonen Hem duchten, 9 want Hij sprak en het was er, Hij gebood en daar stond het. 10 De HEER doet de plannen van volken teniet, Hij verijdelt wat naties beramen, 11 maar het plan van de HEER houdt eeuwig stand, wat Hij beraamt, blijft van geslacht tot geslacht. 12 Gelukkig het volk dat de HEER als zijn God heeft, de natie die Hij verkoos als de zijne. 13 Uit de hemel ziet de HEER omlaag en slaat Hij de sterveling gade. 14 Vanaf zijn troon houdt Hij het oog op allen die de aarde bewonen. 15 Hij die de harten van allen vormt, Hij doorziet al hun daden. 16 Koningen winnen niet door een machtig leger, brute kracht redt krijgsheren niet. 17 Van geen nut zijn paarden voor de overwinning, hoe sterk ook, ze bieden geen uitkomst. 18 Het oog van de HEER rust op wie Hem vrezen en hopen op zijn trouw: 19 Hij zal hen redden in doodsgevaar, bij hongersnood zal Hij hun leven sparen. 20 Wij wachten vol verlangen op de HEER, Hij is onze hulp en ons schild. 21 Ja, om Hem is ons hart verblijd, op zijn heilige naam vertrouwen wij. 22 Schenk ons uw trouw, HEER, op U is al onze hoop gevestigd. (NBV21)

Vandaag zingen we een lied uit de liedbundel van de Bijbel, het boek van de Psalmen. Liederen spelen een grote rol in de godsdienst van Israël, en ook in de godsdienst van de Christenen. Niet alles is in gewone woorden te vatten. Een groot deel van de godsdienst bestaat uit dromen en idealen. Dromen van een wereld waar geen tranen meer zijn, het ideaal van alle mensen die meedoen met de samenleving en voor elkaar zorgen, de droom en het ideaal van de onvoorwaardelijke en onbaatzuchtige liefde die alle mensen vervult. Daar zingt ook deze Psalm over. Voor het volk Israël waren de zee en de oceanen zeer bedreigend en ze stelden die vaak gelijk met het rijk van de dood. Dan mag je zingen dat God ze in zijn hand sluit en dat je er niet meer bang voor hoeft te zijn. En in onze dagen geldt dat, als we werkelijk van de mensen op aarde houden, wij gaan zorgen dat de CO2 uitstoot vermindert.

Kerk in actie heeft alle leden van de Protestantse Kerk Nederland ooit opgeroepen Groene Stroom te gaan gebruiken. Als we met elkaar de klimaatverandering weten te stoppen hoeven we inderdaad niet meer bang te zijn voor de smeltende poolkappen en de stijgende zeespiegel. Daarvoor is het wel nodig dat we ophouden de goden van winst en profijt te dienen. Maar het kan, naties en koningen, regeerders en machthebbers, rijken en aandeelhouders hebben het uiteindelijk niet te vertellen op aarde. Het zijn gewone mensen die dagelijks zwoegen en zweten voor hun brood die bepalen wat er gekocht wordt en hoeveel energie er verspild blijft worden. Niet het aanbod van de fabrieken maar de vraag van de consumenten bepaald immers de markt. En als de consumenten zich laten leiden door liefde voor alle mensen dan veranderd de vraag van het gemakkelijkste en goedkoopste naar het zorgzaamste en het eerlijkste. Er zijn nog steeds onderhandelingen tussen rijke en arme landen over de handelsstructuren, de tarieven van invoer en uitvoer en de bescherming van producten ten concurrentie uit de arme landen.

We weten dat bij onderhandelingen tussen arme en rijke landen gekeken kan worden naar alles wat in dienst staat van de Liefde voor de mensen. We kunnen eisen dat recht en gerechtigheid eindelijk geschied aan hen die lijden aan honger en ellende. Maar we horen weinig meer van die onderhandelingen. Als we er van horen dan niet van de zorg voor de armste landen maar van de winst die we in opkomende economieën kunnen maken. Daarom zingen we vandaag dat recht en gerechtigheid zullen overwinnen en dat wij dat echt mogen meemaken. We maken het mee als we het ook echt samen willen. Er zal nog heel veel voor moeten gebeuren. De machtigste naties in de wereld letten meer op hun macht en de uitbreiding er van en minder op het recht van alle mensen op voedsel, drinken en onderdak. Veel van de hulp die vanuit rijke landen komt is liefdadigheid. Rijke mensen steunen projecten in arme landen. Het zullen voorbeelden moeten zijn voor wat een rijk land kan als het zou willen. Elke dag zullen we er om moeten roepen, stem worden van de armen, ook vandaag weer.

Wie Mij volgt, maar ….

Lucas 14.25-35

25 Grote mensenmenigten trokken met Jezus mee. Hij wendde zich tot hen en zei: 26 ‘Wie Mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zussen, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn. 27 Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij aan komt, kan niet mijn leerling zijn. 28 Want wie van jullie die een toren wil bouwen gaat niet eerst de kosten berekenen, om te zien of hij wel genoeg heeft voor de bouw? 29 Als hij het fundament gelegd heeft maar de bouw niet kan voltooien, zal iedereen die dat ziet hem uitlachen 30 en zeggen: “Die man begon te bouwen, maar afmaken kon hij het niet.” 31 En welke koning die eropuit trekt om met een andere koning oorlog te voeren, zal niet eerst bij zichzelf te rade gaan of hij wel met tienduizend man kan optrekken tegen iemand die met twintigduizend man tegen hem oprukt? 32 Als hij dat niet kan, stuurt hij eerst, wanneer de troepen nog ver van elkaar verwijderd zijn, een gezant om naar de voorwaarden voor vrede te vragen. 33 Zo geldt ook voor jullie: wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn. 34 Zout is iets goeds. Maar als ook het zout zijn smaak verliest, hoe kunnen we het dan zijn kracht teruggeven? 35 Ook voor de bemesting van de grond is het niet meer bruikbaar, dus wordt het weggegooid. Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’ (NBV21)

Heeft de Bijbel een hekel aan rijken? We herinneren ons de hoofdpersoon uit het boek Job. Die was zeer rijk staat er aan het begin. Aan het eind van het boek staat dan dat hij zeven keer zo veel ontving als hij aan het begin had gehad. Dat is dus niet alleen zeer rijk maar superrijk. Wat betekent het dan dat Jezus van Nazareth zegt dat wie geen afstand doet van al zijn bezittingen geen leerling kan zijn? Uit het boek Job hadden we geleerd dat Job zelf geen waarde hechtte aan al die rijkdom. Hij deelde dat met de armen en de vreemdelingen. Hij ging zelfs zo ver dat als zijn kinderen mogelijk eens het personeel, de armen en de vreemdelingen vergeten zouden kunnen zijn bij het houden van een feest Job dit de volgende dag alsnog goed ging maken.

Dat is dus de geest waarin we ook dit verhaal van Jezus van Nazareth moeten lezen. Afstand doen van de bezittingen is niet een hekel hebben aan rijken maar een hekel hebben aan armoede en houden van de armen. Toen we lazen dat Jezus van Nazareth zeventig van deze leerlingen er op uit stuurde om het Evangelie te verkondigen was de inhoud van dat Evangelie de bevrijding van de armen. In de praktijk blijken veel rijken alleen van zichzelf te houden. Ze willen geen belastingen betalen om daar uitkeringen, scholing, openbaar vervoer en zorg uit te betalen, hooguit belasting om nog meer asfalt aan te leggen voor grote personenauto’s en meer blauw op straat om de armsten in bedwang te houden. Zelfs het geringste voorstel om voor een paar van de allerrijksten iets meer bijdrage te vragen in de staathuishouding kan al rekenen op het grootste verzet van de rijken.

Gelukkig zijn er ook rijken die zelf met voorstellen komen om iets meer te delen. Die zich evengoed inzetten voor het afschaffen van de onrechtvaardige tolmuren en hun bezit gebruiken om ruimte te maken voor het herzien van onze samenleving in een rechtvaardige samenleving. Ze financieren studies naar herverdeling van kennis macht en inkomen, beter gebruik van grondstoffen en tegengaan van klimaatverandering en maken hun tijd vrij om eigenhandig mensen te helpen in de zorg of de gevangenissen. Zij geven het voorbeeld dat we allemaal kunnen volgen. Bij Christenen verdwijnt immers ook het onderscheid tussen armen en rijken? Daarvoor moeten we dus allemaal los komen van ons bezit. Wie het bezit op de eerste plaats zet kan dus nooit God, of Christus op de eerste plaats zetten. Daarom moeten we ons elke dag weer los maken van waar we aan hechten, zodat we ons des de vaster aan het voorbeeld van Jezus kunnen hechten en de armen gaan

 

Kom, want alles staat klaar.

Lucas 14:15-24

15 Een van de andere gasten, die dit hoorde, zei tegen Hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’ 16 Daarop zei Jezus: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. 17 Toen de dag van het feestmaal gekomen was, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles staat klaar.” 18 Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Neemt u mij niet kwalijk, ik kan niet komen.” 19 En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren. Neemt u mij niet kwalijk, ik kan niet komen.” 20 Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” 21 Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” 22 Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” 23 zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en haal iedereen binnen, want mijn huis moet vol. 24 Ik zeg jullie: niemand van de genodigden zal van mijn feestmaal proeven.”’ (NBV21)

We hebben zo allemaal wel onze beslommeringen. De hypotheek moet worden afgelost, er moet regelmatig worden overgewerkt, je moet toch ook eens naar het theater en de bioscoop. Dan zijn er nog sportwedstrijden waar je niet buiten kunt. Als je kinderen hebt moet je vrijwel elke dag de kinderen brengen naar en halen van clubs en activiteiten. Wie heeft er nog tijd om een aantal uren in een Wereldwinkel te staan, of kleding te sorteren voor Oost-Europa, of achter de telefoon te zitten bij de Telefonische Hulpdienst, Sensoor, of  één van de vele vrijwilligersbaantjes te vervullen die er in onze samenleving voor dorp, stad, land en wereld nodig zijn. We hebben het bijna allemaal te druk om aan het feest van de betere wereld, het Koninkrijk van God, mee te doen. We zijn in de afgelopen tientallen jaren fors korter gaan werken. De 40-urige werkweek werd ingevoerd, maar ook die is langzaam ingekort tot 36 en 32 uur.

Daarnaast zijn er ook nog ADV dagen gekomen en zijn veel mensen in plaats van voltijd in deeltijd gaan werken. Toch is het aantal vrijwilligers in de samenleving hard achteruit gegaan. Die ouders die het zo druk hebben met hun kinderen naar sportverenigingen te brengen en ze weer te halen hebben het te druk om elftalbegeleider, of teambegeleider te zijn in het weekeinde als de wedstrijden gespeeld moeten worden. Mensen die mopperen op de kwaliteit van het gemeentebestuur en de wegen die voortdurend zijn opgebroken en de hoge belastingen die ze moeten betalen hebben geen tijd om met de plaatselijke politici van hun partijkleur mee te werken en mee te denken over een beter gemeentebestuur. Dat Koninkrijk van God komt er ondertussen wel. Dat is de blijde boodschap die uit dit gedeelte van het Evangelie van Lucas klinkt.

Wees dus niet verbaasd als je er buiten staat, als je er geen deel aan blijkt te hebben. Al zijn er tekort vrijwilligers, ze zijn er wel. Soms nemen ze gewoon hun partner en kinderen mee. Zo zijn er hele gezinnen die samen werken in de plaatselijke voedselbank en zelf de laatste voedselpakketten mee naar huis nemen omdat ze die ook zelf nodig hebben. Juist in die delen van de samenleving waar mensen het eerst arbeidsongeschikt zijn, het langst werkloos blijven, het laagste inkomen hebben, het kortst naar school zijn geweest is de bereidheid om te helpen en een betere wereld te maken het grootst. Soms lijkt het of ze een wereld maken voor zichzelf en dan worden de machtigen en rijken er bang van, maar weet goed dat iedereen mee kan doen. Je moet er alle dagen klaar voor zijn en wel voor willen samenwerken.

 

Vriend, kom toch dichterbij!

Lucas 14:1-14

1 Toen Hij op sabbat in het huis van een vooraanstaande farizeeër was, waar Hij voor een maaltijd was uitgenodigd, werd Hij scherp in het oog gehouden. 2 Er was daar iemand met waterzucht. 3 Jezus vroeg aan de wetgeleerden en de farizeeën: ‘Is het toegestaan hem op sabbat te genezen of niet?’ 4 Maar ze zwegen. Hij pakte de man bij de hand, genas hem en stuurde hem weg. 5 En tegen de farizeeën en wetgeleerden zei Hij: ‘Als uw zoon of uw os in een put valt, dan haalt u hem er toch meteen uit, ook al is het sabbat?’ 6 Ook daarop hadden ze geen antwoord. 7 Hij vertelde de genodigden een gelijkenis, want Hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen. Hij zei tegen hen: 8 ‘Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd voor een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, 9 en dan moet uw gastheer tegen u zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen. 10 Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: “Vriend, kom toch dichterbij!” Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aanligt. 11 Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’ 12 Tegen degene die Hem had uitgenodigd, zei Hij: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren. Want zij zullen op hun beurt u uitnodigen, en zo doen zij iets voor u terug. 13 Wanneer u een feestmaal geeft, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. 14 Dan zult u gelukkig zijn, juist omdat zij niets kunnen terugdoen. Want u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’(NBV21)

Er is in de Kerkgeschiedenis nog wel eens gedaan of Jezus iets tegen de Joden zou hebben gehad. Nu komen we in het verhaal over Jezus van Nazareth weinig tegen over wat de Duitsers “zelfhaat” noemen. Jezus van Nazareth was voluit Jood en wilde dat ook voluit zijn. Hij deed mee in het verhaal van Israël, ja, erger nog, hij wilde niet dat het verhaal van Israël uiteindelijk zou stranden in een hoekje van de wereldgeschiedenis. Het land Israèl was immers bezet door Perzen, Grieken, Syriërs en in zijn tijd door Romeinen. Jezus van Nazareth was waarschijnlijk het meest verwant aan de stroming van de Farizeeën. Die wilden de leer van Mozes weer midden in het volk plaatsen. Omdat onder al die bezettingen bezoeken aan Jeruzalem waar de leer werd bewaard vaak moeilijk was hadden ze de Synagoge uitgevonden, het leerhuis, waar uit de Tora, de Profeten en de Schriften werd gelezen. Wij kunnen die teruglezen in wat ook in de Nieuwe Bijbelvertaling ten onrechte “Het Oude Testament” wordt genoemd. Dat is de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, met de boeken in een andere volgorde.

Er was echter een groot verschil tussen Jezus van Nazareth en de meeste van de Farizeeën. Die laatste hielden rekening met de gevoeligheden van de bezetters. Ze hielden zich zo ver mogelijk van vreemdelingen vandaan en konden daardoor ook niet in conflict komen. Verder waren uiterlijk vertoon en een strikt ordelijk gedrag voor veel Farizeeërs kennelijk belangrijk. Jezus van Nazareth stelt de gevolgen voor mensen centraal. De leer is er immers om de mensen beter te laten leven, de mensen zijn er in elk geval niet om de leer te laten verheerlijken. De leer van Mozes kent maar één Heer en dat is de God van Israel, de God van Liefde. En daar laat Jezus van Nazareth ook zien waar de oplossing ligt voor conflicten in de richtlijnen uit de leer van Mozes. Het conflict bijvoorbeeld tussen de richtlijn dat je je naaste lief moet hebben als jezelf en de richtlijn dat je op de sabbat niet mag werken. Genezen mag dus wel, een mens of een dier uit een put halen ook. Maar altijd de mensen voorop stellen? Daar zwijgen de machthebbers, ook die uit onze dagen. Natuurlijk, zullen ze zeggen, bescherming van eigen bezit moet voorop staan. Maar hulp aan de armen? Gewonde kinderen halen uit een oorlogsgebied? Dat zou ten koste kunnen gaan van dat eigen bezit.

Er is een soort diners waar zien en gezien worden, vooral het laatste, belangrijker is dan de inhoud. Kennelijk waren er in de dagen van Jezus van Nazareth ook al zulke diners. Jezus drijft de spot met de mores, de gewoonten, rond zulke bijeenkomsten. Ga maar eens op de minste plaats zitten, je dwingt dan de gastheer, of gastvrouw, om je naar voren, naar een betere plaats te roepen. Het gezien worden is dan gelijk gelukt. Als je jezelf de beste plaats toekent loop je de kans geen rekening te hebben gehouden met de eregast en te moeten opkrassen. Dat is een manier van gezien worden die je liever overslaat. Het zijn de grappen waarmee al in de Bijbel de rijken en machtigen worden bespot en te kijk worden gezet. Voor Jezus is een andere strategie belangrijk. Nodig de armen, de chronisch zieken, de gehandicapten uit. Die nodigen je weliswaar niet terug uit voor een diner en nemen ook niet veel geld voor een goed doel of status in de samenleving mee, maar op de lange duur geven ze meer plezier. Want er komt een dag dat ook deze medeburgers opstaan en zich niet langer laten knechten. De opstanding van de rechtvaardigen noemt de schrijver van dit Evangelie dat. En op dat moment ben jij geen vijand, maar een vriend van de armen, een vriend van de mensen die geen plaats in de samenleving hebben. Jij hebt ze een plaats gegeven. Die armen strijden nergens voor, ze leven om te overleven. Bij hen hoef je je nooit af te vragen wat jouw plaats is, als jij de maaltijd geeft is het de ereplaats.

 

De ziekten en plagen

Deuteronomium 28:58-69

58 Als u niet zorgvuldig de wetten naleeft waarin ik u onderwezen heb en die in dit boek zijn opgetekend, en de glorierijke en ontzagwekkende naam van de HEER, uw God, de eerbied onthoudt die hem toekomt, 59 zal Hij u en uw nageslacht zeer zwaar straffen. Hij zal u treffen met ongehoorde plagen, waar geen einde aan komt, en met vreselijke, ongeneeslijke ziekten. 60 Hij zal opnieuw al die gevreesde kwalen uit Egypte op u afsturen
en u ermee treffen. 61 Maar ook de ziekten en plagen waarover dit wetboek zwijgt zal Hij op u afsturen, tot er niemand meer over is. 62 Al bent u eerst zo talrijk als de sterren aan de hemel, u zult maar met een handvol mensen overblijven, omdat u niet naar de HEER, uw God, hebt geluisterd. 63 En zoals de HEER er eerst vreugde in vond om u te zegenen en in aantal te doen toenemen, zo zal Hij u dan met vreugde te gronde richten en uitroeien. U zult worden weggerukt uit het land dat u in bezit zult nemen, 64 want de HEER zal u uiteenjagen en onder alle volken verstrooien, tot in de verste uithoeken van de aarde. Daar zult u andere goden vereren, goden die u nog niet kende en ook uw voorouders niet, goden van hout en van steen. 65 Denk niet dat u bij die volken op adem kunt komen of een plek krijgt om te rusten. De HEER zal u daar in angst laten leven en u, met doffe ogen, een kwijnend bestaan laten leiden. 66 U zult er voortdurend op uw hoede moeten zijn, want u zult uw leven niet zeker zijn en dag en nacht het ergste vrezen. 67 ’s Morgens zegt u: “Ach, was het maar avond,” en ’s avonds verzucht u: “Was het maar ochtend.” Zo groot zal dan de angst zijn waarin u verkeert, zo bedreigend is het wat u ziet. 68 De HEER zal u in schepen terugsturen naar Egypte, ook al had ik gezegd dat u nooit meer daarheen zou teruggaan. En hoewel u zichzelf daar aan uw vijanden te koop aanbiedt als slaven en slavinnen, is er niemand die u wil kopen.’ (NBV21)

Wat je allemaal wel niet kan krijgen als je de manier van leven die in het Verbond uit de Woestijn was opgeschreven je niet eigen maakt. Toen de mensen, die naar Babel waren weggevoerd in ballingschap, alle verhalen en boeken uit hun godsdienstige traditie opnieuw gingen opschrijven en ordenen kwamen ze er achter dat ze door de eeuwen heen wel heel erg afgeweken waren van waar het allemaal mee begonnen was. Waren ze daar dan nooit voor gewaarschuwd? Hadden ze het niet kunnen weten? Natuurlijk wel, was er niet een witgekalkt monument geweest daar aan de oever van de Jordaan in de buurt van Jericho. Daar stonden teksten op, daar waren ze ooit uit de woestijn het land binnengekomen. Terugkijkend snapten ze dat, hoe sterk de waarschuwingen ook geweest waren, ze waren nooit sterk genoeg. Eigenlijk waren ze als volk verstrooid over de hele aarde. De ballingschap in Babel zou niet de laatste keer zijn, maar iedere keer als het land Israël werd hersteld, herstelde ook de hoop dat het Koninkrijk van God eindelijk zou komen.

Ook dit hoofdstuk uit het boek Deuteronomium maakt duidelijk dat het Koninkrijk van God niet een geografisch bepaald stuk land is maar een Koninkrijk van mensen die zich houden aan één en dezelfde leefregel, iedereen heeft iedereen lief als zichzelf, gerechtigheid en vrede heersen daar. Juist in deze dagen zien we de noodzaak daarvan zich aftekenen. Wij leven er toch ook maar een beetje op los. Er wordt nog steeds  gerookt door veel mensen en elkaar daar op aanspreken wordt niet gewaardeerd. Ook alcohol is vrij verkrijgbaar en zelfs als een receptie of feest door de overheid wordt georganiseerd wordt iedereen in de verleiding gebracht zich te bedrinken. Door internet zijn we aangekomen in een grenzeloze wereld waar we met iedereen op de aarde moeten leren omgaan. Onze regering hanteert echter nog de verouderde begrippen over grenzen waardoor kinderen niet mogen opgroeien in het land waar ze geboren zijn. De manier waarop wij met vreemdelingen omgaan wordt in Duitsland inmiddels door een rechter als onmenselijk veroordeeld.

Net als het verhaal van Jezus gaat over de manier waarop onze samenleving ingericht hoort te zijn gaat ook het verhaal van de Islam over de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Net zoals hier mensen in de greep van de vrije markt gehouden worden, worden mensen in de landen van Islam in de greep van dictators en minderheden gehouden. De bijbel roept ons op om samen aan de bevrijding van mensen te gaan werken. We kunnen vandaag nog beginnen. We kunnen een wereld ontwerpen waar recht en gerechtigheid heersen. In Europa kunnen we zelfs de wereld laten zien dat grenzen kunnen verdwijnen en dat mensen met verschillende talen, verschillende culturen, verschillende manieren van wel en niet in God geloven, samen een continent in vrede kunnen bewonen en er samen voor kunnen zorgen dat er voor iedereen plaats is en dat niemand in honger hoeft te leven. Europa als werelddeel waar voor de zieken wordt gezorgd, waar bedroefden worden getroost en gevangenen bevrijd. Het Koninkrijk van God kent helemaal geen grenzen, het is een manier van leven waar we elke dag opnieuw mee mogen beginnen.