God wil ik loven

Psalm 69:31-37
31 De naam van God wil ik loven met een lied, zijn grootheid met een lofzang prijzen. 32 Dat behaagt de HEER meer dan offerdieren, dan stieren met hun horens en hoeven. 33 De nederigen zien het en verheugen zich, wie God zoeken, hun hart zal opleven. 34 Want de HEER hoort de armen, zijn gevangen volk verwerpt hij niet. 35 Hemel en aarde moeten hem loven, de zeeën, met alles wat daarin leeft. 36 Want God zal Sion redden en de steden van Juda herbouwen. Daar zal worden geleefd en geërfd, 37 het volk dat hem dient, zal het land bezitten, wie zijn naam liefheeft, mag er wonen. (NBV)
Vandaag het laatste deel van Psalm 69. De wanhoop om de omstandigheden waarin je moet leven is voor veel mensen navoelbaar. De klachten over bezoekverboden tijdens corrona, klachten over discriminatie door overheid en bedrijven  lossen zich maar niet op. Alle verhalen en alle campagnes lijken niet te helpen. De dichter van deze klaagzang blijft echter niet bij de pakken neer zitten. De klaagzang wordt omgezet in een lofzang. Het gaat er niet om dat er veel geofferd wordt, en onder kerkdiensten met veel mensen kun je ook  niet laten zien hoe goed het met je gaat. De zieken en de gediscrimineerden staan in onze dagen centraal. Eindelijk krijgen ze de aandacht die nodig is om van onze samenleving een samenleving te maken waar elk mens mee telt.
Het geven van liefde is nog altijd beter dan zelfs een mooi religieus ritueel. Daar komt het in de Bijbel op neer. Pas door lief te hebben weet je wat God loven betekent. Overal waar liefde en vriendschap zijn is God zelf zongen we in de kerk toen zingen nog mocht. De armen hebben dat als eerste door. Als je elkaar niet helpt dan redt je het niet in het leven. De manier waarop de God van Israël ons richtlijnen heeft gegeven voor een menselijke samenleving is nog steeds de beste en vaak de enige manier om werkelijk nog iets menselijks tot stand te brengen. En daar zijn mensen voor nodig, een heleboel mensen, een heel volk.
Overal zijn er in onze samenleving vrijwilligers en mantelzorgers. Als er ergens een nieuwe noodopvang voor vluchtelingen geopend wordt komen er zo veel vrijwilligers op af dat men niet altijd weet wat ze kunnen doen. In de huidige corona crisis blijkt dat we niet echt weten welke plaats we vrijwilligers en mantelzorgers kunnen geven en wat daarvoor nodig is.  Natuurlijk de rijken wijzen graag op het handje vol bange schreeuwende broekenpissers die hun angst laten zien en alle goedwillende mensen overschreeuwen. De machtigen willen dat die angst ons zal leiden. Maar ook de psalmdichter wijst ons vandaag op de macht van de God van Israël die maakt dat wij niet bang hoeven te zijn zo lang we uit liefde blijven handelen, dag in dag uit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *