Genade zij met jullie.

2 Timoteüs 4:9-22

9 Kom snel naar me toe, 10 want Demas heeft me verlaten; hij heeft deze wereld lief gekregen en is naar Tessalonica vertrokken. Crescens is naar Galatië gegaan, Titus naar Dalmatië. 11 Alleen Lucas is bij me gebleven. Haal Marcus op en neem hem met je mee, want hij kan mij goede diensten bewijzen. 12 Tychikus heb ik naar Efeze gestuurd. 13 Als je komt, neem dan de mantel mee die ik in Troas bij Karpus heb laten liggen, en ook de boeken, vooral die van perkament. 14 Alexander, de kopersmid, heeft mij veel kwaad gedaan; de Heer zal hem zijn verdiende loon geven. 15 Ook jij moet voor hem oppassen, hij heeft onze verkondiging sterk tegengewerkt. 16 Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, ze hebben mij allemaal in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend. 17 Maar de Heer heeft me ter zijde gestaan en me kracht gegeven, zodat ik de verkondiging tot een goed einde heb gebracht en alle volken de boodschap hebben gehoord. Ik ben gered uit de muil van de leeuw. 18 De Heer zal me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen. 19 Groet Prisca en Aquila, en de huisgenoten van Onesiforus.20 Erastus is in Korinte gebleven, Trofimus heb ik ziek in Milete achtergelaten. 21 Probeer voor de winter te komen. Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle andere broeders en zusters laten je groeten. 22 De Heer zij met je. Genade zij met jullie. (NBV)

Met de hierboven staande wens sluit Paulus zijn tweede brief aan zijn knecht Timoteüs af. Hoe het met hen af zal lopen blijft verder onbekend. Het heeft kennelijk geen verband met het verhaal over God en de mensen zoals dat in de Bijbel wordt verteld. In het gedeelte dat we vandaag lezen horen we van allemaal mensen van wie we de meesten niet kennen. Die Prisca en Aquila komen we elders in het Nieuwe Testament ook tegen. Als Paulus zijn brief aan de Romeinen schrijft noemt hij ook deze twee. Ze waren uit Rome gevlucht, of verbannen, en ze hadden Paulus vertelt over de gemeente in Rome. Die Linus die hier wordt genoemd wordt buiten de Bijbel ook wel eens aangeduid als een van de vroegste leiders van de gemeente in Rome, maar zeker is dat niet. Ook de gemeente in Rome wordt door Paulus niet als ideaal voorgesteld. Ook daar was ruzie en onenigheid. Mensen hadden hem in de steek gelaten rond zijn proces, anderen hadden hem onverwacht gesteund.

Timoteüs wordt zelfs gewaarschuwd voor Alexander de kopersmid. Een prediker waarmee Paulus kennelijk een forse aanvaring heeft gehad. Dat de gemeente in Rome Paulus alleen had laten staan in zijn proces probeert hij hen te vergeven. Je kunt merken dat hem dat niet gemakkelijk afgaat. Lucas, de schrijver van de Handelingen en van het Evangelie van Lucas, dat nemen we tenminste aan, is bij Paulus gebleven. Of nu de Marcus die ook naar Rome wordt gevraagd dezelfde is als de Marcus die het Evangelie van Marcus heeft geschreven weten we niet zeker, maar dat nemen we ook maar aan. Het einde van deze brief heeft een zeer huiselijk en menselijk karakter, een vergeten mantel, boeken die je graag wilt lezen, het gaat over gewone mensen. Het is een brief die we vandaag de dag ook zouden kunnen schrijven aan bekenden. Misschien per email en misschien zouden we vragen over zo’n mantel of boeken ook wel per Twitter of SMS stellen. Maar eerder in deze brief hebben we over de verkondiging gelezen. En aan de verkondiging worden ook de mensen gemeten die Paulus noemt. Zijn ze er nog mee bezig of kregen ze wereld lief en vertrokken ze.

Dat “de wereld liefhebben” betekent streven naar roem, eer en rijkdom. Daar zijn gelovigen niet mee bezig. Die zijn bezig met het liefhebben van de mensen. Kennelijk was dat ook het geschil met die kopersmid. De verkondiging dat in de gemeente van Jezus van Nazareth het verschil tussen vrijen en slaven was weggevallen zal een kopersmid niet welgevallig geweest zijn. Het zou van hem gevraagd hebben op een hele andere manier met zijn slaven om te gaan. Dat zouden ineens zijn broeders geworden zijn. Daar zou hij voor gezorgd moeten hebben. Hij zou veiligheidsmaatregelen hebben moeten treffen voor hun gevaarlijke werk. Het leven van een slaaf was in het Romeinse Rijk weinig of niets waard. Het had de waarde die het op de slavenmarkt zou opbrengen en een verminkte slaaf bracht weinig tot niets op. Die gemeente van Paulus, waar mensen elkaar lief hadden als zichzelf, waar men gericht was op de minsten op aarde, had daarom een revolutionair karakter. En dat heeft het vandaag de dag nog steeds, want elke dag weer mogen we ons opnieuw bekommeren om de minsten op aarde, en ons realiseren dat dat in gaat tegen alles dat van deze wereld is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *