Laat ik opstaan, rondgaan in de stad

Hooglied 2:16-3:5

16 Mijn lief is van mij, en ik ben van hem. Hij weidt tussen de lelies. 17 Nu de dag weer ademt en het duister vlucht-ga nu weg, mijn lief. Spring als een gazelle, als het jong van een hert over de geurige bergen. 1 ‘s Nachts in mijn slaap zoek ik mijn lief. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. 2 Laat ik opstaan, rondgaan in de stad, laat ik in de straten, op de pleinen, zoeken naar mijn allerliefste. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. 3 De wachters vinden mij op hun ronde door de stad. ‘Hebben jullie mijn lief ook gezien?’4 Nog maar nauwelijks ben ik hun voorbij of ik vind mijn lief. Ik grijp hem vast en laat hem niet meer los tot ik hem gebracht heb in mijn moeders huis, in de kamer van haar die mij baarde. 5 Meisjes van Jeruzalem, ik bezweer je bij de gazellen, bij de hinden op het veld: wek de liefde niet, laat haar niet ontwaken voordat zij het wil. (NBV)

Voor wie de Bijbel regelmatig leest zal het geen verrassing zijn waar het met dit verhaal naar toe gaat. Want in de woestijn, waar in het volgende vers de bruid blijkt te vertoeven, had het volk Israel immers ontdekt dat als je het echt samen gaat doen, als je van elkaar houdt als van je zelf, als je eerlijk alles met elkaar deelt en recht en rechtvaardigheid doet, dat je dan pas een volk kan zijn dat de tocht door de woestijn kan overleven. Het is dan ook geen wonder dat de meisjes, zij geven voortdurend commentaar, in het Hooglied zingen dat de bruid uit de woestijn komt. Een bruid die echt van haar geliefde houdt kent de richtlijnen die God in de woestijn had gegeven en houdt zich daar aan. En juist dat loflied op die richtlijnen past bij de feestdag die bij uitstek het voorjaar siert maar die we in Nederland niet durven vieren. Tenminste de machtigen en de rijken houden ons van dat vieren al decennia af.

Zelfs de Europese eenwording geeft ons niet de gelegenheid de eerste mei samen met de andere arbeiders in Europa te vieren. Terwijl het feest van de eerste mei niet in de Sovjet Unie of andere communistische staat is ontstaan maar in de Verenigde Staten. Arbeiders in Chicago hadden na lang staken bereikt dat hun werkdagen niet langer dan 8 uur zouden bedragen. Die overwinning is overal in de wereld aangegrepen voor een feestdag waarop de arbeiders vieren dat ze macht hebben en niet afhankelijk zijn van de willekeur van de werkgevers. Dat vieren is niet voor niks. Voortdurend moeten arbeiders, werknemers zeggen we tegenwoordig, zich bewust zijn dat ze alleen samen macht hebben. Prachtig klinkt het als de marionet van de werkgevers in de regering fraaie volzinnen balkt over eigen vrije keuzes en flexibiliteit maar zelfs in het CNV weet men vanouds dat alleen samenwerking van werknemers, alleen schouder aan schouder staan, de werknemer ruimte geeft voor het volgen van het eigen geweten. Flexibiliteit bij de werkgevers betekent vandaag de dag dat de wekelijkse rustdag voor iedereen verdwijnt. Dat de 8 urendag weer een 10 urendag kan worden.

Het zal betekenen dat de samenleving gaat bestaan uit individuen en dat samen naar het theater, de kerk, de sportwedstrijd gaan als een wekelijks gebeuren, alleen nog weggelegd is voor de rijken. Zelfs de voorzieningen die werknemers beschermen tegen rampspoed moeten ook vandaag de dag bevochten en verdedigd worden. Bescherming tegen willekeurig ontslag, uitzicht op een loopbaan door beperking van tijdelijke arbeidscontracten en bij zware beroepen de mogelijkheid er op tijd mee op houden, een goede en betaalbare gezondheidszorg ook voor de gezinnen van werknemers. Zaken die passen in de richtlijnen voor eerlijk delen en recht en rechtvaardigheid. Zaken die ons aangewaaid zijn van dat volk uit de woestijn. Daarom wordt het hoog tijd dat de eerste mei ook een Nederlandse Nationale feestdag wordt. Zodat we kunnen rondgaan in de stad, op de straten en de pleinen, zoals het Hooglied zo treffend bezingt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *