Ga dan

1 Samuel 17:31-40

31 Davids vragen bleef niet onopgemerkt. Men vertelde het aan Saul, en die liet hem bij zich komen. 32 David zei tegen Saul: ‘We hoeven om die Filistijn toch niet de moed te verliezen, heer. Ik zal met hem het gevecht aangaan.’ 33 ‘Maar je kunt hem toch onmogelijk aan, ‘wierp Saul tegen. ‘Jij bent nog maar een jongen en hij is al van jongs af aan gewend om te vechten.’ 34 ‘Ik heb altijd de kudde van mijn vader gehoed, ‘antwoordde David. ‘Wanneer er een leeuw of een beer kwam om een schaap of een geit uit de kudde te stelen, 35 ging ik erachteraan, overmeesterde hem en redde het dier uit zijn muil. En als hij me wou aanvallen greep ik hem bij zijn kaken en sloeg ik hem dood. 36 Leeuwen en beren heb ik verslagen en die onbesneden Filistijn zal het net zo vergaan, omdat hij de gelederen van de levende God heeft beschimpt! 37 De HEER, die me gered heeft uit de klauwen van leeuwen en beren, zal me ook redden uit de handen van deze Filistijn.’ ‘Ga dan, ‘zei Saul tegen David, ‘en moge de HEER je bijstaan.’ 38 Hij gaf hem zijn eigen uitrusting en hielp hem die aan te doen: een bronzen helm voor op zijn hoofd en een borstkuras. 39 Ten slotte gordde David het zwaard om en probeerde een paar passen te lopen, omdat hij aan zo’n zware uitrusting niet gewend was. ‘Ik kan hier niet mee lopen, ‘zei hij tegen Saul, ‘ik ben dat niet gewend.’ En hij deed de uitrusting weer af. 40 Hij pakte zijn stok, zocht vijf ronde stenen uit de rivierbedding en stopte die in zijn herderstas. Toen liep hij op de Filistijn af, zijn slinger in de hand. (NBV)

Saul gaat een risico aan als hij met de jonge David in zee gaat. De voorwaarde van Goliat is immers dat wie wint de baas wordt over de tegenpartij en door David te aanvaarden als kampvechter legt Saul het lot van het hele volk in de handen van David. Maar een jonge man zonder vrees en met de ervaring van het doden van de meest vreeswekkende roofdieren als leeuwen en beren maakt diepe indruk. Saul is immers zelf een man die met kop en schouders boven allen uitsteekt, hij is eigenlijk ook een reus zoals Goliat, maar de God van Israël stond hem niet meer terzijde.

Kennelijk stond die God wel die jonge knaap terzijde want die beriep zich voortdurend op die God. Dan maar een wapenrusting geschonken zoals wapenrustingen horen bij de strijd die komt. Voor David is dit te zwaar, hij is niet een krijger zoals Goliat en Saul krijgers zijn. Hij is een herder die voor de schapen opkomt en voor hen vecht met leeuwen en beren. David gaat de strijd aan met zijn slinger en vijf stenen. Waarom vijf stenen? Hij zal er maar één nodig hebben. Het getal vijf is niet voor niks gekozen. David wapent zich met de vijf boeken van de Tora, de Weg van de God van Israël, wij zeggen de ook de leer van Moes. En David neemt de stok van zijn herderschap.

Als je zo een reus van een strijder benadert dan beledig je die strijder zeer diep. Uren training waren er voor de Griekse hoplieten nodig om te leren zo efficiënt mogelijk te vechten met hun wapens en harnas. Voor een strijder van Israël was het dus humor dat iemand zo’n strijder zo diep kon beledigen. Maar David houdt het serieus. Hij beroept zich op de kracht van zijn God die net zo diep beledigd is door Goliat als Goliat door David. David trekt hier een wapenrusting aan die we in de kerk de Wapenrusting Gods zijn gaan noemen. Paulus zal zijn bedreigde gemeenten oproepen die wapenrusting ook aan te trekken. En die wapenrusting kunnen we net als David elke dag dragen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *