Al hun leiders zijn verleiders.

Hosea 9:10-17
10  Als druiven in de woestijn, zo vond ik Israël, jullie voorouders keurde ik als vroege vijgen, eerstelingen van de vijgenboom. Maar zij-zodra ze in Baäl-Peor waren wijdden ze zich aan de god van de schande. Ze werden even weerzinwekkend als het voorwerp van hun liefde. 11 Efraïms luister vervliegt, verdwijnt als een vogel: er wordt geen kind meer geboren, er is geen zwangerschap meer, geen bevruchting. 12  Ook al brengen zij hun kinderen groot, kinderloos maak ik hen, niemand blijft over. Groot onheil is hun deel wanneer ik van hen wijk. 13  Efraïm, in mijn ogen ooit een jonge palm, geplant in een oase, Efraïm moet nu zijn kinderen aan moordenaars toevertrouwen. 14  Ach HEER, geef hun toch…ja, wat te geven? … geef hun een onvruchtbare schoot en verdroogde borsten. – 15  In Gilgal bleek mij hun slechtheid, van toen af ging ik hen haten. Om hun wangedrag verjaag ik hen uit mijn huis. Ik geef hun mijn liefde niet meer: al hun leiders zijn verleiders. 16  Geveld is Efraïm: zijn wortels verdroogd, een boom zonder vrucht. Ook al brengen zij kinderen voort, het kostbaarste uit hun schoot, ik breng het om. 17  Mijn God zal hen verwerpen
want zij hebben niet naar hem geluisterd. Zij zullen dolen onder vreemde volken. -(NBV)
Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd haar te herhalen. Dat is tegenwoordig zo en dat was ook al in de dagen van Hosea zo. Rond de herdenking van de Tweede Wereldoorlog krijgt terecht de vervolging van Joden, Roma en Sinti grote aandacht. Veel minder aandacht is er voor de opvattingen die veel Nederlanders over het fascisme en nationaal socialime hadden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De meest smerige en verwerpelijke uitspraken over minderheden werden tot in de Tweede Kamer gehoord en bleven vaak uit fatsoen onweersproken. Herhaalt in onze tijd die geschiedenis zich?
Hosea gaat terug naar de woestijn waar het verbond tussen God en het volk Israël werd gesloten. Daat leerde het volk, soms door schade en schande, wat het betekende om alleen op de God van Israël te vertrouwen ook al snapte je niet altijd waar het met die God heen zou gaan. Toen echter dat beloofde land was bereikt was het snel over. In plaats van een land op te bouwen dat als voorbeeld voor de omringende volken zou kunnen dienen ging het volk zich inburgeren. Ook al had God opgeroepen om alle sporen van de volken van Kanaän uit te wissen men sloot compromissen, tolereerde afgoderij en ging uiteindelijk ook over tot de verafschuwde handelingen die bij die afgoderij hoorde.
Uiteindelijk was er van de dienst aan de God van Israël, zoals in het verbond beschreven was, niets meer over. Er werden wel offers gebracht, de Tempelbelasting werd betaald om de Tempel mooi en ontzagwekkend te houden, maar die godsdienstige uitingen hadden niet tot doel de armen te bevrijden van armoede en de weduwen en de wees een eigen volwaardige plaats in de samenleving te geven. Worship en Praise waarbij het eigen welzijn en het eigen geloof voorop stonden namen de plaats in van de liefde voor de naaste, voor de vreemdeling en de armen. Juist om te laten zien dat de God van Israël bevrijdt van slavernij was het volk Israël gekozen. Nu zij die God had verlaten was slavernij opnieuw hun lot. Ook wij mogen dus wel eens willen leren van onze geschiedenis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *