De schepping van een kunstenaar

Hooglied 7:1-6

1 Draai rond, meisje uit Sulem, draai rond, draai rond, we willen naar je kijken. Kijk! Zie je dat meisje uit Sulem, zoals ze danst tussen twee reien? 2 Wat zijn je voeten mooi in je sandalen, koningskind! Je heupen draaien sierlijk rond, de schepping van een kunstenaar. 3 Je navel is een ronde kom, die gevuld is met kruidige wijn. Je buik is een bergje tarwe, dat door lelies wordt omzoomd. 4 Je borsten zijn als kalfjes, als de tweeling van een gazelle. 5 Je hals is als een toren van ivoor, je ogen als de vijvers van Chesbon, bij de poort van Bat-Rabbim. Je neus is als een toren van de Libanon, die uitkijkt over Damascus. 6 Je hoofd rijst op als de Karmel, omkruld door purperen lokken, waarin een koning ligt verstrikt. (NBV)

Als je werkelijk gelooft dat een God de hemel en de aarde heeft geschapen dan is er toch iets misgegaan. Die aarde werkt toch niet helemaal zoals het zou moeten anders zouden er in Nepal toch niet ruim 3500 mensen zijn omgekomen bij een aardbeving. Elk jaar worden we wel geconfronteerd met ergens op de wereld een aardbeving of een orkaan die veel doden en verwoesting tot gevolg hebben. De Bijbel heeft daar wel een antwoord op. We hebben al eens uit het boek Job gelezen en daar begrepen dat we natuurrampen moeten nemen zoals ze komen. Die horen er kennelijk bij. Hoe dat zit is voor ons onbegrijpelijk en hoort voor ons ook onaanvaardbaar te zijn. Job ging een geding aan tussen hem en zijn God. Uiteindelijk is het enige dat ons overblijft bij deze rampen te zien hoeveel goede mensen er nog onder ons zijn. Wie wil de hand uitsteken en helpen het leven van de overlevenden weer op orde te brengen.

De mensen zijn het waard. Lees maar in dit hoofdstuk van het Hooglied hoeveel mensen waard kunnen zijn, hoe mooi ze zijn, hoe lyrisch je ze kunt bezingen. Hoeveel je liefde waard kan zijn. Die liefde is telkens weer tot uitdrukking te brengen. Elke keer dat er zo’n ramp plaatsvind wordt er door het Rode Kruis of de samenwerkende hulporganisaties een gironummer geopend. Sommige mensen zullen denken dat ze wel aan de gang kunnen blijven met het uitschrijven van girotjes voor dit soort rampen, anderen zullen het hardop zeggen en als je niet uitkijkt gaat het rondzingen. In tal van landen wordt nog hard gewerkt om de gevolgen van eerdere aardbevingen weg te werken. Wellicht dat een ramp nog groter wordt als ook overstromingen komen die worden verwacht, gevolg van klimaatveranderingen en een slecht waterbeheer.. Er nog een paar rampen die we zelf veroorzaken. In Afrika dreigen tekens weer een aantal hongersnoden. De klimaatveranderingen slaan daar hard toe, de handelsbarrières die we hebben opgeworpen verhinderen de opbouw van reserves door de armen.

Dag in dag uit kunnen we bezig blijven de helpende hand te steken in ons bankboekje. oefenen heet dat in Bijbelse termen, godsdienstoefening wel te verstaan want onze godsdienst bestaat nu eenmaal uit je naaste liefhebben als je zelf en alles delen wat je hebt. Je geliefde is immers een koningskind, een kind van God. En de hele wereld is bevolkt met koningskinderen, de kinderen van God, onze zusters en broeders. Daarom kon Jezus van Nazareth tegen een rijk man zeggen dat heel het bezit verkocht moest worden om Jezus te volgen. Liefde is niet alleen genieten in de zon van de winter en blootsvoets rondhuppelen in het warme gras maar is ook het sprokkelen van het laatste hout om in de koude winter het vuur brandend te houden. Uiteindelijk staat er dat als wij willen overleven we het leven moeten gunnen aan hen die nu geen deel van leven hebben, uit liefde.

Mijn allermooiste is de enige

Hooglied 6:4-12

4 Je bent zo mooi, vriendin van mij, zo bekoorlijk als Tirsa, zo lieflijk als Jeruzalem, zo ontzagwekkend als een vaandelvrouw. 5 Wend je ogen af, ze verwarren mij. Je haar golft als een kudde geiten die afdaalt van de Gilead. 6 Je tanden zijn als witte schapen: klaar voor de scheerder komen ze twee aan twee uit het water, er ontbreekt er niet een. 7 Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach, door je sluier heen. 8 Ook al zijn er zestig koninginnen, en wel tachtig bijvrouwen, meisjes zonder tal, 9 zoals mijn duif is er maar één, mijn allermooiste is de enige. De enige voor haar moeder is zij, een stralend licht voor wie haar baarde. Alle meisjes die haar zien, prijzen haar gelukkig, elke koningin, elke bijvrouw juicht haar toe. 10 Wie is zij, die daar oplicht als de dageraad, zo helder als de volle maan, zo stralend als de zon, zo ontzagwekkend als een vaandelvrouw? 11 Ik ging naar mijn notengaard beneden, om te kijken naar de bloesems bij de beek, naar de ranken aan de wijnstok, de granaatappels in bloei. 12 En plotseling voelde ik mij meegevoerd als op een wagen van mijn nobel volk. (NBV)

Het Hooglied blijft poëzie van de bovenste plank. Geen enkel liefdesliedje uit de top 100 die sinds 1965 wordt samengesteld haalt het bij de liefdespoëzie van het Bijbelboek. Het blijft een genot om te lezen. Al moet je er wel voor in de stemming zijn. Soms klinkt het namelijk wel een beetje overdreven. Want wie zegt nu van zijn geliefde dat heur haar golft als een kudde geiten. Ze ziet je aankomen, zelfs de moderne reclames voor shampoos durven dat effect niet te beloven. Die beloven dat, komt regen storm of hagel, het haar blijft golven alsof je het net hebt gedroogd na een wasbeurt. Toch is het mooie taal, de taal van de liefde. En liefde verdraagt zich dus niet met taal over geweld. De dageraad, de volle maan, de bloesems aan de beek, de ranken aan de wijnstok, de granaatappels in bloei, zijn alleen voor te stellen in een wereld van vrede, van vrijheid, van de afwezigheid van elk gerucht van oorlog en angst.

In onze internationale betrekkingen gaat dat nog wel eens anders. Daar klinken begrippen als afschrikking, sancties, bewapening en herbewapening. Daar worden goede betrekkingen het liefst afgedwongen met de gesloten vuist, een vuist die klaar is om hard toe te slaan. Daar zou de ander respect voor hebben, dan zou de andere partij maar wat graag vrede sluiten en een goede bondgenoot worden. In de praktijk blijkt dat niets minder waar is. Bewapening leidt tot het opvoeren van bewapening door de tegenpartij. Dreigen met geweld leidt tot het dreigen met tegengeweld. Altijd als spanningen tussen staten en volken vertaald worden in beelden als de gesloten vuist ontstaat er een wapenwedloop. het gevaar neemt nooit af alleen toe. Juist zo’n prachtig gedicht als het Hooglied zou ons moeten leren dat we ontwapenend moeten zijn, alsof je weggevoerd wordt op een wagen van een nobel volk.

De vertalers hebben overigens grote moeite met de betekenis van de laatste tekst uit dit hoofdstuk en de beste vertaling ervan blijft wat duister. Voor wie de liefde bedrijft zal duidelijk zijn dat je boven jezelf kunt uitstijgen en het gevoel kan krijgen tot in de hoogste hemelen opgetild te worden. Daardoor hopen wij nog steeds op een internationale liefde die leidt tot de ontdekking dat je ook bij vreemden en voormalige tegenstanders te maken hebt met een nobel volk zoals hier beschreven in het Hooglied. Maar de liefde bedrijven met een gebalde vuist wordt beschreven als huiselijk geweld, een vorm van geweld die zelfs in huwelijksrelaties strafbaar is. Vrouwen en mannen die dit overkomt wordt terecht stevig aangeraden daar aangifte van te doen, zoveel houden we wel van ze. Ook in internationale relaties zou de regering moeten begrijpen dat liefde bedrijven met een gebalde vuist alleen maar tot meer geweld zal kunnen leiden.

Loof de HEER

Psalm 148

1 Halleluja! Loof de HEER, bewoners van de hemel, loof hem daar in de hoogten, 2 loof hem, al zijn herauten, loof hem, heel zijn engelenmacht. 3 Loof hem, zon en maan, loof hem, heldere sterren, 4 loof hem, hoogste hemelen, water boven de hoge hemel. 5 Laten zij loven de naam van de HEER: op zijn bevel zijn zij geschapen, 6 hij gaf hun een plaats voor eeuwig en altijd, hij stelde een wet die nooit zal vergaan. 7 Loof de HEER, bewoners van de aarde, zeemonsters en oceanen, 8 vuur en hagel, sneeuw en rook, stormwind die doet wat hij zegt. 9 Alle bergen en heuveltoppen, hout dat vrucht draagt, alle ceders, 10 dieren van het veld en dieren in de wei, alles wat kruipt en op vleugels gaat. 11 Koningen van de aarde en alle naties, vorsten en alle leiders van de aarde, 12 jonge mannen en jonge vrouwen, oud en jong tezamen. 13 Laten zij loven de naam van de HEER, alleen zijn naam is hoogverheven, zijn luister gaat aarde en hemel te boven. 14 Hij verhoogt het aanzien van zijn volk, de roem van al wie hem trouw zijn, het volk van Israël, dat hem nabij is. Halleluja! (NBV)

Vandaag zingen we een lofpsalm. Vroeger zongen we dat ook nog wel eens, zo van Leve de Koningin en dat had dan iets te maken met een zeppelin. Boven en beneden, hemel en aarde, Die twee zijn verschillend en een Koningin kan zich zo zeer boven het volk verheffen dat het gaat lijken of ze boven op een wolk zweeft, of in een luchtballon. In de Bijbel hebben hemel en aarde met elkaar te maken. Ze worden verbonden door God. God woont dan in de hemel en heeft de aarde geschapen en probeert de mensen zover te krijgen dat ze het goede doen en niet dan het goede.

Ook deze Psalm gaat over hemel en aarde. In het eerste deel worden de bewoners van de hemel opgeroepen God te loven. Overal waar we hier “HEER” zien staat in het Hebreeuws de naam van God. Die naam wordt nooit uitgesproken. Het is iets als “Ik zal er zijn” maar waar dat is maakt God zelf uit, wij niet, geen mens, geen gelovige, geen voorganger of Paus maakt uit waar God is. Om te voorkomen dat wij de Naam van God voor ons eigen karretje spannen is het vanouds zo dat de Naam van God niet wordt uitgesproken. In het Nederlands zeggen we “HEER” en zeggen dus dat er maar één is die het op aarde voor het zeggen heeft, de God van Israël.

De Psalm geeft een soort hoera gevoel. Alles is mooi, de zon, de maan, de sterren, dat zijn ook traditioneel de goden van de heidenen en in de astrologie vindt je die afgoden nog wel terug. Maar ook de Koningen van de aarde en alle naties, vorsten en alle leiders van de aarde, jonge mannen en jonge vrouwen, oud en jong tezamen. Allen samen staan ze onder de HEERschappij van God, gaan ze zijn weg. Is het nu een hoera gevoel dat de dichter hier tot uitdrukking brengt? De oproep “Loof de Heer” komt als oproep tot de hemel en tot de aarde voor. Het is dus ook een oproep al dat machtsvertoon te laten varen en daar niet meer achter aan te lopen. De roem is alleen voor mensen die de Weg van die God willen volgen, dag in dag uit.

Wat heeft jouw lief meer dan een ander?

Hooglied 5:9-6:3

9 Wat heeft jouw lief meer dan een ander, mooiste van alle vrouwen? Wat heeft jouw lief meer dan een ander, dat je ons dit zo bezweert? 10 Mijn lief glanst en schittert, hij steekt boven duizenden uit. 11 Zijn hoofd is van goud, het zuiverste goud, zijn lokken zijn als dadeltrossen, ravenzwart. 12 Zijn ogen zijn als duiven bij een stromende beek, die baden in water, die gedompeld zijn in melk. 13 Zijn wangen zijn als balsemtuinen, die overheerlijk geuren. Zijn lippen zijn als lelies, die druipen van vloeiende mirre. 14 Zijn armen zijn als staven van goud, met turkoois bezet. Zijn buik is als een schijf van ivoor, versierd met saffier. 15 Zijn benen zijn als zuilen van albast, op voetstukken van zuiver goud. Zijn gestalte is zo fier als een ceder van de Libanon. 16 Zijn mond is zoet, aan hem is alles begeerlijk. Dit is mijn lief, dit is mijn vriend, meisjes van Jeruzalem! 1 Waar is je lief naartoe gegaan, mooiste van alle vrouwen, waar is je lief naartoe gegaan? Laten we hem samen zoeken. 2 Mijn lief is naar zijn tuin gegaan, naar zijn balsemtuin beneden. Daar wil hij weiden, daar wil hij lelies plukken. 3 Ik ben van mijn lief, en mijn lief is van mij. Hij weidt tussen de lelies. (NBV)

Hoe kun je goed spreken over je geliefde? Is die soms beter dan een ander? Kan hij of zij meer? Is hij of zij mooier? In dit stuk van het Hooglied kun je horen wat de goede manier is om goed te spreken over je geliefde. Alleen al het feit dat het je geliefde is maakt de persoon voor jou zo uitzonderlijk. Het houden van is genoeg om de geliefde boven alle mensen uit te verheffen. Niet zozeer jouw liefde maakt dat overigens bijzonder maar dat die liefde beantwoord wordt. Hier klinkt op geen enkele manier de bezitterigheid die we tegenwoordig zo vaak in liefdesverhalen tegenkomen. Het lijkt er op dat jonge mensen meer en meer grootgebracht worden juist met die bezitterigheid. Dat de ander niet van je zou kunnen houden komt niet meer op. Als jij wilt dat er van je gehouden wordt dan houdt niemand dat tegen. Zo is het natuurlijk niet. De liefde is een geschenk, waar je zeer dankbaar voor kunt zijn.

Een liefde die je zelf mag schenken aan je naaste zonder er iets voor terug te verwachten. Dat maakt het blijven schenken wel eens moeilijk. Mensen verwachten zo gemakkelijk dankbaarheid als een soort betaalmiddel voor de liefde die ze schenken. Maar liefde is pas echt liefde als je er niets voor terug hoeft te hebben. Stank als dank kan dan ook nooit een reden zijn het uitdelen van de liefde maar te staken. Alleen als de liefde, of de hulp, wordt opgedrongen gaat het over een grens heen, maar liefde zoekt nooit zichzelf. Dit geldt in een relatie, maar het geldt ook in het gewone leven. Het geldt zelfs in de nationale en internationale politiek. Dat de hulp die je aan een ander land geeft resulteert in kritiek op je handelsbarrières, als dat andere land zover is dat ze zelfstandig handel kunnen drijven, zou je trots moeten maken. Het is als kinderen die volwassen zijn en hun eigen plek in de samenleving hebben ingenomen.

Dat mensen misbruik maken van je voorzieningen zou je moeten doen afvragen hoe dat komt, waar worden mensen toch opgevoed tot inhaligheid, wie heeft ze toch dat voorbeeld gegeven? Of zou het feit dat mensen, die aangewezen zijn op een uitkering, bestempeld en behandeld worden als criminelen ze uiteindelijk doen beantwoorden aan dat beeld. Als dat het is wat we willen, krijgen we het misschien ook wel. Als je zo bang bent dat je partner liegt en als je die partner dus nooit vertrouwd, loop je de kans dat alleen daardoor al die partner gedwongen wordt op een goede dag te gaan liegen. De liefde als een kostbaar geschenk accepteren is daarom het beste, en het geven van liefde omdat je niet anders kunt maakt dat ook in jouw tuin de leliën gaan bloeien. We kunnen er elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

Mijn lief was weggegaan

Hooglied 5:2-8

2 Ik sliep, maar mijn hart was wakker. Hoor! Mijn lief klopt aan! ‘Doe open, zusje, mijn vriendin, mijn duif, mijn allermooiste. Mijn hoofd is nat van de dauw, mijn lokken vochtig van de nacht.’ 3 ‘Maar ik heb mijn kleed al uitgedaan, moet ik het weer aandoen? En ik heb mijn voeten al gewassen, moet ik ze weer vuil maken?’ 4 Mijn lief stak zijn hand naar binnen, een siddering trok door mij heen-om hem! 5 Toen sprong ik op, ik ging hem opendoen. Mijn handen dropen van mirre, mirre vloeide van mijn vingers op de grendel van de deur. 6 En ik deed open voor mijn lief, maar hij was weg, mijn lief was weggegaan. Een duizeling beving mij toen ik zag dat hij er niet meer was. Ik zocht hem, maar ik vond hem niet, ik riep hem, maar hij antwoordde niet. 7 De wachters vonden mij op hun ronde door de stad. Ze sloegen mij, ze verwondden mij, ze rukten mij de sluier af, de wachters van de muren. 8 Ik bezweer je, meisjes van Jeruzalem, als jullie mijn lief vinden, wat zeggen jullie tegen hem? Dat ik ziek van liefde ben. (NBV)

Scheiden doet lijden, afscheid doet pijn zegt een oud Nederlands liedje. En het hoofdstuk dat we vandaag uit het Hooglied lezen gaat over het plotselinge vertrek van de geliefde. Er is een Christelijke feestdag die gaat over afscheid nemen. Want pas als je op eigen benen weet te staan kun je immers je overtuiging uitdragen. Dan kun je de liefdesrelatie aangaan die in het verhaal van Jezus van Nazareth aan de volgelingen gevraagd wordt. Het was, zo veertig dagen na de kruisiging, wel duidelijk dat Jezus door de dood was heengegaan en dat hij, maar vooral zijn verhaal en zijn liefde, konden voortleven en dat hij voortdurend kon verschijnen aan zijn volgelingen. Die 40 dagen waren er natuurlijk niet zo maar. Het slavenvolk Israel had na de bevrijding uit Egypte 40 jaar door de woestijn gezworven en Jezus zelf had zich voor zijn optreden 40 dagen teruggetrokken in de woestijn om zich voor te bereiden.

Nu waren er weer 40 dagen verstreken en voor de laatste maal verscheen Jezus aan hen, zo wordt aan het begin van het boek Handelingen en aan het eind van het evangelie van Lucas verteld. Ze moeten het verhaal van Jezus tot aan de einden der aarde aan iedereen gaan vertellen. En dat betekent het afscheid van de Jezus die ze zolang hadden gevolgd. Jezus werd voor hun ogen opgenomen staat er dan. Wij zijn dat in de loop van de geschiedenis Hemelvaart gaan noemen. Dat opnemen is niet zo uniek als het vaak in het Christendom wordt gebracht. Henoch, van wie aan het begin van het boek Genesis wordt verteld dat hij met God wandelde werd opgenomen, Mozes werd opgenomen vlak voor het volk het beloofde land binnentrok en van de profeet Elia wordt zelfs verteld dat hij werd opgenomen op een vurige wagen. Je kunt je voorstellen dat de volgelingen van Jezus nogal verbaasd waren maar de vraag wat ze toch naar omhoog stonden te staren bracht ze met beide voeten op de grond.

Ze gingen terug naar Jeruzalem, naar het hart van hun geloof, de Tempel waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving werden bewaard. Gebaseerd op onvoorwaardelijke liefde voor elkaar moest dat het centrum zijn van waaruit je kon leven. Hoe dat verhaal te vertellen was nog niet helemaal duidelijk maar daar in die Tempel begon het Christendom. Ziek van liefde zouden ze worden. Zoals de bruid in het Hooglied het had bezongen. Veel kerken kennen op Hemelvaartsdag een kerkdienst meer, het is vaak de eerste dag in de lente waarop je er echt op uit kunt trekken en daar maken veel Christenen graag gebruik van. Een dag om nadenken hoe het te brengen aan alle mensen, tot aan de einden der aarde. In de dagen tussen Pasen en Pinksteren wordt in veel kerken uit het boek Hooglied gelezen. Heb elkaar lief zei Jezus en dat was de basis van zijn leer. Wat het betekent lezen we in Hooglied. En het meest aardige is dat er wel een discussie is over het mogelijk inruilen van Tweede Pinksterdag maar dat niemand die feestdag van liefhebben, de Hemelvaartsdag, ter discussie stelt. Laten we dus elkaar blijven liefhebben, elke dag opnieuw.

Een gesloten tuin

Hooglied 4:12-5:1

12 Zusje, bruid, een besloten hof ben jij, een gesloten tuin, een verzegelde bron. 13 Aan jou ontspruit een boomgaard vol granaatappels, met een overvloed aan vruchten, hennabloemen, nardusplanten, 14 nardus en saffraan, kalmoes en kaneel, wierookbomen, allerlei soorten, mirre, aloë, balsems, allerfijnst. 15 Je bent een bron omringd door tuinen, een put met helder water, een bergbeek van de Libanon. 16 Ontwaak, noordenwind! Kom, zuidenwind! Waai door mijn hof, laat zijn balsems geuren. Mijn lief moet in zijn hof komen, laat hij daar zijn zoete vruchten proeven. 1 Hier ben ik in mijn hof, zusje, bruid van mij. Ik pluk mijn mirre en mijn balsem, ik eet mijn honing uit mijn honingraat, ik drink mijn melk en mijn wijn. Eet, vriend en vriendin! Drink, en word dronken van liefde! (NBV)

Je kunt het rond de Middellandse Zee nog wel tegenkomen, tuinen die omringt zijn door een hoge muur opgetrokken uit, schijnbaar lukraak opgestapelde, keien. Daar durf je zelfs niet overheen te klimmen. Een zeer effectieve afscheiding. Sommige handschriften noemen die gesloten tuin dan ook een gesloten steenhoop. Intimiteit op z’n best. Twee mensen die alles, maar dan ook helemaal alles met elkaar willen delen, maar dan ook alleen met elkaar. Daar hoort niemand tussen te komen en daar hoort al helemaal niemand misbruik van te maken. Zo af en toe hoor je van kerkelijke voorgangers die op grond van hun positie in de kerk mensen wijs maken dat intiem contact er bij zou horen, een teken van geloof zou zijn. Het is telkens weer schrikken als je dat hoort, het is misbruik van het ergste soort en mensen die het overkomt doen er goed aan het aan de grote klok te hangen. Mensen die er tegen bestand waren en het afwezen dienen het te rapporteren aan de kerkelijke autoriteiten, mensen die er voor bezweken zijn dienen aangifte te doen bij de politie.

Het seksueel kleuren van godsdienst is het tegendeel van wat hier in het Hooglied verkondigd wordt. Dat twee mensen zo geweldig van elkaar kunnen genieten staat niet voor niets in de Bijbel. In het boek Hooglied wordt God niet genoemd want als mensen zo intens lief kunnen hebben dan hoeft God niet meer, die mensen gaan als het ware vanzelf op in God die immers liefde is. Als kerkelijke vertegenwoordigers kinderen wijs maken dat seksueel contact bij hun kerkelijk vertegenwoordiger zijn of het geloof van de kinderen hoort is elke grens van het christelijk geloof overschreden. Dat er kerkgenootschappen zijn die dergelijke vertegenwoordigers als kerkelijke autoriteiten handhaven is onbegrijpelijk, in het licht van het Hooglied eigenlijk Godslasterlijk. Ieder mens verdient een nieuwe kans, elke dag en elk moment, en elk kerkgenootschap mag haar vertegenwoordigers best helpen als die hun gerechte straf hebben ondergaan.

Maar er zijn banen genoeg waarin je de samenleving van dienst kan zijn. Het is ook een onderdeel van verkondiging van het verhaal van de Bijbel dat er ver afstand wordt genomen van het misbruik maken van mensen die aan kerkelijke vertegenwoordigers zijn toevertrouwd. Zij immers nemen een positie als pastor in en pastor betekent hier herder. De herders uit de Bijbel hadden zo’n ommuurde tuin tot hun beschikking, ze dreven er de schapen in en gingen gewapend met een stok in de enige ingang liggen slapen. Een verdediging tegen wilde dieren en rovers. Met hun eigen leven verdedigden die herders hun schapen tegen de gevaren van buiten. Wie zelf een bedreiging van de schapen is kan geen herder blijven. Mensen hebben het recht de aansporing van de meisjes uit het Hooglied in vrijheid op te volgen: “Wordt dronken van liefde”, alle mensen hebben dat recht, wij ook.

Je bent zo mooi

Hooglied 4:1-11

1 Je bent zo mooi, vriendin van mij, je bent zo mooi! Je ogen zijn duiven, door je sluier heen. Je haar golft als een kudde geiten die afdaalt van Gileads bergen. 2 Je tanden zijn als witte schapen: klaar voor de scheerder komen ze twee aan twee uit het water, er ontbreekt er niet een. 3 Als een koord van karmozijn zijn je lippen, je mond is betoverend. Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach, door je sluier heen. 4 Je hals is als de toren van David, die in ringen is gebouwd, die met schilden is behangen, met wel duizend schilden van helden. 5 Je borsten zijn als kalfjes, als de tweeling van een gazelle, die tussen de lelies weidt. 6 Nu de dag weer ademt en het duister vlucht, ga ik naar de mirreberg, ga ik naar de wierookheuvel. 7 Vriendin, aan jou is alles mooi, niets ontsiert je schoonheid. 8 Mijn bruid, ga met me mee, kom mee, weg van de Libanon. Daal af van de top van de Amana, de top van de Senir, de Hermon. Weg van de bergen waar leeuwen huizen, weg van de holen waar panters schuilen. 9 Zusje, bruid van mij, je brengt me in vervoering, je brengt me in verrukking met maar één blik van je ogen, met één flonker van je ketting. 10 Zusje, bruid van mij, hoe heerlijk is jouw liefde, hoeveel zoeter nog dan wijn. Hoeveel zoeter is je geur dan alle balsems die er zijn. 11 Mijn bruid, je lippen druipen van honing, melk en honing proef ik onder je tong, je kleed geurt naar de Libanon.(NBV)

Heerlijk als een man zo zijn geliefde kan bezingen als in dit hoofdstuk uit het Hooglied. Maar wat moet die sluier er in. Mag een vrouw of een man haar of zijn schoonheid niet vol trots tonen aan iedereen, of er mee te koop lopen? En daar gaat het nu om. Is een vrouw bezit van de man, ben je het bezit van je partner ? In dit hoofdstuk uit het Hooglied klinkt het alsof ze gelijke is, klinkt respect en bewondering door, gaat het duidelijk om meer dan alleen het uiterlijk. Maar mannen zijn bezitterig. Toen enige jaren geleden op Televisie een man gevraagd werd wat hij liever had zijn geliefde auto of zijn vrouw koos hij voor zijn auto, die was wel zo verschrikkelijk mooi vond hij. De vrouw liet zich scheiden en daar hadden veel mensen begrip voor. Veel mannen bekijken vrouwen toch nog als voorwerpen, alsof het inderdaad auto’s zijn die je op kunt poetsen, en grappend zeggen ze tegen elkaar dat je ze net als auto’s regelmatig moet inruilen voor een nieuwer bouwjaar.

Het is dan ook geen wonder dat in sommige godsdiensten vrouwen tegen die mentaliteit in bescherming worden genomen. De sluier om het schoons aan verkeerde blikken van mannen te onttrekken is daarbij een effectief wapen. In Nederland kennen we kerkelijke stromingen die vrouwen voorschrijven het hoofd bedekt te houden, vooral als ze naar de kerk gaan. Het mannelijk deel van de kerkgangers zou eens afgeleid kunnen worden door het schoons dat de vrouwen meebrengen, die mannen zouden eens aan andere dingen kunnen gaan denken dan aan hetgeen in de preek wordt verteld. Nu wordt in die preken zelden uit het Hooglied gelezen. In de Moslimcultuur kennen we vergelijkbare voorschriften over hoofddoeken en sluiers, tot complete bedekkingen in zogenaamde burka’s toe. Ze gaan gepaard met geboden voor mannen respect voor de vrouwen te hebben en goed voor ze te zorgen. Daar leggen mannen eer mee in.

Maar oh wee als de vrouwen niet gediend zijn van die zorg en hun eigen weg kiezen. Dan moet die eer, soms gewelddadig, hersteld worden. Het is dan jammer dat er niet meer open over de verhouding tussen man en vrouw wordt gesproken. Wie het Hooglied leest ontdekt dat man en vrouw als gelijken worden neergezet. Afgezien van commentaar dat door anderen geleverd wordt, komen “zij” en “hij” gelijk aan het woord, en zo hoort het ook, ze zijn immers elkaar tot hulp en steun geschapen en tussen geliefden hoor je niet te komen. Ook niet als die geliefden van hetzelfde geslacht zijn. De strijd tegen, sluiers en andere bedekkingen van vrouwen begint dus eigenlijk met een strijd tegen de bezitterigheid van mannen, tegen dat gedrag waarin vrouwen als auto’s, als voorwerpen worden bekeken en behandeld. En hoewel de strijd tegen hoofddoeken en sluiers hardnekkig wordt gevoerd hoor je over de strijd tegen dat zogenaamd mannelijk gedrag maar heel erg weinig, das jammer. Het Hooglied is mooier.

Als een zuil van rook,

Hooglied 3:6-11

6 Wie is zij, die daar komt uit de woestijn als een zuil van rook, in een wolk van wierook en mirre, in een geur van kostbare kruiden? 7 Kijk! Salomo’s draagstoel, omringd door zestig helden uit de keurtroepen van Israël, 8 allen met de hand op het zwaard, geoefend in de strijd, ieder met het zwaard op de heup, bedacht op nachtelijk gevaar. 9 Een draagkoets maakte koning Salomo, een koets van cederhout. 10 De stijlen zijn van zilver, het baldakijn van goud, de zetel is van purper. Hij is versierd met tekens van liefde door de meisjes van Jeruzalem. 11 Kom kijken, meisjes van Sion, kijk naar koning Salomo! Kijk! De kroon waarmee zijn moeder hem tooide op zijn bruiloftsdag, de dag die zijn hart zo verblijdt.(NBV)

Vandaag een feestlied over hoe het allemaal begonnen is. Het slavenvolk trekt zwervend door de woestijn het beloofde land binnen. In het Hooglied lopen de beelden van de twee geliefden en het beeld van het volk Israel als bruid van de Ene soms door elkaar. De meisjes hier geven weer commentaar en doen net of de bruidsstoet is samengesteld door de rijkste en meest wijze koning die Israel heeft gehad, Salomo. En was volgens Salomo het begin van alle wijsheid niet het ontzag voor de richtlijnen die God in de woestijn aan het volk heeft gegeven? Juist, en daar komt die bruid vandaan, van de Wet van de liefde. Prachtige beelden zijn het. Toch moeten we er ook mee oppassen. We moeten de beelden niet in rook doen opgaan. Het verhaal van Israel en het verhaal van Jezus van Nazareth moet, als we ze na vertellen, of als we er in mee willen doen, te maken blijven hebben met de werkelijkheid van alle dag.

Zo gemakkelijk laten we ons meeslepen met de prachtige taal zoals hier in het Hooglied wordt gezongen. Stille, oude kerken, met eerbiedwaardige orgels en hun plechtige galm, willen daar ook wel eens toe verleiden. De barre, boze, wereld hoort daarin immers niet thuis. Maar het gaat wel over die barre, boze, buitenwereld en hoe die moet veranderen in de wereld waarvan God zei dat die goed was. Mensen van de kerk vergeten dat nog wel eens gemakkelijk. We hebben soms net als Judas allemaal wel eens de neiging om de komst van het goede te forceren. Het afdwingen van dat wat je goed vindt zit ons allemaal in het bloed, fundamentalistische terroristen laten dat zien en behoeden ons hopelijk om aan die verkeerde neiging toe te geven. Maar om nu Judas als verrader typisch Joods te noemen zoals een dominee in Wassenaar deed en dan de Jood en niet de terrorist in onszelf te veroordelen en ook nog Hitler op Bijbelse grond te zetten is door en door fout. Alles wat de nazi’s deden en zeiden was en is tot in de kleinste details fout en te veroordelen, en dat zal het ook blijven. Misschien dat die dominee het daar wel mee eens is maar hij zei iets anders in zijn preek.

Aan de andere kant staat dat de samenleving wel aangesproken moet worden op datgene wat er fout gaat. Zo schrokken in Leek de kerkgangers toen verkondigd werd dat de verantwoordelijkheid die de grootste regeringspartij nam voor het asielbeleid, van er uit of op straat, wel erg in strijd is met de Bijbelse boodschap. Partijpolitiek werd geroepen. De scheiding van kerk en staat betekent daarbij dat je in de kerk niet zomaar kan zeggen wat in de Staat niet mag, maar dat je als kerk moet zeggen wat er in de staat fout gaat als je kijkt met de ogen van God. Juist de scheiding tussen kerk en staat maakt dat de kerk in vrijheid moet kunnen zeggen waar de weerbarstige werkelijkheid van onze wereld zich te ver verwijderd van de richtlijnen voor de menselijke samenleving. Want pas als de samenleving werkelijk een menselijke samenleving is krijgen we een feest zoals in het Hooglied wordt bezongen.

Laat ik opstaan, rondgaan in de stad

Hooglied 2:16-3:5

16 Mijn lief is van mij, en ik ben van hem. Hij weidt tussen de lelies. 17 Nu de dag weer ademt en het duister vlucht-ga nu weg, mijn lief. Spring als een gazelle, als het jong van een hert over de geurige bergen. 1 ‘s Nachts in mijn slaap zoek ik mijn lief. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. 2 Laat ik opstaan, rondgaan in de stad, laat ik in de straten, op de pleinen, zoeken naar mijn allerliefste. Ik zoek hem, maar ik vind hem niet. 3 De wachters vinden mij op hun ronde door de stad. ‘Hebben jullie mijn lief ook gezien?’4 Nog maar nauwelijks ben ik hun voorbij of ik vind mijn lief. Ik grijp hem vast en laat hem niet meer los tot ik hem gebracht heb in mijn moeders huis, in de kamer van haar die mij baarde. 5 Meisjes van Jeruzalem, ik bezweer je bij de gazellen, bij de hinden op het veld: wek de liefde niet, laat haar niet ontwaken voordat zij het wil. (NBV)

Voor wie de Bijbel regelmatig leest zal het geen verrassing zijn waar het met dit verhaal naar toe gaat. Want in de woestijn, waar in het volgende vers de bruid blijkt te vertoeven, had het volk Israel immers ontdekt dat als je het echt samen gaat doen, als je van elkaar houdt als van je zelf, als je eerlijk alles met elkaar deelt en recht en rechtvaardigheid doet, dat je dan pas een volk kan zijn dat de tocht door de woestijn kan overleven. Het is dan ook geen wonder dat de meisjes, zij geven voortdurend commentaar, in het Hooglied zingen dat de bruid uit de woestijn komt. Een bruid die echt van haar geliefde houdt kent de richtlijnen die God in de woestijn had gegeven en houdt zich daar aan. En juist dat loflied op die richtlijnen past bij de feestdag die bij uitstek het voorjaar siert maar die we in Nederland niet durven vieren. Tenminste de machtigen en de rijken houden ons van dat vieren al decennia af.

Zelfs de Europese eenwording geeft ons niet de gelegenheid de eerste mei samen met de andere arbeiders in Europa te vieren. Terwijl het feest van de eerste mei niet in de Sovjet Unie of andere communistische staat is ontstaan maar in de Verenigde Staten. Arbeiders in Chicago hadden na lang staken bereikt dat hun werkdagen niet langer dan 8 uur zouden bedragen. Die overwinning is overal in de wereld aangegrepen voor een feestdag waarop de arbeiders vieren dat ze macht hebben en niet afhankelijk zijn van de willekeur van de werkgevers. Dat vieren is niet voor niks. Voortdurend moeten arbeiders, werknemers zeggen we tegenwoordig, zich bewust zijn dat ze alleen samen macht hebben. Prachtig klinkt het als de marionet van de werkgevers in de regering fraaie volzinnen balkt over eigen vrije keuzes en flexibiliteit maar zelfs in het CNV weet men vanouds dat alleen samenwerking van werknemers, alleen schouder aan schouder staan, de werknemer ruimte geeft voor het volgen van het eigen geweten. Flexibiliteit bij de werkgevers betekent vandaag de dag dat de wekelijkse rustdag voor iedereen verdwijnt. Dat de 8 urendag weer een 10 urendag kan worden.

Het zal betekenen dat de samenleving gaat bestaan uit individuen en dat samen naar het theater, de kerk, de sportwedstrijd gaan als een wekelijks gebeuren, alleen nog weggelegd is voor de rijken. Zelfs de voorzieningen die werknemers beschermen tegen rampspoed moeten ook vandaag de dag bevochten en verdedigd worden. Bescherming tegen willekeurig ontslag, uitzicht op een loopbaan door beperking van tijdelijke arbeidscontracten en bij zware beroepen de mogelijkheid er op tijd mee op houden, een goede en betaalbare gezondheidszorg ook voor de gezinnen van werknemers. Zaken die passen in de richtlijnen voor eerlijk delen en recht en rechtvaardigheid. Zaken die ons aangewaaid zijn van dat volk uit de woestijn. Daarom wordt het hoog tijd dat de eerste mei ook een Nederlandse Nationale feestdag wordt. Zodat we kunnen rondgaan in de stad, op de straten en de pleinen, zoals het Hooglied zo treffend bezingt.

De winter is voorbij

Hooglied 2:8-15

8 Hoor! Mijn lief! Kijk! Hij komt, springend over de bergen, dansend over de heuvels. 9 Als een gazelle is mijn lief, als het jong van een hert. Kijk! Hij staat al bij de muur. Hij blikt door het venster, tuurt door de spijlen.10 Mijn lief roept mij toe: ‘Sta op, vriendin! Mooi meisje, kom! 11 Kijk! De winter is voorbij, voorbij zijn de regens, weggegaan. 12 De bloemen zijn verschenen op het veld, nu breekt de zangtijd aan, het koeren van de duif klinkt op het land. 13 De vijgenboom is al vol vruchten, de wijnstok rankt en geurt. Sta op, vriendin, Mooi meisje, kom! 1 Mijn duif in de rotskloof, verscholen in de bergwand, laat mij je gezicht zien, laat mij luisteren naar je stem, want je stem is zo lieflijk, je gezicht zo bekoorlijk.’ 15 Vang voor ons de vossen, vang die kleine vossen. Ze vernielen de wijngaard, onze wijngaard vol bloeiende ranken. (NBV)

Als de winter voorbij is gaat de zon schijnen en worden op het platteland weer akkers ingezaaid en lammeren en kalveren geboren. De tijd dat het voedsel schaars was en je bedelend langs de deuren van de rijken moest gaan is definitief voorbij. Toch klinken er waarschuwende woorden. In het Hooglied wordt juist hier gewaarschuwd voor de vossen, ook al zijn ze misschien nog klein ze kunnen hele wijngaarden vernielen. In onze feestweek eind april en begin mei klinkt de herdenking van de doden en vervolgden uit de Tweede Wereldoorlog. Het is te hopen dat al die Nederlanders die met hun kinderen op voorjaarsvakantie gaan toch iets doen aan de herdenking van de vierde mei. Voor hen die naar Turkije gaan zal dat wel meevallen. Ze zullen zich afvragen waarom er toch zo vaak gediscrimineerd wordt terwijl het zo handig is dat veel van die werkers in de toeristenindustrie in Turkije een Europese taal hebben leren spreken. Maar voor ons is die herdenkingsdag een waarschuwing.

De vrijheid die we hebben kan zomaar verdwenen zijn. De vrijheid om te zeggen wat je gelooft. De vrijheid om te zeggen dat je een andere Koning hebt dan ons Nederlandse Staatshoofd. Mag dat wel? Of wordt je dan verdacht van terroristisch radicalisme. De vrijheid om eigen verenigingen te stichten. Blijft die vrijheid of moet je straks toestemming van de overheid vragen die ook eerst je doelstelling moet goedkeuren? En kunnen doelstellingen die de huidige verhoudingen tussen arm en rijk willen veranderen nog wel door de beugel? Kunnen verenigingen die arbeiders machtig willen maken tegenover hun werkgevers nog wel door de beugel? De overheid wil overigens ook al Uw email lezen en al Uw telefoongesprekken kunnen afluisteren en overal waar U loopt in Uw zakken kunnen kijken. Vinden we dat goed? Of kunnen journalisten die corrupte ambtenaren willen ontmaskeren straks gemakkelijker door de overheid de voet dwars worden gezet. Of kunnen advocaten en vrienden van onschuldige veroordeelden straks verhinderd worden bewijzen te verzamelen die de onschuld aantonen en de leden van het openbaar ministerie als bevooroordeeld kunnen ontmaskeren.

Het inperken van burgerlijke vrijheden gaat nog maar met kleine stapjes maar het is niet voor niets dat de zangers van het Hooglied waarschuwen voor de kleine vossen. In een relatie kunnen de kleine ergernissen uitgroeien tot grote obstakels, je kunt ze maar beter vroeg uitspreken dus, in de samenleving kunnen kleine inperkingen tot grote onvrijheid leiden. Juist de aandacht voor het verloop van de bezetting tussen 40 en 45 kan ons leren dat het begint met kleine maatregelen. Natuurlijk moeten misdadigers worden opgespoord, maar de geheime machten van de overheid willen dat graag ongecontroleerd doen, zonder dat een onafhankelijke rechter een oordeel velt. Maatregelen die door het parlement gejaagd zijn in een strijd tegen een handjevol pubers dat een radicale vorm van de Islam aanhangt, moeten nu alle burgers raken. We moeten zorgen dat de dag blijft ademen en het duister op de vlucht blijft.