Hevig ontstemd

Handelingen 4:1-12

1 Terwijl Petrus en Johannes de menigte nog toespraken, kwamen de priesters, het hoofd van de tempelwacht en de Sadduceeën op hen af, 2 hevig ontstemd omdat ze het volk onderrichtten en de opstanding uit de dood verkondigden op grond van wat er met Jezus was gebeurd. 3 Ze grepen hen vast en zetten hen gevangen tot de volgende dag, omdat het al avond was. 4 Maar van degenen die naar de toespraak hadden geluisterd, bekeerden velen zich, zodat het aantal gelovigen aangroeide tot ongeveer vijfduizend. 5 De volgende dag kwamen de leiders, de oudsten en de schriftgeleerden bijeen in Jeruzalem, 6 samen met Annas, de hogepriester, Kajafas, Johannes en Alexander, en allen die tot de hogepriesterlijke familie behoorden. 7 Nadat ze Petrus en Johannes in het midden hadden doen plaatsnemen, begonnen ze het verhoor met de vraag: ‘Door welke kracht of in wiens naam hebt u die daad verricht?’ 8 Petrus antwoordde, vervuld van de heilige Geest: ‘Leiders van het volk en oudsten, 9 nu wij vandaag worden verhoord omdat we een zieke hebben geholpen, en nu ons wordt gevraagd hoe het komt dat hij is genezen, 10 dient u allen en het hele volk van Israël te weten dat deze man hier gezond voor u staat dankzij de naam van Jezus Christus uit Nazaret, die door u gekruisigd is, maar die door God uit de dood is opgewekt. 11 Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is. 12 Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’ (NBV)

Als je mensen hun vertrouwde omgeving afneemt loopt het altijd op ellende uit. Petrus en Johannes hadden zich beroepen op de opstanding uit de dood van Jezus van Nazareth. Op basis van dat beroep hadden ze die eerzame bedelaar bij de poort van de Tempel laten opstaan en ophouden met bedelen. Daar komt gedonder van. En zo gebeurde het ook, de elite van de Tempel, de Sadduceeën, die toch al helemaal niet in de opstanding geloofden, schakelden de Tempelwacht in en lieten Petrus en Johannes gevangen nemen. De Hoge Raad werd bijeen geroepen en die vroeg een verklaring. En daar schuilt het probleem voor de Hoge Raad, want daarin zaten ook de Farizeeën en die geloofden wel in de opstanding uit de doden. Ze konden het niet hebben dat de rechtvaardigen die opkwamen voor God, voor de godsdienst van Israël, die zich vasthielden aan de geboden, maar die daarvoor door vreemde overheersers ter dood waren gebracht, niet de beloning kregen die ze verdienden.

Daardoor waren ze in de loop van de tijden gaan geloven dat de rechtvaardigen op de jongste dag, aan het eind van de geschiedenis, weer zouden opstaan en door God in zijn nieuwe wereld verwelkomd zouden worden. Voor die nieuwe wereld hadden die mensen immers hun leven gegeven. Het verwerpen van de opstanding uit de doden van Jezus van Nazareth lag voor die Farizeeën dus niet zo direct voor de hand. Petrus maakte het nog erger. Hij beriep zich op Psalm 118 waar gesproken wordt over de steen die door de bouwmeesters ter zijde wordt geworpen maar die uiteindelijk de hoeksteen van het gebouw werd. Als je bouwt zonder cement kan de laatste steen wel eens een zeer onregelmatige steen zijn. Als die past dan rust het hele gebouw als het ware op die steen. En het hele verhaal van die Petrus en Johannes rust op de overtuiging dat het leven van Jezus van Nazareth doorgaat.

En het opstaan van die lamme bedelaar kan niet ontkend worden. Dat geeft dus een probleem. Zoals andersdenkenden altijd problemen geven. Christenen in de tijd van Petrus en Johannes, Islamieten in onze tijd. Ze verstoren de gebruikelijke gang van zaken, ze nemen nieuwe gebruiken en nieuwe opvattingen mee. Die hoeven niet juist te zijn, die hoef je niet te onderschrijven, maar waarom zou je je er bang voor laten maken? Sommige machthebbers in ons land zijn er zo bang voor geworden dat ze roepen over een Tsunami van Islamieten, een Islamisering van ons land. Zover is het niet, in de tijd van Petrus lieten velen zich bekeren om mee te doen aan de nieuwe samenleving waar hij het over had. In onze dagen zijn er maar weinigen die zich bekeren tot de Islam, daar hoeven we dus niet bang voor te zijn. Beter is het Petrus te volgen en te werken aan die nieuwe samenleving waaraan iedereen mee kan doen. Sta dus op en ga er aan werken.

Wend u af van uw huidige leven

Handelingen 3:11-26

11 De bedelaar klampte zich aan Petrus en Johannes vast, terwijl de hele menigte stomverbaasd rond hen samenstroomde in de zuilengang van Salomo. 12 Toen Petrus dat zag, richtte hij het woord tot het volk: ‘Israëlieten, waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen? 13 Dit kon gebeuren omdat de God van Abraham en de God van Isaak en de God van Jakob, de God van onze voorouders, aan Jezus, zijn dienaar, de hoogste eer heeft bewezen. Het is deze Jezus die door u is uitgeleverd en verstoten, ook toen Pilatus bereid was hem vrij te laten. 14 U hebt de Heilige en Rechtvaardige verstoten en geëist dat aan een moordenaar gratie verleend zou worden. 15 Hem die de weg naar het leven wijst hebt u gedood, maar God heeft hem uit de dood doen opstaan, en daarvan getuigen wij. 16 Het komt door zijn naam en door het geloof in zijn naam dat deze man, die u hier voor u ziet en die u kent, kan lopen; het geloof dat Jezus schenkt, heeft hem in aanwezigheid van u allen gezond gemaakt. 17 Volksgenoten, ik weet dat u uit onwetendheid hebt gehandeld, evenals uw leiders. 18 Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven. 19 Wend u af van uw huidige leven en keer terug tot God om vergeving te krijgen voor uw zonden. 20 Dan zal de Heer een tijd van rust doen aanbreken en zal hij de messias zenden die hij voor u bestemd heeft. Dat is Jezus, 21 die in de hemel moest worden opgenomen tot de tijd aanbreekt waarover God van oudsher bij monde van zijn heilige profeten heeft gesproken en waarin alles zal worden hersteld. 22 Mozes heeft al gezegd: “De Heer, uw God, zal in uw midden een profeet zoals ik laten opstaan; luister naar hem en naar alles wat hij u zal zeggen. 23 Wie niet naar deze profeet luistert, zal uit het volk gestoten worden.” 24 Samuël en alle profeten na hem hebben deze tijd aangekondigd. 25 U bent de erfgenamen van de profeten; met uw voorouders heeft God zijn verbond gesloten toen hij tegen Abraham zei: “In jouw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden.” 26 God heeft zijn dienaar allereerst voor u laten opstaan en hem naar u gezonden om ieder van u die zich afkeert van zijn slechte daden te zegenen.’ (NBV)

Afwenden dus van je huidige leven, want als je je afkeert van je slechte dagen dan wordt je gezegend. Dat is de kern van de boodschap van Petrus toen iedereen zich verbaasde over de lamme die ging lopen omdat Petrus zijn hand naar hem had uitgestoken. Het zal voor de omstanders niet eenvoudig geweest zijn. Ze wilden bevrijd worden van de overheersing door de Romeinen. Daarom hadden ze gekozen voor een rebellenleider die zijn waarde bewezen had, Jezus Barabas. Die geweldloze zogenaamde Koning der Joden hadden ze laten kruisigen. Maar zijn volgelingen hadden zich niet verspreid en zich aangesloten bij andere bewegingen of waren gewoon naar huis gegaan. Integendeel, elke dag kwamen ze die volgelingen in de Tempel weer tegen. Het leek wel of ze sterker dan ooit tevoren waren. En ze bleven op een totaal nieuwe en tot dan toe onbekende manier bezig iedereen aan te spreken op zijn of haar verantwoordelijkheid.

Als je de richtlijnen van God, die in de Tempel bewaard werden, werkelijk wil volgen dan moet je het niet hebben van aalmoezen maar dan moet je een hand naar mensen uitsteken. Dat was de boodschap van Jezus van Nazareth en die boodschap werd door de dood heen doorgedragen. De Romeinen boezemden geen angst meer in. De beloften uit de oude verhalen over Abraham, Mozes en de profeten waren volgens de volgelingen van Jezus van Nazareth sterker dan welke Romeinse macht dan ook. Alle volken op aarde moeten kennelijk hun goden afzweren en de richtlijn van heb Uw naaste lief als Uzelf gaan navolgen. Zelfs dat Jezus van Nazareth door het vasthouden aan het geloof van de profeten, door het volgen van die richtlijn uiteindelijk aan het kruis zou belanden was al voorspeld. Maar de bevrijder komt toch, het was Jezus van Nazareth en het zal Jezus van Nazareth zijn zo beweerde die Petrus.

Het zal niet eenvoudig geweest zijn voor vrome Judeërs en Gallileërs. Maar ze zagen het voor hun ogen, de volgelingen van Jezus van Nazareth hadden een nieuwe manier van samenleven gevonden. En als je een hand naar een medemens uitsteekt dan kan die opstaan en weer in beweging komen. Dan stapt die uit zijn rol als slachtoffer, zijn rol als arme medemens die wacht op aalmoezen. Dan gaat die medemens zelf weer deel nemen aan de samenleving. Dan komt ook uit hem iets goeds voort, dan is ook hij gezegend. Petrus roept iedereen op om die nieuwe Weg te gaan. Dat ze de keuze maakten voor oproer en tegen de geweldloze weg van Jezus van Nazareth wordt hun ter plekke vergeven. Ze wisten immers niet beter. De weg van geweld is de normale weg in de wereld. De weg van de Liefde blijft een onbekende en onzekere weg. Maar geloven betekent zeker te weten dat het de enige begaanbare weg is en de enige weg die uiteindelijk voor de hele wereld een bevrijding van geweld en ellende zal zijn. Ook wij mogen kiezen voor die weg.

Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u

Handelingen 3:1-10

1 Op een dag gingen Petrus en Johannes zoals gewoonlijk omstreeks het negende uur naar de tempel voor het middaggebed. 2 Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel. 3 Toen hij zag dat Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes. 4 Petrus richtte zijn blik op hem, evenals Johannes, en zei: ‘Kijk ons aan.’ 5 De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen. 6 Maar Petrus zei: ‘Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.’ 7 Hij pakte hem bij zijn rechterhand om hem overeind te helpen. Onmiddellijk kwam er kracht in zijn voeten en enkels. 8 Hij sprong op, ging staan en begon te lopen. Daarna ging hij samen met hen de tempel binnen, lopend en springend en God lovend. 9 Alle tempelbezoekers zagen hem lopen en hoorden hem God loven. 10 Ze herkenden hem als de bedelaar die altijd bij de tempelpoort had gezeten en waren buiten zichzelf van verbazing over wat er met hem was gebeurd. (NBV)

Als je niet mee kunt doen in de race om rijkdom wordt je vanzelf een bedelaar. Jongeren die om zich heen zien dat mensen van dezelfde afkomst geen werk krijgen en zeker geen carrière maken komen vanzelf in de criminaliteit terecht. Als de samenleving hen het stempel opdrukt dat ze niet deugen dan moet dat maar en dan zullen ze daar ook het beste in slagen. Lucas beschrijft in het begin van zijn boek de Handelingen van Apostelen een samenleving die tegengesteld is aan de carière maatschappij die we zo goed kennen. De mensen van de Weg van Jezus van Nazareth verkopen alles wat ze hebben, delen dat uit aan de armen en komen elke dag bij elkaar om het brood te breken. Dat brood breken doen ze natuurlijk ter nagedachtenis aan Jezus van Nazareth. Verder wordt verteld dat ze in de Tempel zijn. Niet zo vreemd want daar worden de richtlijnen van God bewaard waarin staat dat je je naaste moet liefhebben als jezelf en dat was nu juist het eigenaardige aan de Weg van Jezus van Nazareth.

Goed voorbeeld daarvan is het verhaal Petrus en Johannes en de genezing van de verlamde. Zo’n man die moeilijk op eigen benen kon staan en zeker niet zelf zijn brood kon verdienen en meedoen in de race om de beste te worden. Voor hem bleef niet anders over dan zitten bij de Tempelpoort en zich afhankelijk te maken van anderen. Ook hij had een succesvol beroep. Als het de plicht is van iedereen om aalmoezen te geven aan de armen dan zal iedereen het waarderen dat je als arme ook direct bereikbaar bent, dat men niet op zoek naar je hoeft, maar voor iedereen zichtbaar de arme zit uit te hangen. De gevers van aalmoezen deden dat dan ook graag in alle openbaarheid zo dicht bij de Tempel in Jeruzalem. Alleen die rare mensen van de Weg van Jezus van Nazareth verstoren het feestje. Die geven geen aalmoes maar die steken hun hand uit. Die zetten mensen in beweging om ook die weg te gaan. Daar heb je immers geen geld voor nodig? Dat hebben ze zelf ook niet.

Daar heb je een gemeenschap voor nodig die je neemt zoals je bent, die niet vraagt hoe rijk je wel niet wordt, of waarin je de beste bent, maar die alleen van je vraagt dat je deelt en af en toe ook een hand uitsteekt. Dan ben je geen bedelaar meer maar dan doe je als gelijke mee. Zo’n gemeenschap zal niet lang standhouden zul je zeggen, dat is een idealisme dat elke zin voor realiteit tart. Toch zijn er tot in onze dagen telkens weer mensen die het proberen. Die huis en haard verlaten om samen gemeenschap te worden, gemeenschappen waar iedereen aan mee mag doen en niemand bedelaar hoeft te worden. Na verloop van tijd lossen die gemeenschappen zich vaak weer op. Maar de droom blijft, zolang mensen er aan blijven werken zal er ooit een andere wereld komen. Een wereld waar iedereen samen die gemeenschap vormt waar geen bedelaars en boeven meer hoeven te zijn. Een wereld waar God zelf zal willen wonen.

Wat moeten we doen

Handelingen 2:37-47

37 Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ 38 Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, 39 want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ 40 Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’ 41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. 43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.(NBV)

Dat was een mooie preek van Petrus. Hij had duidelijk gemaakt waar al die vurige inzet van de volgelingen van Jezus van Nazareth vandaan kwam. En als de dood geen gevolg meer is van een vorm van verzet tegen de Romeinse overheersing dan wordt dat volgen van die Jezus in eens toch aantrekkelijk. Dus is de vraag hoe nu verder. Petrus valt terug op Johannes de doper. Heel het volk had zich laten dopen, ook Jezus was daarbij geweest. En Johannes had opgeroepen anders te gaan leven, weer volgens de richtlijnen die Mozes had gekregen en aan het volk had doorgegeven. De Tora, het hart van het Joodse geloof. Maar dat was een dood geloof geworden, als je op tijd je belasting betaalde en regelmatig aalmoezen gaf dan hoorde je al bij het volk van de God van Israël.

Johannes had het anders voorgehouden. Als je twee mantels had geef er dan één aan iemand die er geen heeft. De Tora staat vol met richtlijnen hoe je met de armen, de weduwen en de wees moet omgaan. Jezus van Nazareth was daarin zo mogelijk nog verder gegaan. Die had de liefde centraal gesteld. Je moest zelfs je vijanden lief hebben. En een gemeenschap van liefde was onverslaanbaar. Daar kon een overheerser nooit greep op krijgen. De kruisiging van Jezus had dat bewezen. Hij had geweigerd om zijn volgelingen een oorlog te laten beginnen. Een vijand die getroffen was had hij zelfs genezen. Aan het kruis had hij zijn Vader gebeden om het zijn vervolgers niet aan te rekenen. En de gemeenschap die angstig bij elkaar was gekropen had hem opnieuw leren kennen. Zijn liefde had hen bij elkaar gehouden. Zijn liefde was zelfs de opdracht geworden alle mensen op de hele wereld er bij te betrekken.

Zo kun je een gemeenschap vormen. Als symbool met het leven van Jezus van Nazaret brood breken en delen en een beker wijn delen. Alles bij elkaar brengen en dat gemeenschappelijk gebruiken. Het onderscheid tussen man en vrouw, armen en rijken, allochtonen en autochtonen, jong en oud zou in die nieuwe gemeenschap verdwijnen. Rijk werd je er niet van. Maar dat vonden ze prima. Aan een eenvoudige maaltijd, samen bidden in de Tempel en daar ook de Tora bestuderen was hen genoeg. De rijkdom ligt zo in het aantal mensen dat zich liet dopen en op die manier ook gingen leven. De zorg die ze hadden voor de armsten, de bedelaars, de mensen die uitgestoten waren, de zieken, de slaven en de knechten maakte dat ze bij het hele volk in aanzien kwamen. Niet de macht van enkelingen bepaalde voortaan het handelen maar de liefde voor elkaar. Het klinkt heel aantrekkelijk. Dat is het ook. Door de geschiedenis heen zijn er altijd mensen geweest die de preek van Petrus centraal stelden. Ook nu hoor je nog in de kerken dat de liefde voor elkaar en voor de armen centraal behoort te staan. Zo gaan we van Pinksteren de toekomst in.

Door God tot Heer en messias is aangesteld

Handelingen 2:29-36

29 Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. 30 Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, 31 heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. 32 Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. 33 Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort. 34 David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, 35 tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’ ” 36 Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’ (NBV)

Het vervolg van de preek van Petrus lezen we vandaag. Die preek was bedoeld voor de mensen in Jeruzalem die op het traditionele Pinksterfeest ineens een geluid hadden gehoord als van een geweldige ademwind, zonder dat de storm was opgestoken, en een groep mensen hadden gezien die wel op een stel brandende braambossen leken. Met Pinksteren vierden ze ook dat het volk de Tora had gekregen tijdens de reis door de woestijn. Op de plek waar Mozes God had leren kennen in een brandende braambos. Sommige toeschouwers dachten daarom zelfs dat ze dronken waren zo op de vroege morgen roepend over de bevrijding die was gekomen door te leven in de Geest van God die ze hadden leren kennen en gekregen door hun voorganger Jezus van Nazareth. Petrus legt hier uit wat het allemaal te betekenen heeft. Het gaat om vertrouwen op God.

De Romeinse overheersing was ondraaglijk geworden. Die volgelingen van Jezus van Nazareth konden er over mee praten. Die Jezus was immers door de Romeinen aan een kruis gehangen. De vraag was wat nu? Neem je met geweld wraak voor de moord of is er een andere weg. Petrus komt met een andere weg, een weg die ze van die Jezus hadden geleerd. De weg terug naar het oude geloof in de God die met je meegaat door de woestijn, die je vijanden aan je voeten zal leggen als je je houdt aan de richtlijnen voor de menselijke samenleving, de richtlijn voor breken en delen, de oproep tot zorgen voor elkaar. Ooit waren mensen geschapen naar Gods beeld, ooit had Mozes de bevrijder God ontmoet in een brandende braambos in het hart van de woestijn en ooit had de grootste Koning van Israel, David gezegd dat als je God als Heer erkent je Heer nooit verslagen of gedood kan worden. De Liefde, die God is, sterft nooit en nergens

Zo waren de 120 volgelingen van Jezus bij elkaar gekomen en zo nodigden ze iedereen uit om er aan mee te gaan doen. Een eigen gemeenschap die niet onderdrukt kon worden door de Romeinen. Die Romeinen konden de mensen doden, maar nooit de Liefde, nooit de gemeenschap. Je moet dan wel durven op een radicaal andere manier te gaan leven. Geen baas en geen heerser heeft het dan meer te vertellen. Alleen de liefde voor de zwakste, voor de naaste, alleen delen van wat je hebt telt nog. Na die indrukwekkende preek van Petrus lieten 3000 mensen zich dopen als teken dat ze echt het oude leven van zich afspoelden en het nieuwe leven begonnen. In één klap was die kleine groep van 120 volgelingen een grote groep geworden. En vandaag en morgen kunnen ook wij ons er, misschien opnieuw, bij aansluiten. Je kunt je zelfs laten dopen als je nog niet gedoopt bent, bel maar een dominee in de buurt, overal is er één.

Luister naar mijn woorden

Handelingen 2:14-28

14 Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. 15 Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. 16 Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël: 17 “Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. 18 Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren. 19 Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook. 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt. 21 Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.” 22 Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 23 Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. 24 God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. 25 David zegt immers over hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen, hij is aan mijn zijde, ik wankel niet. 26 Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven, 27 want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. 28 U hebt mij de weg naar het leven getoond, Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.” (NBV)

Vanmorgen op tweede Pinksterdag lezen we een preek. Alweer een preek, gisteren hebben we er ook wel een paar kunnen horen, sommige konden we zelfs in onze eigen taal verstaan. Maar vandaag niet een preek van iemand die er voor doorgeleerd heeft. Het is de Pinksterpreek van Petrus, een visser uit Galilea. De leerling van Jezus die altijd het eerst het woord nam. Zo lijkt het, want wie het verhaal zorgvuldig leest ziet dat al die 120 volgelingen van Jezus die bij elkaar waren aan het vertellen gingen over het volgen van Jezus. De jongeren van Jezus zoals ze genoemd worden nemen het woord. Natuurlijk, jongeren weten altijd hoe de wereld er beter uit zou kunnen zien. Dat was al in de tijd van de profeet Joël zo en dat was in de tijd van Petrus niet anders. Ook nu is dat nog steeds zo. Oude mensen weten dat het dromen zijn, maar er zijn altijd mensen die die droomgezichten als mogelijkheden blijven zien en er aan blijven werken.

De beroemdste preek van dominee Martin Luther King heet in het Engels “I have a dream”, ik heb een droom. Hij had zo’n droomgezicht dat blanke en zwarte kinderen hand in hand zouden wandelen. Die droom is uitgekomen al zal er aan de gelijkheid nog veel moeten gebeuren. In de gevangenissen in Amerika zitten drie keer zo veel zwarte mensen als blanke mensen en zwarte mensen zijn van nature net zo crimineel als blanke mensen. Maar de geest van God maakt dat je dit soort droomgezichten blijft zien. Dat jongeren dit soort visioenen blijven koesteren. Wie het verhaal kent van de onmetelijke en onvoorwaardelijke liefde voor mensen, een liefde die wonderen kan veroorzaken, die muren kan afbreken en mensen bij elkaar kan brengen, die gaat vanzelf die dromen dromen en vergezichten zien. Die gaat spijbelen voor een wereld zonder opwarming en verspilling. Dat was waarvoor Petrus en de 11 andere apostelen opstonden en samen met al de volgelingen hun huis uitkwamen. Ze leken nu zelf brandende braambossen.

De tijd dat alles gewoon maar door ging alsof er geen God en geen wet was had opgehouden. Het einde van de tijden van de wereld was gekomen. Binnen de nieuwe beweging van Jezus van Nazareth waren slaven vrij, schulden kwijtgescholden en was de armoede opgeheven, precies zoals God het had voorgeschreven en de profeten het hadden voorspeld. Het kon, het kan, je moet het gewoon gaan doen. Het is een kwestie van er enthousiast, begeesterd, aan beginnen. In Noord Holland werd weer het Luilak feest worden gevierd. Op de dag voor Pinksteren gaan jongeren heel vroeg de huizen langs om met veel lawaai iedereen wakker te maken. Pinksteren is daar het feest van vroeg opstaan, opstaan om een nieuw leven te beginnen. Het leven in de geest van Jezus uit Nazareth. Het leven van delen met elkaar en recht en rechtvaardigheid. Pinksteren is het feest dat ons leert dat we er elke dag weer opnieuw mee kunnen beginnen. Dat we elke dag mogen opstaan om mensen lief te hebben, om te mogen geloven dat het kan, een wereld waarin mensen van elkaar houden en zo God eren. Elke dag, ook vandaag.

Luister naar mijn woorden

Handelingen 2:14-28

14 Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. 15 Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. 16 Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël: 17 “Aan het einde der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. 18 Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren. 19 Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook. 20 De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt. 21 Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.” 22 Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 23 Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. 24 God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. 25 David zegt immers over hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen, hij is aan mijn zijde, ik wankel niet. 26 Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven, 27 want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. 28 U hebt mij de weg naar het leven getoond, Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.” (NBV)

Vanmorgen op tweede Pinksterdag lezen we een preek. Alweer een preek, gisteren hebben we er ook wel een paar kunnen horen, sommige konden we zelfs in onze eigen taal verstaan. Maar vandaag niet een preek van iemand die er voor doorgeleerd heeft. Het is de Pinksterpreek van Petrus, een visser uit Galilea. De leerling van Jezus die altijd het eerst het woord nam. Zo lijkt het, want wie het verhaal zorgvuldig leest ziet dat al die 120 volgelingen van Jezus die bij elkaar waren aan het vertellen gingen over het volgen van Jezus. De jongeren van Jezus zoals ze genoemd worden nemen het woord. Natuurlijk, jongeren weten altijd hoe de wereld er beter uit zou kunnen zien. Dat was al in de tijd van de profeet Joël zo en dat was in de tijd van Petrus niet anders. Ook nu is dat nog steeds zo. Oude mensen weten dat het dromen zijn, maar er zijn altijd mensen die die droomgezichten als mogelijkheden blijven zien en er aan blijven werken.

De beroemdste preek van dominee Martin Luther King heet in het Engels “I have a dream”, ik heb een droom. Hij had zo’n droomgezicht dat blanke en zwarte kinderen hand in hand zouden wandelen. Die droom is uitgekomen al zal er aan de gelijkheid nog veel moeten gebeuren. In de gevangenissen in Amerika zitten drie keer zo veel zwarte mensen als blanke mensen en zwarte mensen zijn van nature net zo crimineel als blanke mensen. Maar de geest van God maakt dat je dit soort droomgezichten blijft zien. Dat jongeren dit soort visioenen blijven koesteren. Wie het verhaal kent van de onmetelijke en onvoorwaardelijke liefde voor mensen, een liefde die wonderen kan veroorzaken, die muren kan afbreken en mensen bij elkaar kan brengen, die gaat vanzelf die dromen dromen en vergezichten zien. Die gaat spijbelen voor een wereld zonder opwarming en verspilling. Dat was waarvoor Petrus en de 11 andere apostelen opstonden en samen met al de volgelingen hun huis uitkwamen. Ze leken nu zelf brandende braambossen.

De tijd dat alles gewoon maar door ging alsof er geen God en geen wet was had opgehouden. Het einde van de tijden van de wereld was gekomen. Binnen de nieuwe beweging van Jezus van Nazareth waren slaven vrij, schulden kwijtgescholden en was de armoede opgeheven, precies zoals God het had voorgeschreven en de profeten het hadden voorspeld. Het kon, het kan, je moet het gewoon gaan doen. Het is een kwestie van er enthousiast, begeesterd, aan beginnen. In Noord Holland werd weer het Luilak feest worden gevierd. Op de dag voor Pinksteren gaan jongeren heel vroeg de huizen langs om met veel lawaai iedereen wakker te maken. Pinksteren is daar het feest van vroeg opstaan, opstaan om een nieuw leven te beginnen. Het leven in de geest van Jezus uit Nazareth. Het leven van delen met elkaar en recht en rechtvaardigheid. Pinksteren is het feest dat ons leert dat we er elke dag weer opnieuw mee kunnen beginnen. Dat we elke dag mogen opstaan om mensen lief te hebben, om te mogen geloven dat het kan, een wereld waarin mensen van elkaar houden en zo God eren. Elke dag, ook vandaag.

Het Pinksterfeest

Handelingen 2:1-13

1 Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2 Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3 Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4 en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. 5 In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6 Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7 Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8 Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9 Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 10 Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11 Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië-wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ 12 Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ 13 Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’ (NBV)

Vandaag lezen we het verhaal over het Pinksterfeest dat zo’n bijzondere betekenis kreeg door het optreden van die volgelingen van Jezus van Nazareth. Vandaag wordt dat in veel kerken gevierd, het is de verjaardag van de kerk. Dat Pinksterfeest was al een bestaand feest. Vijftig dagen na Pasen werden de eerste vruchten van de oogst naar de Tempel gebracht om er samen een maaltijd van de te houden. Die vijftig dagen zijn niet zomaar. Zeven maal zeven dagen zijn voorbijgegaan en zeven was het heilige getal. Na zeven maal zeven dagen is het dus wel een heel erg heilige dag. Het doet denken aan dat jaar na zeven maal zeven jaren waarop alle Israelieten het stukje land terug zouden krijgen dat ze bij de verdeling door Jozua hadden gekregen. De slaven zouden dan worden vrijgelaten en de schulden worden kwijtgescholden.

Iedereen kon met een schone lei weer opnieuw beginnen. Al die beloften waren eigenlijk nooit uitgekomen, een mooie wet maar voor een ordelijke samenleving toch iets te ingewikkeld. En dan komt er die Petrus die verteld dat die wet juist op die Pinksterdag uitgevoerd zal worden. Nog wel door het optreden van Jezus van Nazareth die vlak voor de laatste Paasviering als een slaaf was gekruisigd. Het was zelfs nog erger. Joden uit de hele bewoonde wereld waren naar Jeruzalem gekomen om dat Pinksterfeest mee te vieren. En toen die 120 volgelingen van Jezus van Nazareth hen uitnodigden mee te doen snapten ze allemaal waar het om te doen was, de richtlijnen voor de menselijke samenleving die zouden uitlopen op wat vroeger genoemd was “het aangename jaar van de Heer”. Dat was helemaal niet zo ingewikkeld, dat moet je gewoon samen gaan doen.

Schulden kwijt schelden voor arme landen bijvoorbeeld. De rijkste landen in de wereld doen dat bijna elke G8 vergadering wel weer een beetje. Rechtvaardige handelsverhoudingen worden op die vergaderingen tegengehouden maar als wij alleen Max Havelaar en Fair Trade producten gebruiken kunnen ze er op de duur niet meer om heen. Anders Globalisten noemen ze mensen die voortdurend bedacht zijn op het lot van de armsten in de wereld. Mensen van de Weg gingen ze die volgelingen van Jezus van Nazareth noemen. De Weg van de liefde. Het is ongeloofelijk. Op die eerste Pinksterdag werden die volgelingen van Jezus uitgemaakt voor dronkaards, nu worden de Anders Globalisten uitgemaakt voor raddraaiers. Hoe het ook zij, willen we de armen bevrijden van schuld, honger en ellende, hen recht doen dan zullen we de wereld op z’n kop moeten zetten. Wat onder is moet dan boven komen.

Halleluja!

Psalm 117

1 Loof de HEER, alle volken, prijs hem, alle naties: 2 zijn liefde voor ons is overstelpend, eeuwig duurt de trouw van de HEER. Halleluja! (NBV)

Wat een klein psalmpje zingen we vandaag met de Kerk mee. Hoe komt zo’n twee regelig liedje nu in de Bijbel terecht? Precies weten we dat natuurlijk niet, we zijn er niet bij geweest toen het boek van de Psalmen werd samengesteld maar er is wel een aanwijzing. Dit soort liederen leent zich uitstekend voor een optocht van mensen die samen naar een doel op weg zijn. En dat doel zou er vandaag, op de dag voor Pinksteren, ook bij ons kunnen zijn.

Het volk Israël kende drie zogenaamde pelgrimsfeesten. Dan moest het volk optrekken naar Jeruzalem om daar met de familie, de knechten en dienstmeiden, de slaven en slavinnen, de armen uit het dorp en de vreemdelingen die bij hen woonden en de levieten bij de Tempel een maaltijd houden. De drie feesten waren het Pesachfeest als de gerst oogst was binnengehaald, het Wekenfeest, wanneer de tarweoogst werd binnengehaald en het Loofhuttenfeest als de rest van de oogst was binnengehaald.Die Pelgrimsreis kennen we van Jezus van Nazareth als hij gezeten op een ezel naar het Pesachfeest in Jeruzalem ging.

De menigte zwaaiden met palmtakken en zongen onder meer deze Psalm. Het Wekenfeest kennen wij als Pinksteren, vijftig dagen na Pasen. En als morgen weer het Pinksterverhaal wordt gelezen dan klinken de namen van al die landen van waaruit mensen naar Jeruzalem waren getrokken om dit feest te vieren, ieder hoorde het verhaal in de eigen taal. Vandaag zingen we dus met de Pelgrims mee en mogen we ons voorbereiden op het Pinksterfeest, mogen we ons openstellen voor de opdracht het verhaal over de hele wereld aan iedereen te vertellen. Te beginnen in onze eigen straat.

Berisp een wijze

Spreuken 9:1-18

1 Wijsheid heeft haar huis gebouwd, zeven zuilen heeft ze uitgekapt. 2 Ze heeft haar vee geslacht, haar wijn gemengd, haar tafel heeft ze gedekt. 3 Haar dienaressen heeft zij de stad in gestuurd, zelf roept zij vanaf de hoogste plaats: 4 ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: 5 ‘Kom, eet het brood dat ik je geef, drink de wijn die ik heb gemengd. 6 Wees niet langer zo onnozel, leef, en betreed de weg van het inzicht.’ 7 Wie een spotter terechtwijst, wordt bespot, wie een goddeloze de les leest, wordt belachelijk gemaakt. 8 Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag. 9 Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt, een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert. 10 Wijsheid begint met ontzag voor de HEER, inzicht is vertrouwdheid met de Heilige. 11 Door mij, Wijsheid, vermeerderen de dagen van je leven, je levensjaren nemen door mij toe. 12 Als je wijs bent, heb je er zelf voordeel van, als je spot, benadeel je jezelf. 13 Vrouwe Dwaasheid bazelt maar, door haar domheid heeft ze nergens weet van. 14 Ze zit bij de deur van haar huis, in een zetel, hoog in de stad. 15 Ze roept naar de voorbijgangers, naar hen die rechtdoor willen gaan: 16 ‘Onnozele mensen, kom toch deze kant op.’ Wie geen verstand heeft roept ze toe: 17 ‘Gestolen water smaakt verrukkelijk, geroofd brood is een lekkernij.’ 18 Maar wie zij naar zich toe lokt weet niet dat hij afdaalt naar de schimmen, hij daalt af tot in het dodenrijk. (NBV)

Wie een wijze berispt schenkt wijsheid. Het heeft dan ook niet zo veel zin om dwazen terecht te wijzen. De scheldwoorden tegen de dwazen vliegen ons om de oren, tevergeefs, de scheldwoorden onder het mom van vrijheid van meningsuiting sterken de dwazen in hun dwaasheid. Dwazen zijn overigens te herkennen aan het onrecht dat van de dwaasheid afdruipt. Zou God zelf de Wijsheid zijn? Het boek Spreuken zet ons met deze vraag vaak te kijk en ontmaskerd daarmee de dwaasheid van hen die over God menen te kunnen spreken. In het boek Spreuken wordt de Wijsheid consequent als vrouwelijk aangeduid. Er wordt zelfs gesproken over Vrouwe Wijsheid. In dit stuk ook, de vrouw van het aardse huis bereid een maaltijd, alles staat klaar om te komen eten, en wie inzicht heeft komt natuurlijk bij de wijsheid zich laven aan alles wat goed is.

Maar God is toch een man? God wordt vaak voorgesteld als een man dat is waar. In één van de beroemdste schilderingen die er naar de Bijbel zijn gemaakt, het plafond van de Sixtijnse Kapel geschilderd door Michel Angelo, is God een oude man met een baard die zijn hand naar de mens uitsteekt. Dat is een beeld dat Christelijke en soms ook Joodse gelovigen graag hanteren, maar het is niet het beeld dat de Bijbel schetst. Vanaf het begin dat er een volk met God op pad ging was de eerste afspraak dat er geen beelden van God gemaakt zouden worden. Het eerste dat fout ging was dan ook dat ze God gingen zien als een vruchtbaar kalf en daar een beeld van maakten. Het enige dat we in de Bijbel over God leren is dat God de mensen oneindig liefheeft en dat die mensen dat ook moeten doen. Dat het draait om het liefhebben van de mensen.

Er is een aardige uitleg in de Joodse godsdienst over de vraag waarom vrouwen geen deel hebben aan de dienst in de Synagoge. Vrouwen zo wordt gezegd kennen de Torah, de goddelijke richtlijnen, van nature, mannen moeten er hun hele leven voor studeren en snappen het dan nog niet. Alleen wijzen leren ervan berispt te worden. “Gestolen water is verrukkelijk, geroofd brood is een lekkernij” klinkt het. Verboden vruchten smaken het lekkerst. En dat gaat over de rijken die, door Vrouwe Dwaasheid verleid, tot hebzucht komen en winst op winst stapelen. Maar wat de een verdient moet de ander betalen en de vraag is niet hoe je het kan krijgen maar hoe je het eerlijk kan verdienen, ten koste van wie het eigenlijk gaat. Kinderarbeid, slavenarbeid, uitbuiting en exploitatie van vrouwen zijn de oorzaken van goedkope kleding, heerlijke chocolade, mobiele telefoons en noem maar op. Oorlog, hongersnood, vluchtelingen en asielzoekers zijn het gevolg en het is helemaal niet zo moeilijk in te zien dat eerlijk delen tot meer geluk en welvaart voert en dat genieten van gestolen goed je tot het dodenrijk doet afdalen. Gewoon vragen waar de spullen bij het grootwinkelbedrijf of de goedkope kledingwinkel vandaan komen dus.