Ik bid dat uw liefde blijft groeien

Filippenzen 1:1-11
1 Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren. 2  Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. 3  Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, 4  telkens wanneer ik voor u allen bid. Dat doe ik vol vreugde, 5  omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie. 6  Ik ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus. 7 Het spreekt vanzelf dat ik zo over u denk, want u allen ligt me na aan het hart. U hebt immers allen deel aan de genade die mij geschonken is, of ik nu gevangen zit of de waarheid van het evangelie verdedig. 8  God kan getuigen dat ik naar u allen verlang met de genegenheid van Christus Jezus. 9 En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, 10  zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, 11  vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God.(NBV)
Vandaag beginnen we te lezen in de brief van Paulus aan de gemeente in Filippi. Paulus had een goede band met deze gemeente, dat blijkt ook wel uit het gedeelte dat we vandaag lezen. Filippi was een stad gesticht door de Romeinen. Het was een legerplaats maar het was ook de woonplaats van voorname Romeinen die door de keizer verbannen waren omdat ze tegenstanders van de keizer waren. Een Romeinse legerplaats betekende ook een gemeenschap die sterk leunde op slavenarbeid en die haar cultuur aan de inwoners van het omringende land dwingend oplegde. In die plaats was een gemeente ontstaan van mensen die de steun voor hun leven vonden in de Joodse Leer, met name in het heb Uw naaste lief als Uzelf. Binnen hun gemeenschap was het onderscheid tussen slaven en vrijen, mannen en vrouwen, Grieken,. Romeinen en Joden, ouderen en jongeren, weggevallen. Ze rekenden er op dat er een wereld zou komen waarin geen dood meer zou zijn en alle tranen gewist zouden worden. Aan die gemeente schreef Paulus deze brief en hij begint met te schrijven dat hij elke dag voor hen bid.
Nu kun je elke zondag in elke kerk nog steeds de voorbeden voor mensen ver weg en dichtbij horen. Waarom bidden we eigenlijk in de kerk voor mensen die we niet kennen. Van Paulus kunnen we leren dat bidden ook een middel is om je liefde voor de ander te laten groeien. Bij de voorbeden in de kerk moet je je afvragen wat je zou willen voor die mensen waarvoor je voorbede doet. Je komt er dan achter dat er veel zaken zijn waar je zelf aan kunt bijdragen. Voedsel voor de hongerigen, onderdak voor de daklozen, een veilige plek voor vervolgden en vluchtelingen en vrede in je eigen huis. Maar ook steun en aandacht voor hen die een geliefde verloren. Steun en aandacht voor hen die iemand het gevaar in sturen om onze veiligheid of de veiligheid van anderen te verzekeren. Bidden is dus niet zozeer omhoog kijken naar een God die het allemaal voor elkaar zou moeten boksen, maar is om je heen kijken of je de naaste die je zou moeten liefhebben als jezelf niet vergeet.
Daarom durft Paulus er ook zo uitgebreid over te schrijven. Op deze manier wordt zijn gebed een voorbeeld voor de gemeente in Filippi. En dat voorbeeld wordt nu wij het lezen een voorbeeld voor ons. Want die voorbede hoeft natuurlijk niet alleen in de kerken gedaan worden. Daar kunnen we oefenen. Daar kunnen voorgangers niet alleen voorgaan in gebed maar het ons ook voordoen. Zodat we leren thuis elke dag ons af te vragen wie we extra zouden moeten liefhebben om Jezus van Nazareth na te volgen in zijn zorg en aandacht voor de zwaksten en de minsten onder ons. Dan kunnen wij ook groeien in de liefde. Elke dag weer een beetje groeien, ook vandaag weer, als we naast het bidden ook het werken weten op te brengen.

Een nacht zonder visioenen

Micha 3:5-12
5  Dit zegt de HEER over de profeten die mijn volk misleiden, die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen en die iedereen die hen niet op hun wenken bedient de oorlog verklaren: 6  Voor jullie zal het een nacht zijn zonder visioenen, donker en zonder voorspellingen. Voor die profeten zal de zon ondergaan en zal de dag veranderen in duisternis. 7  De zieners zullen beschaamd staan en de waarzeggers worden te schande gemaakt: ze zullen hun mond gesloten houden, want God geeft geen antwoord. 8 Ik daarentegen ben vervuld van kracht, ik heb de geest van de HEER, ik ben rechtvaardig en ik heb de moed om aan Jakob zijn wandaden bekend te maken, en aan Israël zijn zonde. 9  Hoor toch wat volgt, leiders van het volk van Jakob en heersers van het volk van Israël, jullie die de gerechtigheid verafschuwen en al wat recht is krom maken, 10  die Sion bouwen op bloed en Jeruzalem op onrecht. 11  De leiders spreken er recht in ruil voor geschenken, de priesters geven onderricht tegen betaling, de profeten voorspellen voor geld, terwijl ze zich op de HEER beroepen en zeggen: ‘De HEER is toch in ons midden? Ons kan geen kwaad overkomen.’
12  Daarom, door jullie toedoen, zal de Sion als een akker worden omgeploegd, zal Jeruzalem een ruïne worden en de tempelberg een overwoekerde heuvel. (NBV)
Dat krijg je er van als je wel over vrede praat maar oorlog maakt met hen die niet doen wat je zegt, dan gaat het op een nacht zonder visioenen lijken. Dat heb je met leiders van de samenleving die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen, zolang ze de populariteit van het volk er mee kunnen winnen. De zalvende woorden van leiders die goed klinken maar nooit in overeenstemming met hun daden zijn. Waar kennen we dat tegenwoordig nog van? Maar het geldt niet alleen voor profeten in Israël. Overal waar mensen hun eigen leven, hun eigen inkomen en bezit, hun eigen cultuur voorop stellen zie je dat het visioen over een vreedzame wereld waar alle tranen gedroogd zijn verdwijnt. Als je het volk voor houdt dat de huidige situatie de beste is, je eigen cultuur uitsteekt boven andere culturen. Als je het volk wijs maakt dat de zorg voor ouderen, zieken en gehandicapten te duur wordt, te veel geld gaat kosten. Dan streeft niemand naar het betere. Dan neemt het aantal zwervers toe. Dan groeit het cliëntenbestand van de voedselbanken.
Micha legt zich niet neer bij de cultuur die er in Israël is geslopen. Hij spreekt zich uit tegen de leiders van het volk die gerechtigheid verafschuwen en al wat recht is krom maken. Wij komen die profeten maar heel weinig tegen en als iemand zich durft uit te spreken dan schepen we die af met een klopje op de schouder en een glimlach. Zoals die dappere vakkenvuller die op de aandeelhoudersvergadering van Albert Heijn de topman voorrekende dat hij 299 jaar zou moeten werken om totaal het salaris van die topman voor één jaar bij elkaar verdiend te hebben. Als er geen vakken meer gevuld worden dan gaat Albert Heijn over de kop. Als er geen topman is dan zijn er anderen die zijn werk onder elkaar kunnen verdelen. Wat is recht en wat is gerechtigheid. Langzaam komt in ons land een groot deel van de bevolking in verzet tegen de exorbitante zelfverrijkers aan de top van banken en bedrijfsleven. Daarmee kan er wellicht gematigd worden.
Maar we moeten uitkijken. Dat de zelfverrijking aan de top leidt tot corruptie van de laag er onder, zoals Micha ook duidelijk zegt, zien we overal om ons heen. Maar ook het verschil in welvaart tussen landen waar vrede is en landen waar oorlog is wordt steeds groter. De mensen uit de landen met oorlog vluchten dus naar de landen met vrede. En dan niet naar de arme landen met vrede, arme landen die hun eigen bevolking maar net kunnen voeden en waar vrede nog broos en breekbaar is. Wij bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking. Wij stimuleren bedrijven ook te investeren in landen waar de mensenrechten worden geschonden en waar de winst van die bedrijven niet gedeeld hoeft te worden met de armen in die landen. De richtlijnen voor de menselijke samenleving, samengevat in het “heb uw naaste lief als uzelf” worden vergeten en veracht. De mensen die het er nog over durven te hebben worden uitgelachen. De gemeenschappen waar mensen nog samen willen luisteren naar die richtlijnen en zich er over willen bezinnen worden weggehoond, als eens Jeruzalem waar onkruid het heiligdom gaar overwoekeren. Tijd om op te staan.

Jullie moeten het recht toch kennen?

Micha 2:12-3:4
12 Ik zal je bijeenbrengen, Jakob, je in je geheel bijeenbrengen. Ik zal verzamelen wat er van Israël over is, ik zal het verzamelen. Ik zal ze samenbrengen als schapen en geiten binnen de omheining, als een kudde in de wei; het zal daar gonzen van de mensen. 13  Hij die een bres slaat gaat voorop, ze breken uit, ze trekken door de poort, ze gaan erdoor naar buiten. Hun koning gaat hun voor, de HEER gaat aan het hoofd. 1  En ik zei: Hoor toch, leiders van Jakob, hoor, heersers van het volk van Israël! Jullie moeten het recht toch kennen? 2  Maar jullie haten het goede en houden van het kwaad. Jullie stropen mijn volk de huid af en rukken het vlees van hun botten. 3  Zij eten hun vlees, ze stropen hun huid af en breken hun botten. Als vlees om te koken, als vlees voor de pot hakken ze mijn volk in stukken.4  Als ze dan tot de HEER om hulp roepen, zal hij hun niet antwoorden. Hij zal zijn gelaat voor hen verbergen vanwege het kwaad dat ze begaan. (NBV)
Elk jaar vieren we op 10 december de internationale dag voor de rechten van de mens. En op diezelfde dag wordt de Nobelprijs voor de vrede uitgereikt. Twee gebeurtenissen die schijnbaar los van elkaar staan maar soms ook niet voor niets samenvallen. En dan lezen wij vandaag uit het boek van Micha over het samenbrengen van de resten van het volk en de kritiek op de leiders van de samenleving die het recht met voeten treden. Wat heeft die Micha ons vandaag te vertellen. Daarvoor moeten we eerst eens kijken naar de rechten van de mens. Dat is een verklaring die na de Tweede Wereldoorlog is opgesteld door de Verenigde Naties. Kern is dat ieder mens recht heeft op leven, ongeacht afkomst, religie, rijkdom of geslacht. Ieder mens heeft ook recht op bescherming van de overheid. En ieder volk heeft recht op zelfbestuur. Soms lijken die rechten voor de hand te liggen, eigenlijk verschillen ze niet zoveel van de richtlijnen voor de menselijke samenleving die het volk Israël in de woestijn van haar God had gekregen, het recht op leven is immers een direct gevolg van de grondregel “Gij zult niet doden”
Toen een dictator als Sadam Hoessein de eigen onderdanen met gifgas bestreed en zonder onderscheid mannen, vrouwen, kinderen, ouderen en jongeren liet doden pleegde hij dus ernstige schendingen van de mensenrechten maar werd er niet ingegrepen. Ook bij andere dictators die de levens van hun volken in gevaar brengen wordt in de regel ook niet ingegrepen. Zo ook niet als regeringen hun invoer en uitvoer zozeer beschermen dat andere volken wel in armoede moeten blijven leven. En daar komt de Nobelprijs voor de vrede van 2006 in het geding. Die ging naar de uitvinder van het microkrediet, of de handeling van een bank dus inderdaad het verschil tussen oorlog en vrede kan uitmaken. Volgens het Nobelprijs comité dus wel. Zij hadden in het boek van Micha gelezen over de rijken en machtigen die het vlees van de botten der armen afstropen en konden zich voorstellen dat de armen met geweld daartegen in opstand komen. Zorgen dat het evenwicht weer wordt hersteld is dus zorgen voor vrede.
Het is een boodschap die onze Koningin Maxima namens de Verenigde Naties sinds enkele jaren uitdraagt. Maar die boodschap raakt ook ons. Kopen in Fair Trade winkels betekent dus volgens het Nobelprijs comité vrede stichten. Iets om bij het kopen van cadeaus eens extra aan te denken. En dan de volken die recht hebben op zelfbeschikking. Daar heeft niemand het meer over, de Molukkers niet, de Koerden niet, de Papoea’s niet, de Tibetanen niet en tal van andere volken die hun eigen Volkenbond van niet erkende volken hebben, spreken er niet meer over. Zij hebben geleerd dat vrede betekent dat je met verschillende volken moet leren samenleven. Voor dat leren samenleven kijken ze naar ons, rijke ontwikkelde landen. Kunnen wij met verschillende culturen samenleven? Ieder heeft er recht op en in Vredesnaam is het dus te hopen. Alleen de minderheden die worden onderdrukt vragen steeds hun aandacht. Daar waar taal en culturele uitingen worden verboden of onderdrukt komen mensen uiteindelijk in opstand. Alleen in werkelijk democratische samenlevingen waar de rechten van alle mensen worden gerespecteerd is vrede te vinden. Dat gaat niet vanzelf, dat vraagt voortdurend een kritische bezinning, en profeten als Micha.

Wind en valse leugens

Micha 2:6-11
6 ‘Houd op, ‘zeggen zij, ‘houd op met dat geprofeteer! Komt er nooit een eind aan die beschimpingen? 7  Zou dit het zijn wat het volk van Jakob is aangezegd? Verliest de HEER zo snel zijn geduld, zouden dit zijn daden zijn?’ Betekenen mijn woorden dan geen voorspoed voor wie de rechte weg gaat? 8  Steeds weer stelt mijn volk zich vijandig op tegenover al wie vredelievend is. Nietsvermoedende, vreedzame voorbijgangers worden van hun mantel beroofd. 9  Jullie verdrijven de vrouwen van mijn volk uit de huizen waarin zij gelukkig zijn. Jullie ontnemen hun kinderen voor altijd de luister waarmee ik hen heb bekleed. 10  Sta op, ga weg, hier zul je geen rust vinden. Dit land is onrein, het brengt bederf en vreselijke vernietiging. 11  Als er iemand was die niets dan wind en valse leugens verspreidt en profeteert: ‘Ik zie wijn en drank, ‘dan zou dat voor dit volk de ware profeet zijn! (NBV)
Wat zijn de gevolgen van het verspreiden van wind en valse leugens. Dat is de vraag die de profeet Micha ons voorlegt. In de kersttijd wordt vaak uit het boek van de profeet Micha gelezen en niet voor niets, dan speelt immers het verhaal over het bevrijden van slavernij en onderdrukking een hoofdrol. Dan moet je je extra aan de richtlijn van eerlijk delen houden. Niet zorgen dat schurken kunnen optreden die de nietsvermoedende reiziger van de mantel beroven. Niet de vrouwen en kinderen uit hun huizen verdrijven. Niet het land verontreinigen. En dus niet beginnen met valse leugens te verspreiden,  dat de heersers de terroristen in de wereld zouden bewapenen en ondersteunen, dat het klimaat niet veranderd en dat iedereen het recht heeft te blijven verspillen.
De bewering dat Irak massa vernietigingswapens had was dus al niet waar toen Irak werd binnengevallen door een coalitie van zogenaamde fatsoenlijke staten en, zoals Micha al voorspelde, dan zit je met de gebakken peren. Er moest een uitweg gevonden worden en in Amerika is een deftige commissie benoemd die een aantal voorstellen voor die uitweg heeft gedaan. In Amerika zijn ze er ook na die commissie nog steeds niet uit. Inmiddels zagen Islamitische fundamentalisten hun kans een eigen staat op te richten waar de opvattingen uit hun godsdienst zoals zij die zien de basis voor het inrichten van die nieuwe staat. De Engelse regering, en eigenlijk ook president Bush, hebben inmiddels toegegeven dat ze fout zaten met hun beweringen. Inmiddels is een nieuwe coalitie gevormd waarin ook Nederland mee doet die de nieuwe staat van de fundamentalisten kapot heeft gebombardeerd. Natuurlijk zijn de woorden van Micha ook gericht tot die fundamentalisten maar de Bijbel stelt altijd ook de vraag of je die niet kunt bestrijden door het goede te doen en niet dan het goede.
In de pers lees je berichten over de nieuwe staat die de aanhangers van die staat beloonden met huisvesting, vrede en welvaart. De tegenstanders werden uitgeroeid. Als je aanhanger was dan kon je angst voor andersdenkende verdwijnen, je kreeg voor je aanhanger zijn veel terug. Zo veel dat zelfs jonge mensen die net als hun ouders in ons land geboren zijn naar die nieuwe staat verhuisden en voor de opvattingen van die nieuwe staat durfden te sterven. Want wat doen wij? Wij stoppen de mensen die massaal gevlucht zijn voor het geweld van die nieuwe staat in lekkende tenten waar je maar moet afwachten of er ook voldoende voedsel kan zijn. De mensen die zelfs in de kampen niet terecht komen wordt door gewetenloze smokkelaars een goed leven in Europa beloofd, maar wij laten ze verdrinken in de Middellandse Zee. Het geweld dat wij tegen de vluchtelingen voor fundamentalistisch geweld gebruiken is verborgen. Een paar meer lekkende tenten zijn een excuus om ons te beperken tot bombarderen en de mensen niet te zien. Micha waarschuwt ons: die politiek maakt de problemen alleen groter. Aan ons dus om te zorgen dat onze staat samen met haar coalitie omdraait op de weg van geweld en gaat zorgen voor vrede en eerlijk delen. Dat kan elke dag nog, ook vandaag.

Wee hun die kwaad in de zin hebben

Micha 2:1-5
1 Wee hun die kwaad in de zin hebben en op hun bed boze plannen smeden. Al in het ochtendgloren brengen ze die ten uitvoer, dat ligt in hun macht. 2  Willen ze een veld? Ze roven het! Willen ze een huis? Ze nemen het! Ze maken zich meester van huizen en hun bezitters, van mensen en hun eigendom. 3  Daarom-dit zegt de HEER: Over dit volk zal ik onheil brengen, een onheil dat jullie niet kunnen afschudden en waaronder jullie gebukt zullen gaan. Er wacht jullie een tijd van verschrikking! 4  Dan zal dit over jullie worden gezegd, dan zal deze weeklacht klinken:  ‘Het is voorbij!’ zal men zeggen. ‘We zijn reddeloos verloren. Ons erfdeel wordt verkwanseld, het wordt ons ontnomen, ons land onder afvalligen verdeeld.’5  Daarom blijven jullie achter wanneer het volk van de HEER het land verdeelt. Niemand zal voor jullie het lot werpen wanneer het meetlint wordt gespannen. (NBV)
De samenstellers van het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap, dat we nu al bijna vijftien jaar lang volgen, hadden boven het gedeelte van vandaag de titel “Van God Los” gezet. De titel van een film over een jeugdbende in Venlo. Een film over jongeren die totaal losgeslagen waren en alles dat ze wilden hebben zich gewoon toeeigenden. Iedereen die in de weg stond werd daarbij vermoord. De bende is uiteindelijk opgepakt en de film laat zien hoe het zover had kunnen komen. In dit gedeelte van Micha gaat het inderdaad over mensen die alles wat ze willen hebben zich gewoon toe-eigenen. Ooit onder Jozua was het land verdeeld en was beloofd die ieder die het kwijt zou raken het erfdeel na 50 jaar weer terug zou krijgen. Micha roept uit dat de dieven die zich niet aan de richtlijnen van eerlijk delen houden bij de volgende verdeling niet mee mogen delen. Ook al is het eeuwen geleden, voor Micha speelt de verdeling door Jozua nog steeds een rol, al is volgens de Bijbelgeleerden de regel van dat teruggeven nooit echt in de praktijk gebracht. De Richtlijnen voor de inrichting van een menselijke samenleving die het volk in de Woestijn had gekregen, spelen bij Micha dus ook een grote rol.
En als er geen menselijke samenleving is dan treed de dood in. De gebruikelijke klacht voor de dode begint in Israël met “wee”. Hier lijkt de profeet de bozen toe te spreken alsof ze al dood zijn. Dat is minder vreemd dan het op het eerste gezicht lijkt. De doden zijn immers ook degenen die niet horen. Neem nu de bestuurders van die Nederlandse Bank die zichzelf een ton loonsverhoging per jaar toekenden. Sinds een aantal jaren wordt er al een discussie gevoerd over de rol die bestuurders van banken in de samenleving zouden moeten spelen. Dat zou een dienstbare rol moeten zijn met oog en gevoel voor de inrichting van een menselijke samenleving. Een samenleving waar de een zich niet verrijkt ten koste van een ander, een samenleving waar men elkaar kansen geeft en kansen gunt. Een samenleving waar mensen gesteund worden als dat nodig is. In een dergelijke samenleving is zelfverrijking niet aan de orde. Zeker niet als werknemers geen enkele loonsverhoging krijgen en zelfs de kans lopen hun baan te verliezen. Zeker niet als jonge kopers op de huizenmarkt geen hypotheek meer kunnen krijgen en winkeliers en kleine ondernemers geen kredieten. Zelfs de betitelingen van Micha op zijn boze tijdgenoten kunnen gebruikt worden voor deze bankbestuurders.
Micha leefde in een typische agrarische samenleving. Ziekten in het gewas, misoogsten door storm, regen, hagel en hitte kunnen landbouwers gemakkelijk tot armoede brengen. Het is niet altijd mogelijk van het land te leven en elke agrariër kan eens tegen deze tegenslagen oplopen. De richtlijnen voor de menselijke samenleving waarmee Israël haar samenleving zou hebben moeten inrichten hadden daar een paar bijzondere oplossingen voor. Families waren er om elkaar te helpen, lossers werden daarvoor aangewezen die mensen konden verlossen van leed en ellende. Als de agrariër zelf dood ging dan moest een familielid de weduwe tot vrouw nemen zodat haar kinderen konden opgroeien als erfgenamen van het familiebezit. Als ook de familie tot armoede vervallen was en men gedwongen was zichzelf en zijn familiebezit te verkopen dan kreeg de familie na vijftig jaar de kans opnieuw te beginnen, na zeven jaar moesten de slaven worden vrijgelaten. Een dergelijke solidariteit ontbrak in de dagen van Micha en ontbreekt ook nu nog. Wie ziek of invalide wordt moet zelf voor de kosten daarvan opdraaien, eigen risico heet dat. Wie hulp in huis nodig heeft om te kunnen overleven moet maar een beroep doen op de dorpsgemeenschap, ook als men in de grote stad woont. Samen delen van de rijkdom die in ons land tot stand wordt gebracht is er niet bij, men verrijkt zich liever. Wij worden overal in de Bijbel opgeroepen onze samenleving opnieuw in te richten, langs de richtlijnen voor de menselijke samenleving die ook wij van de God van Israël hebben ontvangen.

Om de kinderen die je geluk uitmaken

Micha 1:8-16
8 Laat mij dan klagen, laat me schreeuwen, laat mij naakt en blootsvoets gaan, laat mij huilen als een jakhals, laat mij roepen als een struisvogel. 9  De wonden van Samaria zijn ongeneeslijk, ze reiken tot aan Juda, ze raken aan de poort van mijn volk, ze raken Jeruzalem. 10  Vertel het niet in Gat, ween daar niet. Wentel je in het stof van Bet-le-Afra. 11  Trek verder in gevangenschap, bevolking van Safir, naakt en in schande. Ook de bevolking van Saänan is niet ontkomen. Een rouwklacht in Bet-Haësel, de stad wordt jullie ontnomen. 12  De bevolking van Marot heeft gehoopt op het goede, maar het kwaad van de HEER daalde neer tot bij de poorten van Jeruzalem. 13  Bind de wagen aan het span, bevolking van Lachis; in jou huist het kwaad van Israël, de oorsprong van de zonde van Sion. 14  Neem daarom afscheid van Moreset-Gat; Achzibs werkplaatsen worden voor Israëls koningen als een beek die plotseling droogvalt. 15  Opnieuw zal ik een bezetter sturen, bevolking van Maresa; Israëls leiders zullen naar Adullam vluchten. 16  Scheer je haar af, scheer je kaal om de kinderen die je geluk uitmaken. Scheer je zo kaal als een gier, want ze worden bij je weggehaald. (NBV)
Sinds de tijd van de Richteren, lees er het boek Rechters maar op na, was er oorlog tussen de Filistijnen en de kinderen van Israël. Denk niet dat die oorlog voorbij is want tot op de dag van vandaag is er oorlog, al noemen we de Filistijnen nu Palestijnen. Ten onrechte want in de Bijbel staan de Filistijnen ook symbool voor de goddelozen die roven en plunderen ten koste van hun naasten, op kosten van de armen in het land. Palestijnen zijn zo in het geheel niet, daar gaat het om andere dingen. Micha roept op om vrede te maken. Hij noemt de steden van de Filistijnen en al is er een stad die ze “Wijnpers” noemen, Gat, er is ook een “Stad van het stof”, Bet le Afra. De ellende van dat gebied raakt Jeruzalem. Vanouds ging het conflict over de godsdienst. Over het aanbidden van of de vruchtbaarheidsgoden of de ene onzichtbare God die met het volk was meegegaan, tot in de ballingschap in Babel aan toe. 
Die ene God had de Richtlijnen voor de inrichting van een samenleving gebaseerd op Liefde en Rechtvaardigheid centraal gesteld en die richtlijnen had het volk niet gevolgd. En als men die richtlijnen niet volgt, de samenleving niet bouwt op liefde en gerechtigheid dan komen de afgoden van Winst en Profijt weer in zicht. Dan worden er bondgenootschappen gesmeed zonder de God van Israël te zoeken als bondgenoot. Dan worden er bij vreemde volken wapens besteld waar koningen en machthebbers mee kunnen pronken maar die de minsten, de zwakken, de weduwe en de wees, honger en armoede bezorgen. Maar de vruchtbaarheidsgoden van Kanaaän zijn zo mooi. Prachtige beelden zijn er van die goden gemaakt. In hun Tempels is het een genot om er naar te kijken. De kostbaarste stoffen zijn er aan besteed. Die Tempel van de God van Israël steekt er maar schraal tegen af. Een tafel met brood, een kandelaar met zeven armen, een godslamp en een gordijn. Dat is het wel.
Er buiten staat weliswaar een groot koperen wasbekken voor de rituele wassingen, er staan grote en kleine altaren voor de offers die je mag brengen. Maar de meeste van die offers zijn bestemd om te delen, met de God, met de Priesters of zelfs met de armen, met je slaven en je knechten. Dat zijn serieuze zaken. In de Tempels van de goden van Kanaaän offeren de Priesters, daar zijn de offers alleen voor de goden, daar voed je de goden en maak je ze groot. In Israël maak je God groot door iets als gerechtigheid. En waarom zou je delen met de armen, die hebben dat toch aan zichzelf te wijten? Armen nemen toch verkeerde beslissingen? Armen verspillen hun bezit als ze het moeten sparen. De profeet Micha ziet waar een dergelijke houding op uit zal lopen. Sterkere volken zullen de zwakke overwinnen en bedrijgen. Je kunt je maar beter alvast als een slaaf gaan gedragen en je hoofd kaal scheren. Misschien dat ze dan in jou en je kinderen buit zien, ze in leven laten omdat ze bruikbaar zijn. Eigenlijk roept de profeet het volk op om het weer met die God van Israël te proberen, die had immers het volk dat toen nog uit slaven bestond bevrijd. Ook wij worden geroepen onze samenleving in te richten volgens de richtlijnen van liefde en gerechtigheid, voordat ook wij slaaf worden, slaven van winst en profijt, waar alle vrijheid is verdwenen en alleen het consumeren en produceren ons nog rest.

Luister, volken, allemaal

Micha 1:1-7
1 Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Micha uit Moreset, toen Jotam, Achaz en Hizkia in Juda regeerden; het visioen dat hij zag over Samaria en Jeruzalem. 2  Luister, volken, allemaal, hoor, aarde en wie haar bewonen, hoe God, de HEER, tegen jullie getuigen zal vanuit zijn heilige tempel. 3  Zie hoe de HEER zijn verblijf verlaat, afdaalt, en over de hoogten van de aarde schrijdt. 4  Onder hem smelten de bergen en splijten de dalen als was dat smelt voor vuur, als water dat van een helling stort. 5  Dit alles gebeurt om Jakobs misdaad, om de zonden van het volk van Israël. Wat is de misdaad van Jakob? Samaria! Wat zijn de offerhoogten van Juda? Jeruzalem! 6  Van Samaria maak ik een ruïne, kale grond, alleen geschikt voor een wijngaard. Zijn stenen stort ik in het dal, zijn fundamenten leg ik bloot. 7  Al zijn godenbeelden worden verbrijzeld, al dat hoerenloon gaat in vlammen op. Al die beelden zal ik vernietigen, want met hoerenloon zijn ze betaald en als hoerenloon zullen ze weer dienen. (NBV)
Vandaag beginnen we te lezen in het boek van de profeet Micha. Die leefde tussen 750 en 700 jaar voor het begin van onze jaartelling, waarbij de geboorte van Jezus van Nazareth in het jaar 0 werd gesteld. Micha leefde in een tijd dat zijn land werd bedreigd door grootmachten in de wereld en voor een deel zelfs werd veroverd. Micha gaf de schuld daarvan aan de leidende klasse. En denk dus niet dat de oproep tot bekering die in de Bijbel wordt gedaan voor individuen is, volgens Micha is het voor volken, voor samenlevingen. Centraal bij Micha staan de Richtlijnen voor de menselijke samenleving uit de Woestijn. Vanuit de Tempel, waar deze richtlijnen werden bewaard als het kostbaarste wat het volk had, gaat de roep de samenleving daar naar in te richten naar de volken uit. De richtlijnen waren ooit door het volk ontdekt in de Woestijn, als je daar niet bereid was alles te delen dan kwam je er niet levend van af.
Die Richtlijnen voor Recht en Liefde, voor Vrede en Rechtvaardigheid gooien alles omver waar anderen in geloven. Niks de rug recht houden om vreemdelingen buiten de deur te kunnen gooien, niks inkomensverhoudingen handhaven om de rijken te kunnen beschermen. Volgens Micha zal alles ten onder gaan aan de kracht van de Richtlijnen uit de Woestijn. De Heer die deze Richtlijnen als een verbond gaf is de werkelijke Heer van de aarde. Micha schaamt zich niet om de offers gebracht aan de afgoden te bestempelen als hoerenloon. Het inkomen van bankdirecteuren en zichzelf verrijkende CEO’s, die wanhopig vasthouden aan een goddeloos beleid, als hoerenloon benoemen gaat zelfs in onze samenleving toch wel erg ver. We moeten er maar aan wennen dat het Bijbelse taal is. Het boek van Micha begint met een lied waarvan we vandaag het eerste deel lezen.
Veel liederen uit de Bijbel zijn later op rijm en op muziek gezet maar het hoerenloon waar Micha over zingt ging toch wel wat ver om met orgelbegeleiding in een kerk te zingen. Toch begint de profeet, die veel onheil zal meemaken en over onheil de waarheid moet gaan zeggen, en profeteren is de waarheid zeggen, met een vrolijk lied. Want het moet toch vrolijk maken te weten dat al die valse goden van goud en beloften kapot geslagen zullen worden onder de macht van Liefde en Recht, onder de kracht van barmhartigheid. Die zekerheid aan het begin zetten geeft hoop. Als we willen komt die zekerheid ooit ook aan het begin van elke nieuwe regering te staan. Het boek van de profeet Micha wordt vaak in de kersttijd gelezen, maar past in het hele jaar, misschien moeten we onze politici wel kerstkaartjes of vakantiekaartjes gaan sturen met teksten uit Micha. Het was een boerenprofeet maar hij spreekt ook voor ons nog steeds de waarheid.

Zaai rechtvaardig!

Hosea 10:9-15
9 Al in Gibea gaf jij je over aan zonden, Israël, en sindsdien heb je daarin volhard. Zou je dan nu in Gibea worden ontzien, gespaard waar misdadigers worden gestraft? 10  Ik heb besloten hen te straffen: vreemde volken zullen tegen hen samenspannen om hen vast te binden en hun bronnen leeg te drinken. 11  Efraïm was een afgerichte jonge koe, die gewillig dorste. Toen ik haar fraaie hals zag, dacht ik: Ik ga Efraïm inspannen, ik laat Juda ploegen, Jakob eggen. 12  Zaai rechtvaardig! Oogst met liefde! Ontgin nieuw land! Het is tijd om de HEER te smeken, dat hij nadert met de regen van zijn goedheid. 13  Maar jullie ploegden wetteloosheid en oogstten onrechtvaardigheid; jullie moesten de vrucht van leugens eten omdat jullie op je eigen inspanning vertrouwden, op de kracht van je vele soldaten. 14  Daarom zal het krijgsgeweld tegen jullie losbreken, al je vestingen zullen worden verwoest zoals destijds Bet-Arbel werd verwoest door Salman: moeders werden doodgeslagen, samen met hun kinderen. 15  Dat heeft Betel jullie aangedaan om jullie eigen diepe verdorvenheid. Bij het aanbreken van de morgen komt Israëls koning voorgoed ten val. (NBV)
Ooit waren de Benjamenieten een burgeroorlog begonnen in Gibea. Alle andere stammen hadden zich verenigd om de Benjamenieten tot de orde te roepen. Maar de oorlogszucht van de Benjamenieten is in de dagen van Hosea ook terug te vinden bij het overige Israël. Oorlog is niet meer te veroordelen omdat er goede bondgenootschappen zijn met machtige landen. Ook bij ons klinkt dat argument van bondgenootschap met veilige landen nog wel eens. In Syrië worden Nederlandse militairen wel aangevallen door soldaten van dat bondgenootschap.
Het enige bondgenootschap dat telt volgens Hosea is het verbond dat het volk had gesloten met de God van Israël. Die had beloofd te zorgen voor een land dat overvloeide van melk en honing. En dat land was er ook gekomen. Maar het volk had haar deel van het verbond naast zich neergelegd. Rechtvaardig zaaien, met liefde oogsten, nieuw land ontginnen, er was geen sprake van. Wetteloosheid en onrechtvaardigheid werden de norm, leugens lagen ten grondslag aan wat er gebeurde en dat men op soldaten vertrouwde zou tot de ondergang leiden.
Opnieuw valt Hosea  terug op de geschiedenis van Israël. Hij herinnert ze aan het verhaal over Bet-Arbel dat al in het eerste boek van de Tora staat opgetekend. Daar werd door de vijandige koning Salman een onmenselijk wrede strijd gevoerd waarin moeders samen met zonen verpletterd werden. Lezers van Hosea zullen later nog wel eens terugdenken aan het verhaal van de Makkabeeën waar zeven broers een voor een voor de ogen van hun moeder een wrede dood stierven en toen zelf ter dood werd gebracht. Uit de wreedheden uit de geschiedenis moeten we lessen trekken. Haat zaaien, onrecht bedrijven, leugens verspreiden, het ligt voor de hand dat het schade toebrengt aan de samenleving. Maar treden we eer voldoende tegen op.?

Ze spreken holle woorden

Hosea 10:1-8
1 Israël was een weelderige wijnstok, die volop vruchten voortbracht. Maar hoe meer vrucht de wijnstok droeg, hoe meer er op de altaren kwam; en hoe rijker het land, hoe rijker versierd de gewijde stenen. 2  Zo bedrieglijk is dat volk! Nu zal het ervoor boeten: de HEER breekt hun altaren af, hun gewijde stenen verbrijzelt hij. 3  Dan zullen ze zeggen: ‘Wij missen een koning!’ Maar wat zou een koning nog voor ons kunnen doen: wij hadden toch nooit ontzag voor de HEER? 4  Koningen, ze spreken holle woorden, zweren valse eden, sluiten slechte verdragen. De rechtspraak woekert als onkruid, als een gifplant in de voren van een akker. 5  Het volk van Samaria verkeert in zorg, is in de rouw om dat stierkalf in Betel, en zijn priesters schreeuwen het uit omdat zijn glorie vervliegt: 6  het kalf wordt naar Assyrië gesleept als geschenk voor koning Kemphaan. Wat een schande is dat voor Efraïm, wat een misrekening van Israël! 7  Nu al wordt afgerekend met Samaria en zijn koning; ze zijn als wrakhout op de golven. 8  De offerhoogten worden verwoest, die plaatsen van verderf, tekens van Israëls zonde; dorens en distels zullen hun altaren overwoekeren. Dan roepen ze de bergen toe: ‘Bedek ons!’ en de heuvels: ‘Val op ons neer!’(NBV)
Er is in onze samenleving veel te doen over bedrieglijke berichtgeving, fake news genoemd. Er zijn mensen die een verdraaid beeld van gebeurtenissen krijgen en dat beeld als waarheid publiceren. Dat mensen overal complotten in zien is daarvan nog het meest bekende geworden. Maar ook overheden kunnen er wat van. Daar worden tegenvallers en fouten vaak ontkend of gebagatelliseerd. De overheid spreekt dan holle woorden, zweren valse eden en sluiten slechte verdragen. Het lijkt er sterk op dat er sinds de dagen van Hosea nog weinig veranderd is.
Hosea begint dit gedeelte met een analyse van de oorzaken van het afdwalen van waarheid en openheid. Hij beschrijft dat hoe rijker het volk is geworden hoe meer er afgoden achterna gelopen wordt. Ook in onze dagen zou je kunnen zeggen dat winst en profijt afgoden geworden zijn op wier altaren de waarheid wordt geofferd. Dat een algehele vrije dag voor het hele volk tegelijk ons kan bevrijden van de slavernij van arbeid en consumentisme hoor je eigenlijk nooit meer iemand zeggen. Nee de armen hebben er zelf schuld aan dat ze arm zijn en als ze ondersteuning nodig hebben dan moeten ze daar iets tegenover stellen.
Hosea heeft ook kritiek op de verdragen die de leiders van het volk hebben gesloten. In Betel werd nog een gouden kalf vereerd, het verhaal over Mozes, Aäron en een gouden kalf  was kennelijk vergeten. Dat gouden kalf raakte uit de mode en werd daarom geschonken aan een machtige koning die er eigenlijk op uit was het land te bezetten. Die koning, hier bij zijn bijnaam Kemphaan, genoemd, heeft in Samaria al laten zien wat zijn plan is met Israël een Juda. In onze dagen zijn er politieke partijen die hun verkiezingscampagne laten financieren door Rusland. De politiek van Rusland ter verzwakking van de Europeese Unie wordt door hen dan ook gevolgd. Wij moeten dus misschien wat beter luisteren naar Hosea.

Kijk naar de vijgenboom

Lucas 21:29-38
29 Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. 30  Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is. 31  Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is. 32  Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker niet verdwenen zijn wanneer dit alles gebeurt. 33  Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 34  Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, 35  onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen. 36  Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’ 37  Overdag gaf hij onderricht in de tempel, maar ‘s avonds vertrok hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg. 38  Iedere ochtend kwam het hele volk al vroeg naar de tempel om naar hem te luisteren. (NBV)
Een goede raad die Jezus van Nazareth geeft. Wakker blijven en vooral letten op de goede dingen die aan het gebeuren zijn. Zoals de bomen in de lente uitlopen en daarmee de zomer aankondigen zo zijn de landen die onafhankelijk geworden zijn en mee gaan doen in de vergadering van volken tekenen dat de armoede in de wereld, dat onderdrukking en geweld, uiteindelijk kunnen verdwijnen. Niet alles gaat in één keer goed. Het communisme is bijna van de aardbodem verdwenen maar we hebben de Olympische Spelen in communistisch China gevierd. In een land waar de staat en de partij belangrijker zijn dan de mensen, waar zorg voor mensen bestraft kan worden met gevangenisstraf of zelfs de dood. En ook in de landen waar het staatscommunisme is verdwenen is niet direct de democratie tot bloei gekomen en worden de mensenrechten gerespecteerd.
Maar al die nieuwe landen die ontstaan zijn, zijn nu wel gemakkelijker aan te spreken op het lot van de minsten in die landen, onze broeders en zusters. Al die nieuwe landen en die nieuwe regiems maken wel de vergadering van volken, de Verenigde Naties, tot een meer effectief samenwerkingsorgaan. Je ziet dan ook dat de rijken zich gaan verzetten tegen de toenemende invloed en macht van de VN. Je ziet ook dat Amerika nu oorlogen voert buiten de VN om en dat rijke landen als Engeland en Nederland de neiging hebben die politiek te volgen en zelfs de ondersteunen. We zijn geneigd om te letten op de negatieve ontwikkelingen die ons omringen, ons te laten terneerslaan door de zorgen van alle dag die iedereen heeft. Maar letten op de goede tekenen geeft nieuwe energie, zoals je in de lente ook weer zelf de warmte van de zon in je lichaam kunt voelen, zoals je in de lente ook zelf de energie krijgt om weer naar buiten te gaan en van de natuur te genieten.
Zo mogen gemeenten nu in de stadhuizen en stadskantoren kiezen voor uitsluitend producten met het Fair Trade label, ze mogen er naar streven een Fair Trade gemeente te worden. Zo zijn er nog steeds veel vrijwilligers voor de voedselbanken en zijn die voedselbanken een groeiend teken dat het nog steeds misgaat met de armoede bestrijding in ons land en dat daar meer aan gedaan moet worden. Zo zijn er nog steeds wachtlijsten bij taalcursussen en inburgeringscursussen als teken dat mensen die hier niet geboren zijn waarachtig wel wat over hebben om bij ons te gaan horen. Gelukkig wordt dat streven in toenemende mate beantwoord door kerken en groepen die maaltijden en gesprekken organiseren met de vreemdelingen onder ons. Het is nog lang geen zomer in het Koninkrijk van God, maar de lente kom je er zomaar tegen.